Posts tonen met het label vade retro. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vade retro. Alle posts tonen

03 september 2024

In Memoriam: Chris Berg (1969-2024) - Deel 2

 

Chris Berg met zijn zoon Kai in Chicago, maart 2024.

Het tweede deel van mijn In Memoriam voor Chris Berg, striptekenaar, illustrator en schilder die op 29 juli 2024 overleed in Rotterdam aan de gevolgen van kanker, kort na zijn 55ste verjaardag. Chris was vanaf 1993 een van de dragende tekenaars van mijn stripblad Incognito, tot eind 1997 toen hij vertrok naar Amerika. Vanaf 2012 onderhielden we contact via Facebook en we bleven bevriend.  

Hij werd geboren als Christian Berg op 19 juli 1969 in Rochester, New York als zoon van een een Duitse privédetective, die zoals hij pas veel later leerde, eigenlijk zijn stiefvader was. Op vierjarige leeftijd emigreerde hij met zijn Nederlandse moeder en zus naar Nederland en groeide op in Alkmaar.

Chris Berg (l) met zijn oudere halfbroer.

Uit Wie is... Chris Berg (da's moeilijk) uit Incognito #4, juni 1994, grotendeels door Chris zelf geschreven: 'Tekenen deed hem geen flikker, totdat hij harkpoppetjes leerde tekenen op de grafische afdeling van de LTS. Deze harkpoppetjestechniek was al op een redelijk niveau ontwikkeld, toen hij na een jaar op de Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen overstapte naar de Rotterdamse Kunstacademie (tegenwoordig bekend als de Willem de Kooning Academie).' Vanaf 1991 studeerde hij daar illustratie. Tot zijn medestudenten behoorden de toekomstige striptekenaars Luuk Bode, Michiel de Jong en Milan Hulsing, evenals stripinkleurster Marloes Dekkers. Hij verkeerde in goed gezelschap. 

Zelfportret, uit Incognito nr. 4 (juni 1994)

Half  '93 startte hij samen met vriend en klankbord Bram Spits de studio Pinnoccio Revival Centre, waar strips uitrolden als het Sint verhaal voor Incognito #2 (dec. 1993). Chris hield er altijd wel van om met anderen samen te werken aan strips en projecten, vooral wat betreft het schrijven van teksten en dialogen. Met Luuk Bode opereerde hij als cartoon-duo onder de naam 'Terror Twins'. En met vriend en schrijver Erwin Hofstede voltooide hij in 1994 het eerste deel van J. Nowee's 'Arendsoog en Witte Veder' striptrilogie. 

Chris Berg met zijn Arendsoog stripstroken (ca. 1994)

In 1995 tekende hij, afgestudeerd en al, op scenario van Pieter van Oudheusden (1957-2013) het twaalfpagina stripverhaal Vade retro, over een kunstschilder die langzaam zijn verstand verliest. De bedoeling was dat Chris en Pieter een reeks psychologische verhalen zouden maken over schilders, maar het zou bij dit ene duistere verhaal blijven, dat pas een jaar later in Zone 5300 #9 (sept. 1996) werd geplaatst. Dit jaar vertelde Chris me dat toen ook de invloed van studiegenoot Milan Hulsing was doorgesijpeld in dit verhaal. Uit Wie is... Chris Berg (da's moeilijk), juni '94: 'Tekenaars als Wrightson, Liberatore, Crumb en Pontiac waardeert hij zeer, omdat deze 'qua techniek in kleur en in zwart-wit uitmuntend bezig zijn'. 

Cover Zone 5300 #9 (sept. '96) met aankondiging Vade retro.

Pagina 12 van Vade retro.

In een interview voor stripinformatieblad Zozolala nr. 82 (aug./sept. 1995) met Toon Dohmen en Karin van Wylick zei hij over Vade retro: “Ik ben er heel erg tevreden over. Je ziet eraan dat mijn stijl zich ontwikkelde in de tijd dat ik aan het verhaal bezig was. Over de laatste pagina ben ik het meest tevreden. Misschien dat ik het volgende verhaal weer totaal anders teken. Ik ben gewoon continue aan het zoeken. Dat weet Pieter en dat kan ook.” Hij besluit het interview met: “Ik ben in de eerste plaats visueel geil. Uiteindelijk wil ik ook heet worden van mijn eigen werk.”

Harry the Intergalactic Milkman (Incognito nr. 11, okt. 1997)

Chris tekende in zijn laatste jaren voordat hij naar Amerika vertrok nog diverse korte strips voor bladen als Pré zoals de strip 'Gerrit Jan en de marine' (aug. 1996) en voor Toekomst Magazine (1997) en ook illustraties voor Revue. In mijn stripblad Incognito publiceerde ik van 1994-1997 zijn gagstrip Harry the Intergalactic Milkman, en in 1997 zijn paginabijdrage voor Incognito's kettingstrip Het lieve leven dat hij het jaar ervoor had getekend. Een van de beste afleveringen van de strip, heerlijk over the top, extravagant en een grafisch hoogstandje uit het oeuvre van Chris. 

Het lieve leven afl. 22 (Incognito nr. 11, okt. 1997)

Maar uit telefoongesprekken uit die tijd wist ik dat hij niet tevreden was over zijn bestaan. Nederland was te klein voor hem geworden. Dit vertelde hij nog eens in een lang interview dat ik met Chris deed voor Zone 5300 #100 (winter 2012-2013) en dat ik had samengesteld uit intensief mailcontact met Chris. In december 1997 vertrok hij naar Chicago om daar een kunstenaarsbestaan te gaan leiden. Ik was erbij op zijn afscheidsfeest in Rotterdam. Niemand wist toen nog uiteraard of hij zou terugkeren naar Nederland. Via Luuk Bode sijpelde er nog wel nieuw werk door van Chris, en ik kreeg kopieën van zijn lange stripverhaal '3' , met een Hitchcock-achtige sfeer, dat hij in 1998 tekende in Chicago. Fantastisch werk dat nog nooit is gepubliceerd. 

Chris Berg in Chicago. (Foto: Bruce Sewik)

Na december 1997 hoorde ik helemaal niets meer van Chris, totdat ik begin 2012, out of the blue, een vriendschapsverzoek van hem ontving. Hij had na jarenlang het uitgesteld te hebben, een Facebook account aangemaakt, en ik was blijkbaar de eerste persoon die hij benaderde, wat me erg verbaasde. Maar toen herinnerde ik me ook weer die periode uit 1994 toen we wekenlang iedere dag met elkaar telefoneerde en we diepgaande onderwerpen aansneden. Ik denk dat hij zich bij mij 'veilig' voelde. "You and I are the same" had hij eens gezegd in een chat. Met zijn Rotterdamse vrienden had hij een iets ander, lichter contact gehad. Al liet hij heus wel af en toe iets los over zijn traumatische jeugd, maar altijd op de meest onverwachte momenten, waardoor Luuk, Michiel en zijn andere vrienden er geen chocola van konden maken. Daar kwam bij dat Chris wel van een geintje hield. Meende hij het nou of niet?

Button Harry the Intergalactic Milkman (Stripdagen 1996 in Breda)

Wat me vooral nog van die gesprekken uit de jaren 90 is bijgebleven is zijn vergevingsgezindheid. Hoewel hij zeer slecht was behandeld door zijn familie, wilde hij niet boos op hun blijven. Dat was de boodschap. Hij had nieuwe mensen ontmoet waarmee hij het goed kon vinden, nieuwe vrienden, en dat was hem veel meer waard dan blijven hangen in nare herinneringen van vroeger. Toch werden die, helaas, nog steeds opgerakeld, ook in zijn laatste jaren via het contact met zijn familie. Chris had nog altijd veel problemen, zo besefte ik in 2013 toen hij via een chatbericht de noodklok had geluid. Ik zal hier verder niet op ingaan. Gelukkig ging het daarna toch weer beter met hem. Zijn veerkracht was groot, en hij kon veel kwijt in zijn schilder -en illustratiewerk. In Chicago was hij dan ook een legend.

Luuk Bode en Chris Berg in Rotterdam, 25 mei 2015 (Foto: Robin Schouten)

In 2014 werd zijn zoon Kai geboren, en dat deed me erg veel plezier. Zijn vriendin Tara Fallon was de moeder. Een jaar later keerde hij weer even terug naar Nederland, en in Rotterdam vond een reünie plaats met Luuk, Michiel en Bram Spits, waar ik ook bij was. Chris wilde daarna nog naar Amsterdam en ik ging mee, samen met Tara en Kai. In Amsterdam maakte ik kopieën van zijn lange stripverhaal It was God's own fault, the snake was semi OK dat hij later weer heeft hertekend. Waarschijnlijk zal deze strip nog wel eens gepubliceerd gaan worden. Ook heeft Chris, zo had ik begrepen, een lang verhaal getekend van Harry the Intergalactic Milkman dat nog moet verschijnen. 

It was God's own fault, the snake was semi OK - pagina 21

Begin april 2024 keerde Chris weer terug naar Nederland om zich, zo bleek later, te laten behandelen voor een zeldzame vorm van peniskanker, die al uitgezaaid was. Ik heb Chris helaas niet meer gezien, wel hebben we elkaar nog twee keer gesproken in juni. Het eerste gesprek duurde 45 minuten, dat ik eigenlijk had moeten opnemen omdat hij zoveel informatie gaf dat ik er een artikel van had kunnen maken. De bedoeling was dat ik hem nog 'echt' zou gaan interviewen, dat was mijn eigen voorstel, en hij ging meteen akkoord. "Maar dan ga ik je ook echt alles vertellen, Robin", zei hij. Door persoonlijke omstandigheden lukte het me niet om nog eens met Chris af te spreken. Iets wat me nog altijd spijt.

Birthday cake tekening, 19 juli 2024. Een van zijn laatste werkjes.

Na zijn 55ste verjaardag op 19 juli jl. ging het helaas zeer snel slechter met hem. Via Luuk Bode vernam ik op 29 juli dat hij die ochtend was overleden. Een vriend en groot artiest was heengegaan. Het blad Zone 5300, waarvoor Chris de cover had gemaakt voor het eerste nummer in 1994, zal in haar volgende nummer veel aandacht geven aan zijn werk. Ik hou je hier uiteraard van op de hoogte. Verwacht nog meer werk van Chris in de toekomst, ook op deze blog. Het is nog niet gedaan.  (RS)

Lees hier deel 1 van mijn In Memoriam voor Chris Berg.

28 februari 2013

Chris Berg interview - Zone 5300 # 100

Recentelijk verscheen het 100ste nummer van Zone 5300, hét blad voor strips, cultuur & curiosa in Nederland en Vlaanderen dat is opgericht door Tonio van Vugt en Sjors & Sjimmie en Claire tekenaar Robert van der Kroft. In nummer 100 staat mijn eerste bijdrage voor Zone: een interview met Chris Berg. (klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat)



In oktober 1994 kwam de eerste Zone 5300 uit met een 3D-cover van Chris Berg. Chris heeft ook in mijn stripblad Incognito gepubliceerd, in de jaren 1993-1996. Eind 1997 emigreerde hij naar Chicago en verdween lange tijd uit beeld. Tot een paar jaar geleden, toen er prachtige tekeningen, schilderijen en stripfragmenten (nieuwe bewerkingen van oudere strips) van zijn hand verschenen op internet.


Profieltekening voor Facebook

Vanaf 2012 kreeg ik weer frequent contact met Chris, via Facebook. Het idee ontstond om hem te interviewen, ook uit eigen nieuwsgierigheid. Ik was heel benieuwd hoe hij zich had weten te redden in Amerika en wat voor werk hij daar de afgelopen jaren heeft geproduceerd. Overigens, officieel is Chris wel degelijk Amerikaan. Hij is geboren op 19 juli 1969 in Rochester, New York als zoon van een Duitse 'private eye' en vertrok op zijn vierde jaar met zijn moeder en zusje naar Nederland. Via de vroegere kunstacademie te Kampen stapte hij in 1991 over op de tegenwoordige Willem de Kooning academie in Rotterdam waar hij in 1994 afstudeerde.


Chris Berg omringd door zijn strips van een nieuwe Arendsoog bewerking (circa 1995)

Op zijn 28ste keerde Chris Berg weer terug naar zijn geboorteland. Toen ik hoorde dat Zone 5300 bezig was met haar 100ste nummer leek het me een goed idee om daar een interview voor te maken met Chris. Dat paste goed in de rubriek Hoe gaat het met... en ik vond het ook een mooi full circle idee: Chris Berg die voor Zone 5300 nummer 1 de cover maakte, daarna nog enkele strips en illustraties en vervolgens een aantal jaren verdween om terug te keren in nummer 100.

Het onderstaande interview is de uitgebreide versie van het interview met Chris Berg in Zone 5300 nummer 100 (winter 2012/2013), te bestellen via deze link


Hoe gaat het met… Chris Berg



Chris Berg bij zijn 'commissioned' risk boards die hij in opdracht schildert (Foto: Tara Fallon, januari 2013)

De doorgewinterde Zone 5300-lezer herinnert zich vast nog de cover van het eerste nummer, een driedimensionaal kunststukje van Chris Berg (19 juli 1969 in Rochester, New York). In de jaren negentig behoorde hij tot een groep Nederlandse undergroundtekenaars die volop experimenteerde. Zijn bizarre gevoel voor humor botvierde hij in prachtig getekende strips als Check your head (scenario: Fred de Heij) en Harry the intergalactic milkman. Behalve in Zone publiceerde hij ook in de stripbladen Posse en Incognito. Met bevriende tekenaars als Michiel de Jong, Milan Hulsing en Luuk Bode bracht hij de Nederlandse comic The Fridge uit. Vade retro, een van zijn laatst bekende strips (op scenario van Pieter van Oudheusden) verscheen alweer in 1996 in Zone 5300. Eind 1997 vertrok Berg naar Chicago om er te gaan wonen en werken. Sindsdien hebben we weinig van hem vernomen. Totdat er recentelijk op internet nieuwe schilderijen en tekeningen opdoken die onmiskenbaar zijn grote talent laten zien. Hoog tijd om bij te praten met de flamboyante Berg over ‘life and how to live it’ als artist in Amerika.

Door Robin Schouten



Je hebt in 1994 de cover gemaakt van de eerste Zone 5300. En na bijna 20 jaar sta je in nummer 100. Is dat nog speciaal voor je?
Natuurlijk doet me dat veel. Ik ben nog steeds trots op dat 3D-covertje en beschouw het als een van mijn (en Bram Spits’) artistieke hoogtepuntjes. Het figuurtje is gemaakt van klei en geplaatst in een kartonnen doos die behangen is met behang van een poppenhuis winkel, de vloer is gemaakt van ijsstokjes en het tapijt is een stuk uit een oude broek. Heerlijk dingetje, een van de weinige portfoliostukken die ik meenam naar Amerika.

Waarom had je besloten om naar Amerika te gaan?
Om ergens anders hetzelfde te doen maar op een totaal andere manier. Een zucht naar een nieuw avontuur. In mijn jaren op de kunstacademie in Rotterdam vond ik eindelijk een beetje van mijn identiteit. Ik kon toen al niet ver genoeg zijn van Alkmaar waar ik was opgegroeid. De laatste academiejaren waren fantastisch. Grotere talenten dan mijn klasgenoten heb ik tot op heden niet ontmoet. Na het afstuderen was ik dan ook helemaal niet klaar voor de praktijk. Ik wilde nog wel een beetje meer experimenteren om mijn eigen stijl te vinden. De stripbladen waren daarvoor een ideaal podium. Ik was ook in die periode veel te veel onder de invloed van Bram Spits, Luuk Bode, Michiel de Jong, Milan Hulsing (die ook allen publiceerden in The Fridge) en mijn stripverzameling.


Cover voor The Fridge nr. 1 (1995)

Toen ik naar Amerika ging bracht ik al mijn boeken naar mijn moeders zolder, op een enkeling na: Meccano omdat Hanco Kolk op dat moment voor mij wel het grootste Nederlandse talent was. En van Moebius Quatre-vingt Huit omdat ik tijdens een mushroom-trip zag wat hij uitbeeldde in zijn nogal abstracte tekeningen, al verloor ik dat inzicht de volgende dag. En het was Moebius die mijn ideaal was, en nog steeds is.
Nederland begon een beetje te klein te worden voor mij. Gevangen in dat kleine, natte kut-kikkerlandje was ik klaar om verder te 'vluchten'. Het deed Van Gogh ook heel veel goed. Toen ik in 1997 de mogelijkheid kreeg om naar Chicago te gaan sprong ik er met beide benen in. Het had op dat moment net zo goed Berlijn of Moskou kunnen zijn. Ik had een maand om alles af te ronden. Mijn enige research was een boek over Chicago’s architectuur bij Michiel de Jong thuis, en het voor de tweede keer zien van The Blues Brothers. Toen ik een week voor Kerstmis ‘s nachts op vliegveld O'Hare in Chicago arriveerde, vroeg een douane medewerker: ‘Waar kom je vandaan en wat kom je hier doen?’ 'Holland,’ antwoordde ik, ‘en ik weet nog niet zeker wat ik hier ga doen'. Op ruwe wijze werd ik gedwongen om de rode lijn te volgen en zag ik al mijn medepassagiers uit Koeweit van Vlucht 111 vrolijk voorbij lopen. Ik mistte mijn pick-up en buiten in het typische koude, winderige, natte Chicago wist ik dat mijn leven begonnen was.


Chrysolite (1998)

Vertel eens wat je in de afgelopen jaren hebt gedaan.
Dankzij een tip van Chris Ware (stripauteur van Jimmy Corrigan: the Smartest Kid on Earth), die ik ontmoette in mijn tweede week in Amerika tijdens de presentatie van een nieuwe Drawn and Quarterly issue in de cult-stripwinkel Quimbys, had ik een snel afspraakje gescoord met de redactie van de krant New City. Tijdens dat tramritje met mijn portfolio onder de arm was ik superbewust van mijn wezen, de keuzes die ik voortaan zou gaan maken en 100% proberen te volgen. In mijn fantasie dacht ik aan onze Willem De Kooning en mijn omgeving veranderde in een semi-Van Gogh-ambiance. Het idee om 'kunstenaar' te zijn stond me plots wel aan; de 'poor starving artist' à la Parijs 1900. Iets wat tot dat moment een vaag romantisch idee was. Ik ga lekker de olieverfschilder uithangen. Niks maakt me meer uit want ik ken hier niemand. En er zijn geen verwachtingen van wie of wat dan ook. En dat heb ik tot nu toe zo'n beetje gedaan. Nooit voor mijzelf als artiest geadverteerd en nooit een visitekaartje laten drukken. Ik overleef zo'n beetje van doek tot doek. Als ik dood ben hangt er wel een behoorlijke hoeveelheid Chris Bergjes aan de muren zo links en rechts hier in Amerika. En dat had ik nooit verwacht toen ik als kindje in Alkmaar begon te tekenen. Die bewustwording van totale vrijheid gaf me 'n ongelooflijke 'confidence.' Toen het gesprek met die eerder genoemde krant klaar was vroeg de editor of ik nog een vraag had. “Ja, waar is mijn opdracht?” was mijn strenge antwoord.


Chris Berg, kort nadat hij in Chicago was gearriveerd.
"Ik wist niet dat ik gefotografeerd werd en was totaal niet bewust van het bordje 'No smoking area'."

Hoe bevalt het in Chicago? Is het voor een artiest een harder leven dan in Nederland?
Ik hou van deze stad en heb een bepaalde loyaliteit voor de plaats die me opnam. Maar o jee, Nederland is zò knus en oergezellig, ik mis het elke dag waardoor ik voornamelijk in een 'state of denial' leef. Het kan hier eng zijn, gecombineerd met een grote presentatie van pure domheid. Deze natie is verloren. Bijvoorbeeld: mijn eerste huisgenoot in The Flat Iron Building (een gebouw in Chicago waar kunstenaars wonen - RS) stond me daar eventjes uit te leggen wat een tv is en hoe de afstandsbediening werkt! Omdat ik nog in het Holland van de negentiende eeuw zou leven, met de klompen in de modder en de vinger in de dijk. Grappig genoeg was het een Philips televisie set. Om mijn budget voor een olieverf carrière op te bouwen accepteerde ik een baantje als karikaturist op Navy Pier tijdens mijn eerste lente in Chicago. Zat ik daar in een overdreven Frans accentje toeristen te tekenen terwijl mijn ‘sleazy’ baas in en uit de gevangenis ging voor het verkopen van crack en gedwongen seks met minderjarigen in zijn fotostudio. En het gaat maar door. Ik wil geen dramaqueen zijn, maar breek me de bek niet open over het harddrugsmisbruik om me heen door de jaren heen. En wanneer het slecht gaat dan heb je het ook héél slecht. De sociale opvang is hier minimaal.


Illustraties voor het boek van Thomas J. Cline: Cop tales! (2001), te bestellen via Amazon

Mijn leven in Chicago is tot zover oké, maar ik heb toch wel mijn aandeel in typisch Amerikaanse ‘misery’ gehad. Voornamelijk in de jaren waarin ik promoveerde van 'buitenlands bohemien gypsie-artiest' tot professional. Ze naaien je waar je bij staat en ik heb vele voorbeelden. Maar het hoogtepunt in pure pijn en angst in Chicago ‘gangsta style’ was toen ik op de fiets door een groep mensen voor de lol werd aangevallen. Door een harde klap op mijn linkeroor verloor ik mijn bewustzijn en crashte tegen een auto. Het was een toffe Peugeot-fiets die ik nog steeds mis. De politie vertelde mij dat ik er als blanke in een zwarte buurt om had gevraagd. Gek genoeg had ik in mijn laatste maanden in Rotterdam iets soortelijks meegemaakt. Na een Zone 5300-feestje werd ik op mijn weg terug naar huis voor de lol aangevallen door een groep neonazi’s en verloor ik mijn bewustzijn na een harde klap op datzelfde oor. Het verhaal was nu rond.


Staged uprising (olieverfschilderij, 2006)

Zijn er bepaalde thema’s die je gebruikt in je werk?
In mijn schilderijen kan ik alles combineren waarvan ik hou. Het zijn kleine verhalen in een fantasievolle, illustratieve stripstijl die tegen de impressionistische periode aanleunen. Psychedelische explosies in een carnaval extravaganzawereld. Ik schilderde datgene wat ik voel in het moment. Verder heb ik politieke schilderijen rond 9/11 en het tweede presidentschap van George W. Bush gemaakt.


Rabbitrider (2005)

En ook tekeningen die gebaseerd zijn op de genetisch gemanipuleerde voedselindustrie en een paar 'anti auto-pro bike' illustraties voor de Critical Mass-fietspromotiebeweging. Dit omdat fietsen hier in de stad zelfmoord kan zijn.


Rocco's wienerfactory part 4 (2011, potlood)

Chicago zelf begon in steeds grotere mate in mijn werk te verschijnen en ik heb veel gebouwen getekend en geschilderd. Hoe meer ik architectuur begon te schilderen, hoe meer mijn gebouwtjes een Europese stijl begonnen aan te nemen. Op een obsessief ‘level’ schilderde ik barsten in de steentjes en begon ik wereldjes te creëren vol dorpjes en torentjes, omringd door natuur en kronkelige weggetjes die verdwijnen in de bergen. Misschien als reactie op de overbevolkte stad met zijn vele nieuwe, lelijke gebouwen en rechte straten die verdwijnen in een platte en smog gevulde zieke omgeving.


Man from France

Hoe meer ik verliefd raakte op het schilderen met olieverf, hoe meer ik de klassieke meesters begon te bestuderen en te respecteren. Vooral de Vlaamse meesters zoals Pieter Bruegel raakten mij op een totaal nieuwe manier. En de oude, klassieke religieuze thema’s begonnen mijn creativiteit te beheersen. In deze door evangelie geleidde wereld nam ik een extreem atheïstische houding aan. Mijn god en de duivel-serie begon met een openstaande piano die ik voor een patron (beschermheer/opdrachtgever) van onder tot boven beschilderde met heaven and hell.


Joseph the orange mutated octopus (olieverfschilderij, 2010)

Mijn concept bereikte een hoogtepunt met een groot doek dat ik live schilderde op een podium in een grote hipster schoenenzaak. Ik had daar enkele grappige momenten met Born Again Christians. Dat schilderij symboliseerde voor mij een eind van een tijdperk en financierde jaren geleden ook mijn terugkomst naar Nederland. Het was voor korte duur omdat ik het gevoel had dat mijn werk gebaseerd is op mijn ellende in Amerika.


New Years Eve 2011, Chicago

Heb je in Amerika strips getekend die wij nog niet kennen?
Striptekenen is mijn eerste liefde en ik zou graag willen dat ik erbij betrokken kan blijven. Maar op de 7-paginastrip Graveyard blues voor een klein Halloween-magazine en een Check your head-remake voor een website na (omdat ik wilde weten hoe ik dat verhaal nu zou tekenen want het origineel vond ik teveel manga), heb ik niet meer gepubliceerd.


Fragment uit 7-paginastrip Graveyard blues voor Scott Jackson's Halloween comics (2007)

Wel heb ik een 40-pagina verhaal van Harry the intergalactic milkman getekend dat ik twee keer aan de krant The Chicago Reader heb aangeboden. Helaas geen reactie op gekregen en dat demotiveerde mij om er nog iets mee te doen. De strip voelt nu een beetje gedateerd aan omdat president Bush een van de hoofdpersonen is.


Fragment uit 40-pagina's tellende Harry the intergalactic milkman

Ik ben nu grotendeels klaar met een compleet boek genaamd It was God's own fault, the snake was semi OK, wat een ultieme uitleg geeft aan wat er nou echt mis ging in The Garden of Eden. Iets wat ik aan Bram Spits wil laten zien voor zijn input, want ik heb vroeger goed met hem samengewerkt aan scenario’s en dialogen.


Fragment uit It was God's own fault, the snake was semi OK

Ook heb ik recentelijk een nieuwe 7-pagina strip getekend, genaamd The invasion. Daar ben ik heel trots op en ik zou het graag willen zien in de volgende Zone.


Openingspagina van The invasion (2012)

Op het moment dat ik eindelijk de computerwereld accepteerde en via Facebook in het Nederlands terugkeerde, hoorde ik van de dood van Moebius (maart 2012 - RS). Luuk Bode is nu een kunstleraar, iedereen heeft kindjes voortgebracht en Zone 5300 was met de voorbereiding van nummer 100 begonnen.


Googelonia pagina-opener (november 2012)

Het internet introduceerde mij met het G+ digitale platform en daar ben ik in 2012 een semiautobiografisch stripverhaal begonnen, G+junkie. Omdat ik niet verwacht had dat ik dit medium verslavend zou vinden. Als ik zo nu en dan een pagina deel, heb ik na een jaartje of zo een compleet boek met een heel erg modern thema. Ik heb genoeg materiaal geschreven om nog een tijdje door te gaan. G+ is net zoiets als een live painting sessie: je hebt directe communicatie met je publiek wat heel erg lekker kan zijn. Binnenkort ga ik misschien een live painting sessie doen op het internet.

(Dit was wel een van de meest moeilijke dingen die ik ooit hebt gedaan. Niet alleen is Nederlands mijn tweede taal geworden maar ook had ik tot dusver niet echt veel van het leven geformuleerd in woorden. Tien jaar geleden was ik geïnterviewd door een plaatselijk krantje. De openingszin was: Chris Berg, originally from Denmark…)


Chris Berg zelfportret. 'MAX told me to get back to work' or 'Hommage times a MILLION' - Uit de G+junkie series (februari, 2013)

Chris Berg - links

Google+: via Foto’s bij GOOGLE+ junkie strip

Schilderijen: http://theflatironproject.com/chis-berg

Lambiek Comiclopedia: www.lambiek.net/artists/b/berg_chris.htm

Chris Berg op Facebook: www.facebook.com/heftigioberg