Posts tonen met het label johan en pirrewiet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label johan en pirrewiet. Alle posts tonen

27 oktober 2024

Eppo 22 - De boekenkast van Jan van der Voo

 

Jan van der Voo thuis in Emmen, 27 juni 2024 (Foto: Robin Schouten)

In Eppo nr. 22 staat van mij De boekenkast van... Jan van der Voo. Deze veelzijdige striptekenaar, illustrator en schilder is vooral bekend van de stripverhalen van Pipo de Clown en Ketelbinkie die hij in de jaren 70 voor Donald Duck tekende op tekst van Wim Meuldijk. Voor stripblad Sjors tekende hij vanaf 1969 vele covers en illustraties van onder andere Guust Flater en een van Jan's favoriete strips, Johan en Pirrewiet. Eppo nummer 22 is los te bestellen via de site van Eppo en Uitgeverij L. 

Eppo nr. 22 (cover: Aart Cornelissen)

Jan van der Voo (18 juli 1938) is sinds eind jaren vijftig actief als tekenaar en illustrator. Met Jan Kruis werkte hij vanaf 1962 veel samen aan (reclame)strips en als laatste aan Woutertje Pieterse (2007). Jan's educatieve illustraties voor de Sunshine Books, die hij tijdens zijn periode in Nieuw Zeeland (1982-1997) maakte, zijn wereldwijd verspreidt. De laatste vijftien jaar heeft Van der Voo vooral geschilderd en ook af en toe cartoons gemaakt. Zijn laatste strip was Even een piraatje voor het stripblad Myx. 

Jan van der Voo op X

29 november 2015

Johan en Pirrewiet - De integrale 1 en 2 (recensie)

De laatste jaren worden klassieke stripreeksen opnieuw uitgebracht in integrale boeken, met drie verhalen per deel die opgefrist zijn met een nieuwe lettering en inkleuring. Voorbeelden daarvan zijn Baard en Kale, De Beverpatroelje en Roodbaard. Daar zit ook telkens een achtergronddossier bij met zeldzame tekeningen en documenten. Noem het oude wijn in nieuwe zakken met een extra, maar de stripliefhebbers en verzamelaars zijn er dol op. 

Deze behandeling heeft nu ook Johan en Pirrewiet gekregen, de humoristische avonturenstrip die Peyo (pseudoniem van Pierre Culliford, 1928-1992) in 1946 begon te maken voor de kranten, toen nog met alleen Johan in de hoofdrol. In 1952 begon de serie aan een zegetocht in het weekblad Robbedoes. Toen Peyo in de jaren zeventig wereldwijd succes kreeg met de Smurfen, stokte de productie van nieuwe Johan en Pirrewiet verhalen. Desalniettemin hebben de eerste 13 albums veel indruk achtergelaten op generaties striplezers. Ook zou het een cultserie worden voor veel professionele stripmakers. Dankzij de uitstekend gedocumenteerde dossiers komen we nauwkeurig te weten hoe deze middeleeuwse strip, met Johan als page van de koning en zijn vriend de nar Pirrewiet, ontstaan is.
In integrale 1 zijn de eerste drie verhalen gebundeld: De nederlaag van Basenau, De heer van Rodensteyn en De dwerg in het rotsbos. We zien hier dat Peyo, nog maar aan het begin van zijn carrière, op zoek is naar een stijl maar al zeer vlot een ontwikkeling doormaakt en steeds beter wordt in het vertellen van spannende, energieke avonturenverhalen. Ook het tekenwerk ontwikkelt zich per verhaal zienderogen. De personages krijgen rondere vormen en de stijl een heldere lijnvoering, wat veel bijdraagt aan de levendigheid en leesbaarheid van de strip.

In het derde verhaal maakt Johan kennis met Pirrewiet, inderdaad de dwerg in het rotsbos. Bij de lezers van Robbedoes/Spirou viel het kleine blonde mannetje met zijn opvliegende karakter en slechte humeur, maar ook met een hart van goud, zodanig in de smaak dat Peyo besloot om hem in de volgende verhalen te laten meespelen. Daar kwam bij dat hij een perfecte sidekick vormde voor Johan, de vrome en dappere held die geen zwaardgevecht uit de weg ging, en waar weinig tot niets aan mankeert. In series zoals Kuifje en Suske en Wiske zijn het juist de antihelden Haddock en Lambik die smaak geven aan de verhalen. En dat is ook het geval bij Johan in combinatie met Pirrewiet. Als extra wapen is er nog Pirrewiets geit (en rijdier) Sikje, die menig bandiet ondersteboven kegelt en op die manier onze twee helden uit benarde situaties weet te redden.
Vanaf het vierde verhaal vormen ze een onafscheidelijk duo en zou de reeks verder gaan als Johan en Pirrewiet. Peyo werkt dan drie jaar aan zijn middeleeuwse strip en beheerst zijn vak tot in de puntjes. Integrale 2 bevat Het raadsel van de maansteen (met een tragisch einde voor de slechterik Bossuyt), De eed der Vikingen en De bron der goden, verhalen die perfect in balans zijn door een mix van avontuur, humor en fantasie. In het dossier (aangevuld met enkele korte verhaaltjes voor Sprint en Robbedoes) lezen we dat Franquin zó geïnspireerd was geraakt door de verhaalstructuur die Peyo in Johan en Pirrewiet bracht, dat hij het als voorbeeld nam voor het schrijven van meer uitgebalanceerde Robbedoes en Kwabbernoot verhalen (waar hij nog wel eens mee vastliep).

Met zijn verhalen voor jong en oud begon Peyo ook school te maken als een van de meest invloedrijke Belgische stripmakers van zijn generatie. Tekenaars als Walthéry, Dany en in zijn beginperiode Derib zijn schatplichtig aan Peyo. En dankzij de integrale uitgaven kan een nieuwe generatie lezers kennis maken met deze klassieke avonturenstrip van Peyo, die toch een beetje in de schaduw is geraakt door het succes van de Smurfen
Overigens, de kleine blauwe mannetjes zijn ontstaan in een Johan en Pirrewiet verhaal: De fluit met zes smurfen. En dát verhaal kun je lezen in integrale 3 van Johan en Pirrewiet. (RS)

Johan en Pirrewiet - De integrale 1 en 2
Peyo (tekst en tekeningen)
€ 29,95 per deel
200 pagina´s
Dupuis, 2015

Deze recensie is ook gepubliceerd op Meerkat Magazine.