20 oktober 2017

Cross Comix 2017 - Strips, cartoons en kunst in Rotterdam

De Rotterdamse Schouwburg is tot en met zaterdag 21 oktober het domein van de verbeelding en verandert in één groot podium voor cross overs tussen strips, cartoons en kunst. Ook buiten de muren van de schouwburg is er genoeg te doen, zoals bij Rotown, Het Nieuwe Instituut, Quasi Modo, buiten op straat op de Lijnbaan, de Koopgoot en er zijn meer festivallocaties. Waar je ook om je heen kijkt, beeld is er altijd en overal.
Op de openingsdag van Cross Comix is het jazzportret van Meijer Wery op de Oude Binnenweg onthuld, gemaakt door illustrator en striptekenaar Joost Swarte.
Cross Comix beleeft haar tweede editie en is een jong nieuwsgierig festival dat de onuitputtelijke verschijningsvormen onderzoekt van cross overs tussen beeld en kunst, politiek, technologie, wetenschap, media en filosofie. Het festival heeft voor deze editie grote helden, gerespecteerde namen en nog niet ontdekt talent weten te strikken.

Met het thema ‘de Grote Oversteek’ toont Cross Comix haar betrokkenheid met de samenleving door aandacht te vragen voor de toenemende polarisatie in de Westerse wereld, die zich kenmerkt door de steeds groter wordende kloof tussen overtuigingen, bevolkingsgroepen en sociale klassen.
Tijdens Cross Comix worden gasten en publiek aangemoedigd om over de eigen drempel heen te stappen en zich echt te verdiepen in de ander.
Op zaterdag 21 oktober is het hoofdprogramma met als klap op de vuurpijl de boekpresentatie van het nieuwste Robbedoes album 'Tulpen uit Istanboel' getekend en geschreven door Hanco Kolk. Ook zal hij in de Rotterdamse Schouwburg worden geïnterviewd over dit op-en-top Hollandse verhaal, een absolute primeur in de geschiedenis van het mythische strippersonage. Het album is zaterdag exclusief te koop bij de Donner Winkel op Cross Comix en dan is er tevens een signeersessie.

Kijk voor een uitgebreid programmaoverzicht op: https://crosscomix.nl/agenda

24 september 2017

Eppo 19 - De boekenkast van Alexis Dragonetti

In stripblad Eppo nr. 19 staat De boekenkast van... Alexis Dragonetti. Hij is Gedelegeerd Bestuurder van Ballon Media, de Vlaamse uitgever die de vertaling verzorgt van grote Franstalige stripuitgevers met bestseller series zoals Largo Winch, XIII, Thorgal, Blake en Mortimer, Guust Flater en Lucky Luke. Naast zijn professionele werk als uitgever is Alexis altijd een groot stripliefhebber gebleven. "Waar ik van hou en wat mij raakt in de strip - los van een degelijk scenario - is grafische virtuositeit. En die kan veel verschillende vormen aannemen, zoals ik met mijn favoriete boeken wil laten zien.” Eppo 19 ligt in de winkel tot 28 september en is ook los te bestellen via de Eppo site. 
Alexis Dragonetti bij Ballon Media in Antwerpen, 12 juli 2017. Hier poserend met België gestript, het eerste referentiewerk over het Belgische stripverhaal. (Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar: incognito@comic.com)
Dragonetti: "Als jonge adolescent kreeg ik Zwartkijken van Franquin in mijn handen en dat vond ik absoluut – ook vandaag nog - geniaal. Deels door dat boek ben ik stripuitgever geworden. Ook België gestript is voor mij een mijlpaal geweest omdat het het eerste referentiewerk is over het Belgische stripverhaal (dus zowel Nederlands- als Franstalig) én het 1500ste boek dat ik heb uitgegeven." 

13 september 2017

Eppo 18 - De boekenkast van Jan Vriends

Jan Vriends werkt aan zijn strips voor Tina, Helmond, 22 juni 2017. (Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
In stripblad Eppo 18 staat van mij: De boekenkast van... Jan Vriends. Sinds 1991 werkt hij als striptekenaar, scenarist en illustrator. Voor Tina maakte hij meer dan 600 afleveringen van Roos en sinds kort verzorgt hij de gehele productie van de Tina titelstrip. Stripkenners kennen Vriends ook van meer volwassen strips zoals Janjaap en Cowboy John, verschenen in Zone 5300. Voor de Boekenkast koos Jan voor favoriete boeken die belangrijk voor hem zijn geweest in zijn ontwikkeling als striptekenaar, met Giraud en Charlier en Jeroen de Leijer. Eppo nummer 18 ligt nog in de winkel tot 14 september en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Poserend bij zijn zelfgebouwde boekenkast met zijn favoriete strips (Foto: Robin Schouten)
Behalve strips maakt Jan muziek in het Nederlandstalige genre waarmee hij ook optreedt, geeft hij trainingen en workshops in creatief denken, schildert hij én schrijft inspirerende boeken (‘Hoe verzin je het?’ en ‘Jij kan alles’). Vandaar zijn bijnaam Jan de man die alles kan. Het was tijd voor een Boekenkast-interview met één van de grootste Nederlandse multi-talenten. En een strip voor Eppo? “Dat sluit ik niet uit, al zit ik nu helemaal in de wereld van de jonge meiden voor Tina. Dat loopt vloeiend. Met vier dochters heb ik ook genoeg input,” onthult de geboren en getogen Helmonder. Zijn website: www.jijkanalles.nl
Jan Vriends inkt zijn Tina-pagina’s ouderwets met penseel (mei 2017)

07 september 2017

In Memoriam: Bert Bus

Bert Bus thuis in Santpoort, 24 november 2010. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar: incognito@comic.com
De Nederlandse striptekenaar Bert Bus overleed recentelijk op 86-jarige leeftijd in zijn woonplaats Santpoort. Daar heb ik hem eind 2010 geïnterviewd voor de rubriek De boekenkast van... in Eppo (zie dit bericht).
Het was een heel leuk, maar ook wat moeizaam gesprek. Bert deed erg zijn best om nog wat van het interview te maken, ook al was hij al behoorlijk vergeetachtig geworden. Daar sprak hij ook openlijk over (en maakte de gekscherende opmerking: "Je moet me maar niet te serieus nemen"), samen met zijn vrouw die bij ons zat om Bert, als dat nodig was, te ondersteunen met een aanvulling.
Originele album cover voor Theban, een historische strip van Bus uit de jaren 1950. 
Zijn lange termijn geheugen was in ieder geval nog prima in orde, en hij vertelde honderduit over zijn tekencarrière vanaf het begin. Hij liet ook een map zien waarin hij de eerste pagina's had gestoken van elke strip die hij heeft getekend, alsmede covers voor de bladen Sjors (met ook geschilderde illustraties van Trigië en Billie Turf, een mooi staaltje van zijn veelzijdigheid), Eppo en ander werk. Ik vond het een sympathieke en ook bijzondere man.
Olaf Noord, de eerste strip van Bert Bus
Bert Bus (19 juli 1931 - 28 aug. 2017) debuteerde in 1953 met de sciencefictionstrip Olaf Noord, een van de klassieke jeugdstrips uit die tijd en stapte later over op het maken van historische (Theban, de eerste wereldreiziger) en avonturenstrips (De brug in het oerwoud, Huckleberry Finn), een afwisseling waar hij van hield. Bus publiceerde grotendeels zijn stripverhalen in het blad Sjors en maakte ook strips voor Tina, Eppo en zijn opvolgers.
Cover voor Archie - album 3
Zijn bekendste strip is Archie, de man van staal, een Engelse stripreeks die hij overnam omdat Sjors geen verhalen meer kreeg toegestuurd, en waar hij een gemoderniseerde versie van tekende. In latere jaren maakte hij Stef Ardoba, Malorix en Russ Bender, zijn laatste strip voordat hij met pensioen ging, na een carrière van 43 jaar in dienst als tekenaar bij De Spaarnestad.
Originele cover Stef Ardoba - Het geheim van de tempel (1980)
In 2004 ontving hij, samen met zijn collega's en vrienden Harry Balm en Nico van Dam, de Bulletje en Boonestaak Schaal van Het Stripschap voor zijn bijdragen aan de wieg van het Nederlandse beeldverhaal.
Nico van Dam en Bert Bus
Bert Bus was lange tijd een van de belangrijkste Nederlandse sciencefictiontekenaars. Ook mag zijn aandeel in het populair worden van het historische stripverhaal niet worden onderschat. Een vakman die we niet mogen vergeten. (RS)

Deze tekst staat ook (in licht gewijzigde vorm) op Striptip!
Lees ook het Bert Bus IM van journalist en stripkenner Joost Pollmann.

Een aantal Bert Bus strips op een rij met beeld: www.freetimeweb.nl/home/strips/bert-bus.html

01 september 2017

Kim Duchateau brengt hommage aan Nero in Knack

Een betoverde Madam Pheip en Madam Nero in Knack deze week.
Kim Duchateau, bekend van stripbabe Esther Verkest en Aldegonne en altijd een groot fan geweest van de strips van Marc Sleen, publiceert sinds 12 juli een gloednieuw Nero stripverhaal in het Belgische weekblad Knack. Hierboven een plaatje van deze week uit De zeven vloeken.

Duchateau tekent en schrijft zijn hommage-verhaal in zijn eigen stijl maar gooit zich helemaal in het universum van Sleen en Nero. "De zeven vloeken speelt zich af in het nu, met laptops en gsm's bijvoorbeeld. Maar het blijft de strip die het altijd al was." In het najaar volgt de album uitgave.
Daarmee wordt ook de zeventigste verjaardag van de stripreeks gevierd. Geestelijk vader Marc Sleen zal dat zelf niet meer meemaken, hij overleed op 6 november 2016 in zijn woonplaats Hoeilaart op 93-jarige leeftijd.

Lees ook het Knack-artikel Kim Duchateau wekt Nero weer tot leven met hommagestrip.
Intro van Nero - De zeven vloeken (2017)

24 augustus 2017

Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e druk

Onlangs kwam ik in mijn archiefje een artikel tegen dat is geschreven door Pierre Borms en Patrick Vranken. Aangezien het om een knipsel gaat kan ik niet zien waar het in heeft gestaan, maar een artikeltje over Asterix: 'Het geheime wapen' dat er als aankondiging ook in staat, geeft aan dat het uit in elk geval uit 2005 stamt en mogelijk, gezien de auteurs, is het een uitgave van Brabant Strip Magazine. De beide heren beschrijven een interessante ontdekking die volgens mij onvoldoende is doorgedrongen in de stripwereld. 
De 1e druk uit 1947 met als titel Op het eiland Amoras.
Het eiland Amoras (1947) is in de eerste druk in twee typen uitgegeven, en wel een door Uitgeverij N.V. Standaard Boekhandel en een door De Stem. Beide zijn te herkennen aan natuurlijk de uitgeverij en aan de oude spelling die toen nog werd gehanteerd. De 2e druk van de Standaard Boekhandel heeft die spelling ook (De Stem werd niet opnieuw gedrukt in de oude spelling). Ook geeft de achterkant de juiste informatie, namelijk voor de 1e druk met de Zoo ik-serie en voor de 2e druk de aankondiging van de Suske en Wiske's De sprietatoom en De vliegende aap. 

Maar je moet werkelijk zeker zijn dat je boekje wel helemaal klopt. Ofwel; is een eerste druk wel helemaal een eerste druk?
Wat is het geval? Niet elk album komt ongeschonden uit de kinderhanden en vaardige verzamelaars en handelaren combineren dan diverse elementen van de verschillende albums zoals voor- en achterkanten en/of interieurs. Zo ontstaat er een nieuw oud boek met desnoods een plakbandje over de rug. Het is dus zaak om zowel de achterkant, als de voorkant als het interieur te kunnen herkennen.

de binnenkant
Er is namelijk een belangrijk onderscheid: het interieur van zowel de beide 1e drukken plus de 2e druk van De Standaard en de volgende drukken. De schrijvers van het stuk hebben een exemplaar in handen gekregen waarin aanwijzingen zijn opgenomen die in de 3e en volgende drukken zijn toegepast. Die kleuring was namelijk aanvankelijk niet overal consequent gedaan. Als voorbeeld; Wiske haar jurkje is op het laatste plaatje van pagina 15 rozerood.


Met het roze 'kleedje' en de gecorrigeerde versie in de 3e druk e.v..
In de versies erna wordt deze weer wit. En zo zijn tal van correcties terug te vinden. Zo is Sus Antigoon in de eerste druk op bladzijde 34 ook rozerood, evenals het jurkje van Wiske. Helemaal fout dus want een en ander behoort wit te zijn, en zo geschiedde.

Zo komt Sus en de kleding van Wiske beter tot zijn recht.
Om af te sluiten met nog zo'n voorbeeld. De rode mantel van Jef Blaaskop was in de eerste drukken wit (bladzijde 37, 2e plaatje) in plaats van rood.

Bij deze twee plaatjes is het overigens precies andersom dan bij de andere voorbeelden; wit moest rood worden terwijl het gros van de verkleuringen rozerood wit moest worden. Aan de hand van die kenmerken kun je je boekblok identificeren. Alleen werpt deze aardige kleurstudie een probleem op. De eerste herdruk van de Standaard heeft namelijk hetzelfde boekblok als de 1e druk, dus met die 'verkeerde kleuringen'. Overigens zijn er wel meer 'verkleuringen' zelf te vinden. Een aardige bezigheid als het regent.
Ook werd tegelijk met de omkleuring het oude taalgebruik aangepakt. Wiske zegt dan niet meer op het laatste plaatje van pagina 5 bijvoorbeeld Zoo, maar Zo. Aan de hand hiervan is geen duidelijkheid te krijgen wat betreft het boekblok.

Overigens geeft Catawiki als het jaar van de omkleuring en taalkuising 1949 aan en de stripcatalogus van Hans Matla vermeldt 1948, maar dit terzijde. Alleen bestaat de kans dat er in een werkelijke 1e druk (cover) een boekblok zit van een 2e druk De Standaard, want die zijn krek gelijk. Misschien dat het papier anders is, maar dat kan ik met mijn 1e en 3e druk dus niet controleren. Het zou kunnen, want het papier van mijn 3e druk is iets minder grof van snit dan de 1e druk.
1e druk uit 1947 met voorkant van 3e druk.
Wat ook nogal onbekend is, zijn de verschillen van de voorkanten. Bij de echte eerste drukken van de twee uitgeverijen van Het eiland Amoras, staat 'Willy Vandersteen' op de cover over een lengte van 7,9 cm afgedrukt en 'Uitgeverij N.V. Standaard—Boekhandel' heeft een lengte van 8,7 cm. Dat is de enige echte voorkant van de uitgave van 1947.
In de druk die erop volgt van 'De Standaard', de 2e druk dus, heeft Willy's naam een lengte van 7,4 cm en is de naam van de uitgever 8,8 cm. Last but nog least verandert dat laatste bij de 3e en volgende drukken in 9 cm. Menig freak zal zich die mogelijkheden van een huwelijk, zoals de schrijvers van het stuk dat omkatten noemen, behoorlijk aantrekken. Het venijn in het niet kloppen van de twee kanten van de covers, in combinatie met het boekblok, kan een struikelblok zijn voor het hebben van een brandschoon en kloppend exemplaar. Let in elk geval goed op als er plakband is gebruikt. Een huwelijk is zo gesloten.

Als PS: de scans zijn niet bijster mooi, maar dat komt omdat voor deze kleurstellingen rasters werden gebruikt om nuances aan te brengen. Excuus ervoor. (HvK)

NASCHRIFT (26 augustus 2017)

“Net na de publicatie van deze uitleg over 1e drukken voor Het eiland Amoras, werd ons meegedeeld door Menno Barkema van de Leidse Stripshop dat een huwelijk ook goed te zien is aan de nietjes. Die zitten in vrijwel elk album op een andere plek. Dat komt omdat deze houdertjes er met de hand (!) in werden geniet. Op die manier is dit, als de gaatjes nog te zien zijn, een niet vervalsbare vingerafdruk voor een niet omgekate uitgave. Met dank voor de tip.” (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held, Rik overleeft de kogels (Rik Ringers) en Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)

19 augustus 2017

Eppo 17 - De boekenkast van Kenny Rubenis

Kenny Rubenis thuis in Rotterdam met een Kenny-buikspreekpop (27 mei 2017). Copyright foto: Robin Schouten.
In stripblad Eppo nr. 17 staat van mij: De boekenkast van... Kenny Rubenis. De auteur van Dating for Geeks, die speciaal voor deze Eppo (en het nummer erna) extra lange afleveringen maakte van deze populaire Metro-strip is met zijn Rubenesk-cartoons op de postpagina ook zo'n beetje de huistekenaar van Eppo. 

Voor De boekenkast van... heeft Kenny een all time favoriet als Casper en Hobbes laten liggen en koos hij voor boeken van Marc van der Holst, Tom Gauld, Bryan Lee O'Malley en Luke Pearson. Eppo nummer 17 ligt tot 31 augustus in de winkel en is ook online te bestellen via de Eppo site.
De boekenkast van Kenny Rubenis. Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een groter formaat, mail naar incognito@comic.com
Door de publicatie van zijn gagstrip Dating for Geeks in de Metro én online bereikt Kenny Rubenis (1984) dagelijks een groot publiek. “Je kunt het een licht autobiografische strip noemen. Ik doe er zelf in mee omdat het over nerds gaat. Het is gewoon leuk om jezelf af en toe in de krant terug te zien.” 

Naast een diverse stripverzameling van Nederlandstalige en veel Engelstalige strips heeft Kenny ook poppetjes en andere strip -en tekenfilm prullaria in huis. Strips werden bij hem thuis al met de paplepel ingegoten. “Mijn moeder las ook als kind veel strips en sinds ik me kan herinneren waren ze in huis zoals Asterix en Lucky Luke. En ik had een abonnement op de Donald Duck.” In de leesmap ontdekte hij de stripbladen zoals Sjosji en Striparazzi en zo kwam hij in aanraking met Nederlandse striptalenten. “Spekkie Big en De familie Fortuin vond ik heel leuk, evenals de strips van Mars Gremmen. In mijn pubertijd begonnen de webcomics op te komen en die ben ik toen zelf ook gaan maken. Zo heb ik veel andere stripmakers leren kennen zoals Fokke & Sukke – tekenaar Jean-Marc van Tol waarvoor ik vijf jaar heb gewerkt als assistent. Bijna al zijn werk voor Eppo heb ik toen ingekleurd en ook aan een paar stripafleveringen meegeschreven. Daarna ben ik gaan freelancen met mijn eigen werk.”

Kenny houdt van veel verschillende dingen (“Ik lees strips graag in de originele taal”) en heeft boeken uitgekozen die de Eppo lezers volgens hem nog niet direct kennen. Lees het in Eppo nummer 17.
Eppo nr. 17 met De boekenkast van Kenny Rubenis.

19 juli 2017

Aimée de Jongh stopt met Metro-strip Snippers

Stel je voor: je publiceert als 28-jarige een semi-autobiografische strip die een enorme fanbase heeft opgebouwd en elke dag wordt gevolgd door meer dan 1 miljoen lezers. Toch stopt Aimée de Jongh (1988) definitief met het schrijven en tekenen van de krantenstrip Snippers die 5,5 jaar dagelijks in de krant heeft gestaan. Op donderdag 20 juli verschijnt de laatste aflevering in Dagblad Metro.
De Jongh licht toe: "De afgelopen maanden werd het steeds lastiger om de grappen voor Snippers op papier te krijgen. Soms duurde het 3 uur om een grap te verzinnen. Ik bleef maar schetsen, schrijven, krassen, en vooral staren naar het papier, net zo lang tot ik een goede grap had. En dan moest ik er nog vier.
Een andere factor in mijn beslissing is De Terugkeer van de Wespendief, de graphic novel uit 2014 die een internationaal succes bleek, met zelfs een verfilming tot gevolg (uitgezonden als Telefilm op 22 maart 2017). Ik denk nog vaak terug aan het plezier dat ik had tijdens het maken van dit grote, serieuze stripproject. Sinds het boek zijn er ook verschillende uitgeverijen die een nieuwe graphic novel van mij willen uitgeven, en ik realiseer me dat dit een hele bijzondere positie is. Daarom heb ik besloten om me voorlopig te richten op het maken van graphic novels. Gewoon omdat dit het moment is om het te doen." Lees het volledige persbericht op haar site via deze link.
Een recente aflevering van Snippers
Albums van Snippers zijn nog steeds verkrijgbaar, bij de auteur zelf op stripbeurzen of in (web)winkels. Op de Facebookpagina van Snippers is het mogelijk om een reactie achter te laten. Deze worden niet beantwoord door de stripmaakster maar wel door haar gelezen.
Toekomstige signeersessies van Aimée de Jongh (voor Snippers albums van Strip2000 en sinds kort bij Uitgeverij L) worden tevens op deze Facebookpagina aangekondigd.

16 juli 2017

Stem voor de Stripmaker des Vaderlands

Op 7 juli werden de genomineerden voor de titel Stripmaker des Vaderlands bekend gemaakt. Robert van der Kroft (Sjors en Sjimmie, Claire), Pieter Hogenbirk (De Ruyter), Maaike Hartjes (Maaikes Dagboekje) en Margreet de Heer (Liefde in Beeld) gaan de strijd aan. In oktober wordt de daadwerkelijke Stripmaker des Vaderlands verkozen. 
Genomineerden Stripmaker des Vaderlands met op het beeldscherm Margreet de Heer (Amsterdam, 7 juli 2017) Foto: Mariella Sormani
Na een Dichter en een Denker des Vaderlands komt er nu ook een Stripmaker des Vaderlands. ‘Hij of zij moet een ambassadeur worden voor het beeldverhaal en het medium strip in de volle breedte laten zien’, zegt Caroline van der Lee, voorzitter van de stichting die de Stripmaker des Vaderlands heeft opgezet. ‘Daar hoort ook bij dat er projecten en activiteiten ontwikkeld worden die de strip op de kaart zetten. En de Stripmaker des Vaderlands kan bij een gebeurtenis van nationaal belang een visie op de actualiteit in stripvorm geven.’ 

De komende maanden laten de vier genomineerden zichzelf zien om uiteindelijk de felbegeerde titel van Stripmaker des Vaderlands in de wacht te slepen. Het publiek beslist daarover mee, stemmen kan tot 30 september via www.stripmakerdesvaderlands.nl. Daar is ook meer informatie te vinden over de genomineerden en een filmpje waarin ze zich presenteren. De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens het Stripfestival Breda op zaterdag 14 oktober.
De genomineerde stripmakers bij Roelof Hemmen in de studio van BNR Nieuwsradio (10 juli 2017)
Volg Stripmaker des Vaderlands op Facebook waar allerlei leuke extra's zijn te vinden over de stripmakers met bijbehorende links. Margreet de Heer promoot zichzelf (en de andere genomineerden ook een beetje) in haar Engelstalige webcomic.

08 juli 2017

Hoe geel is een bruine schoen ?

In een van de Uitglijers op deze blog werd de opmerking gemaakt dat André Franquin (1924-1997) niet betrapt kan worden op fouten. Bij het herlezen van de collectie stuitte ik toch op een rarigheid in een van zijn creaties die ik niet wil weglaten. Maar ook bij deze 'uitglijer' wil ik toch de vinger niet keihard wijzen naar Franquin. Er zijn wellicht meerdere kandidaten voor het daderschap.
Op bladzijde 41 van het album 60 avonturen van Ton en Tinneke uit 1973 is Ton druk doende de deur uit te gaan en heeft zich voor de gelegenheid zeer netjes gekleed. Hij wordt gestuit door Tinneke die vindt dat het geen passend ensemble is dat hij aan heeft en zegt dan ook tegen hem; 'Maar Ton! Je hebt gele schoenen aan!'
Het gewraakte schoeisel.
De  alarmkreet van de vrouw wordt benadrukt door de uitroeptekens. Zo erg is het dus (overigens zeg ik vrouw, maar haar eigen outfit en haar uitstraling doen meer denken aan een lollypopje van een jaar of 15, maar dit terzijde). Nu is het opvallend dat de schoenen bruin zijn en niet geel. Bij Dan Cooper -tekenaar Albert Weinberg (zie deze betreffende Uitglijer) is het helemaal bij de wilde spinnen af met die kleuren, maar helaas ook hier is het aan de orde, al is het bijna een voetnoot (!)
Ik heb om een en ander nader te onderzoeken geel in het Frans opgezocht, en dan ook maar meteen de kleur bruin. Wie weet, zo dacht ik nog, is kleur wat ruimhartiger op te vatten in het Frans, maar helaas is dat niet het geval. Jaun is gewoon geel en brun is gewoon bruin.  
We gaan niet verder muggenziften. De schoenen zijn bruin en niet geel. Ook een eventuele tussenvorm die tendeert naar geel of lichtbruin zoals oker (ocre) verwerp ik. Anders had Tinneke dat wel geroepen. 'Maar Ton. Je hebt oker schoenen aan'. 
Waarom Tinneke geel zegt, is dus een raadsel. 
Is de oorspronkelijk kleur geel en heeft de drukker het bruin gemaakt ...? Technisch niet mogelijk. In de weekbladuitgaven staat namelijk krek hetzelfde en dan kun je rustig stellen dat het ook op het origineel bruin is ingekleurd. Een foutje van de inkleurder dus? Had hij de penseel in geel moeten dopen? Wie weet. Of een foutje van een beletteraar of van de vertaler? Wie weet.  Alleen is de Franse versie van Kuifje niet op deze uitglijer onderzocht, maar ik durf mijn hand er voor in het vuur te steken dat ook hier jaun, dus geel, wordt gehanteerd. En zo hebben we er weer een Uitglijer bij.  (HvK)

Met dank aan Willem van Helden die zijn weekbladenverzameling heeft nageplozen op de schoen.

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

30 juni 2017

Kresse liefhebber Eric Planting

Vorige week donderdag was ik naar Helmond gereisd voor een bezoek aan stripliefhebber Eric Planting. Zijn grootste interesse gaat uit naar het oeuvre van striptekenaar en illustrator Hans G. Kresse. Puur toeval overigens dat hij dezelfde voornaam draagt als Kresse's meest bekende creatie Eric de Noorman, want Planting was reeds drie jaar oud (of jong) voordat de beroemde vikingkoning zijn eerste avontuur in de krant beleefde. Maar wél was hij van 2006 tot en met 2013 de organisator van de Kresse-dagen, waar nog steeds ieder jaar een groep van circa 50 tot 60 liefhebbers ('Kressisten' zoals Rob van Eijck, Hans Matla, Julius de Goede en ook mijzelf) zich verzamelen om bijzondere uitgaven en persoonlijke verhalen over de meestertekenaar te delen. Eric heb ik daar leren kennen als een hartelijke en warme persoonlijkheid die ons bovendien altijd naar huis stuurden met een fijne herinneringsprent van Kresse. Op die zeer warme dag van 22 juni fotografeerde ik Eric in zijn bibliotheek, vol met boeken en prenten van Hans Kresse uiteraard.

Verslagen van de eerste vijf Kresse Verzamelaardagen kun je lezen op www.ericdenoorman.nl
Eric Planting in zijn bibliotheek thuis in Helmond, 22 juni 2017. (Foto's: Robin Schouten)
In 2011 stond dit artikel over de verzamelliefde van Eric Planting voor Hans G. Kresse in Au Courant (het tijdschrift van de Vereniging van Kranten- en Tijdschriftenverzamelaars).

20 juni 2017

Fflint - Nieuw album van een oude stripheld

Fred de Heij, Seb van der Kaaden en Ger Apeldoorn  (Foto: Mariella Sormani)
Strips rukken op in de boekhandels. In het kader van de Spannende Boekenweken was op 17 juni in Haarlem bij H. De Vries Boeken de officiële presentatie van het stripboek Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien. Tekenaar Fred de Heij en scenarist Ger Apeldoorn kregen de eerste exemplaren uit handen van hun uitgever Seb van der Kaaden.

Op initiatief van Apeldoorn (ook auteur van De Jaren Pep) maakte het duo een doorstart van de Victoriaanse detectiveserie uit Pep in het vorig jaar gelanceerde kwartaalblad StripGlossy. De eerste drie verhalen van de Londense ‘mysterioloog’ Llwelyn Fflint verschenen reeds begin jaren 1970 en kwamen uit de koker van de Belgische scenarist Yvan Delporte ('een kruising tussen de populaire tv-series Sherlock Holmes, Ripper Street en Fringe'.) Als tekenaar liet hij zijn oog vallen op Peter van Straaten. Die voelde zich echter weinig op zijn gemak bij Pep en als striptekenaar in het bijzonder, omdat hij gewend was als cartoonist en illustrator te werken. Dat is ook te zien is in zijn stripversie dat bovendien werd gepubliceerd in zwart-wit. Fred de Heij, zonder te weten dat hij de volgende Fflint-tekenaar zou worden publiceerde in 2012 een compleet verhaal van Van Straaten op zijn blog.

De oorspronkelijke reeksnaam Llwelyn Fflint is nu afgekort tot ‘Fflint’. In het eerste album zijn vier verhalen gebundeld. 'Het mysterie van de nevelhaaien' was ook de titel van het eerste verhaal dat Delporte en van Straaten maakten voor Pep.
April 2016: Peter van Straaten leest aandachtig het eerste Fflint verhaal, een herbewerking van zijn strip met Delporte (Foto: Ger Apeldoorn)
Voor het eerste nummer van StripGlossy (juni vorig jaar) maakten Apeldoorn en De Heij er een nieuwe bewerking van, om daarna aan de slag te gaan met gloednieuwe verhalen. Anno 2017 werkt Llewelyn Fflint als bibliothecaris bij het British Museum en kun je hem eerder amateurwetenschapper noemen dan iemand met een gedegen opleiding die allerlei fantastische avonturen beleefd. Peter van Straaten kreeg de nieuwe Fflint strip vantevoren te lezen, en zijn commentaar was veelzeggend: “Weet je, ik kan me er niks meer van herinneren”. De kwaliteit is er zeker niet minder om, dankzij de inventieve verhalen van Apeldoorn en het dynamische en gedetailleerde tekenwerk van De Heij.
Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien
Ger Apeldoorn (scenario's) en Fred de Heij (tekeningen)
Uitgeverij Personalia, 2017

Er is zowel een softcover (56 pag.) als een hardcover (68 pag. inclusief dossier) van verschenen. Online te bestellen via deze link. Ook verkrijgbaar bij de stripspeciaalzaken en boekhandels.

05 juni 2017

Eppo 11 - De boekenkast van André-Paul Duchâteau

In Eppo nr. 11 staat van mij De boekenkast van ...met deze keer de veelzijdige stripscenarist
André-Paul Duchâteau. De inmiddels 92-jarige Belgische auteur werkte tot 2010 met tekenaar Tibet aan de beroemde detectiveserie Rik Ringers en schreef ook voor onder andere Rosinski (Hans), Vance (Bruce J. Hawker), Denayer (De Brokkenmakers), Franz (Hyperion) en Follet (Terreur). Als hoofdredacteur van weekblad Kuifje loodste hij in de jaren 1970 Cosey en Rosinski in het blad, twee tekenaars die hij samen met Franz en Franquin heeft gekozen als favorieten voor de Boekenkast rubriek. Eppo nr. 11 ligt nog tot 8 juni in de winkel en is ook te bestellen via de Eppo site.
Duchâteau op 8 februari 2017 in zijn werkkamer in Ukkel, België. 
André-Paul Duchâteau (1925) begon zijn schrijverscarrière, met een voorkeur voor het politiegenre, op 15-jarige leeftijd. Eind jaren veertig maakte hij de eerste stappen naar het stripverhaal en in 1955 creëerde hij Rik Ringers, de populaire misdaadstrip waarvan hij 78 boeken maakte met tekenaar Tibet tot aan zijn dood in 2010. Rik Ringers is ook in Pep gepubliceerd waarvoor Duchâteau speciaal de strip Pep en Stef heeft bedacht. Behalve voor zijn vriend Tibet heeft de Belgische scenarist nog veel meer stripverhalen geschreven en in diverse genres, zoals voor Denayer, Paape, Franz, Rosinski, Hulet, Vance en Follet. Daarnaast werkte hij als hoofdredacteur van het weekblad Kuifje en literair directeur van uitgeverij Lombard. Bij uitgeverij Lefrancq was hij verantwoordelijk voor het opzetten van de detectiveseries.
Poserend voor een geschilderde albumcover van Hans, de sciencefictionserie die hij schreef voor Rosinski en later voor Kas.  (Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een grotere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
Duchâteau schrijft nog steeds, een 1-pagina whodunnit strip voor het Franse TV-blad Télé 7 en ook werkt hij aan zijn memoires met als titel ‘Mijn leven is een enigma’. “Werken houdt me in vorm. En ik ben dol op lezen en schrijven”, onthult de 92-jarige auteur die het schrijven van nieuwe Rik Ringers verhalen nu overlaat aan Zidrou, met tekeningen van Simon van Liempt.

27 mei 2017

Ben Westervoorde - André Hazes

Vorige week bezocht ik stripwinkel Jopo de Pojo (voorheen stripwinkel Silvester) in Haarlem. Daar zag ik deze mooie André Hazes-tekening hangen van Ben Westervoorde die hij daar in december maakte tijdens een signeersessie van het eerste deel uit de Hazes stripbiografie 'Bloed' (scenario: Jan-Willem de Vries) dat vorig jaar verscheen bij uitgeverij Silvester. Hierna volgen nog de delen 'Zweet' (dat Westervoorde momenteel aan het tekenen is) en 'Tranen'. Wordt vervolgd dus.

Ga voor meer info + beeld naar: www.silvesterstrips.nl/strips/andre-hazes/1-bloed
Jan-Willem de Vries en Ben Westervoorde in 2016 bij de presentatie van deel 1 uit de  André Hazes stripbiografie.

09 mei 2017

Hans Kresse in Boekenpost 149

In het jongste nummer van Boekenpost, het tweemaandelijkse tijdschrift over boeken, staat een artikel over striptekenaar en illustrator Hans G. Kresse (1921-1992) waarin Kresse-archivaris Rob Aalpol vertelt wat hij doet met en voor de nalatenschap van Hans Kresse. Het blad wordt gesierd met een prachtige voorplaat die Kresse oorspronkelijk maakte in 1955 voor nr. 50 van het blad Panorama.

In Boekenpost staat in elk nummer een artikel over strips van de hand van Wilco Tuinenburg en voor dit nummer schreef hij 'Martin Lodewijk: Een hommage aan Neerlands enige echte stripspion' waarvoor hij met Eppo hoofdredacteur -en uitgever Rob van Bavel sprak over de Agent 327 hommages die momenteel in Eppo worden gepubliceerd door diverse stripmakers.

Ook de bekende (en toekomstige Kresse-)biograaf Wim Hazeu is vaste medewerker en levert in elk nummer boeiend commentaar op de boekenwereld.

Bestellen van dit nummer 149 (mei-juni 2017) van het tijdschrift? Kijk op stipmedia.nl/product-categorie/boekenpost en email: info@boekenpost.nl; losse nummers € 7,50; tel. 072–5314978).
De oorspronkelijke Kresse-cover voor Panorama nr. 50, 1955. (Copyright: Erven Hans G. Kresse)

01 mei 2017

Eppo 9 - De boekenkast van Dino Attanasio

Dino Attanasio thuis in Brussel, 8 februari 2017. 

In Eppo nr. 9 staat nu van mij: De boekenkast van... Dino Attanasio. De inmiddels 91-jarige striptekenaar van Italiaanse origine woont sinds 1948 in België. Hij werkte voor alle grote stripbladen en tekende legendarische strips zoals Spaghetti (scenario: René Goscinny), Ton en Tineke, Bob Morane en Johnny Goodbye. Deze gangsterstrip is één van de bekendste creaties van Martin Lodewijk en verscheen vanaf 1969 in Pep en Eppo. Dick Matena schreef voor Attanasio de voetbalstrip De Macaroni’s dat één van de populairste series was in Pep. Voor de boekenkast van... koos de nog steeds actieve Attanasio voor Amerikaanse strips waarmee hij opgroeide in Milaan en die hem hebben beïnvloed, en voor twee grote Europese stripauteurs waarvan hij met één zelf heeft samengewerkt. Eppo nummer 9 ligt tot 11 mei in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Attanasio met een Spaghetti beeldje in zijn zak. Deze foto is niet in Eppo gepubliceerd. (Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com)

08 april 2017

Eppo 7 - De boekenkast van Michiel de Jong

Vorige week verscheen van mij in stripblad Eppo nr. 7: De boekenkast van... Michiel de Jong. In het najaar van 2016 leerde het grote publiek deze atoomstijl-tekenaar kennen als één van de zes Nederlandse Suske en Wiske-tekenaars voor een goed doel. Michiel werd voor zijn boek De charmante chirurg gekoppeld aan schrijfster Esther Verhoef. Uit zijn rijkelijk gevulde boekenkast koos Michiel vier favorieten die hem gevormd hebben als tekenaar. Eppo nummer 7 ligt tot 13 april in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Michiel de Jong in zijn studio in Rotterdam, 19 november 2016. (Foto's: Robin Schouten. Voor een groter formaat, mail naar incognito@comic.com)
Michiel de Jong (1970) is een Rotterdamse tekenaar die al ruim 20 jaar professioneel strips en illustraties maakt. Zijn eerste strips verschenen in diverse amateurstripbladen en vanaf 1993 publiceerde hij ook in mijn stripblad Incognito zoals de misdaadstrip Het ijzeren tijdperk. 
Zijn professionele tekencarrière ving halverwege de jaren negentig aan toen hij Hanco Kolk en Peter de Wit begon te assisteren op stripstudio De Wittenkade. In 1998 publiceerde hij in het blad Sjosji een korte strip, Mikki & Finn. Rond deze periode werkte hij samen met Hanco Kolk voor de serie De Familie Sloterdijk (in Hello You) en ook Peter de Wit klom voor Michiel in de schrijverspen en bedacht de gagstrip Bigg (voor Webber). Het vaakst heeft Michiel strips getekend op scenario van Milan Hulsing, een aantal korte verhalen voor het blad Zone 5300 en ook twee albums: Ode aan Wilhelm (voor de Pincet Reeks) en Operatie Hanuman, een avontuur van Lana Planck met een voorpublicatie in het Algemeen Dagblad. 

Vorig jaar publiceerde ik op mijn blog dit interview met Michiel ter gelegenheid van zijn Suske en Wiske boek, met daarbij unieke schetsen uit De charmante chirurg.
Michiel de Jong voor zijn vitrine met de Stripschappening 2008 voor Operatie Hanuman, 23 december 2016. (Foto: Robin Schouten)
Bekijk hier de portfolio van Michiel de Jong met veel voorbeelden van zijn strip -en illustratiewerk.