Posts tonen met het label hans matla. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hans matla. Alle posts tonen

06 december 2025

Hans Matla eert Hans Kresse op zijn verjaardag

 

Uitgever en stripverzamelaar Hans Matla bracht op 3 december jl. een bezoek aan het graf van grootmeester Hans G. Kresse in Oosterbeek, op zijn 104 e verjaardag. 

"Ik breng al 33 jaar steeds op zijn geboortedag 3 december een bloemstuk bij hem, als eerbetoon en uit dankbaarheid voor al het prachtig werk dat hij heeft geschapen en waarvan ik zijn belangrijkste oeuvre heb mogen uitgeven (Eric de Noorman)."

Hans Kresse in 1984 met op de achtergrond Eric de Noorman


28 oktober 2025

De ware wereld van Eric de Noorman op 18e Kressedag

 

Rob van der Nol, Hans Matla en Fred Marschall tijdens de 18de Kressedag in Amersfoort

Op zaterdag 25 oktober tijdens de 18de Kressedag in De Bron in Amersfoort, mocht Hans Matla het eerste exemplaar ontvangen van 'De ware wereld van Eric de Noorman', geschreven door de begin dit jaar overleden stripjournalist en historicus Rob van Eijck. Daardoor werd deze Kressedag ook, één dag voor Rob's verjaardag, een eerbetoon aan hem. 


Het 256 bladzijden tellend boek in hardcover, dat de historische achtergronden van Eric de Noorman belicht, is uitgebracht door Uitgeverij Arboris en bevat nieuwe illustraties van Fred Marschall. Rob van der Nol deed de vormgeving. Vanaf deze week ligt het boek ook in de (strip)winkels. 

Hans Matla op 25 oktober 2025 in Amersfoort (Foto: Frank Schaper)


Met 60 deelnemers was het een drukbezochte editie van de jaarlijkse Kressedag, maar helaas dus zonder Van Eijck, en de vorig jaar overleden uitgever van allerlei Kresse boeken, Julius de Goede. Beide heren werden in het zonnetje gezet door Rob van der Nol (Van Eijck) en Ron Beunder (De Goede). Fred Marschall gaf nog een diapresentatie over de historische achtergrond van Eric de Noorman, en signeerde 'De ware wereld van Eric de Noorman'. 

Ook werd een speciale, luxe Kressedag editie van het boek verkocht in een beperkte oplage met een stofomslag, waarop een schilderij van Eric de Noorman staat. 


De ware wereld van Eric de Noorman - Luxe Kressedag editie (Arboris, 2025)


De Kressedag werd afgesloten met een half durend video interview met Marten Toonder over Hans Kresse, dat bewaard is gebleven uit de archieven van de overleden documentairemaker Hank Onrust, die in 2002 interviews filmde van Dick Matena, Henk Sprenger en dus ook Marten Toonder voor een nooit uitgebrachte Kresse documentaire. Gelukkig heeft Kresse archivaris (en oud-Pep redacteur) Rob Aalpol dit video materiaal kunnen redden. 

Hans Matla en Fred Marschall met 'De ware wereld van Eric de Noorman' tijdens de 18de Kressedag (Foto: Frank Schaper)


15 september 2025

Dick Matena - Kees de jongen stripmuur

 

Kees de jongen stripmuur in de Jordaan (Foto: Robin Schouten, 2025)

“Hoe trots zouden mijn ouders zijn geweest als ze hadden geweten dat er van hun lievelingsboek Kees de jongen van Theo Thijssen, via mijn beeldroman, nu een tekening op een muur prijkt in de Amsterdamse Jordaan, vlak bij het Theo Thijssen Museum”, schreef Dick Matena recentelijk op zijn Facebookpagina. De afgelopen weken kreeg in de Amsterdamse Jordaan een nieuwe stripmuur vorm: op de zijmuur van Tuinstraat 61 schilderde Ellen Bouman een ode aan Theo Thijssens beroemde romanfiguur Kees de jongen, in zijn iconische ‘zwembadpas’. 

Het ontwerp is van Dick Matena, die in 2012 de integrale beeldromanversie van Kees de jongen publiceerde. Het idee kwam van het Theo Thijssen Museum en werd door de buurtbewoners massaal gesteund via het stadsdeelproject Centrum Begroot. Dankzij hun stemmen wordt Kees weer letterlijk zichtbaar in zijn eigen buurt. (Info: Eppo Update, 6 september 2025). 

Hans Matla neemt zijn hoed af voor Kees de jongen (Foto: Robin Schouten, 2025)

Afgelopen vrijdag 12 september was de onthulling van de Kees de jongen stripmuur. Helaas kon de grootmeester er zelf niet bij zijn wegens ziekte, maar de opkomst was evengoed indrukwekkend te noemen, met collega tekenaars als Gerrit de Jager, Aloys Oosterwijk, en de Haagse stripverzamelaar (en voormalige uitgever) Hans Matla. Die schreef in een WhatsApp bericht het volgende: 

Aloys Oosterwijk, en Dick's zoon Guido Matena (Foto: Robin Schouten, 2025)

'Gisteren waren de stripliefhebber Bas Douwes Dekker ik bij de onthulling van Dick Matena's muurschildering van 'Kees de jongen' in de Tuinstraat in Amsterdam. Dick kon er niet bij zijn omdat hij ziek was, maar zijn vrouw Nelleke en haar zus en zoon Tom wel en zijn zoon Guido, uit zijn eerste huwelijk met Iris. Zeker 200 mensen waren er en kinderen van de Theo Thijssen-school zongen zó enthousiast en ontroerend het Kees de jongen-lied. Mooie toespraken waren er en het werd gefilmd door de plaatselijke televisie. Het was een geweldige goede onthulling. 

Hans Matla na 50 jaar in gesprek met Gerrit de Jager (Foto: Robin Schouten, 2025)

Ik sprak daar achteraf nog een hele tijd met Gerrit de Jager, tekenaar van vele heel leuke strips: De familie Doorzon, Liefde en geluk, Roel en zijn beestenboel en nog veel meer. Wij zagen elkaar al 50 jaar op stripbeurzen, maar wij hadden nooit eens met elkaar gesproken. Heel bijzonder!'

Dick Matena's zoon en archivaris Tommy Matena met Aloys Oosterwijk (Foto: Robin Schouten, 2025)

05 december 2024

Hans G. Kresse - Sinterklaascover Panorama, 1957

 


Hans G. Kresse, die behalve striptekenaar ook een veelgevraagd illustrator was, maakte deze meesterlijke Sinterklaascover voor weekblad Panorama nummer 49 van 1957. Ja, ik weet het... weer Kresse. Maar deze plaat verdiend het om nog eens onder de aandacht gebracht te worden. En het is tenslotte 5 december.

Hans Matla bij het graf van Kresse, 3 december 2024

Overigens, op 3 december zou Hans Kresse 103 jaar geworden zijn. Zijn laatste rustplaats is te vinden op de Algemene Begraafplaats Oosterbeek. Hans Matla, die alle verhalen van Eric de Noorman opnieuw en compleet uitgaf, bezoekt het graf van Kresse ieder jaar op zijn verjaardag sinds zijn overlijden in 1992.  "Hans Kresse zou het wel eigenaardig gevonden hebben... Hoewel... hij heeft na de dood van zijn moeder heel zijn verdere leven om haar getreurd."

De grafsteen van Hans Kresse in Oosterbeek


16 maart 2014

Eppo 5 - Boekenkast Hans Matla


Hans Matla is liefhebber, verzamelaar en uitgever van strips (met Uitgeverij Panda). In stripblad Eppo nummer 5 lees je (van mij) de Boekenkast van Hans Matla, nog in de tijdschriftenwinkels tot 20 maart. Ook te bestellen via de Eppo site, jaargang 2014. 

Bovenaan staat de foto met Hans Matla die ook in Eppo nr. 5 staat en hier volledig is afgebeeld. (Foto: Robin Schouten)

Hieronder twee covers van de vier boeken die Matla heeft gekozen uit zijn gigantische stripcollectie, met 70.000 boeken de meest complete van Nederland en België. 

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

04 maart 2014

Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal

Na Wordt Vervolgd: stripleksikon der Lage Landen (1979) van Kees en Evelien Kousemaker is er eindelijk weer een compleet boek verschenen over de geschiedenis van de Nederlandse strip. In Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal wordt de historie chronologisch verteld in vijf hoofdstukken door vier specialisten: Willem van Helden en Rob van Eijck schreven jarenlang voor het stripinformatieblad Stripschrift en verleenden ook hun medewerking aan diverse specials en artikelen over onder andere Asterix, Carl Barks, Jean Giraud/Moebius, André Franquin en Hans G. Kresse. Jos van Waterschoot is beheerder van de Stripcollectie bij de Bijzondere Collecties van de UVA en hoofdredacteur van het stripinformatieblad StripNieuws en Joost Pollmann is directeur van Stichting Beeldverhaal Nederland, essayist, journalist en schrijft over strips voor onder andere de Volkskrant. Voor het beeldmateriaal is grotendeels geput uit de stripcollectie van verzamelaar, uitgever en antiquaar Hans Matla die alle Nederlandstalige strips bezit verschenen sinds 1858 (de eerste druk van Mijnheer Prikkebeen).

Het boek begint met een artikel uit 1948 waarin de toenmalige minister van onderwijs Rutten de strip (genoemd als ‘beeldroman’) aanduidt als vergif voor de jeugd vanwege zijn ‘sensationele karakter zonder enige waarde’. Van Helden bijt de spits af met het eerste hoofdstuk: 1813-1900 (Draag- en kraamtijd van een massamedium) waarin we onder andere te weten komen dat al vanaf de Middeleeuwen met de centsprenten een medium bestond van beeld en tekst voor een groot publiek, gevolgd door de prentenboeken en geïllustreerde tijdschriften. In hoofdstuk 2 (Héél voorzichtig naar eerste roem en succes), eveneens door Van Helden geschreven, lezen we de opkomst van belangrijke Nederlandse (kranten)strips als Bulletje en Boonestaak, Sjors, Tom Poes en natuurlijk Dick Bos, wiens beeldromans in de jaren veertig gretig aftrek kende bij de jeugd (en de daarop volgende verkettering door ‘the powers that be’). 
In hoofdstuk 3 (1945-1975) vertelt Rob van Eijck over de bloeitijd van de jeugdbladen en de krantenstrip, en de opkomst van de volwassenen strips. 
Jos van Waterschoot schrijft in hoofdstuk 4 over de cultuuromslag van tijdschrift naar album. Door cijfertabellen wordt duidelijk hoe rap die verandering heeft plaats gevonden, vanaf eind jaren zeventig tot aan de jaren negentig toen de belangstelling voor het striptijdschrift drastisch afnam. 
In het vijfde hoofdstuk (Van jeugdvermaak naar kunstvorm: een hindernisbaan) ziet Joost Pollmann een positieve rol weggelegd voor het internet en vertelt hij over de nieuwe ontwikkelingen omtrent de grafische roman (graphic novel), de educatieve strip en besluit hij hoopvol gestemd met: je stripcarrière als springplank, dat is de jongste trend!

De hoofdstukken worden in een historische context verteld en op een wetenschappelijke manier benaderd. Over het algemeen is de tekst vrij toegankelijk. Wel zijn er doublures in de hoofdstukken te vinden bij het noemen van bepaalde auteurs en strips, waardoor er soms iets teveel in herhalingen wordt gevallen. Ook dat minister Rutten in 1948 liever niet wilde dat er door de jeugd strips zou worden gelezen lees je net iets te vaak terug. Een ander minpunt zijn de vele opsommingen van auteursnamen en tijdschriften in sommige delen van de hoofdstukken. Natuurlijk, als er 200 jaar stripgeschiedenis in vogelvlucht moet worden verteld, inclusief alle belangrijke stromingen en ontwikkelingen dan wil je daar zoveel mogelijk informatie over geven. Toch vraag ik me af wat de toegevoegde waarde is van het achter elkaar noemen van een groot aantal (relatief onbelangrijke) stripauteurs? Een betere keus had wellicht geweest om inhoudelijk wat meer in te gaan op de belangrijkste strips uit de genoemde periodes, bijvoorbeeld Eric de Noorman waarmee Hans G. Kresse via de kranten en boekverkopen een miljoenenpubliek bereikte. 

Verder mis ik in hoofdstuk 4 het accent op de importantie die strips als De Familie Doorzon en Joop Klepzeiker hebben gehad vanaf begin jaren 1980. In de eerste plaats doordat ze ervoor zorgden dat veel meer mensen in Nederland strips zijn gaan lezen, en ‘en passant’ een definitieve emancipatie van de Nederlandse strip (toch wel een thema in het boek) teweeg brachten. Ze worden op p. 122 wel ‘gezichtsbepalende auteurs van de Nederlandse stripwereld’ genoemd, maar dat is te summier. Bovendien zouden de volwassenen strips van De Jager, Stevenhagen, Schreurs en De Kort van grote invloed zijn op een nieuwe generatie stripmakers. En waarom gaat Pollmann op p. 170 verder niet in op Dick Matena’s stripversie van De Avonden, dat een mijlpaal betekende voor de literaire beeldroman in Nederland en enorm veel media aandacht heeft gegenereerd? Voorts had de stortvloed van namen en gebeurtenissen wat meer verluchtigd (én verduidelijkt) kunnen worden door hier en daar wat vaker een anekdote of een interview fragment te plaatsen. Pollmann maakt daar in zijn hoofdstuk wel gebruik van en Van Waterschoot in veel mindere mate. Van Eijck heeft dat  nagelaten en dat is jammer, temeer omdat hij zelf met alle belangrijke stripauteurs (Kresse, Matena, Lodewijk, Jippes, etc.) uit de Nederlandse stripgeschiedenis heeft gesproken. Daar had hij best uit kunnen putten. De prettig leesbare schrijfstijl van Van Eijck compenseert wel het een en ander.

Het boek is rijkelijk geïllustreerd en dat is werkt goed bij het lezen van al die informatie, al had het beeldmateriaal wel iets zorgvuldiger gekozen mogen worden. Hans G. Kresse wordt op p. 62  genoemd als ‘de beste realistische striptekenaar die Nederland heeft gekend’ en daar had toch best iets meer van getoond mogen worden, zoals een van zijn vele kleurenillustraties voor Pep, en op groter formaat. In dat opzicht is het vreemd dat wèl een zwart-wit illustratie van een Eppo cover paginagroot (p. 108) wordt getoond en zelfs nòg een keer op een kleiner formaat (p. 114). Dat De familie Doorzon geen afbeelding in het boek heeft gekregen, een van de populairste strips ooit in ons land gemaakt, is natuurlijk onterecht. Een groot pluspunt in het boek zijn de biografieën van de belangrijkste stripauteurs in de hoofdstukken (waarin dan wel Gerrit de Jager ontbreekt). Het ontbreken van een literatuurlijst achterin het boek is vreemd en een behoorlijk gemis, omdat de nieuwsgierig geworden lezer daar verder mee aan de slag hadden kunnen gaan.

Is het aanschaffen van dit boek dan af te raden? Nee, integendeel. Het geeft hoe dan ook een mooi en duidelijk overzicht van 200 jaar Nederlandse stripgeschiedenis, met de kanttekening dat het nóg een stukje beter had kunnen zijn door bovengenoemde opmerkingen. Bij een tweede druk is het ook zeker geen overbodige luxe om nogmaals een eindredactie los te laten om de foutjes uit de teksten (voorbeelden: het onduidelijke stukje over Roel Dijkstra op p. 116 en de kanjers van fouten op p. 167) en sommige bijschriften van het beeldmateriaal er uit te halen. Tot die tijd is deze eerste druk van Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal een handig naslagwerk voor elke stripliefhebber -en geïnteresseerde. (RS)

Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal. Uitgeverij Lecturis, 2013. 208  pagina’s.
ISBN 978 94 6226 0191. € 39,50

Deze recensie verscheen ook in StripNieuws nr. 54 (maart 2014) 

20 december 2013

Peter van Leersum herinnert zich Don Lawrence

Merry Christmas, mr. Lawrence!

Peter van Leersum werkte als hoofdredacteur van Eppo en daarvoor als artdirector van Kijk, en heeft in die functies heel wat markante stripmakers leren kennen. Speciaal voor StripNieuws blikt hij terug in een serie Herinneringsartikelen. Na Nico van Dam (SN 45), Hans G. Kresse (SN 48) en Peter de Smet (SN 50) lees je in aflevering 4 over zijn persoonlijke ervaringen met Storm-tekenaar Don Lawrence (1928-2003) die op 29 december precies 10 jaar geleden overleed.

Over een gedenkwaardige kersttijd in The Old Postoffice, de levensbedreigende woning van Don Lawrence. Plus: nieuwe feiten inzake de gijzeling van de Storm-tekenaar in een Chinees restaurant te Krommenie.

Eind jaren zeventig ontmoette ik in de legendarische Little Lord – ons stamcafé in Haarlem – Patrick Kelleher. Pat was agent van Don Lawrence, een tekenaar die bij mij, als artdirector van Kijk, hoog op de verlanglijst stond. In die jaren besteedde het populair wetenschappelijk maandblad regelmatig aandacht aan historische onderwerpen en de strip Storm en natuurlijk ook zijn oorsprong, Trigië, hadden me daarom altijd enorm aangesproken.
Met Patrick Kelleher – die een uitstekend agent voor zijn tekenaar bleek te zijn – kon ik het direct prima vinden. Hij wist mijn idee voor een illustratie bij het – wel heel erg populair! – wetenschappelijk verhaal over een allesverwoestend geluidskanon, perfect aan Don over te brengen. De eerste illustratie die Don Lawrence voor Kijk maakte, was een schot in de roos. En bij mijn collega’s kon ik niet meer stuk!
Fragment uit Val van Jericho met behulp van geluidskanon (Kijk, mei 1979)
Daar stond hij dan, de astronaut die verdacht veel op Storm leek, instructies te geven aan Jozua, die voor deze gelegenheid ook nog maar eens stoer met helm en schild te paard werd opgevoerd. De val van Jericho according to mr. Lawrence. Op een volgende opdracht hoefde hij niet lang te wachten.

Bed and breakfast
Na mijn aantreden als hoofdredacteur van het stripblad Eppo in mei 1985, zou ik Don Lawrence regelmatig ontmoeten. De tekenaar was een veelgevraagde gast op signeersessies. En als vanzelfsprekend ontfermde de nieuwe hoofdredacteur zich over zijn sterauteur wanneer deze in het land was. Niet alleen reed ik hem rond – net zoals later Peter de Smet – maar mijn redactie had ook nog bedacht dat Don het wel op prijs zou stellen om bij de nieuwe hoofdredacteur thuis te bivakkeren in plaats van in zo’n onpersoonlijk hotel. Niemand kwam op het idee Don daar zelf naar te vragen. En zo hadden de heer en mevrouw van Leersum plotseling een bed and breakfast. Het viel allemaal niet mee om het onze gast naar de zin te maken. Niet dat Don ooit klaagde, maar de peperdure whisky die we speciaal voor hem hadden ingeslagen, raakte hij niet aan. De Engelsman gaf (maar natuurlijk!) de voorkeur aan gin and tonic. Ook het dichtstbijzijnde Indian restaurant kon hem niet bekoren. Het bleek Indonesian te zijn en erger nog, het voedsel was Javanese zoals Don ons fijntjes liet weten. Wij moesten een hoop leren! Maar de Brit bleef onder alle omstandigheden vriendelijk en beleefd. Zo liet het zich aanzien althans. Op zeker moment spraken we over de voors en tegens van wat Europeanen. Duitsers (Krauts), Fransozen (Frogs). Ik vroeg Don of wij Hollanders bij de Britten wellicht een streepje voor hadden. Hij liet even het masker zakken en antwoordde: “We just tolerate you”. Ach ja, the noble art of insulting. Onze Engelse vriend kon, als het erop aankwam, rechter voor z’n raap zijn dan menig Hollander. Een Eppo-redacteur die graag wilde horen dat zijn Engels niet van dat van een native speaker te onderscheiden was, kreeg van Don een ondubbelzinnig antwoord: “No way”.
Don Lawrence bij stripwinkel Storm, 1986 (foto Robin Schouten)
‘Stripmuseum’

Een van de meest gedenkwaardige uitstapjes die ik samen met Don maakte, was op een vroege zaterdagochtend naar stripwinkel Storm in Krommenie. De winkel was gevestigd in een soort schuur achter de woning van de uitbater. In de woonkamer van het arbeiderswoninkje, aan een plein in het centrum van het Noord-Hollandse dorp, had hij een ‘stripmuseum’ gecreëerd. Midden in het museum stond, uitnodigend, een oude fauteuil, eentje die men nog wel eens voor dag en dauw aan de straatkant ziet staan. Tegen de wanden stonden door de museumdirecteur eigenhandig geknutselde vitrines, gemaakt van wat we tegenwoordig ‘sloophout’ noemen en voorzien van een waterig laagje witte verf. Onder niet geheel kras- en barstvrije glasplaten lagen onder andere enkele Trigië-pagina’s, wat oude Kuifje-albums, een paar originele Sjors & Sjimmie-pagina’s van diverse tekenaars en een pagina van Jan van Haasteren.

Ter gelegenheid van zijn bezoek aan de stripwinkel had Don, op verzoek van de eigenaar, een illustratie van Karl the Viking ter beschikking gesteld om er een poster van te laten drukken. De fans konden die poster in het winkeltje kopen en laten signeren door hun idool, die inmiddels in de fauteuil plaats had genomen. Met een tevreden grijns op zijn gezicht zag de eigenaar van de stripwinkel de rij wachtenden gestaag groeien. Het liep bepaald storm die ochtend, op een pleintje in Krommenie.
Aan het eind van deze dag hard werken, was Don als beloning een maaltijd bij een Chinees restaurant in het vooruitzicht gesteld. Hij zou daar, samen met een door de eigenaar van de stripwinkel streng geselecteerd gezelschap, enige gezellige uurtjes mogen doorbrengen. De hoofdredacteur behoorde, in tegenstelling tot enkele dorpsgenoten en de ouders van de uitbater, uitdrukkelijk níet tot de genodigden. Wel mocht ik, voor het gezelschap in het restaurant bijeen zou komen, nog even samen met Don een drankje komen nuttigen in de boven de stripwinkel gelegen woning. Hier werden we geconfronteerd met een andere passie van de stripwinkelier. Hij bleek een enorm fan van The Beatles te zijn. De inrichting van de woning deed al iets in die richting vermoeden. Aan de wanden hingen foto’s en posters van The Fab Four en op de vloer stonden rijen lp’s van het viertal. Terwijl ik naast Don, op de bank gezeten, een toost uitbracht op een zeer geslaagde dag, vroeg de eigenaar onze aandacht voor enkele zeer bijzondere geluidsfragmenten. Unieke opnames van The Beatles die nimmer aan het vinyl waren toevertrouwd. Don, die diplomatiek in het midden had gelaten of hij dan wel of geen aanhanger was van het Liverpools kwartet, toonde zich aanvankelijk serieus belangstellend. Onze gastheer echter raakte nu zo in vervoering dat hij – ook uit angst in tijdnood te geraken – in steeds hoger tempo de onbekende geluidsfragmenten op zijn gasten afvuurde. Die fragmenten werden steeds korter, het begon op een muziekquiz te lijken. Don en de hoofdredacteur waren ondertussen in discussie geraakt over de diverse externe invloeden op het Beatles-repertoire. Met gevolg dat de inmiddels geheel ontketende fan het volume steeds een tandje hoger zette om de discussiërende heren te overstemmen. Het was de eerste en enige keer dat ik Don Lawrence zijn stem heb horen verheffen: “Could you please turn down that music” verzocht hij zijn gastheer op luide toon. Geschrokken en danig in zijn wiek geschoten, beëindigde deze daarop onmiddellijk het genoeglijk samenzijn en kondigde aan dat het de hoogste tijd was om te gaan Chinezen.
Na afloop van het diner in een Chinees restaurant aan de buitenkant van een treurig winkelcentrum, zou ik de gevierde artiest weer oppikken. Don liep, zoals het een Engelsman betaamt, niet met zijn emoties te koop. Op mijn vraag of hij het naar zijn zin had gehad, slaakte hij slechts een onbedaarlijk diepe zucht.
Don signeert bij stripwinkel Storm in 1986 (foto Robin Schouten)


Verbazing en woede
Tijdens de Stripdriedaagse van 1986 in Breda werd Don benaderd door Hans Matla van uitgeverij Panda. Matla wilde zich graag over het beheer en de verkoop van Don’s artwork ontfermen. Tot de niet geringe verbazing, en vooral ook woede van de man uit Krommenie, besloot Don op het voorstel van Hans Matla in te gaan. En dat terwijl de eigenaar van stripwinkel Storm er altijd vanuit was gegaan dat Don Lawrence van hém was. Hij had toch niet zomaar zijn winkel naar Don’s held vernoemd?! Maar de man uit Krommenie zat niet bij de pakken neer en wist diezelfde dag nog tekenaar Bert Bus over te halen met hem in zee te gaan. Die nacht werd er hard doorgewerkt. De volgende ochtend prijkte er op de stand, die voorheen stripwinkel Storm heette, een nieuw naambord: stripwinkel Malorix.

The Old Post Office met Don, Liz en (uiterst links) Rob van Eijck 
Bijzondere periode
De populariteit van Storm – en zijn tekenaar – werd steeds groter. Ook buiten Nederland werden de albums in prachtige oplages verkocht. Een mooie aanleiding om een interview met Don te laten maken voor het stripblad. Eind december 1986 stak ik samen met de Haarlemse leraar geschiedenis en stripkenner bij uitstek, Rob van Eijck, het Kanaal over om Don te bezoeken. Het was kersttijd – in Engeland altijd een heel bijzondere periode – en het leek mevrouw van Leersum en Van Leersum junior wel een aardig idee om de beide heren te vergezellen.
Wij waren niet de enige gasten in The Old Post Office, de woning van Don. De moeder van Elisabeth logeerde die donkere dagen rond de kerst bij haar dochter en schoonzoon. 
Het hotel
Voor ons had Don een hotel in het nabijgelegen Alfriston geregeld, The George Inn, een hotel zoals je ze alleen in Engeland vindt. Een soort doolhof van gangen, trappen, overlopen en kamers. Kamers waarin de verwarming het niet deed. Juist nu, eind december en pittig koud, had de cv-ketel het begeven. Gelukkig had de uitbater van het hotel daar iets op gevonden. Aan de voeteneinden van de bedden had men elektrische kachels geplaatst, een hele geruststelling. Jammer alleen dat er op zo’n kachel een tijdklok zat die al na een half uur ‘klik’ deed. Het werd een ijzige nacht.
Don Lawrence en Liz
In The Old Post Office werden we de volgende dag warm onthaald met heerlijke Indiase gerechten door Liz bereid. De stemming was opperbest, de drank vloeide rijkelijk en de verwarming stond voluit te loeien. 
Die avond was er in het kerkje aan de overkant, als aanloop naar de kerstnacht, een samenkomst met zang. Liz vroeg haar Hollandse gasten of zij zin hadden om haar en haar moeder te vergezellen. Deze kans wilden mevrouw van Leersum niet aan zich voorbij laten gaan. Don ging vanzelfsprekend niet, want zoals hij ons liet weten: “I am an atheist”. De leraar geschiedenis en Van Leersum junior toonden zich onmiddellijk solidair met de atheïst en zo kwam het dat ik met drie dames ter kerke toog. In de kerk was het een drukte van belang, maar er waren gelukkig nog een paar zitplaatsen vrij. Er werd gepredikt en gezongen en gepredikt en gezongen en gepredikt... Mevrouw van Leersum, die eigenlijk ook atheïst is en kerken alleen maar van de buitenkant kende, begon wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op de toch wel erg harde kerkbank. “Ik moet ontzettend nodig,” fluisterde ze in mijn oor. “Waar is hier het toilet?” Ik, als doorgewinterde kerkganger, had onmiddellijk door dat dit een onhoudbare situatie zou worden. De dienst was nog lang niet ten einde en openbare toiletten in Romaanse kerkjes, daar had ik nog nooit van gehoord. Er zat voor  mevrouw van Leersum niets anders op dan een plotseling opkomende misselijkheid voor te wenden. Mijn arme vrouw ondersteunend – ze leek zelfs lichtelijk bleek te zien – verliet ik gehaast de kerk, meewarig nagekeken door Liz en haar moeder en de gelovigen. In het pikkedonker zochten wij met enige moeite de weg terug naar The Old Post Office waar we alles vonden wat een mens op z’n tijd nodig heeft: warmte, goed gezelschap en… een toilet.

Peter van Leersum, Liz, Don, de moeder van Liz en Rob van Eijck
Geweldige kick
Terwijl Don de volgende dag een van de laatste pagina’s van de Storm-episode ‘Vandaahl de Verderver’ aan het inkleuren was, beantwoorde hij geduldig de vragen van Rob van Eijck en soms ook een enkele van de hoofdredacteur. Zo bedacht ik mij hardop wat een geweldige kick het moest geven om zo’n pagina te voltooien in die prachtige kleuren. Daar dacht de oude meester heel anders over. Deze fase van het proces vond hij saai en vervelend. Voor hem was het bedenken en het schetsen – het creëren – waaruit hij de meeste voldoening haalde. Dit was gewoon werken aan iets waar hij al lang klaar mee was. Het werd een mooi interview daar boven in het atelier in Jevington near Polegate. Helaas was er veel te veel stof om het te kunnen publiceren in het stripblad. Uiteindelijk werd de tekst afgedrukt in de hardcoverversie van Vandaahl de Verderver (1987) en de pocketversie van De diepe wereld (1988)

Bij een van de foto’s, gemaakt door Rob van Eijck, staat een bijschrift waar ik onmiddellijk aan moest denken toen ik later samen met Martin Lodewijk bij Don te gast was ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag: Van twee prachtige Engelse huisjes heeft Don er een gemaakt: ‘The Old Post Office’. De lage balken zijn waarschijnlijk de reden dat Don enigszins gebogen door het leven gaat.

Vrijwel onmiddellijk bij binnenkomst in The Old Post Office stootte Martin zijn hoofd ongenadig tegen een van die lage balken waar, gelukkig voor hem, een soort stootkussen aan bevestigd was. Het overkwam bezoekers blijkbaar vaker. Het bleef helaas voor de arme Martin niet bij die ene keer. Steeds weer zag ik hem, met beide handen naar zijn geteisterde schedel grijpend, ineenkrimpen van pijn. Gelukkig voor Martin werd het op die zaterdag in november van 1988 prachtig weer en besloot Don zijn verjaardagsfeest op het terras van een naburige pub voort te zetten.
Uitnodigingskaart voor de 60e verjaardag van Don in 1988

Laatste reis
Het zou vijftien jaar duren voor ik weer te gast was in The Old Post Office. Dit keer was de aanleiding voor mijn bezoek een bijzonder trieste: de uitvaart van Don. In gezelschap van oud hoofdredacteur Frits van der Heide en uitgever Cees de Groot vertrok ik naar Jevington om afscheid te nemen van Donald Southam Lawrence, een geweldig tekenaar en bijzonder mens. Er was een grote afvaardiging uit Nederland naar de plechtigheid afgereisd. De atheïst had als laatste wens te kennen gegeven op het idyllische kerkhof tegenover zijn huis begraven te willen worden. Daarvoor had hij wel één concessie moeten doen: de uitvaart zou geheel volgens de regels van de St. Andrew’s Church moeten geschieden, dus mét gebed en zang. Martin Lodewijk hield een indrukwekkende speech. Er werden gedichten voorgedragen door twee nazaten van Don en na de laatste hymne zou er ‘Exciting music’ volgen, zoals in het programma stond vermeld. Onze atheïst had ondanks de concessie toch het laatste woord. Onder de klanken van Monty Python’s ‘Always look on the bright side of life’ werd de kist met de oude meester, vooraf gegaan door Reverend Wilkinson, het kerkje uitgedragen. De Reverend kon een bescheiden glimlach niet onderdrukken.


De tekst van dit artikel is eveneens gepubliceerd in StripNieuws nr. 53 (november 2013) met gebruik van ander beeldmateriaal.

Met speciale dank aan Ed Hengeveld.

15 oktober 2012

Kressedag op 10 november in Voorthuizen

Op 10 november wordt de 7e Kressedag gehouden, een jaarlijkse bijeenkomst voor liefhebbers en verzamelaars van striptekenaar/illustrator Hans G. Kresse.
De locatie is: zaal ’t Trefpunt, Roelenengweg 25, 3781BA in Voorthuizen en de aanvang is tussen 12:30 en 13:00 uur. Geïnteresseerden kunnen zich nog aanmelden via organisator Eric Planting: e.planting1@upcmail.nl
Het programma begint om 13:00 uur en uiteraard is er tijd ingeruimd voor hernieuwde kennismakingen, een ruil/koopbeursje (hiervoor kun je spullen meenemen) en natuurlijk praten over Kresse en zijn werk. Misschien zijn er weer opmerkelijke vondsten gedaan door Kresse liefhebbers? En wellicht dat er na de twee prachtige nieuwe Kresse uitgaven van dit jaar, Een Museum voor Hans G. Kresse en De Wereldgeschiedenis verbeeld door Hans G. Kresse nog meer gaat verschijnen? En wie weet nog meer verrassingen.
(klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat).
Een Museum voor Hans G. Kresse (2012) is een uitgave van het Kresse Museum in Gouda.
De Wereldgeschiedenis verbeeld door Hans G. Kresse is uitgegeven door Julius de Goede.
Kressedag 2011 met Hans Matla van Uitgeverij Panda

Kressedag 2011: Rob Aalpol vertelt over Satanseiland, een strip die Kresse voor het stripblad Eppo maakte in 1977-78
Kressedag 2011: een originele Kresse illustratie gemaakt eind jaren tachtig .

03 september 2012

Hans G. Kresse in StripNieuws 48

In StripNieuws nr. 48 (augustus 2012) herinnert Peter van Leersum een van de grootste Nederlandse striptekenaars en illustratoren: Hans G. Kresse. Van Leersum heeft Kresse persoonlijk leren kennen: in zijn functie als artdirector van het maandblad Kijk en vervolgens als hoofdredacteur van stripblad Eppo. Het artikel is gelardeerd met drie illustraties van Kresse voor Kijk en een unieke foto van Kresse op de Stripdagen 1988 (klik op de afbeeldingen voor een groter formaat).

Kresse: Dorestad illustratie voor Kijk, juni 1985. Het betreft hier een scan van het origineel (Copyright Erven Hans G. Kresse)
Hans G. Kresse vierde zijn 65ste verjaardag in Hotel Des Indes in Den Haag, op 30 november 1986. Peter van Leersum (blond haar en snor) staat trots naast de 'Oude Kresse' (die zijn stropdas fatsoeneert). Uiterst links staan Thom Roep en Piet Wijn, de stripauteurs van Douwe Dabbert (niet gebruikt voor StripNieuws nr. 48)

'Ondeugende' tekening van Kresse uit 1981 die hij cadeau deed aan Peter van Leersum. Niet gebruikt voor StripNieuws nr. 48 (Copyright Erven Hans G. Kresse)
Alfred, de King of the bitterbal (uit Juniors escort service) uit De Generaal 12:  De Generaal in zaken.
Bewerkt door Peter van Leersum. 


StripNieuws is gratis voor leden van Het Stripschap. Het blad verschijnt vier keer per jaar, en is ook los verkrijgbaar in de volgende stripwinkels: Sjors in Dordrecht, Eppo in Eindhoven, Het Beeldverhaal in Amsterdam, De 9e Kunst in Zaandam, Akim en het Nederlands Stripmuseum in Groningen en Het Gele Teken in Hoorn.

StripNieuws is te bestellen via www.stripschap.nl/pages/stripnieuws/nummers-nabestellen.php

Op 8 en 9 september is StripNieuws te koop bij de stand van Het Stripschap tijdens het Stripfestival Breda