Posts tonen met het label buck danny. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buck danny. Alle posts tonen

23 juli 2024

Uitglijer Kuifje: Het Zwarte Goud



Kuifje spreekt alle talen?


Meer dan intrigerend zijn de Arabische teksten op en in het Kuifje album Het Zwarte Goud. Wat staat er nu werkelijk? En heeft Hergé zoals andere striptekenaars er niet met zijn pet naar gegooid toen hij het kriebelschrift tekende? In de speurtocht daar naar kwam ook nog verschillende versies in onze handen en blijkt er een redelijk ingewikkelde story achter het Zwarte Goud te zitten. Dit met name door toedoen van de Duitsers, de Engelsen en de later de Arabieren. Ook Bobbie's verandering valt ineens op. Kortom, een album dat een aardig inkijkje geeft in de geschiedenis van een steengoed album dat oorspronkelijk de 9e in de rij was, maar uiteindelijk nummer 15 werd. 

Vertalingen van het Arabisch? Nergens te vinden dus. Die vertalingen zijn (net zoals het Chinees in De Blauwe Lotus) interessant om eens nader te bekijken. In de oudere stripverhalen klopt er namelijk geen jota van de talen met niet-Latijnse tekens. 


Zo treffen we naast Hergé's werk een Japanse tekenschrift aan in de eerste Buck Danny's. Het gehanteerde Japans geeft hele vreemde uitkomsten via Google-vertalen. Er is beweerd dat de tekenaar Victor Hubinon vermoedelijk winkelbanieren van een foto heeft nagekrabbeld. Het gevolg is dat de oorlogszuchtingen als krijgskreet 'band en garen' zouden gebruiken. Volgens de vertaling via internet staat er in dit bijgevoegde plaatje;  Oogstclub 6. Kan zijn dat de schutter zijn oogst bijhoudt en dat een club noemt. Deze is dan nummer 6 die hij afschiet. Een ander gekriebel zegt X3 als een man tot zijn oksels in het water staat. Onverklaarbare onzin dus en inderdaad vermoedelijk nagekrabbeld van een foto. Is dat met het Arabisch van Hergé ook zo? De intrigerende scheldpartijen kunnen zo maar Oosterse varianten zijn van Haddocks beroemde uitbarstingen.           

Intrigerend gescheld.


Feitelijk is het met Arabisch in Het Zwarte Goud erger dan de oosterse taal in de Buck Danny. Deze kriebels betekenen dus (bijna) hélémaal niks. Het zijn ook geen onzin zinnen. Die kennis kwam van Omar Amin; een Egyptenaar die welwillend de 'teksten' doornam. Hergé heeft, zo blijkt, een zeer beperkte behoefte gevoeld om een Arabier op te zoeken om mooie volzinnen te creëren die hout snijden. 


Volgens Omar zijn sommige letters weliswaar Arabisch maar oppervlakkig beschouwd staat er bijvoorbeeld agwddyq; losse letters met spaties er tussen. Ergens vandaan gekopieerd. Vaak echter is het gewoon loos gekriebel. Toch knap dat Hergé in staat was met deels onzintekens het Arabisch te suggereren. 

De oneindige geschiedenis (en toekomst) van een album


Het Zwarte Goud verhaal is feitelijk al voor de oorlog ontstaan. Op 28 september 1939 tot 9 mei 1940 werd dit deels gepubliceerd in zowel Le Petit Vingtième als Coeurs Vaillants. Deels, want in '40 vielen de Duitsers België binnen en was het onmogelijk geworden om het verhaal met Joden, Britse militairen en een slechterik met de naam Müller in de hoofdrol door te zetten. Het eindigt abrupt op pagina 26 van de naoorlogse uitgave. Pas in 1948 wordt het dan volledig gemaakte verhaal in het weekblad Kuifje gepubliceerd. In 1950 komt er een album. Haddock doet in dit verhaal nauwelijks mee. Het Zwarte Goud was voor de oorlog immers al een eind gevorderd en Haddock moest toen nog uitgevonden worden. Bij de latere, naoorlogse publicatie heeft Hergé de man uiteindelijk in het verhaal geperst, omdat deze al sinds De Krab met de Gulden Scharen uit 1940 (publicatie in Le Soir) een onlosmakend maatje is van Kuifje. Het zou raar zijn als hij in dit ene verhaal 18 jaar na zijn eerste verschijning nergens te bekennen was. (zie voor soortgelijke situatie in de Uitglijer van Suske en Wiske met Jerom)

Er is dan wel een probleem. Hergé had, zeer waarschijnlijk, geen zin om de man alsnog overal in het kant en klare eerste deel van het verhaal in te passen, en liet hem op pagina drie met een tussenplaatje dan ook verdwijnen. De kapitein was zogenaamd opgeroepen voor de oorlog. Aangezien dit verhaal is afgemaakt in 1948 zou hier voor de hand liggen dat de Arabische Israëlische oorlog is bedoeld die toen woedde. Dat is echter niet zo. Kuifje leest in de krant in de oude Vingtième-versie 'Onweerswolken boven Europa'. Daarmee werd de toen komende Wereld Oorlog Twee bedoeld. In de publicatie van Kuifje weekblad en het album van 1950 staat diezelfde tekst er nog. Dat is gecorrigeerd in de nog te bespreken versie van 1969. Dan is er alleen sprake van 'spanning'. Ook Haddock die de mobilisatiebrief aan onze vriend voorleest spreekt nergens welk conflict de aanleiding is. In elk geval is het exit Haddock. 



Als een duvel uit het doosje duikt op pagina 54 de zeerob weer op. Samen met Bobbie. Dit hondje geeft, zoals in de vooroorlogse verhalen steeds volop zijn commentaren; 'wel wat gebeurt er nu?', of, 'er zitten steentjes in, ik heb liever een schapenboutje'. Dat regelmatige commentaar stopt halverwege het verhaal abrupt. Dat is tegelijkertijd met het afkappen (op bladzijde 26) van het verhaal door de komst van de Duitse bezetters. Alle verdere albums is Bobbie blijvend stom. Haddock is hier de kwade genius. Deze heeft in de Krab met de Gulden Scharen de functie van het dier als sidekick overgenomen en dat is zo gebleven. Zo is Het Zwarte Goud een album met een vooroorlogse Bobbie en een naoorlogse. De strip werd met die verandering wel een tikje realistischer. 

De kapitein probeert overigens aan het nadere einde van het verhaal tijdens de spannende achtervolging van Müller, die het pesterige jongetje Abdoel heeft ontvoerd, te vertellen waarom hij nu precies daar is waar Kuifje ook is. Het komt er niet van door de kantelende auto en  schietpartijen. Hiermee is het mysterie van Haddock als deus ex machina in het verhaal onopgelost gebleven. Wel zo makkelijk.

In 1969 gaat het er ruig aan toe

   
Niet alleen een deel van de vooroorlogse versie is dus aangepast, in 1969 gaat er nog meer op de schop. Dit op dringend verzoek van de Engelsen. Die wilden de Britse militairen in het Nabije Oosten liever laten veranderen in Arabieren. Zij hadden immers het aloude Palestina in 1948 al verlaten en was het verhaal op dat punt behoorlijk verouderd. De vraag voor aanpassing was redelijk legitiem.


De oude en de nieuwe versie in De Zwarte Rotsen.

Het tast de authenticiteit van het oude album echter wel aan, ook al is het niet zo rigoureus gebeurd als de veranderingen, ook door de Engelse geëist, van de Zwarte Rotsen. Studio Hergé bewerkstelligde toen met Bob de Moor als leidend figuur een umwertung van de wereldvermaarde klare lijn. 
Naast de verandering van de militairen moest Hergé ook aan de bak verderop in het verhaal. De Engelsen waren in de ogen van de bevolking bezetters en de ontvoering van Kuifje was een belangrijk onderdeel van dat gegeven. Om kort te gaan... Kuifje wordt verward met een zekere Goldstein die belangrijk was voor de Irgoen; een woord dat nergens verklaard is. Het staat voor de Palestijnse Igun Tzwa’i Le’umi, een terreurorganisatie die de Engelsen graag zag vertrekken en werd kortweg Irgun of Irgoen genoemd. Aangezien die Goldstein en de Irgoen uit het verhaal verdwijnen moesten omdat er geen bezetter meer is in het verhaal, werd ook de aanleiding tot ontvoering veranderd. Er ontstaat dan een kort, wat rommelig vervolg met een wapensmokkel als item en waarin Kuifje de klos is. Over het Arabische taalgebruik dat we daarin tegenkomen is onze held getuige hoe een woestijnsjeik een ondergeschikte de maat neemt. In de geactualiseerde versie wordt eveneens gescholden. Alleen is het hier een Hollands aftreksel geworden. 

De nieuwe en...

...de oude (onzin) versie.

De ware taal


Bij het aanpassen van de 1969 versie van Het Zwarte Goud heeft de studio zich dus ook gebogen over de Arabische teksten. En het resultaat is positief te noemen. Een tikje jammer dat de betekenis ervan niet met een sterretje onder de pagina is aangegeven. Het blijft voor een niet-Arabier onleesbaar. Waarom zou je dit niet doen of is de correcte latere versie alleen gedaan omdat ook de Arabische wereld is vergast met de avonturen van Kuifje? Dat kan wel kloppen, want in het album van 1950 is het aantal landen waar Kuifje werd uitgegeven beperkt en zit de Arabische wereld er niet bij. Pas later komt Kuifje in de Arabische wereld uit. De meest oudste versie die op internet is gespot is van een veiling en stamt uit 1972. De taalaanpassing heeft een paar jaar ervoor plaats gevonden... een prelude dus op het verschijnen op de Arabische markt. De studio moest toen wel correcte taal hanteren en er kon geen koeterwaals meer aan de de ballonnen worden meegeven.



Bovenaan staat in de oude versie niks en de Google vertaling geeft voor de 'hertaalde' daaronder aan: “Wacht even Jasban, je vervloekt het breken van je hoofd”. Volgens Omar staat er “Stop waar je bent, lafaard, vervloekte, sla je kop in.”

Op de hedendaagse cover staat nu wel Zwarte Goud in correct Arabisch.


Nog een voorbeeld van dwaling door de Google-vertaling. Deze vechtende Arabier zegt dan “abonneer je hierop” Het is echter volgens Omar zoiets als 'laat vallen' wat aanmerkelijk meer plausibel is.    


Ben benieuwd of er nog meerdere versies komen. Ik zag al een gekleurd medemens in dit album te stereotiep afgebeeld. De wijze van weergeven zal snel sneuvelen onder de druk van de huidige tijd. Het voordeel is dat er nauwelijks vrouwen in de verhalen voorkomen, waardoor dit probleem deels getackeld wordt. Of het moet de tuttige Irma zijn die als een sloof achter de Milanese Nachtegaal aansjokt, of de slaafs volgende vrouw van Lampion. Die kunnen een stuk sterker als vrouw worden neergezet, niet waar? De verzamelaar kan met al die aanpassingen een mooie collectie te vergelijken materiaal aanschaffen om eens op een winderige winteravond door te nemen. Je kunt er in elk geval de ontwikkeling van de westerse samenleving er goed uit destilleren.       

Ter afsluiting. Een terechte opmerking van Menno Barkema is dat Het Zwarte Goud feitelijk niet het 15e album in de Kuifje reeks zou moeten zijn zoals overal aangekondigd maar het 9e album, omdat Hergé er na De Scepter van Ottokar (het achtste Kuifje verhaal) mee is begonnen.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.


Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een BommeljasUitglijer Paul PanterUitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck DannyLinks is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer)De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)Poederdons in plaats van zwaard (Akim)Uitglijer Sirius door albumuitgaveDe Uitglijer die geen Uitglijer is (Jacques Martin)Jerry en Valentin glijen uit (Jerry Spring en Kuifje)Kuifje - Uitglijers in zwart-wit editiesUitglijer Robbedoes en KwabbernootVlaams of niet VlaamsDupuis glijdt weer eens uit (Jan Kordaat), Marten en Willy glijden uitBazooka JoeUitglijer van jewelste? (75 beste Suske en Wiskes)Uitglijer over een getalGiftige Anaconda's en omgekeerde grapUitglijers in Arman en Ilva, Kuifje en Suske en WiskeJerom evolutie in Suske en WiskeStijlverandering in Suske en Wiske eind jaren 40 al een feitMunro - Uitglijer in spiegelbeeldUitglijers in Donald DuckUitglijers Kuifje en Suske en WiskeUitglijers roken in strips & JeromUitglijers 't Prinske & Tanguy en LaverdurePicten Uitglijer in Eric de NoormanEen tekstuele uitglijer bij SeronJeff Hawke de ongewaardeerdeUitglijer Smurf, Blinkie en de Engelse Dupuis en Uitglijer Het zwarte goud, Jacobs en S&W.

06 mei 2023

Picten uitglijer in Eric de Noorman


Kresse lijkt een 'zichtbare' Uitglijer te maken en Hubinon valt door de Japanse mand. 

Beiden stripmastodonten hebben veel goeds op hun conto staan. Hans G. Kresse is met name bekend door Eric de Noorman en Victor Hubinon als dé tekenmeester van Buck Danny. Twee onvergelijkbare type strips en even onvergelijkbaar qua tekenstijl en sfeer. Beide worden ferm omarmd door de lezer van De Negende Kunst. Het lijkt er op dat zelfs deze striptekenaars een uitglijer hebben gemaakt. Lijkt! Oordeel zelf. 


De verschillende Picten

Nu heeft Hans Kresse zich evenals Jacques Martin die Alex tekende, verdiept in de geschiedenis van zijn object. Toen hij Eric creëerde waren dat de Noormannen. Nu blijkt niet alle kennis paraat en noteren we bij Kresse op zijn minst een vraagteken als hij twee familieleden opvoert in verhaal 34 van Eric de Noorman, 'De Romeinse helm' (1956) dat voor het eerst verscheen in Het Vaderland als krantenstrip (in Vlaanderen in Het Laatste Nieuws). Eric is aangespoeld met zijn schip op een onbekend stuk land en gaat met wat mannen op jacht voor voedsel. Om een heel lang verhaal kort te maken; zij zien een ruiter over een heuvel aankomen. Op een gegeven moment wordt hem een pijl in de rug geschoten en valt neer. Eric en zijn mannen buigen zich over de jonge man die op de grond ligt en met zijn laatste krachten een Romeinse helm opheft om dan de geest te geven. 

De jonge man kan nog net de helm omhoog houden voor hij het eeuwige gaat bezoeken.

Het is verder voor de Uitglijer niet zo relevant dat de helm een geheim bevat (briefje met een schat) en dat deze jongeman hem uit een vijandelijke kamp heeft teruggejat. Wat wel relevant is is dat Eric door de vader van de jongen wordt opgepakt en zo leren we de verwekker van de dode knaap kennen. Die vader ziet er volledig anders uit dan de jong overledene. Deze man heeft een ruige kop met veel beharing en tekeningen op het gezicht. Dit terwijl de jonge man, zijn zoon, helemaal lelieblank is. Foutje? Dat Kresse zijn werk goed deed vloeit voort uit de  onderstaande tekening. De Picten, want daar gaat het hier om, die aanvankelijk in het huidige Schotse gebied woonden en die we tot de Kelten rekenen, hadden snorren en lang haar. 

Daarnaast zijn het gezicht of andere lichaamsdelen versierd met tekeningen en dat is ook iets van de Kelten. Er is een discussie of het tatoeages zijn, maar uitgaande van de Keltische La Tène-cultuur is beschilderen eerder aan de orde. De benaming Picten zou van Pretini en Ichti komen en dat zou dan weer (be)schilderen betekenen. 

De vader heeft 'oorlogs'-tekeningen. De zoon niet.

Aangezien we weinig weten van deze Keltische stam over de Noordzee wordt dat kleuren op het lijf, zonder enig bewijs, een gebruik voor de krijg genoemd. Als dat zo is dan zou dat betekenen dat de vader in oorlog is. Maar; vader en zoon zijn niet gebrouilleerd en dus moet de zoon ook in oorlog zijn, alleen heeft hij geen kleurtje of tekening op de huid. We kunnen hier wild gaan speculeren; de zoon moet eerst nog rituelen ondergaan voor hij zich mag beschilderen. Of Kresse wilde de zoon er nobel laten uitzien (frappant genoeg lijkt hij op Eric) en pa juist niet, omdat hij vreselijke dingen in petto had voor Eric. Of, als derde optie; de zoon moest niet opvallen in het kamp van de tegenstanders toen hij de helm ging stelen. Tenslotte is er wellicht een stukje drama ingevoegd, omdat het een jonge nobele man betreft die zo jammerlijk sterft. Wanneer die er als een boeman uitziet zou het minder erg lijken. Suggesties te over dus. We komen er zo echter niet uit. Kresse heeft ons verder in het verhaal niet wijzer gemaakt, en dus zitten wij met de prangende vraag waarom de een wel op een vermeende oorlogs-Pict lijkt en de ander niet... een beetje een Uitglijer toch, terwijl 'De Romeinse helm' al met al een zeer lezenswaardig Eric verhaal oplevert. Dat zeker wel. 


Het onbegrijpelijke Japans

Hubinon liet in de beginverhalen van Buck Danny, nipt na de Tweede Wereldoorlog verschenen, hoe de gevechten met de Japanners waren. In deze verhalen wordt een nogal heftig en negatief vijandbeeld neergezet. De tegenstanders worden daarnaast denigrerend aangeduid als Jap of als de 'gelen'. Dat deze oosterlingen veel later nog steeds werden gehaat, bewijst het feit dat ook in de veel latere verhalen én de herdrukken van Buck Danny deze aanduiding nog steeds bon ton is. Laten we hopen dat anno nu de wonden zijn geheeld. Overigens aan beide kanten als je kijkt naar de verwoesting die de Amerikanen hebben aangericht zelfs ná de twee atoombommen, maar dit terzijde. 

Om die beginverhalen een authentiek karakter te geven zijn sommige tekstballonnen met Japans gevuld. Ergens in de jaren 70 werd door een zekere Kousbroek geschreven dat de teksten direct zijn overgenomen van banieren die de Japanse straten sierden. Dat ontlokt komische situaties, als je Japans leest. Zo zou bijvoorbeeld in het plaatje hieronder 'band en garen' kunnen staan. overgenomen van een banier uit een fourniturenwinkel dus.  

Band en garen?

Zo zijn er meer Japanse onderschriften of moeten we zeggen Japansachtig lijkende teksten? We hebben namelijk een aantal plaatjes voorgelegd aan Japanologen, waarvan er een zelfs een tijdje in Japan heeft gewoond. Eigenlijk zeggen allen ' het is te slordig geschreven. Dit is onleesbaar zo'. 

Dat kalligraferen is blijkbaar een vak apart. Wanneer men het niet precies zo opschrijft verliest het zijn betekenis. Wat de genoemde Kousbroek raar genoeg wel kon, kan een expert niet. Het is deze man dus die hiermee een Uitglijer heeft gemaakt?

Hier...

en hier staat dus niets zinnigs.

En ook dit geval blijft het een feit dat de serie Buck Danny bij zowel verzamelaars als nieuwe lezers zeer in de smaak valt. En daar kan een verhaspeld Japans geen afbreuk aan doen. Meer storend is  wellicht de betiteling van de tegenstanders en dat blijft in de herdrukken intact. Een bekend euvel dat we in de Uitglijer regelmatig constateerden van met name de series van de oude stempel. Het scheelt immers geld om geen nieuwe clichés te maken. Daarbij moet worden gezegd dat veel nu ineens niet meer passende wordt gevonden wat 70, 60 of 50 jaar geleden nog gewoon was. We moeten het dan maar zien in de tijdsgeest en zonder schaamte die heerlijke albums lezen, deze Uitglijers negerend. (HvK)

Met dank aan Henk van der Hoek voor de tip over de Picten. 


Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.


Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een BommeljasUitglijer Paul PanterUitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck DannyLinks is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer)De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)Poederdons in plaats van zwaard (Akim)Uitglijer Sirius door albumuitgaveDe Uitglijer die geen Uitglijer is (Jacques Martin)Jerry en Valentin glijen uit (Jerry Spring en Kuifje)Kuifje - Uitglijers in zwart-wit editiesUitglijer Robbedoes en KwabbernootVlaams of niet VlaamsDupuis glijdt weer eens uit (Jan Kordaat), Marten en Willy glijden uitBazooka JoeUitglijer van jewelste? (75 beste Suske en Wiskes)Uitglijer over een getalGiftige Anaconda's en omgekeerde grapUitglijers in Arman en Ilva, Kuifje en Suske en WiskeJerom evolutie in Suske en WiskeStijlverandering in Suske en Wiske eind jaren 40 al een feitMunro - Uitglijer in spiegelbeeldUitglijers in Donald DuckUitglijers Kuifje en Suske en WiskeUitglijers roken in strips & Jerom en Uitglijers 't Prinske & Tanguy en Laverdure.

30 juli 2018

Uitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat en Buck Danny

De Uitglijers in stripverhalen zijn onder te verdelen in tekstuele missers en in grafische/scenario missers. De twee laatstgenoemden zijn het meest interessant omdat hier de scenarioschrijver én/of de tekenaar als slapende kunstenaars zijn aan te wijzen. Ze maken een mooi verhaal en zijn daar blijkbaar zo op gefocust dat ze soms wel iets over het hoofd zien. Tekstuele missers zijn vaak een Uitglijer van anderen zoals zetters, opmakers of vertalers hoewel dat geen wet van Meden en Perzen is. Zo glijdt Vandersteen uit en worden Paape, Hubinon en scenarist Charlier door anderen bij de neus genomen.

Soms is 3 uur ook 8 uur

Er is al veel Suske en Wiske opgevoerd in de Uitglijer, maar deze is wel zo frappant dat ik het niet kan laten mee te nemen. In het meest mindere verhaal van het avontuurlijke kinderduo Het vliegende hart, voor het eerst gepubliceerd in het Belgische weekblad De Bond in 1952-1953, staat een flinke. Dit verhaal kwam overigens niet tot een album, vermoedelijk omdat Willy Vandersteen (1913 - 1990) het kwalitatief niet goed genoeg vond. En dat klopt, want het is een uiterst rommelig verhaal. Hij vond het blijkbaar wel oké dat het in 1970 in het Vlaamse stripmagazine Ciso nummer 7 verscheen. Daarna is de beer los want er volgen nog zes publicaties in verschillende uitgaven waaronder de reeks Suske en Wiske Klassiek (1995). Geld is geld natuurlijk en je bevredigt de fan ermee. Maar in alle uitgaven staat de 'fout'.

Heel kort samengevat: er is trammelant met een prinsesje en hop, de vrienden gaan naar Amoras en vliegen in de kerktoren. Die kerkklok staat op drie uur. Lambiek valt naar beneden en constateert wat de tijd is en vermoed ook rond diezelfde tijd beneden te zijn: drie uur.
Het is drie uur. Ciso uitgave, bladzijde 15.
Onder de toren staan twee zwart geklede gedaanten te wachten en dan zegt de een tot de ander: 'Allee, waar blijft hij ? De afspraak was om 8 uur!'
De afspraak is om 8 uur.  Ciso, bladzijde 16.
We weten dat Lambiek om drie uur aan het te-pletter-vallen is, maar gelukkig komt hij ongeschonden bij de wachtende heren terecht. Hij is niet erg te laat, lijkt het. Men is tevreden met zijn  komst. Ook wordt vermeld dat een uur later een bom, die hij in de handen gedrukt kreeg, af zal gaan. Negen uur om precies te zijn; een uur later dan de geplande afspraak. Drie uur, acht uur, negen uur? Nergens blijkt dat hij vijf uur weg is geweest en blijven hangen in of aan de kerktoren, ook al hangt hij aan een vlag voor hij verder valt. Want tussen drie en acht steekt er vijf uur over. Dat dient het verhaal ook niet. Een raar gebeuren dus.
Wellicht is dat een van de slordigheden die Vandersteen op zijn geweten heeft voor wat betreft dit verhaal. Frappant dat het hier allemaal zo ongecontroleerd en rommelig is. Een ander album uit die periode zoals De kleppende klipper (1955) is voorwaar geen rommelig verhaal. Maar dan die tijd verhaspelen in Het vliegende hart… Uitglijertje eerste klas, zou ik zeggen.

Verdronken vergunningen

Het Jan Kordaat verhaal De super gamma-straal van striptekenaar Eddy Paape (1920 – 2012) en scenarist Jean-Michel Charlier (1924 – 1989) verscheen in 1954 als album. Bij de vertaling of bij het zetten worden twee teksten verwisseld. Het is jammer om te zeggen, maar dit soort onvolkomenheden zijn heel vaak te vinden bij de fantastische albums van Uitgeverij Dupuis. Maar naast het opwekken van ergernis kan het ook zeer grappig uitpakken.
De onnozele sidekick van Kordaat, Kobus, wil een foto maken van de commissaris. Die wordt achteruit gemanipuleerd en valt in het water. Te zien op het eerste plaatje van bladzijde 13 in de herdruk uit 1982.
De onbegrijpelijk misères van de commissaris komen los.
Het is erg onduidelijk waarom de man zo reageert. Hij geeft een klaagzang van jewelste. Hij heeft het slecht gehad, dat blijkt. Mindere tijden op het bureau? Vrouw overleden? Er is geen touw aan vast te knopen. De oplossing dient zich aan op het eerste plaatje van bladzijde 16. Kordaat klopt bij de vermoedelijk net geworden weduwe aan. De vrouw (had meer sexy gekund, zeg nu zelf) ziet er triest uit, maar Kordaat trekt zich daar blijkens de tekst niets van aan. Hij bedreigt zelfs de vrouw, en niet zo zuinig ook.

Nu zien we dat de vrouw blijkbaar bij het journaille hoort want Kordaat, de gewone speurder zonder legitimatie, dreigt haar perskaart in te trekken… afijn u voelt hem al, de eerste tekst hoort bij deze trieste dame en de ander bij de commissaris die Kobus bedreigt. Vandaar ook het 'klok'… hij heeft water binnengekregen. Een komische vergissing van een slapende opmaker die we kunnen rangschikken onder tekstuele Uitglijer. Minder komisch is dat op het achtste plaatje van bladzijde 10 gerefereerd wordt aan een onbekend album. Er staat onderop 'zie: Kordaat tegen het monster.' Dat verhaal bestaat niet, althans niet als album. Men doelt op Het geheim van de Donkerburcht dat in 1953 uitkwam. Deze onbekende titel komt uit het stripblad Robbedoes waarin het verhaal allereerst geplaatst werd voordat het als album verscheen; een gewone procedure toen. Men verwijst dus naar dié weekuitgave! Slim hoor. En ik maar vragen in de winkel of Jan Kordaat en het monster al uit is. Ook nog te vinden in de herdruk!

Een onbekende man genaamd Hein doet mee

Nu dan Buck Danny van striptekenaar Victor Hubinon (1924 – 1979) en opnieuw Jean-Michel Charlier. Gevaar in het noorden, dat in 1957 als album verscheen, heeft een misser in de vertaling. Nee, sterker nog… het is niet vertaald.
Een onbekende genaamd Hein komt in beeld.
Danny komt op de hoogte van een topgeheim en dat geheim wordt bedreigd. Hij uit zijn ongeloof door te zeggen 'hein'. Elders in de serie uit Danny vaker zijn ongeloof en zegt dan 'wablief'. Dat is redelijk accuraat vertaald. 'Hè' is ook goed. 'Hein' is daar dus de Franse broer van… die je uitspreekt als een kort 'angh'… meer kan ik er niet van maken.
Oké, niet gezien door de vertaler. Dat kan gebeuren, maar wat ik toch niet best vind is dat het ook in de herdruk gewoon blijft staat. Foutje van Dupuis weer, hè....eh, hein... (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Zijn bijdragen tot nu toe: Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een Bommeljas en Uitglijer Paul Panter.

01 april 2013

André Juillard - La Place des Héros



In 2009 betoonde de Franse striptekenaar André Juillard eer aan de grote personages (Blake en Mortimer, Buck Danny, Clifton, Corentin, Guust, enz.) van het Belgisch stripverhaal die zijn jeugdlectuur opfleurden. Hij liet ze ronddwalen op de Brusselse vlooienmarkt. De tekening is gepubliceerd in het boek Bruxelles Brussel waarvoor twintig stripauteurs hun grafische kijk op Brussel geven, t.g.v. Brussels 2009 BD Comics Strip.
(klik op de afbeelding voor een groter formaat).

27 maart 2013

Jean-Michel Charlier in Breda, 1985

Mijn eerste stripbeurs ooit was de Strip-3-Daagse 1985 in Breda. Ik ging daar samen met Servaas Verbrugge naartoe waar ik toen het stripblad Novum mee maakte (meer info op www.incognito-comics.nl). Op 21 september 1985 zag ik, als 16-jarige stripfan, grootheden signeren als François Craenhals (De Koene Ridder), Bob de Moor (Cori, Barelli) en Albert Weinberg (Dan Cooper). Maar ook bv. Jan Kruis (Jan, Jans en de kinderen), Henk Kuijpers (Franka), Don Lawrence (Storm), Walthèry (Natasja) en Janry (Robbedoes). Een ware happening voor iemand die deze tekenaars jarenlang alleen kende via hun strips. En toen werden het echte mensen.

Bij het verlaten van Het Turfschip zag ik Jean-Michel Charlier lopen, de briljante scenarist van o.a. Blueberry, Buck Danny, Roodbaard en vele andere beroemde stripseries. En snel deze foto van hem genomen, die nu voor het eerst is gepubliceerd (met dank aan Ed Hengeveld voor de bewerking).