Posts tonen met het label charlier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label charlier. Alle posts tonen

13 juni 2019

Giraud - Blueberry expositie 2009

Tijd voor een flashback. Op 13 juni 2009 was ik met een vriend naar Brussel getogen om, een dag voor de sluiting, de overzichtsexpositie Blueberry by Gir te bezoeken met maar liefst 80 originele strippagina's getekend door de geniale Fransman Jean Giraud, ook wel bekend onder zijn pseudoniem Moebius.
Het zou een bloedhete dag worden en juist op de heenreis viel onze trein uit in, naar mijn herinnering, the middle of nowhere. Het leverde urenlange vertraging op (met een rap opklimmende temperatuur) waardoor we pas rond 15:30 uur in Brussel arriveerden.
Foto: Robin Schouten (2009)
We hadden nog een kleine anderhalf uur om bij La Maison de la Bande Dessinée de Blueberry tentoonstelling te bekijken. Maar het gevoel dat de uitputtingsslag van die ochtend en middag de moeite waard was geweest overheerste al vrij snel toen we eenmaal de expo, die zeer indrukwekkend was, konden bekijken.
De jonge jaren van Blueberry - Yankee - pag. 24 (1969). Foto: Robin Schouten (2009)
Opvallend was toch wel dat we (al zal het late tijdstip en het mooie weer ook meegeteld hebben) tot de zeer weinige bezoekers behoorden. Met uitpuilende ogen, dat wel, want hoe vaak krijg je de kans om al deze originele pagina's van de beste westernstrip onder een dak te kunnen bekijken? Al met al kreeg ik het gevoel alsof we op dat moment een van de weinige uitverkorenen waren om al dat moois te mogen aanschouwen.
De jonge jaren van Blueberry - Yankee - pag. 29-32 (1969). Foto: Robin Schouten (2009)
Wat me ook nog goed bijstaat van die tropische dag was ons bezoek aan een Brusselse boekhandel waar de blonde verkoopster, gekleed met een grote rode sjaal om haar middel, de klassieke soulsong 'Why can't we live together?' door de zaak liet schallen. Wellicht had ze liefdesverdriet. Hoe dan ook, de orgelklanken en de gekwelde stem van Timmy Thomas, in combinatie met de bloedmooie melancholieke blondine, riep een perfect weemoedige sfeer bij me op. Wat misschien ook meetelde was dat ik de volgende dag mijn veertigste verjaardag zou vieren, en dat vond ik een behoorlijke mijlpaal.
De jonge jaren van Blueberry - Yankee - pag. 34-35 (1969) Foto: Robin Schouten (2009)
De jonge jaren van Blueberry - Yankee - pag. 36-37 (1969) Foto: Robin Schouten (2009)
Ik vind het wel toepasselijk om na precies 10 jaar dan eindelijk wat foto's prijs te geven die ik gemaakt had van die indrukwekkende Blueberry expositie. En... een nieuwe mijlpaal te vieren.
Blueberry 23 - Arizona Love (1990) - pag. 14

14 juli 2015

Blueberry – Ballade voor een doodskist (luxe editie)

In 2011 begon Uitgeverij Sherpa met het uitgeven van de eerste luxe editie van Blueberry verhalen door een van de beste striptandems van de Europese strip, Jean Giraud en Jean-Michel Charlier. Na De mijn van Prosit en Het spook van de goudmijn (het tweeluik dat door velen wordt gezien als het finest hour van Girauds tekenwerk) in het eerste deel, verschenen in 2013 de verhalen Chihuahua Pearl en De man die 500.000 dollar waard was uit deze westernstrip eveneens op groot formaat en in zwart-wit (lees ook deze recensie). Dit was het begin van de Blueberry cyclus waarin een goudschat van de Confederatie centraal staat en die Blueberry in opdracht van de Amerikaanse regering moet gaan terughalen in Mexico. Met dit verhaal werd ook het imago van Blueberry, een zogenaamd uit het Amerikaanse leger ontslagen luitenant, als antiheld geboren. Opgejaagd door premiejagers en commandant Vigo komt hij, na zijn kennismaking met saloonzangeres Chihuahua Pearl, terecht in de gevangenis van gouverneur Lopez. Daar leert Blueberry Trevor kennen, een ex-kolonel van het zuidelijke leger en als enige op de hoogte van de verblijfplaats van de zoekgeraakte goudschat. Aan het eind van het vorige deel werden Blueberry, zijn kornuiten Jimmy McClure en Red Neck samen met Trevors vrouw Chihuahua Pearl door de outlaws Finlay en Kimball achtergelaten in een grot zonder wapens en paarden.
(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat)
Dramatische gebeurtenissen in Ballade voor een doodskist
In Ballade voor een doodskist dat oorspronkelijk werd voorgepubliceerd vanaf 1972 in het Franse stripblad Pilote volgen de dramatische gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. Blueberry en zijn handlangers weten uit de grot te komen ondanks het verraad van Finlay en Kimball, die met Trevor op weg zijn naar een verlaten spookstad om de goudschat op te graven. De zaken lopen heel anders en uiteindelijk weten Blueberry en zijn vrienden, met behulp van het elixer van een kwakzalver dat als springstof wordt gebruikt, uit handen te blijven van Finlay en Kimball en het legertje van Lopez. 
Blueberry slaat Chihuahua Pearl.

De climax is zoals het hoort bij een meeslepend verhaal, erg verrassend. De goudschat is opgemaakt en bestaat dus niet meer, en Blueberry wordt in de steek gelaten door zijn vrienden zodat hij er alleen voor staat om het verhaal van de verdwenen goudschat te verklaren. Met als gevolg dat Blueberry, nog altijd luitenant, ontslagen wordt uit het Amerikaanse leger en veroordeeld wegens hoogverraad naar de gevangenis moet voor een straf van dertig jaar.
Geniet in dit deel opnieuw van het magistrale tekenwerk van Giraud en ga daar vooral goed voor zitten. Want af en toe kan het gedetailleerde penseelwerk wat overdadig overkomen in zwart-wit. Tegelijkertijd besef je eens temeer hoe getalenteerd en invloedrijk de Fransman was, die in latere jaren ook de stijl van zijn alter ego Moebius liet doorsijpelen in het tekenwerk voor Blueberry. 
Zoals in de vorige delen is ook in deze luxe editie een, zeer interessant, achtergronddossier opgenomen. Giraud was niet helemaal tevreden over sommige pagina's uit dit verhaal en hertekende delen ervan. Het geheel is door Giraud zelf van commentaar voorzien. Er is ook een covergalerij met tekeningen voor dit verhaal. De kers op de taart bestaat uit een uitgebreide biografie over Blueberry dat Charlier schreef voor de Franstalige uitgave van Ballade voor een doodskist in 1974 en dat nog niet eerder vertaald was. We komen nu veel meer te weten over de jeugd van Blueberry, de historische figuren uit het wilde westen die hij gekend heeft, en wanneer hij is overleden. Het geheel is rijkelijk geïllustreerd door historische foto's en afbeeldingen om de mythe van Blueberry als bestaand figuur te creëren. En waarom ook niet. Door deze luxe uitgaven wordt de legendarische Blueberry strip opnieuw onder de aandacht gebracht op een manier die het verdiend. (RS)

Blueberry – Ballade voor een doodskist (luxe editie)
Jean Giraud (tekeningen) en Jean-Michel Charlier (tekst)
96 pagina's (zwart-wit/kleur) in hardcover
Uitgeverij Sherpa (2015). 49,95

Te koop in de stripspeciaalzaken of bestellen via: www.catawiki.nl/shops/sherpa 
Uitgeverij Sherpa op Facebook 

31 maart 2015

Links, rechts, of toch links?

Eigenlijk had ik me voorgenomen niet meer te zemelen over kleine oneffenheden in het werk van mijn favoriete tekenaars. Zolang het niet die ene verdwaalde paukenslag betreft die het hele concert bederft moeten we af en toe ook iets door de vingers kunnen zien. Maar het zuur kruipt weer eens waar het niet gaan kan dus bij deze nog maar eens een paar vraag- dan wel uitroeptekens die al lezende boven mijn hoofd verschenen.

Een van de boeken die ik al vele malen met plezier heb gelezen is Het gele teken van E.P. Jacobs. Een meeslepend en prachtig getekend verhaal uit Blake en Mortimer dat zoals de meeste verhalen van Jacobs ijzersterk begint maar gaandeweg, ondanks het sublieme tekenwerk, een tamelijk zwaar beroep doet op het inlevingsvermogen van de lezer.

Net als in De valstrik en SOS Meteoren krijgen we te maken met een zich onbegrepen wanende en geleidelijk overkokende geleerde die in zijn eentje op een zondagmiddag, onopgemerkt door de buitenwacht, een laboratorium bouwt waar zelfs een gespecialiseerd bedrijf vele jaren voor nodig zou hebben. Hoe al die geavanceerde, manshoge apparatuur door de geniale doch krankzinnige wetenschapper zonder dat ook maar één buurtbewoner het merkt in stilte naar die onderaardse gewelven is getransporteerd en geïnstalleerd is een van die raadsels waar E.P. ons maar al te graag mee opzadelde. 

Het gele teken speelt zich af rond 1955 in een regenachtig Londen, wat de auteur de gelegenheid biedt waar het op sfeer en geheimzinnigheid aankomt eens flink uit te pakken. Iedere tekening is een verhaal op zich. Zoals we van Jacobs gewend zijn volgen de verwikkelingen elkaar in rap tempo op. We arriveren op pagina 32 en zien Blake in zijn Austin wegrijden. 
 Op pagina 34 werpen we een blik door de voorruit van een politieauto en de auto van Blake.
 Nu kan het zijn dat de Londense kit in Amerikaanse of Europese auto's reed (het prominente logo op de motorkap is bij geraadpleegde autoliefhebbers onbekend. Het zou me teleurstellen als het een fantasie logo blijkt, want Jacobs liet ook wat het tekenen van auto's betreft weinig aan het toeval over) maar gezien het beruchte chauvinisme van die eilandbewoners lijkt me dat hoogst onwaarschijnlijk. Mogelijk is er sprake van een door het corps onopgemerkte constructiefout of een wat onhandig uitgevallen reparatie. Het stuur zit namelijk, geheel in tegenstelling tot wat die Engelsen als normaal beschouwen nogal links. Evenals plotseling het stuur van de Austin. De taxi met daarin Mortimer op een volgende pagina is weer geheel naar Engelse maatstaven van een rechtshandig stuur voorzien, evenals de door Het gele teken gestolen politieauto en zijn vele tegenliggers.

Dat de tekenaar in verwarring is geraakt door die merkwaardige Britse overtuiging dat bijna de hele wereld aan de overkant van het water aan de verkeerde kant van de weg rijdt kan ik me maar al te goed voorstellen. Ik ben ooit, heel lang geleden, een keer in Londen geweest (Een wereldstad, denken ze daar. Als je echter om twaalf uur 's middag's trek in een biertje krijgt, of wat ze daar als bier verkopen, is er geen kroeg open.) en ik weet uit ervaring dat je maar al te snel de kluts kwijtraakt waar het links en rechts betreft. Als je over wilt steken kun je nog zo goed links, rechts, links en voor de zekerheid nog een keer rechts kijken, er komt altijd wel een taxi aanscheuren van een kant waarvan je het niet verwacht. Ik kwam er met een paar blauwe tenen vanaf maar in Londen zien ze mij niet meer. 

Even vroeg ik me af of de bovenste strook misschien spiegelbeeldig was afgedrukt, het zou niet de eerste en zeker niet de laatste keer zijn dat een lithograaf boven zijn werk in slaap is gevallen. Dat bewijst deze pagina 9 uit Eloise van Grimbergen, deel twee uit het magistrale De Torens van Schemerwoude. Voorgepubliceerd in het al na een paar jaargangen, na een aanvaring met een ijsberg van desinteresse, ten onder gegane stripmagazine Titanic (tweede jaargang, nummer 10, 1985). De kleuren staan in de goede richting. 
 Nu we het toch over Hermann hebben, in zijn meesterwerk Caatinga uit 1997 trof ik deze plaat aan (uit pagina 43). De man is gruwelijk mishandeld, zijn twee rechterhanden boden hem nauwelijks voordeel in die ongelijke en fatale knokpartij... 
 Nog een boek waar ergens in een klein hoekje een onopvallend loopje met links/rechts oriëntatie van de lezer wordt genomen: De vlakte der Sioux (een vervolg op De man met de ijzeren vuist) uit Blueberry van Giraud en Charlier. Op dit plaatje rookt 'de man met de nog net zichtbare rechtervuist van ijzer' met de linkerhand van vlees en bloed een sigaar.  
 Verderop in het boek is hij zelf de sigaar en wordt door een paar indianen de drempel naar de eeuwige jachtvelden overgeholpen. Dan komen we op een volgende plaatje: 
 Een onhandigheidje of - je weet het nooit met die striptekenaars - een grap van Giraud? Ik kan er namelijk niks anders van maken dan dat het hier een linkshandige ijzeren hand betreft. Ik krijg overigens de indruk dat Zittend Stier uiterst tevreden is met zijn nieuwe sierraad, we zullen er dus verder maar niet van wakker liggen...

andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

05 november 2013

Blueberry – Chihuahua Pearl & De man die $ 500.000 waard was



Sommige stripverhalen zijn het waard om opnieuw uit te worden geven zoals uit de fantastische westernstrip Blueberry. In 2011 verscheen bij Uitgeverij Sherpa een luxe editie met het tweeluik van de goudmijn in zwart-wit, gebruik makend van de originele tekeningen van Jean Giraud. Het boek Chihuahua Pearl en De man die $ 500.000 waard was is daar het vervolg op.

Het zijn twee verhalen die behoren tot de spannendste uit de serie. In Chihuahua Pearl onderschept Blueberry tijdens een verkenningstocht aan de grens een brief die gericht is aan de president van Amerika. Het gevolg is dat Blueberry zogenaamd uit het leger wordt ontslagen om in het geheim een verdwenen goudschat van de Zuidelijken te vinden. Op de hielen gezeten door commandant Vigo maakt hij kennis met de mooie maar sluwe Chihuahua Pearl die de brief verstuurde. 
Om de schat te vinden moet Blueberry een man zien te bevrijden uit de Mexicaanse gevangenis van gouverneur Lopez. Blueberry wordt gevangen genomen en heeft het zwaar te verduren maar komt vrij dankzij zijn vrienden McClure en Red Neck. Maar ook wordt hij gteconfronteerd met vijanden uit het verleden, de hijackers van Finlay en Kimball, die we voor het eerst tegenkwamen in de Blueberry verhalen De lange weg naar Chochise en Oorlog of vrede. Deze roofbende is eveneens de goudschat op het spoor. 
Uit Chihuahua Pearl


Met deze verhalen uit de begin jaren zeventig werd een nieuw realisme in de serie geïntroduceerd die tegelijkertijd het begin inluidde van de volwassen strip. Blueberry zelf transformeerde van de klassieke westernheld naar een verharde antiheld, maar nog steeds sympathiek. De scenario’s van Jean-Michel Charlier zijn beter dan ooit, evenals het gedetailleerde tekenwerk van Giraud dat in zwart-wit en in deze nieuwe druk veel beter tot zijn recht komt dan in de kleurenedities uit de jaren zeventig. In dit album is tevens een kleurenkatern opgenomen met de covers en aankondigingen uit het Franse stripblad Pilote. 

Sherpa zal in januari 2014 het vervolg uitbrengen, Ballade voor een doodskist en in  januari 2015 volgt de ontknoping met Vogelvrij verklaard en  Angel Face. Hiermee zal de goudcyclus van Blueberry compleet worden gemaakt in een luxe editie, op groot formaat én in het Nederlands. Voor iedere striplezer een aanrader! (RS)

Blueberry – Chihuahua Pearl en De man die $ 500.000 waard was
Jean-Michel Charlier (tekst) en Jean Giraud (tekeningen)
Uitgeverij Sherpa - 104 pagina’s (hardcover) - € 49,95
(Met een losse kleurenbijlage als aanvulling op het dossier van De mijn van Prosit en Het spook van de goudmijn uit 2011) 

Website: http://www.sherpa.nu/
Uitgeverij Sherpa op Facebook



(klik op de afbeeldingen voor een groter formaat)

27 maart 2013

Jean-Michel Charlier in Breda, 1985

Mijn eerste stripbeurs ooit was de Strip-3-Daagse 1985 in Breda. Ik ging daar samen met Servaas Verbrugge naartoe waar ik toen het stripblad Novum mee maakte (meer info op www.incognito-comics.nl). Op 21 september 1985 zag ik, als 16-jarige stripfan, grootheden signeren als François Craenhals (De Koene Ridder), Bob de Moor (Cori, Barelli) en Albert Weinberg (Dan Cooper). Maar ook bv. Jan Kruis (Jan, Jans en de kinderen), Henk Kuijpers (Franka), Don Lawrence (Storm), Walthèry (Natasja) en Janry (Robbedoes). Een ware happening voor iemand die deze tekenaars jarenlang alleen kende via hun strips. En toen werden het echte mensen.

Bij het verlaten van Het Turfschip zag ik Jean-Michel Charlier lopen, de briljante scenarist van o.a. Blueberry, Buck Danny, Roodbaard en vele andere beroemde stripseries. En snel deze foto van hem genomen, die nu voor het eerst is gepubliceerd (met dank aan Ed Hengeveld voor de bewerking).