Posts tonen met het label tintin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tintin. Alle posts tonen

15 januari 2018

Hergé als geweten van de wereld

Een anti-Uitglijer

Hergé (Etterbeek, 22 mei 1907 - Sint Lambrechts Woluwe, 3 maart 1983), de creator van onder andere Kuifje is door zijn succes opgevallen en dat heeft zo zijn gevolgen. Er worden daardoor hele studies aan deze 'kinderboekjes' gewijd en dan valt er van alles op. Dat kan variëren van een scheve haarlok tot een verkeerd getekende deurbel. Ook hele oude drukken komen aan bod, en dan is het hek helemaal van de dam. Men kan dan bijvoorbeeld bepaalde karikaturen aanwijzen die te sterk zijn aangezet, met een gefronste wenkbrauw als gevolg. 
De twee joodse mannen in Tintin - L'Étoile mystérieuse.
Zoals in de oorspronkelijk zwart-wit versie uit 1942 van L'Étoile mystérieuse (De Geheimzinnige Ster) waar twee overduidelijk joodse mannen zeggen dat het niet erg is dat de wereld vergaat (de aanvliegende ster zou dat bewerkstelligen), omdat een van hen nog zoveel franc aan die en die schuldig is.
Ai!
De recente oorlogsgeschiedenis heeft geleerd dat we dit zeker op zijn minst als zeer ongepast moeten beschouwen. Groot is dan ook de opluchting van de oplettende mens dat hij of zij in de hedendaagse versie van dit soort onsmakelijkheden verschoond is. Edoch is er kort geleden nog een hetze geweest bij Amsterdamse stripwinkels over Kuifje in Afrika (zie deze link), waar de zwarte medemens er allemaal uitzien als Al Jolson die voor de oorlog in films optrad en geschminkt in de verte iets weg heeft van Zwarte Piet (en dus feitelijk helemaal niet op een neger leek). Om kort te gaan; uit Afrika zijn er geen geluiden gekomen dat het boek verboden moet worden en is als karikatuurverhaal gewoon wereldwijd te koop.
In Afrika kunnen ze relativeren en hebben ze humor, zo veel is wel duidelijk.

Interessant in dit betoog is de verloop van een andere minder frisse opmerking. Die komt uit Tintin en Amérique uit 1932.
De Franse oerversie van Kuifje in Amerika met zeven onschuldigen onbekenden en deze man op de
grond (Wilmet A3, 1940).
Hier wordt fier beschreven dat er na een overval en het gegeven alarm, maar liefst zeven negers onmiddellijk werden opgehangen, met de toevoeging 'maar de schuldige is gevlucht'.
Dit moet dus humor voorstellen. Je dunt een bevolkingsgroep uit die wordt geminacht, maar je hebt nog niet wat je wilt. Juist dat het negers zijn geeft aan dat Hergé discrimineert, zo lijkt het. Ik zou hebben gezegd; 'men heeft zeven mannen opgehangen', als het dan zo nodig moet, maar dit terzijde. Ik kom er nog op terug.

Dan wordt Kuifje interessant voor het Nederlandstalige gebied en komt dit verhaal in 1941-1942 in het Vlaamse dagblad Het Laatste Nieuws waarin Kuifje nog gewoon Tintin heet. Zoals te zien is in deze (nog) niet ingekleurde en hertekende versie werd de gemankeerde tekst nog steeds passend gevonden.
Kuifje in Amerika - De krantenversie uit 1941-1942 in Het Laatste Nieuws
Deze variant zal op nog grotere instemming van de Duitsers hebben kunnen rekenen. Nu zijn er zelfs negen negers opgehangen i.p.v. zeven. Misschien omdat het lekker bekt, negers en negen. Logisch dat er toen niemand tegen in het geweer is gekomen… je zag de bezetter al op je deur bonzen. Maar erger nog, men zet dergelijke zaken ongezien voort, ook na 1945 als het risico van klein verzet verdwenen is. 
In de eerste Nederlandstalige kleurendruk is de tekst alweer wat matiger de aantallen gehangenen maar verder blijft het intact.
De tekst bij deze eerste Nederlandstalige kleurendruk uit 1947 (Ottens, A46 rood) is wel wat aangepast. Er is nu sprake van 'men' en dat kan ook een en ander verklaren, maar ook dit komt later aan de orde. 
De herdruk (Ottens A51) met een neutrale toon en geen slachtoffers meer behalve de man op de grond (1952)
In de herdrukken uit 1952 en verder is besloten om het hangen uit te bannen. We weten niet of dit uit een zekere piëteit is gebeurd of dat het te schokkend werd ervaren in een kinderstrip. 
Afijn; terug naar de gewraakte tekst. 
Is dit nu een Uitglijer van Hergé of kunnen we dat ook anders zien?
Amerika is het land van de onbegrensde mogelijkheden. Dat geldt van voorlopers in de industrie tot aan de keuze van de president. Illustratief is de koe in het album die op een lopende band staat en er als een worst weer uit komt. Ook het fenomeen gangster krijgt een flinke dosis aangezette aandacht; het was tenslotte de tijd van Luciano en Capone. En zoals we zagen wordt natuurlijk de segregatie in met name het zuiden van de VS niet vergeten. De donkere medemens was zijn leven niet zeker en er werden door de red necks te pas en te onpas negers opgehangen. Abel Meeropol schreef er een gedicht over bij wijze van protest, 'Bitter Fruit’ en dat werd later door jazz-zangeres Billie Holiday vertolkt onder de titel 'Strange Fruit'. Vreemd Fruit, een vreemde manier om zulke gruwelheden aan te duiden. 

Hergé heeft zich volgens mij het hele album door in feite op een ludieke wijze aangesloten bij de mening van Meeropol, door te laten zien hoe dat daar gaat in dat verre Amerika. Zo was de mentaliteit. Een neger meer of minder was geen probleem (het hadden evengoed indianen kunnen zijn, maar die waren al geen issue meer voor de segregatist in de jaren 1930). Op die manier heeft Hergé de ridiculiteiten van 'gods own country' willen belichten; of eerder overbelichten.

In de laatste ver-her-taling komt dan ook het woordje 'men' bovendrijven, zoals in de alleroudste versie ook werd gebruikt ('on'). Hergé zou hiermee de persoon die de misdaad ontdekt hebben vrijgepleit van de gruwelijke reactie van de mob (dan is 'men' die anderen) en daarmee tevens zichzelf. Hij is de toeschouwer als de man van de ontdekking van de overval, en dat deed hij dus al in 1932. Geen discriminatie, maar een vorm van journalistiek bedrijven in stripvorm.

Hiermee zijn we gelijk verlost van de mogelijke gedachten dat Hergé een racist was, maar eerder als kind van zijn onbuigzame katholieke tijd gevangen zat in een onwelriekend systeem, waarin velen van zijn kennissen en vrienden geen afstand namen van wat er met name in de Tweede Wereldoorlog in België gebeurde. Dan is het makkelijk schertsen met ellende of stereotypiën in de albums, zonder welke vorm van tegendruk van de omgeving dan ook. Met die gedachten kan ik weer met een gerust hart de oude en de herdrukken oppakken en genieten van wat Hergé ooit voor miljoenen lezers maakte; leuke verhalen met vaak een bijzondere knipoog.

Met dank aan Rob van Eijck die de drie laatste illustraties aanleverde en de daarbij horende informatie. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde heldRik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke), Jansen is de naam (Kuifje) en Magda van Tilburg.

20 november 2014

Uitglijer in Tintin: Le Sceptre d'Ottokar

Onbekende fout in originele zwart/wit uitgave van Tintin: Le Sceptre d'Ottokar (1941).
In een vorige Uitglijer maakte we kennis met wat inversies binnen de reeksen van Kuifje waarbij de baby scene in de zwart-witte Amérique wel de meest opvallende was. Een inversie is dus een omkeren of omdraaien, of lees, veranderen van de volgorde. Dit voor de duidelijkheid.
Als je de catalogus leest van de vooroorlogse Kuifjes die Marcel Wilmet zorgvuldig samenstelde (Tintin zwart op wit, Casterman 2004) kom je nogal wat gerommel tegen bij de fameuze oorspronkelijke serie van onze held. Katernen werden soms te veel gedrukt en die gingen dan op de plank om later weer in later gedrukte kaften te worden gevoegd en visa versa. Dat maakte het bepalen van de drukken extra ingewikkeld.
Het was de tijd dat zorgvuldigheid voor kinderboeken en dan meer bepaald de plaatjesboeken, klaarblijkelijk van minder belang was. Desalniettemin kwamen er prachtige albums uit die toch zo'n 20 frank moesten kosten... knap aan de prijs voor een kinderavonturenboek.  Dat gold overigens ook voor onder andere de Lombard-uitgaven van na de oorlog. Duur, maar daarmee vaak ook gekoesterd, en daardoor regelmatig in een goede tot zeer goede staat nog terug te vinden.

Over die twintig frank-boeken; mij viel een net gekocht stokoud zwart-wit Franse Scepter van Ottokar in handen van een vriend en met plezier bladerde ik het exemplaar eens door. Het aandoenlijk kleine plaatje op de kaft doet menig verzamelaar het hart oplichten zoals ook de prachtige grote kleurenplaten. Minpunt is wellicht dat het een samengesteld album is met zelfs niet correcte schutbladen. Dat samenstellen komt vaker voor bij de huidige aanbieding van dergelijke antiquarische gebonden exemplaren. Frappant overigens is dat dit verschijnsel  zowat uitsluitend de zwart/wit uitgaven van Tintin betreft. Zo is in dit geval sprake van een twintigste duizendtal, terwijl la petite image volgens de catalogus geen duizendtallen kent, of althans niet dat dit werd vermeld op het titelblad. Het genoemde blad komt dus van de uitgave uit 1942 met de grote voorplaat. Het totaal van het aantal pagina's is echter 108 en begint met bladzijde 3 dat weer wel bij de uitgaven uit 1939 en 1941 met de kleine voorstelling op de kaft hoort. Een detail, en daar gaat het hier nu niet om. 
Aan het eind van de aanschaf stuitte ik namelijk op een vreemd fenomeen dat niets met het recente samenstellen van het boek te maken heeft. De volgorde van de laatste paar pagina's namelijk deed mij even puzzelen. Het gaat van pagina 104 naar 105 en van 105 naar 106....en nu komt het; van 106 naar pagina 105 !!! En van die 105 naar 108. 
Pagina 104 en 105

Pagina 106 en 105


Pagina 108
Die laatste 105 is gedrukt op de 'achterkant' van 108 en kan dus niet als bladzijde verwisseld zijn, maar wel als drukplaat. Ik zocht in de catalogus van Wilmet, maar kon er niets van deze Uitglijer vinden. Ik mailde de speurder naar de oer-kuif er over in een moeizaam samengesteld Frans en kreeg prompt antwoord in helder Nederlands.  Nee, Marcel kende het niet en wilde graag de scans zien. Ook hierna was het het duidelijk; er is een inversie gevonden die nergens bekend is. De verklaring is heel simpel; de vellen die werden gedrukt hebben een verkeerde tegenplaat gekregen en dat was 105 tegenover 108 i.p.v. 107 tegenover 108.
De fout zal bij de drukker snel zijn ontdekt, want anders zou deze inversie wel bekend zijn, zeker bij Wilmet.  Het stripboek met de unieke invulling is even te koop geweest, maar heeft tot op heden nog geen verzamelaar getroffen die dergelijke inversies graag in zijn stripkast heeft staan. Zoals al eerder gezegd in een eerdere Uitglijer...er is een groep geïnteresseerden voor dergelijke capriolen. Persoonlijk hou ik het bij een kloppend exemplaar... er is al zoveel verwarring in de wereld. Toch leuk dat het bestaat, deze Castermanse fout....voer voor speurders! 
Laat ons weten of je dergelijke zaken ook bent tegengekomen. 

De volgende Uitglijer zal gaan over het popje Schalulleke/Schabolleke/ Schanulleke. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergé en Suske en Wiske: De Tartaarse helm

08 mei 2014

De Uitglijer van Hergé

In het kader van De Uitglijer gaan we naar de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Het betreft hier een icoon van jewelste alhoewel men zich er bij aanvang niet van bewust was dat dit album en de rest van de reeks een miljoenenbusiness zou worden. Hergé mocht zich verheugen in een leuke klus en die was het aankleden met een strip van de wekelijkse jeugdbijlage van het Franstalige Belgische dagblad Le Vingtième Siècle: Le Petit Vingtième. Een vingeroefening werd snel ter zijde geschoven en Hergé richtte zich op het succes van de padvinder Totor die hij eerder tekende voor Le Boy Scout Belge als serie. 
Dat succes was de reden waarom hij die Totor een pofbroek, een hondje en een beroep gaf dat hem in staat stelde te reizen. De reporter Kuifje was geboren en na zijn weergaloze succes in de Sovjet Unie volgen als snel Tintin au Congo (1931) en Tintin en Amérique (1932). 

Nu zijn deze boeken niet van smetten vrij. Hier wordt niet gedoeld op het weergeven van stereotypen of zelfs zwaar discriminerende situaties. Ook het dierenleed dat per pagina is te bewonderen in de Congo is niet het doel. Nee, het is de soms rare verschuiving van de stroken die kunnen leiden tot fronsend lezen. 
(klik erop voor een vergroting)
Neem nu bladzijde 93 van een heruitgave van En Amérique uit 1939, in zwart-wit en vier kleurenplaten. 
Bobbie is door gangsters ontvoerd en Kuifje meent het huilende dier te horen. In de foute strook-schikking zien we onze held de trap op rennen richting het lawaai, bij de dame met kind binnenvallen en pas in de laatste strook opschrikken. Dat moet allemaal andersom. De onderste moet naar boven, dan de trapscène en dan de dame met kind.  Dit is wel het bewijs dat er steeds clichés gemaakt moesten worden van de originele tekeningen. Zo konden inversies ontstaan. Die inversies zijn er zelfs binnen de stroken. 
(klik erop voor een vergroting)
Neem de onderste strook van Les cigares du pharaon (1934) op bladzijde 80. 
Kuifje brengt twee zot geworden heren naar het krankzinnigeninstituut. In de eerste versie wordt Kuifje schijnbaar meteen op zijn woord geloofd en worden twee bewakers geroepen om het Kuifje-bevel uit te voeren de mannen in verzekerde bewaring te nemen. In de andere versie is de brief de aanleiding tot dit handelen. Dat dit de goede versie is bewijst het feit dat de softcovers dezelfde volgorde aanhouden. Schokkend is de inversie van De zwarte rotsen waar twee hele pagina's zijn verwisseld. Het maakt het verhaal niet duidelijker. Overigens zijn er verzamelaars van dit soort misdrukken, maar veel financiële furore maakt zoiets niet. Alhoewel de zeldzaamheid van En Amérique met de fout volgens het boek Tintin zwart op wit van Marcel Witmet hoog is, en die van De zwarte rotsen echter gelijk aan de andere uitgaven. In elk geval leuk om zo'n inversie in handen te hebben, ook al zou Hergé zich de haren uit het hoofd hebben getrokken bij deze Uitglijders. (HvK)

OPROEP: Mocht je een Uitglijer weten, laat het ons weten. Wij zoeken de achtergronden er wel van uit.

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim.