30 april 2020

Vlaams of niet Vlaams, dat is de kwestie

Er is een prangende vraag opgekomen. Recent kwam Incognito Comics een Suske en Wiske uit de ongekleurde reeks onder ogen: De Mottenvanger met ‘Amsterdam’ als afzender op het titelblad. Een Nederlandse uitgave dus en wel uit 1958. So far so good.
Nu blijkt bij het vergelijken van het boekblok met die van een Vlaamse editie dat in beide boekskes de sappige taal van onze zuiderburen in de ballonnen staat. Niks Nederlands. Puur Vlaams!
Even voor de zekerheid de tweede druk van Het Eiland Amoras uit 1948 vergelijken met de noordelijke versie 1a uit 1959 en dan zie je dat die laatste, zoals verwacht, is hertaald naar het Nederlands. Er is dus wel degelijke puur Hollands gebruikt wil ik maar zeggen. Naar aanleiding hiervan verder in de collectie gedoken en jawel; tot op heden is er nog een exemplaar gevonden met die 'mix' en wel De Lachende Wolf. Ook hier staat er duidelijk dat het een Nederlands (Amsterdam) exemplaar betreft terwijl de tekst (en meer) overduidelijk Vlaams is. Het betreft hier steeds exemplaren uit de latere jaren 50.

Hoe kun je nu zien dat een Vlaam een Vlaam is?
In de eerste plaats is een aanwijzing dat op de achterkant in de rij van titels als eerste de typische Belgische uitgaven staan zoals Prinses Zagemeel en De Zwarte Madam. Dat is bij De Lachende Wolf in kwestie aan de orde. In de Hollandse uitgaven zijn De Tuftuf-club, De Stierentemmer etc. genoemd. En natuurlijk is er op het titelblad te lezen: Antwerpen, Brussel, Gent, Leuven en voor de noordelijke variant Amsterdam.

De indicatie voor een Vlaams exemplaar.

Frappant is dat op de cover van het beoogde album nummer 17 staat. Dat hoort bij de Vlaamse ongekleurde reeks. Bovendien heeft het een type papier dat gelijk is aan de Belgische uitgaven. De dragers voor dat drukwerk zijn over het algemeen dikker, terwijl de Nederlandse exemplaren met gestreken en dunner papier zijn uitgevoerd (hoewel de Vlaamse exemplaren van begin jaren zestig, ongekleurd, eveneens gestreken papier kennen).

Vlaams genoeg?  Is dus uit een Hollands exemplaar!

Een verklaring kan het gelijktrekken van de taal zijn, waartoe op een gegeven moment is besloten en waardoor er fouten kunnen zijn gemaakt in het opmaak- of drukprocedé. Maar die omwenteling gebeurde pas in 1964 als de vrouw des huizes zegt; 'Lambiek, vanaf nu spreken we beschaafd Nederlands.' Alsof het sappige Vlaams onbeschaafd is. Geen issue dus.

Vlaamser is het niet te maken.

Je zou eventueel toch kunnen denken dat hier dus een mogelijke verwarring binnen de opmaak of van de clichés heeft plaats gevonden. Er werden immers al sinds 1953 exemplaren gemaakt in het Nederlands, naast het Vlaams. Als die 'mix' van Vlaams in een Nederlandse jas komt doordat de clichés blijkbaar meerdere keren verwisseld worden, is dat best ver gezocht. Dat doe je een keer en daarna let je beter op (zie ook de Uitglijer in Tintin: Le Sceptre d'Ottokar). Zo niet bij ons jeugdige tweetal. Er heeft zich blijkbaar een ezel steeds aan diezelfde steen gestoten. Daarmee komt een andere vraag op (vragen te over zou je kunnen zeggen): zijn die Hollandse exemplaren allemaal bij dezelfde drukker gedrukt, of is dat aan een andere drukker uitbesteed of zelfs aan meerdere drukkers? Als dat eerste het geval is, is het verwarren van de clichés wel wat meer voor de hand liggend, maar overtuigt ons nog steeds niet echt.

Willy Vandersteen-biograaf Peter van Hooydonck is bereid gevonden om, na flink wat speurwerk, een interessante hypothese los te laten op bovenstaande. Vooraf gaf hij aan dat dit wel reeds bekend is in de stripwereld. Zijn verklaring luidt als volgt; ‘Voor de Nederlandse boekuitgaven verscheen eerst een publicatie in de Nederlandse kranten en kwamen er derhalve aangepaste clichés. Deze werden later dan gebruikt voor de Hollandse albums. Een aantal titels, namelijk de eerste zes Vlaamse uitgaven (Amoras tot en met De Zwarte Madam) zijn in de Nederlanden aanvankelijk niet gepubliceerd. Dit omdat men vond dat de personages nog te veel in ontwikkeling waren en als te onherkenbaar werden bestempeld. Daarom staan deze niet genoemd in de nog verkrijgbare titels op de achterzijde van de 'Amsterdam'-exemplaren. In die rij horen feitelijk ook De Mottenvanger en De Bokkerijders thuis. Tevens zijn er geen voorpublicaties geweest van De Stalen Bloempot en De Lachende Wolf in de Nederlandse dagbladen. Zo zijn er dus vermoedelijk meer van die mix-exemplaren te ontdekken.
Het succes van dit avontuurlijke kinderpaar was in ons land echter zo groot dat besloten is uiteindelijk ook de eerdere Vlaamse titels uit te geven. Omdat clichés maken duur was, en de oplage vermoedelijk als te gering werd ingeschat en dus de kosten de winst te veel zouden drukken (commentaar IC), werd besloten Vlaamse clichés te gebruiken die, min of meer afgedwongen, een titelpagina 'Amsterdam' kregen voor de Hollandse tint.
De albums bleken echter goed te lopen, want hierna, in 1959, werd Het Eiland Amoras wel op de juiste, kostenverhogende manier aangepakt en de taal integraal aangepast.
In 1964 werd, zoals we zagen, volledig overgegaan op het Nederlands voor alle albums en werd dit taal-kostenprobleem getackeld en kon volstaan worden met één cliché voor het gehele Nederlandse taalgebied.
Het siert Van Hooydonk dat hij zijn zeer plausibele mening over dit onderwerp graag ruilt voor die van een ander. Bij Incognito Comics wordt getwijfeld of er een andere en meer passende verklaring te vinden is. In elk geval schaar ik vooralsnog het geschetste fenomeen onder een opzettelijke Uitglijer. En misschien moet de catalogi worden aangepast aan het (her)ontdekte bestaan van deze afwijkers.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een BommeljasUitglijer Paul PanterUitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck DannyLinks is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer)De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)Poederdons in plaats van zwaard (Akim)Uitglijer Sirius door albumuitgaveDe Uitglijer die geen Uitglijer is (Jacques Martin)Jerry en Valentin glijen uit (Jerry Spring en Kuifje)Kuifje - Uitglijers in zwart-wit edities en Uitglijer Robbedoes en Kwabbernoot.

28 april 2020

Cartoons in coronatijden - Kim Duchateau, Berend Vonk, Kees de Boer en Johan de Moor

Kim Duchateau (VRT Nieuws, 1 april 2020))

De coronacrisis is uiteraard een grote inspiratiebron voor tekenaars en cartoonisten om hier iets over te maken. En waarom zou je niet de draak mogen steken met deze vreemde tijd en de maatregelen waar iedereen aan onderworpen is? Gelukkig gaat het nu weer langzaamaan de goede kant op.

Op Facebook deelden diverse tekenaars hun corona cartoons. De afgelopen tijd heb ik er een aantal van verzameld. Hier is een eerste selectie met Kim Duchateau, Berend VonkKees de Boer en Johan de Moor. Veel plezier. En blijf gezond.
Berend Vonk - Love is all you need (FB, 19 maart 2020)

Kees de Boer - Corona cartoon 3 (FB, 27 maart 2020)

Johan de Moor - Naar Hergé (FB, 8 april 2020)

21 april 2020

Bert van der Meij - Plaatje van de Week



Al meer dan vijftien jaar maakt illustrator, cartoonist en striptekenaar Bert van der Meij iedere maandag zijn Plaatje van de Week, een plaatje en praatje over waar hij met z'n werk zoal mee bezig is. Nu het in deze tijden van corona wat rustiger voor hem is, zoomt hij in op zijn werkkamer.

'In de jaren tachtig zat ik ieder jaar tijdens de Stripdagen in Breda met een heel aantal striptekenaars onze boeken te signeren.
Na afloop gingen we dan ergens eten en tijdens een van die etentjes ontstond het idee om op één dag een stripboekje bij elkaar te tekenen - en dat is ook gebeurd, ten huize van Frits Jonker: het ministripboekje 'Tussen de rails / è pericoloso sporgesi' (1989) was het resultaat. Roel Smit, Paul Teng, Willem Vleeschouwer, Peter Van Dongen, Edmond Spierts en Lian Ong leverden allen een bijdrage.
Ik had de smaak te pakken en besloot de eerste twee pagina's te maken van wat een lang verhaal over camping De Pondorosa moest worden (zie de foto, RS).
Bedoeling was dat andere tekenaars hun stripfiguren het campingterrein op zouden laten rijden, hun tent/caravan of wat dan ook zouden laten opzetten en een interactie met de overige stripfiguren zouden starten.
Eigen figuren mocht je uitwerken in inkt, waarna je de pagina naar de volgende tekenaar stuurde, die op zijn/haar beurt zijn/haar figuren zou intekenen.
Ik hoopte op een uit talloze verdiepingen (de lucht en liefst ook de grond in) bestaande opeenstapeling van bouwsels, bewoont door de meest uiteenlopende schepselen Gods, wilde ik tikken, maar dat moet natuurlijk schepselen Striptekenaars zijn.
Het project is nooit van de grond gekomen, maar het feit dat deze eerste pagina's al die jaren al aan m'n muur hangt zegt wel iets... al zou ik niet weten wat...'

20 april 2020

Eppo 8 - Uderzo hommages met Martin Lodewijk, Gerard Leever en Ken Broeders

Martin Lodewijk eert Albert Uderzo op de cover van Eppo 8, 2020

In Eppo Stripblad nr. 8 wordt Asterix-tekenaar Albert Uderzo op vier pagina's herdacht met hommages van stripmakers zoals Eric Heuvel, Gerben Valkema, Danker Jan Oreel, Peter de Wit, Fred de Heij, Kim Duchateau en Pieter Hogenbirk. Martin Lodewijk tekende de cover met zijn figuren Agent 327 en Olga Lawina. Eppo nummer 8 ligt tot 30 april in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Ook Gerard Leever (Gleevers Dagboek) en Ken Broeders (Driftwereld) tekenden een Uderzo hommage. Hier zijn ze.

Gerard Leever


Ken Broeders

12 april 2020

Eppo 7 - In Memoriam René Follet

René Follet thuis in Linkebeek, België in 2016 (Foto: Robin Schouten)

Op 14 maart overleed op 88-jarige leeftijd de Belgische grootmeester René Follet, in Nederland vooral bekend van de vroegere Eppo-reeks Steven Severijn. Speciaal voor Eppo nummer 7 schreef ik een In Memoriam voor Follet, die ik twee keer heb mogen ontmoeten voor een interview. Eppo 7 met het Follet artikel ligt tot 16 april in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Speciaal voor het artikel belde ik een half uur met Martin Lodewijk over Follet, waar hij diverse keren mee heeft samengewerkt, en nam ik contact op met Fred de Heij en Danker Jan Oreel, beiden grote fans van Follets werk. Hier is de uitgebreide versie van het IM artikel.

Steven Steverijn - Rozen voor Mata Hari (Silhouet, 2000)

René Follet (10 april 1931) tekende voor Eppo negen verhalen van Steven Severijn. Het zou de langstlopende serie uit zijn loopbaan worden die al in 1945 begon. “Ik heb altijd met veel plezier deze strip getekend vanwege de historie. En ook omdat er veel humor in de verhalen zat zoals die met de Russische kolonel (De dochter van de grootvorst en Rozen voor Mata Hari, RS) ”, zei Follet tijdens het interview voor De boekenkast-rubriek in Eppo 11, 2016 (zie deze link).
Het oeuvre van Follet bestaat vooral uit korte series of one-shots zoals Terreur en Shelena. Daarnaast heeft Follet altijd heel veel geïllustreerd. In de jaren zestig begon hij te werken voor de Nederlandse markt en maakte hij schitterende illustraties bij tekstverhalen voor de Pep en Donald Duck.

Illustratie voor De graaf van Monte Cristo (Donald Duck, 1981)

“Follet was in mijn jeugd overal”, herinnert Fred de Heij zich, “Ivan Zoerin, De Zingari, Steven Severijn, in alle bladen die ik las was Follet aanwezig. In de Donald Duck stond een geïllustreerd vervolgverhaal, De graaf van Monte Cristo. Zo verschrikkelijk mooi dat ik zelfs het verhaal gelezen heb om te zien welke passages hij illustreerde. En langzamerhand werd ik een steeds grotere fan.


In het Edmund Bell verhaal De zwarte schaduw (geschreven door Martin Lodewijk, RS) komt een pagina voor met de ideale afwisseling: leuk acterende poppetjes, en een overzicht van een haven waar een watervliegtuig landt. Ik vond dat de mooiste pagina die ik ooit gezien had. Zijn kracht was zijn handschrift, zijn virtuositeit, en daar kun je alleen maar naar kijken. In bewondering.”

Zijn meesterwerk
“Ik zag Follet voor het eerst in Robbedoes in 1949”, vertelt groot bewonderaar Martin Lodewijk. “Het was een tekening van een indiaan die een tomahawk gooide naar een paal en dat maakte als tienjarig jochie een ongelofelijke indruk op me. Het leefde en het bewoog, en dat was geweldig. Op stripgebied was ik diep onder de indruk van zijn verhaal met Maurice Tillieux, S.O.S. Jan van Gent dat volgens mij zijn meesterwerk is. Daarna wilde ik ook met Follet samenwerken. Wat jaren later ben ik naar Robbedoes gegaan en heb ik geprobeerd om Follet zover te krijgen om Jan Kordaat weer op te nemen. En dan wilde ik het schrijven. Follet las mijn synopsis maar hij zag het niet zitten. Het ging over vervalste schilderijen. Dertig jaar later heb ik bijna alles ervan gebruikt voor Agent 327: Het oor van Van Gogh", onthult Lodewijk.

René Follet in gesprek met Martin Lodewijk over Steven Severijn in Brussel, 1977 (Foto: Hans van den Boom)

Steven Severijn
In 1975 wilde Martin Follet naar Eppo halen. Het liefst wilde hij Steven Severijn zelf voor hem schrijven maar hij had geen tijd en daarom schreef Yvan Delporte het eerste verhaal: Het vertrek. Het basisconcept van Martin was dat het over een jongen ging die nooit in Amerika komt en steeds verder van zijn moeder en zuster raakt. Maar Delporte veranderde dat al snel in een jongen die overal ter wereld een avontuur beleefd. Na dit ene verhaal stopte Delporte ermee en vroeg Follet aan Jacques Stoquart, waar hij Ivan Zoerin mee had gemaakt, om de serie over te nemen. Onder Stoquart verschoven de verhalen zich naar het verre oosten wat Gerard Soeteman (bekend van zijn filmscenario’s voor Paul Verhoeven) in dank opgepakt heeft.


Tot en met 1982 werden er nog vier verhalen in Eppo gepubliceerd. De serie werd besloten met Cowboys en maffia. Op de laatste pagina’s vindt Steven zijn moeder weer terug en wordt hij herenigd met zijn Russische reisvriendin Paulina. Beiden zijn volwassen geworden en samen lopen ze uit beeld hun toekomst tegemoet. Een abrupt einde van deze serie, vindt ook Hel-tekenaar Danker Jan Oreel.  “Hij had er bij wijze van spreken 25 delen van gemaakt kunnen hebben. Ik was ooit thuis bij Peter de Smet en daar hing een originele Eppo-cover van Follet aan de muur. Het was voor een van de latere Steven Severijn verhalen en volledig in kleur uitgewerkt. Sindsdien ben ik hem blijven volgen en verzamelen. Al is daar geen beginnen aan vanwege zijn enorme productie. En dat 75 (!) jaar lang.

Steven Severijn (Collectie Danker Jan Oreel)

Het bijzondere aan zijn werk? Hij laat het er zo makkelijk uit zien, alsof het zo op het papier gesmeten is. En dat zijn de beste. Als ik even in een dipje zit dan pak ik bijvoorbeeld het overzichtsboek René Follet, un rêveur sédentaire en dan weet je weer hoe het moet.“

“René was niet altijd even gelukkig in zijn keuzes voor de scenario’s", vertelt Lodewijk tot slot. Bovendien was hij nogal een karakter, zeg maar eigenwijs. Dat merkte ik nog eens toen ik Edmund Bell voor hem schreef (in 1989 en 1990, RS). Maar de man was werkelijk een fabuleuze schilder en tekenaar. Hij heeft tot het laatst gewerkt, ongelofelijk.” (RS)

Zelfportret van Follet die zijn stripheldin Shelena schildert (2016)