Posts tonen met het label dick matena. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dick matena. Alle posts tonen

04 mei 2026

Stripmaker Dick Matena overleden (83)

 

Dick Matena in Café Zwart, Amsterdam, 25 maart 2014 (Foto: Robin Schouten)

Op zondag 26 april is een van de meest veelzijdige Nederlandse stripmakers overleden: Dick Matena, twee dagen na zijn 83ste verjaardag. Ik heb het voorrecht gehad om hem verschillende keren te mogen interviewen, vanaf 2010 voor de stripbladen Eppo (een interview voor de rubriek De boekenkast van... bij zijn stamcafé Zwart in Amsterdam, een Portret en een artikel over De Partners, de strip die hij schreef voor Carry Brugman), StripNieuws (over Toonder en Polletje Pluim) en Brabant StripMagazine (over Kees de jongen). Ook sprak ik hem over De Argonautjes, waarvoor ik voor een heruitgave bij Paul Rijperman een dossier schreef. Hij was een markante man met een zeer uitgesproken mening, en daarom was het altijd interessant om hem te spreken. Hij nam geen blad voor de mond.


Tekening van Kruimeltje voor mij (Stripdagen 1989)

De eerste keer was al in 1988 en 1989 op de Stripdagen in Den Haag, als stripfan, toen hij onder andere een tekening voor me maakte in zijn verstripping van Kruimeltje. In 1990 sprak ik hem veel uitgebreider en persoonlijker, onder andere over zijn idool Hans G. Kresse, de tekenaar van onder andere Eric de Noorman. 

Dick Matena signeert voor stripfan Ron Beunder (rechts) '60 jaar Eric de Noorman' in Dudok, Arnhem, 2006

De laatste keer dat ik Dick zag was eind 2024 in het Museum voor Comic Art in Noordwijk waar hij signeerde, en even daarvoor nog een verrassingsbezoek aan het Stripfestival Breda 2024, waar hij een luxe editie kreeg van de Hans Kresse biografie van Rob van Eijck en Rutger Zwart. Nu schiet me ook te binnen dat ik Matena voor het allerlaatst zag in februari 2025 tijdens de uitvaart van stripjournalist en vriend Rob van Eijck in Bilthoven, waar hij al heel broos oogte. We zullen hem en zijn enorme talent gaan missen. 


Virl (Amsterdam, 5 december 2010 tijdens mijn Eppo Portret interview met Matena)

In de planning staat nog een integrale uitgave van zijn sciencefictionstrip Virl, waarmee hij zijn realistische (en volwassen) striploopbaan eind jaren zeventig startte, na komische strips te hebben gemaakt voor het stripblad Pep als De Argonautjes, Ridder Roodhart en Grote Pyr. Voor Eppo maakte hij ook Kleine Pier. 


Matena in 2024 (Foto: Klaas Driebergen) met zijn verzamelde autobiografische stripcolumns voor Eppo in het boekje 'Nu ik er nog ben'. Zeker een aanrader. 


Stripspeciaalzaak.be keek uitgebreid terug op de lange loopbaan van Dick Matena, te lezen en te bekijken via deze link


15 september 2025

Dick Matena - Kees de jongen stripmuur

 

Kees de jongen stripmuur in de Jordaan (Foto: Robin Schouten, 2025)

“Hoe trots zouden mijn ouders zijn geweest als ze hadden geweten dat er van hun lievelingsboek Kees de jongen van Theo Thijssen, via mijn beeldroman, nu een tekening op een muur prijkt in de Amsterdamse Jordaan, vlak bij het Theo Thijssen Museum”, schreef Dick Matena recentelijk op zijn Facebookpagina. De afgelopen weken kreeg in de Amsterdamse Jordaan een nieuwe stripmuur vorm: op de zijmuur van Tuinstraat 61 schilderde Ellen Bouman een ode aan Theo Thijssens beroemde romanfiguur Kees de jongen, in zijn iconische ‘zwembadpas’. 

Het ontwerp is van Dick Matena, die in 2012 de integrale beeldromanversie van Kees de jongen publiceerde. Het idee kwam van het Theo Thijssen Museum en werd door de buurtbewoners massaal gesteund via het stadsdeelproject Centrum Begroot. Dankzij hun stemmen wordt Kees weer letterlijk zichtbaar in zijn eigen buurt. (Info: Eppo Update, 6 september 2025). 

Hans Matla neemt zijn hoed af voor Kees de jongen (Foto: Robin Schouten, 2025)

Afgelopen vrijdag 12 september was de onthulling van de Kees de jongen stripmuur. Helaas kon de grootmeester er zelf niet bij zijn wegens ziekte, maar de opkomst was evengoed indrukwekkend te noemen, met collega tekenaars als Gerrit de Jager, Aloys Oosterwijk, en de Haagse stripverzamelaar (en voormalige uitgever) Hans Matla. Die schreef in een WhatsApp bericht het volgende: 

Aloys Oosterwijk, en Dick's zoon Guido Matena (Foto: Robin Schouten, 2025)

'Gisteren waren de stripliefhebber Bas Douwes Dekker ik bij de onthulling van Dick Matena's muurschildering van 'Kees de jongen' in de Tuinstraat in Amsterdam. Dick kon er niet bij zijn omdat hij ziek was, maar zijn vrouw Nelleke en haar zus en zoon Tom wel en zijn zoon Guido, uit zijn eerste huwelijk met Iris. Zeker 200 mensen waren er en kinderen van de Theo Thijssen-school zongen zó enthousiast en ontroerend het Kees de jongen-lied. Mooie toespraken waren er en het werd gefilmd door de plaatselijke televisie. Het was een geweldige goede onthulling. 

Hans Matla na 50 jaar in gesprek met Gerrit de Jager (Foto: Robin Schouten, 2025)

Ik sprak daar achteraf nog een hele tijd met Gerrit de Jager, tekenaar van vele heel leuke strips: De familie Doorzon, Liefde en geluk, Roel en zijn beestenboel en nog veel meer. Wij zagen elkaar al 50 jaar op stripbeurzen, maar wij hadden nooit eens met elkaar gesproken. Heel bijzonder!'

Dick Matena's zoon en archivaris Tommy Matena met Aloys Oosterwijk (Foto: Robin Schouten, 2025)

02 juli 2025

Aloys Oosterwijk - Dick Matena in Potgieterstraat te Amsterdam

 

Klik op de tekening voor een vergroting

Cor Morelli-tekenaar Aloys Oosterwijk tekende zijn gewaardeerde stripcollega Dick Matena op 17 juni 2025 in de Potgieterstraat in Amsterdam. Hij plaatste de tekening van Matena op 21 juni jl. op zijn Facebookpagina met deze tekst: 'En daar tref je de Oude Meester ineens met zijn Rock `n Roll laarzen op een bankje, een paar straten van me vandaan. Maar jong van stem én van geest.'

Lees ook De vaste route van Dick Matena voor Ons Amsterdam, gepubiceerd op 1 oktober 2010.

29 mei 2025

Eppo 11 - De boekenkast van Hans van den Boom

Hans van den Boom thuis in Zelhem, 30 okt. 2024 (Foto: Robin Schouten)

In Eppo nr. 11 van 2025 staat van mij De boekenkast van… Hans van den Boom. Sinds 1982 is hij de uitgever van Arboris en bracht hij boeken uit van stripauteurs als François Schuiten, Jan van Haasteren, Hermann, Dick Matena, Franz, Hanco Kolk, Aloys Oosterwijk en Peter Nuyten. 

Eppo nummer 11, 2025 (met cover van Storm) is los te bestellen via de site van  Eppo en Uitgeverij L

Voordat Hans van den Boom (1951) uitgever werd, werkte hij bij uitgeverij Oberon en was hij redactielid van de bladen Stripschrift en De Vrije Balloen. Een van Arboris’ eerste grote successen was Elfquest. Arboris gaf het verder ook zes edities van het Stripjaarboek uit, was vanaf nummer 5 de uitgever van het stripblad Titanic (1984-1989), en in 1983-1988 van de albumreeks ‘Uit de Toonder studio’s’ met zeldzame krantenstrips uit de jaren zestig en zeventig. 

Dick Matena - Cover Titanic nr. 18, 1986

Tegenwoordig geeft Arboris ook de integrale boeken uit van o.a. Tanguy en Laverdure, Mac Coy, Brammetje Bram, Maarten Milaan, De Beverpatroelje, de Indianenreeks van Hans Kresse, en Steven Severijn van tekenaar René Follet, waarvan recent het derde en laatste deel 'Thuis' (zie deze recensie) is verschenen, met verhalen van de op 16 mei jl. overleden scenarist Gerard Soeteman. Lees hier een IM over Soeteman en zijn stripscenario's op Stripspeciaalzaak.


03 mei 2025

Dick Matena - De terugkeer van Virl

 

Dick Matena vierde op 24 april zijn 82e verjaardag. Het overweldigende aantal felicitaties dat hij ontving op zijn Facebookpagina heeft hem inspiratie gegeven om zijn oude stripheld Virl weer nieuw leven in te blazen. Bovenstaande foto met nieuwe schetsen deelde Matena op 27 april jl.  


Virl maakte zijn debuut in 1977 in Mickey Maandblad dat, na zijn Kleine Pier verhaal in 1975-1976 voor Eppo, het begin inluidde van Matena's realistische stripcarrière. Er verschenen bij Oberon twee Virl albums, Verbanning naar Cion (1979) en Speurtocht naar Terra (1981). 

Virl : Speurtocht naar Terra (Oberon, 1981) Covertekening

In 2011-2012 publiceerde Eppo een nieuw Virl verhaal, Het Asiel (in album bij DLC, 2013), zie ook dit bericht op mijn blog van 13 augustus 2012. En wie weet wat er nog komen gaat. Welkom terug, Virl. 


18 februari 2025

In Memoriam: Rob van Eijck (1948-2025)

 

Van Eijck met zijn eerste Eric de Noorman, 1 aug. 2024 (Foto: Robin Schouten)

Op 8 februari is de bekende Nederlandse stripjournalist Rob van Eijck op 76- jarige leeftijd overleden. Hij was drie weken daarvoor gevallen in zijn huis in Haarlem (waar ik een paar keer ben geweest voor interviews met Rob) en zeer lelijk terecht gekomen. Daarna had hij twee weken op het IC gelegen in het ziekenhuis in Haarlem. Rob was erg zwak maar vroeg aan zijn goede vriend Willem van Helden, die ook veel over strips heeft geschreven, om andere mensen in de stripwereld te informeren. En zo werd ik en andere stripvrienden van Rob vanaf 2 februari op de hoogte gesteld over zijn situatie. Zijn toestand leek twee dagen voor het einde nog wat te zijn verbeterd, maar daarna was er sterke verslechtering opgetreden die niet meer kon worden gekeerd. 

Een icoon in de stripwereld is heengegaan die ook zijn enorme kennis bijdroeg aan de Uitglijers op deze blog van Hans van Klinken, zijn stripvriend uit Leiden sinds begin jaren 70. Hans: “Hij was een aimabel mens en een wandelende vraagbaak. Hoe vaak heb ik hem niet gevraagd om mijn Uitglijers eens aan te vullen dan wel te corrigeren. Ik was wel erg trots toen hij op een gegeven moment zei dat hij dát niet wist, en dat ging over Jansen en Jansens (zie de Uitglijer Jansen is de naam uit 2017). Ha! Ik kon Rob iets leren… hij vond het komisch.”

Rob van Eijck werd geboren op 26 oktober 1948 in Den Haag, en wordt gezien als een van de grondleggers van de Nederlandse stripjournalistiek. In 1970 toen hij nog geschiedenis studeerde aan de universiteit in Leiden raakte hij verbonden aan het stripinformatieblad Stripschrift, ook als redactielid, en ging hij als een van de eersten in Nederland over strips te schrijven. Dit is hij altijd blijven doen.

Rob van Eijcks eerste interview met Kresse in Stripschrift 25-26 (jan-feb 1971)

Hij interviewde vrijwel alle grote Europese stripmakers zoals Willy Vandersteen (dat eind 1969 zijn eerste interview was voor Stripschrift, gepubliceerd in nr. 13, 1970), Hergé, Hans G. Kresse, Jijé, Jacques Martin, Edgar P. Jacobs, André Franquin en Don Lawrence. En ook alle belangrijke Nederlandse stripauteurs zoals Martin Lodewijk, Jan Kruis. Bert Bus, Gerrit Stapel, Dick Matena, Peter de Smet en Daan Jippes. "Dat je met bepaalde tekenaars die je bewondert ook bevriend raakt, zoals met Dick Matena, is natuurlijk heel bijzonder" vertelde hij mij in 2014 voor Eppo. In het overzichtsboek ‘100 Pagina's Dick’, dat in 2014 verscheen, kun je Rob's persoonlijke herinneringen lezen over Matena. 

Rob van Eijck, Dick Matena en Martin Lodewijk

Daarna had Van Eijck de omvangrijke Dick Matena tentoonstelling ‘Getekend leven’ (2015) samengesteld in Museum Meermanno (zie dit bericht) en ook een bijbehorende catalogus waarvoor Rob veel research had gedaan. Matena vertelt hierin zijn eigen kleurrijke en bewogen verhaal middels interviews die van hem waren afgenomen tijdens zijn lange carrière, door Rob zelf en andere stripjournalisten. Ook van mij had Rob interview fragmenten met Matena in de tekst verwerkt (onder andere over Marten Toonder) die ik oorspronkelijk had geschreven voor de bladen StripNieuws en Brabant Strip Magazine, en ik was best trots dat hij deze artikelen had gebruikt. Het rijk geïllustreerde boek van 160 pagina's is een must voor iedere fan van Dick Matena’s werk én stripliefhebber.

De 160 pagina's tellende catalogus Dick Matena - Getekend leven. 

Van Eijck werkte verder mee aan tientallen stripuitgaven zoals de Stripjaarboeken van Arboris en Sherpa, schreef dossiers over onder andere De Generaal en Arman en Ilva, en schreef ook mee aan Stripschrift-specials over Asterix (1980), Suske en Wiske (1981), Giraud/Moebius (1982), Franquin (1982), Vrouwen van papier - Erotiek in strips (1984) en Donald Duck-tekenaar Carl Barks (1985). 

'
'De F van Flater' (1982) met een bijdrage van Rob van Eijck.


Kenner van Hans G. Kresse

In latere jaren raakte hij bekend als dossierschrijver voor de integrale boekuitgaven van Eric de Noorman, De Generaal, Agent 327, en de Indianenreeks van Hans G. Kresse, een tekenaar die Rob al vanaf zijn zevende las sinds hij het Eric de Noorman-boekje 'Het teken der Joms' bij de kapper ontdekte. 

Indianenreeks integraal uitgebracht in 2018-2022 bij Arboris, met dossiers van Van Eijck.


Als kenner van het werk van Hans G. Kresse schreef hij de inleidingen voor de 24 delen van Eric de Noorman (de tweede serie) van Uitgeverij Panda en werkte hij mee aan zo ongeveer alle boekpublicaties over Kresse. Zo had Rob de achtergronddossiers geschreven voor de Kresse strips Wetamo, Mangas Coloradas en Vidocq die in de jaren negentig opnieuw in boekvorm verschenen bij uitgeverij Boumaar. Ook had hij artikelen geschreven over Kresse voor het tijdschrift Viking (1990-1996), een uitgave van De Kressekring. 

Van Eijck was van 1970 tot 1985 lid van de redactie van Stripschrift (die hij verliet wegens ‘metaalmoeheid’ zoals hij dat aan mij omschreef) en schreef daarna nog sporadisch een artikel voor het blad waarmee hij bekend raakte. In 2010 mocht hij voor nummer 406 zelfs een heel Stripschrift nummer volschrijven, over stripbladen in de jaren 1950. 

Na bijna veertig jaar als geschiedenisleraar gewerkt te hebben had hij weer alle tijd om zich met strips bezig te houden, en na zijn pensioen in 2012 ging hij ook weer wat vaker voor Stripschrift schrijven. Daarnaast heeft Rob vele artikelen geschreven voor het Belgische stripinformatieblad Brabant Strip Magazine dat vanaf de jaren negentig verscheen. 

In 2020 bracht Sherpa het Blueberry boek ‘De lange mars & De ongrijpbare Navajo's’ uit met een dossiertekst van Rob over de historische betrouwbaarheid van de Blueberry-verhalen, en dat een bewerking is van zijn gelijknamige artikel uit de Stripschrift-special 'De kleurrijke helden van Giraud/Moebius' uit 1982. 

De veelzijdige Van Eijck was ook, vanaf de jaren tachtig tot in de jaren negentig, vertaler van diverse Amerikaanse comics (Watchmen, Batman, Black Orchid, Conan, Tarzan) en in de jaren 70 verzorgde hij als letteraar de teksten in albums als Cuvelier’s erotische stripverhaal Epoxy (tevens het eerste scenario van Jean Van Hamme), Tardi’s Isabelle Avondrood (vanaf deel 1 in 1976) en Cheret’s Rahan.

Coverillustratie 'De opstand der Bataven' (1982)

Zelf was hij ook nog even striptekenaar. In een realistische Kresse-stijl tekende hij een paar korte verhalen voor o.a. het blad De Vrije Balloen, en ook het historische stripalbum 'De opstand der Bataven' dat hij in de jaren zeventig tekende, maar pas in 1982 bij Arboris uitkwam.

 Baanbrekend boek over strips


Ik leerde Rob's werk begin jaren tachtig kennen als auteur van het uitstekende en intrigerende interviewboek ‘Beeldspraak’ (Brabantia Nostra, 1978) waarvoor hij Hans G. Kresse, Martin Lodewijk, Dick Matena, Daan Jippes, Peter de Smet, Thé Tjong-Khing, Dik Bruynesteyn en Evert Geradts in 1975 uitvoerig had gesproken, en zo voor vele stripliefhebbers deze tekenaars dichterbij heeft gebracht. Dit baanbrekende boek over strips had ik als jongen van 12 of 13 jaar ontdekt in de bibliotheek in Zaandam, en daarna nog een aantal keren geleend omdat ik er maar geen genoeg van kreeg. Het is samen met Rob's Stripschrift artikelen, zoals het geweldige Kresse interview dat hij samen met Martin Wassington deed voor nr. 100, en zijn bijdragen aan de Stripschrift-specials over Giraud en Franquin, van grote invloed op me geweest om later ook over strips te schrijven. 

Stripschrift 100 (mei-juni 1977) - Interview Kresse

Op mijn zestiende schreef ik mijn eerste stripartikel, voor het stripamateurblad Novum, en ik denk niet dat dat was gebeurd zonder de ontdekking van ‘Beeldspraak’, Stripschrift (waarvan ik gebonden jaargangen leende in de bieb in Zaandam) en andere uitgaven over strips waarvoor Van Eijck had bijgedragen, zoals het stripoverzichtsboek ‘Strips’ (met de bekende blauwe cover) dat een jaar na ‘Beeldspraak’ verscheen bij Oberon. Om aan te geven hoe groot de invloed van Van Eijck destijds was in de Nederlandse stripjournalistiek en waarin hij duidelijk had voorop gelopen. 

In 1979 verscheen een ander standaardwerk over de historie van strips waarvoor Rob een bijdrage leverde, Kees Kousemaker’s ‘Wordt vervolgd - Stripleksikon der Lage Landen’. En de eerste uitgave over strips waaraan Rob meewerkte was ‘Strips - Werk van Nederlandse striptekenaars’ uit 1974 van de Nederlandse Kunstichting, dat 170 Nederlandse striptekenaars beschreef.

Toen ik vanaf juni 1993 zelf in de stripwereld belandde door de uitgave van mijn stripblad Incognito, leerde ik Van Eijck ook persoonlijk kennen. Ik vond hem meteen heel aardig en het viel me op dat hij een beetje verlegen was, en ook wel bescheiden. Tot mijn verbazing, want dit was wel een van de pioniers van het Nederlandse stripverhaal, besefte ik toen al. Maar Rob had absoluut geen last van kapsones of een groot ego, integendeel. Hij was het type dat het liefst een beetje op de achtergrond bleef. Een karaktertrek die ik altijd wel van hem kon waarderen. Het maakte hem in mijn ogen nóg groter dan hij al was. 

In 1997 verscheen weer een belangrijk boek over strips in Nederland, waarin uiteraard een bijdrage van Van Eijck niet mocht ontbreken, ‘Dertig jaar Stripschap, dertig jaar strips in Nederland’ met een speciale covertekening van Henk Kuijpers en een voorwoord van Marten Toonder. 


In 2013 publiceerde hij samen met Willem van Helden, Jos van Waterschoot, Hans Matla en Joost Pollmann het 208 pagina’s tellende boek ‘Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal’, een standaardwerk over de geschiedenis van het Nederlandse beeldverhaal waarvoor Rob het hoofdstuk had geschreven over de periode 1945-1975. Naar aanleiding van deze uitgave was er ook een tentoonstelling georganiseerd in Museum Meermanno (tegenwoordig Huis van het Boek genaamd). In de laatste fase daarvan had Rob, ook al was hij officieel niet een van de samenstellers, toch nog wat invloed kunnen uitoefenen over werken waarvan hij vond dat die getoond moesten worden, zo liet hij mij weten tijdens het gesprek voor de Boekenkast-rubriek. 

Rob van Eijckprijs


Van Eijck bij zijn Pep-tentoonstelling in Meermanno, 23 april 2014. (Foto: Ed Hengeveld)

In 2014 organiseerde hij een grote tentoonstelling over het stripweekblad Pep in Museum Meermanno in zijn geboorteplaats Den Haag. En eerder dat jaar, op 25 januari ontving hij bij Meermanno tijdens het Stripgala de eerste (en nog steeds enige) naar hem vernoemde Rob van Eijckprijs voor zijn grote verdiensten in de Nederlandse stripjournalistiek. Dat was voor hem een hele verrassing. In zijn dankwoord zei Rob dat hij ‘altijd voor de lol met stripjes bezig was geweest en nooit het idee had dat hij daar ooit een prijs voor zou krijgen'. 

De oorkonde van de Rob van Eijckprijs hing, heel bescheiden, in zijn hal. (Foto: Robin Schouten, 2014)

Toen ik Rob in april 2014 sprak voor de rubriek De boekenkast van... (gepubliceerd in Eppo nr. 19 van 2014, zie dit bericht) was hij daar iets genuanceerder over, maar nog steeds bescheiden: “Dat is mijn mazzel geweest, dat toen er in Nederland voor het eerst over strips werd geschreven, ik er bijna vanaf het begin bij zat. En dat ik toch heel veel heb geschreven en heb kunnen publiceren in diverse tijdschriften. Dan kan het ook niet anders dan dat je een beetje bekend bent in de stripwereld.”

Hans Kresse Dagen


Kresses tweede vrouw An Zandstra ontvangt van Rob van Eijck het eerste exemplaar van 'De adressen van Hans Kresse' (waarvoor ze het voorwoord had geschreven, 'Brief aan Hans') op de Kressedag 2014 in Doorwerth.


Buiten mijn ontmoetingen met Rob op de Stripdagen en diverse stripfestivals, kwam ik hem vanaf 2008 ook altijd tegen op de jaarlijkse Kressedagen (dat een aantal Kressedag-reeks boekjes opleverde waar Rob aan meewerkte). In de zomermaanden van 2014 was ik, als een van de organisatoren van de Kressedag van dat jaar, samen met Rob en Kresse-liefhebber Martijn Savonije op toernee geweest langs de huizen waar Hans Kresse vanaf zijn jeugd tot aan zijn einde had gewoond. En dat bracht ons in Amsterdam (waar we in mei begonnen met panden van de Toonder Studio's te fotograferen waar Kresse had gewerkt), Haarlem, Doorn, Maarn, Halsteren en Doorwerth. 

Het resulteerde in het boekje ‘De adressen van Hans Kresse’ dat op de Kressedag 2014 op 1 november in Kasteel Doorwerth werd gepresenteerd, en waarover Rob toen ook een lezing gaf, met een diavoorstelling (die in het begin wat haperde maar met technische hulp van An Zandstra, Kresses tweede vrouw, weer vlot kon doorgaan). Ik maakte een audio opname van Rob's lezing want hij kon altijd heel leuk en enthousiast vertellen. Zeker als het over Kresse ging, of welke striptekenaar dan ook die hij graag las zoals Vandersteen, Hergé, Barks, Matena, Lodewijk of De Smet.


De catalogus 'Martin Lodewijk - Stripmaker en reclametekenaar' telt 192 pagina's

In september 2016 opende in Rotterdam het stripmuseum Strips! Museum voor het beeldverhaal dat helaas binnen een jaar zou sluiten, maar Rob van Eijck raakte er wel betrokken als samensteller van de eerste tentoonstelling daar, 'Martin Lodewijk - Stripmaker en reclametekenaar' waar ook een gelijknamige catalogus in hardcover van verscheen met tekst van Van Eijck. De vormgeving werd gedaan door Rob van der Nol, waarmee Rob altijd goed kon samenwerken. Alweer een boek over strips waarbij Van Eijck betrokken was, en het is ook een van zijn mooiste geworden, met veel zeldzaam werk van Agent 327-tekenaar Martin Lodewijk, een echte Rotterdammer. Ook dit boek is een absolute must. 

In 2017 mocht Rob weer een volledig boek toevoegen aan zijn palmares met de door hem geschreven biografie 'Jan van Haasteren: Van striptekenaar tot puzzelfenomeen' dat bij Arboris, de stripuitgeverij van zijn goede vriend Hans van den Boom, werd uitgebracht. 

Een jaar later werd Van Eijck, samen met collega stripjournalisten Willem van Helden en Joost Pollmann, de P. Hans Frankfurtherprijs 2018 toegekend, en uitgereikt op de Stripdagen in de Jaarbeurs Utrecht. De commissie voor de Stripschapprijzen gaf daarmee aan ’hoe belangrijk de bijdrage van de journalistiek aan de wetenschap kan zijn en hoe begeesterde liefhebbers van het beeldverhaal kunnen uitgroeien tot geschiedschrijvers’. In datzelfde jaar maakte Van Eijck samen met Rob van der Nol in de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem de tentoonstelling ‘Bommel in de Bavo’. Deze expositie, ter gelegenheid van de Stripdagen Haarlem 2018, was gebaseerd op het boek 'Bommel en Bijbel' van Klaas Driebergen. 

Hans G. Kresse 100 jaar (Storyworld, 2021) - tekst Rob van Eijck

Hans Kresse heeft altijd een grote rol gespeeld in het leven van Rob van Eijck. Hij werkte ook mee aan de tentoonstelling ‘Hans G. Kresse 100 jaar’ in Storyworld (in het Groninger Forum) en het GRID in 2021/22. Het was de opmaat naar zijn ultieme eerbetoon aan de Eric de Noorman-tekenaar. 


Hans G. Kresse-biografie: Van Eijcks meesterwerk




Op 1 augustus vorig jaar ging ik op bezoek bij Rob in Haarlem om hem te interviewen over de langverwachte Hans G. Kresse-biografie ‘De kunst van Kresse’ die hij samen met Rutger Zwart had geschreven. Het was zoals vanouds een heel leuk en interessant gesprek met Rob, al klonk hij wel wat zwakjes vanwege long covid, waardoor ik me wat zorgen maakte om zijn gezondheid. Het interview met Rob, dat hij van tevoren had gelezen en beeldmateriaal voor had gestuurd, verscheen in Stripschrift nr. 494 (november 2024). 

Kresse-tentoonstelling met originelen Eric de Noorman (sept. 2024) - Foto Rob van Eijck

De Kresse-biografie werd op vrijdag 13 september officieel gepresenteerd in Kasteel Doorwerth, en tegelijkertijd werd ook de prachtige Kresse-tentoonstelling 'Kunst van Kresse' geopend in Museum Veluwezoom (dat hoort bij Kasteel Doorwerth) en die nog loopt tot 27 april 2025. Ook aan deze tentoonstelling heeft Rob meegewerkt. Een dag later, op 14 september signeerde Rob het lijvige boek in Kasteel Doorwerth, samen met Rutger Zwart op de Kressedag, waar ik uiteraard een exemplaar kocht en door Rob en Rutger liet signeren. 

Rob en Rutger signeren de Kresse-biografie bij Kasteel Doorwerth, 14 sept. 2024 (Foto: Ron Beunder)

Het boek over zijn favoriete striptekenaar is het Magnum opus geworden van Rob van Eijck, en gelukkig heeft hij de verschijning ervan nog kunnen meemaken. Rutger Zwart gaf deze reactie vlak na het overlijden van zijn schrijfcompaan: “Rob ken ik al 50 jaar van naam als lezer van Stripschrift. De laatste zes jaar heb ik intensief met hem mogen samenwerken aan de Kresse-biografie. Ik ben dus veel bij hem in Haarlem op bezoek geweest en dat was steeds een groot genoegen. Zijn gezondheid was al langer broos, maar hij zat nog vol plannen. Hoe tragisch dat hij in zijn huis zo ongelukkig is gevallen.” 

Ik had Rob voor het laatst gezien, en heel kort even gesproken bij zijn binnenkomst, op 29 november vorig jaar in Noordwijk in het Museum of Comic Art bij de opening van de ‘50 jaar Stripschapprijs’ tentoonstelling die hij mede had samengesteld. Rob's laatste werkstuk is een 80 pagina’s tellend dossier voor de integrale uitgave van Professor Palmboom van Dick Briel, dat deze maand verschijnt bij Uitgeverij L. 

Rob van Eijck op 29 november 2024

Met het heengaan van Rob van Eijck moeten we afscheid nemen van een wandelende stripencyclopedie, en bovendien een zeer beminnelijk mens. Iemand die altijd bereidt was om zijn kennis te delen met collega’s in de stripwereld en om beeldmateriaal te sturen, ook naar mij. Hij laat een enorme erfenis achter waar volgende generaties nog van kunnen genieten en kunnen leren als het gaat om de geschiedenis van het beeldverhaal. Hij heeft zijn rol als striphistoricus buitengewoon goed uitgevoerd, en dat 55 jaar lang. Rob, bedankt voor al je inspanningen om het stripverhaal in Nederland te promoten en op de kaart te zetten. We zullen je missen, ook op de Kressedagen. 

Rob van Eijck e.a. - Eric de Noorman en de anderen (1998)


Een overzicht van Rob van Eijcks stripbijdragen vind u op LastDodo via deze link.

En hier vind u een overzicht van de vele boeken, inclusief tentoonstellingscatalogi en Kressedag-uitgaven waaraan Van Eijck heeft bijgedragen, want de hierboven genoemde werken is slechts een selectie daarvan.

31 augustus 2020

Margreet de Heer - Bloto Dick Matena

Margreet de Heer was de afgelopen drie jaar de Stripmaker des Vaderlands. In die periode heeft ze veel strips getekend die ze wil bundelen in een kloek boek, Strip Holland Strip! Om dit project te kunnen realiseren is zij op Voordekunst een crowdfunding gestart die de komende 14 dagen nog voortduurt. Wie bijdraagt krijgt allerlei extra's zoals de Bloto's, een speciaal voor dit project gemaakte fotoserie waarin stripmakers tekeningen maakten op haar smaakvolle en grappige naaktfoto's. 

Op Facebook publiceerde Margreet als voorproefje de Bloto van... Dick Matena! "Een heel bijzondere bijdrage namelijk een pagina uit 'De Teloorgang van Oude Knudde' (onderdeel van de door mij gepromote gids Graphic Novels voor de Leeslijst én dankzij mijn gezeur heruitgegeven bij Uitgeverij Personalia). Van Dick mocht ik de tragische Anneke vervangen door mijzelf."



22 januari 2019

Herinneringen aan 10 jaar Eppo

In Eppo nr. 1 van 2019 is er veel aandacht voor het tienjarige jubileum van het stripblad dat in januari 2009 opnieuw werd gelanceerd in Paradiso te Amsterdam. Een decennium en ruim 250 nummers later bestaat Eppo dus nog steeds. En dat mag gerust heel bijzonder worden genoemd in een tijd waarin de gedrukte (strip)bladen het niet altijd makkelijk hebben. Hulde dus voor Rob van Bavel, de onvermoeibare uitgever en hoofdredacteur van Eppo!
Rob van Bavel, Robin Vinck, Tonio van Vugt en Seb van der Kaaden
Luister naar deze podcast van Stripjournaal waarin hij door Robin Vinck wordt geïnterviewd over 10 jaar Eppo en andere actuele stripzaken. Aan tafel zitten ook twee andere bevlogen hoofdredacteuren van stripbladen: Tonio van Vugt (Zone 5300) en Seb van der Kaaden (StripGlossy). Zeker de moeite van het beluisteren waard.

Terug naar Eppo. Aan een groot aantal stripmakers en redactie medewerkers werd gevraagd om een paar persoonlijke hoogtepunten op te schrijven van de afgelopen 10 jaar. Ik ben sinds 2009 betrokken bij Eppo door het schrijven van de rubriek De boekenkast van... en vele andere interviews en artikelen. Ook lever ik wel eens onderwerpen aan voor de nieuwsrubriek Varia dat geschreven wordt door Ger Apeldoorn. In Eppo nummer 1 (dat tot 24 januari in de winkels ligt en los besteld kan worden via de Eppo site) staat ook mijn stukje met persoonlijke herinneringen. Hier is de complete tekst.
Met René Follet in Linkebeek, België, 21 februari 2016 (Foto: Bart Nauwelaerts)
“Eigenlijk betekent 10 jaar Eppo een opeenvolgende stroom van hoogtepunten voor me vanwege de interviews met tal van interessante stripmakers voor De boekenkast van… rubriek, de Epportretten en allerlei losse artikelen. Maar dat ik na tien jaar correspondentie eindelijk René Follet kon ontmoeten (voor de Boekenkast in Eppo 11, 2016 - zie deze link) was wel heel bijzonder.
Fijne herinneringen heb ik ook aan de onderhoudende gesprekken met Dick Matena voor de Boekenkast en een Epportret. Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag deed ik nog een speciaal interview met hem (Eppo 8, 2013) en vroeg ik zijn oude tekenkameraad Daan Jippes een tekening voor bij het artikel te maken. Daan stuurde dezelfde ochtend nog de eerste schets van zijn Dick-karikatuur en ‘s middags was het al klaar: een pareltje! (zie deze link)
Zelf heb ik ook aan het stripmakersvak mogen ruiken door het Argonautjes verhaaltje 'De oppepper' dat ik schreef voor de Pep special (Eppo 16, 2013 - zie deze link) en dat heel mooi werd getekend door Daniel van den Broek. Dick Matena en Jan van Haasteren komen er ook in voor, als beeldhouwers van hun stripfiguren!”
Jan van Haasteren en Dick Matena in De Argonautjes: De oppepper (2013)