Posts tonen met het label maurice tillieux. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maurice tillieux. Alle posts tonen

22 juni 2018

Uitglijer Paul Panter

De Belgische striptekenaar Maurice Tillieux (1921- 1978) is het meest bekend van zijn klassieke detectivestrip Guus Slim (Gil Jourdan) en in mindere mate van Félix die de voorganger was van Slim. Minder genoemd, minder beroemd en minder geroemd dan Guus Slim is Paul Panter (Marc Jaguar) waarvan slechts één album verscheen, nota bene tegelijk met het eerste album van Guus Slim.
In dat enige avontuur Het Dodenmeer van Panter (afgezien van de herdruk uit 1978 in de reeks Jeugdzonden en een illegale zwart/wit-uitgave uit 1980) zit een knaap van een rarigheid.
In de eerste druk uit 1958 (uitgave Dupuis) op bladzijde 26 het laatste plaatje, zegt Panter 'twee en twintig'. Leuk, maar waar slaat het op? Hij is niet aan het tellen geslagen tijdens de vlucht voor de politie. Het heeft ook niet te maken met de opmerking van zijn kompaan die zegt 'de halve portie' refererend aan de geringe afmeting van de achtervolgende agent.
Halve en hele getallen
Onder bepaalde spannende omstandigheden flap je er van alles uit om je ongenoegen te uiten. Dat doe Paul blijkbaar ook, maar twee en twintig is wel erg curieus.
De meest plausibele verklaring die er voor die hartenkreet gegeven kan worden, is dat Paul bijna vloekt. In het Frans is twee en twintig vingt-et-deux (fonetisch; venkt ee deu). God is in het Frans dieux en dat lijkt verdraaid veel op deux. Vingt et deux is dan zoiets als 'pot vol blommen; en als je het snel uitspreekt is het iets minder netjes. Het lijkt op echt vloeken, maar is het net niet.
Om dit dan direct te vertalen in twee en twintig zonder rekening te houden met de Nederlandstalige markt is wel erg suf. Geen kip snapt dit. Dat geldt ook voor wat er gebeurt op plaatje 9 van bladzijde 22 waarop de naamloze bijpersoon, die overigens in het hele album geen naam heeft (wat een  Uitglijer op zich is) de wind van voren krijgt, en als reactie geeft 'Hoe!!'
Het weinig zeggende 'hoe'.
In het Frans zegt de bijpersoon ongetwijfeld 'comment'. Dat is inderdaad hoe, maar zo kun je het niet vertalen. Wij zouden als kreet bij een heftige frontale aanval eerder zeggen 'wat'! Afijn, het gerommel met vertalingen heeft al meer geleid tot een Uitglijer... en bij deze is er een aan toegevoegd. (HvK)

Met dank aan Willem van Helden.

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Zijn bijdragen tot nu toe: Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van Tilburg, Hergé als geweten van de wereld en Uitglijer over een Bommeljas.

11 januari 2014

De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) - Kamerlid Piemel

In de vele decennia waarin strips uitgeven werden, komen we regelmatig uitglijers tegen. De eerste in de rij  is de naam van het kamerlid Piemel. We lezen dit in de Nederlandstalige Dupuis-uitgave van Guus Slim deel 11: Warm en Koud door Maurice Tillieux uit 1969. De rare naam staat op bladzijde 30 rechtsboven in het verhaal De Windmaker.
Voor de vertalingen naar het Nederlands van de ballonteksten, bediende de Franstalige uitgever Dupuis zich al snel van een Nederlander. Dit om tot bij het land passende teksten te komen. De vertalers moesten wel tweetalig zijn om de eventuele knipogen te herkennen om een grap of grol aansluitend te maken bij het Nederlandstalige publiek. Is dat dan de achtergrond van de bizarre naam die het kamerlid (!) Piemel krijgt van Tillieux? Of heeft het zelfs een meer vileine bedoeling ?

Om daar achter te komen is er een belletje gegaan naar Dupuis in Brussel en vervolgens kwam Erwin Cavens aan de lijn die vertaler is bij deze uitgever. Hij is nota bene de zoon van Karel Cavens, de oorspronkelijke vertaler van het Guus Slim-verhaal, maar helaas wist hij niet te vertellen hoe zijn vader aan Piemel kwam. Cavens senior is overleden dus werd het de aloude kwis 'raden maar'. Erwin kon wel vertellen dat Lemoine, zoals Piemel in het land van de wijn en alpinopet heet, een typisch Franse naam is die ook liefkozend gebruikt kan worden voor baby's of jongetjes. Het zou met veel fantasie zoiets zijn als 'die kleine piemel'. Anderzijds betekent het ook monnik. Heeft Tillieux de politici willen afschilderen als leuke grappige ventjes of als van de maatschappij afgekeerde mensen ? We weten het niet. Frappant is overigens dat de naam in de Nederlandse herdrukken gehandhaafd is gebleven. En daarmee zou de veronderstelde afkeer van de politiek door Tillieux door vertaler Karel Cavens bedacht, tot in de lengte van dagen door blijven klinken in dit Guus-verhaal, en waarbij het vermoedelijk aan waarde nauwelijks of niets is ingeboet. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.