Posts tonen met het label storm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label storm. Alle posts tonen

07 mei 2026

Eppo 9 - De boekenkast van Liam Sharp

 

Foto: Liam Sharp (2025)

In Eppo nummer 9 van 2026 staat van mij De boekenkast van... Liam Sharp. De Brit werd op zijn zeventiende de assistent van Don Lawrence voor Storm: Vandaahl de Verderver, en in 2001 hielp hij bij het afmaken van Don’s laatste Storm verhaal, De Armageddon Reiziger. ‘Toen ik 18 was hielp Don me met het samenstellen van een portfolio die ik aan 2000 AD kon laten zien. Dat werd mijn eerste werkgever als solo tekenaar.’ Daarna tekende hij veel strips voor de Britse en Amerikaanse comic markt zoals Death's Head II, X-Men, Batman en Spider-Man. 

Eppo nummer 9 is los te bestellen via de site van Eppo en Uitgeverij L. 


Vorig jaar verscheen bij Uitgeverij L het overzichtsboek 'Uit het archief van Liam Sharp'.

18 juni 2022

Expo 'Storm in de geest' in Haarlem (t/m 19 juni '22)

Striptekenaar Remco Polman bezocht de Storm-expo in Haarlem (Foto: Merel Barends, 2022)
 

Als onderdeel van de Stripdagen Haarlem is in Museum van de Geest t/m zondag 19 juni een Storm-expo te zien. In de tentoonstelling ‘Storm in de geest’ wordt het multiversum van Don Lawrence en Martin Lodewijk in beeld gebracht met veel aandacht voor de schitterende werelden van Pandarve. Ook zijn er enkele originele tekeningen te zien. De expo sluit aan op het thema van deze editie van de Stripdagen Haarlem, Wereldbouwers. 

Don Lawrence en Martin Lodewijk - Storm


De uitzinnige Storm verhalen die zich afspelen in het multiversum Pandarve zijn bijzonder te noemen: in elk album worden nieuwe werelden geïntroduceerd met prachtige, rijk geïllustreerde omgevingen. Dankzij de verhaallijnen met open einde stopt de fantasiewereld niet op de laatste pagina, maar gaat deze verder in de wereld van de lezers. Het museum is op zondag geopend van 11-17 uur. 

Museum van de Geest | Dolhuys
Schotersingel 2
2021 GE Haarlem

Don Lawrence en Martin Lodewijk - Storm

27 maart 2022

Don Lawrence - Storm 45 jaar in Eppo


Het was onlangs 45 jaar geleden dat Storm zijn debuut maakte in stripblad Eppo met het verhaal 'De diepe wereld' (scenario: Saul Dunn). De eerste pagina's verschenen in nummer 11 van 1977 en Don Lawrence maakte er deze prachtige cover bij. Grappig detail; de cover lay-out van Eppo was dezelfde als van het populaire roddelblad Story. 

29 juni 2019

Unieke Storm + Agent 327 tekening (1996)

De iconische stripfiguren Storm en Agent 327 ontmoetten elkaar op deze unieke dédicace (opdrachttekening) van Don Lawrence en Martin Lodewijk uit 1996. Met dank aan Ed Hengeveld voor het betere plakwerk.

Kwam ik onlangs tegen op het internet. De tekening werd in februari 2019 geveild op Catawiki (te bekijken via View this lot).


21 september 2015

Fred de Heij - Pratende hoofden

In 2009 heb voor de serie ‘De Boekenkast van...’ in stripblad Eppo (verschenen in nr. 16 - red.) een aantal strips beschreven die mij geïnspireerd hebben. Ik noemde een Blueberry van Giraud, Torpedo van Bernet, een strip van Boucq, en om niet alleen met strips van jaren geleden aan te komen zetten, Criminal van Phillips. Keuzes waar ik nog steeds helemaal achter sta, maar ik had ook andere strips kunnen noemen. Bijvoorbeeld Rip Kirby van Alex Raymond.
Rip Kirby door Raymond
Ik bemachtigde op een beurs een boek van Kirby. Iemand gaf zijn commentaar: “Net Peyton Place.” Die serie heb ik nooit gevolgd, in die tijd keek ik liever naar Swiebertje en Pipo de Clown. “Wat is er mis met Kirby?”, vroeg ik. “Veel te veel pratende hoofden.”
Pratende hoofden zijn ‘uit’, heb ik gemerkt. Rob van Bavel heeft zich al een paar keer verontschuldigd bij scenario pagina’s van Haas: “Ik kan er dit keer niet onderuit, een pagina met pratende hoofden.”  Ik reageer dan met de standaardzin: “Ik houd van pratende hoofden,” maar kennelijk ben ik een van de weinigen. In de Eppo slingert Rhonda (van Hans van Oudenaarden - red.) zich van het ene gebouw naar de andere. Als Storm en zijn vriendjes een hoek omgaan staat er een monster klaar. In Ward (van Willem Ritstier en Marissa Delbressine - red.) is een berg een vulkaan die gloeiende lava uitbraakt.


De Heij en Ritstier: doldrieste actie in Claire DeWitt (uit deel 2, nog te verschijnen)
Dat schrijver Willem Ritstier van actie houdt, merk ik ook aan Claire DeWitt, waar op bijna elke pagina een nieuwe nachtmerrie begint. Ik houd van dit soort strips, maar ik mis het Kirby effect soms wel. Twee mensen die met elkaar zitten te praten, liefst met leuke houdingen, uitdrukkingen en leuke teksten. Ik heb gelukkig de mogelijkheid om de strips die anderen niet willen schrijven zelf te maken. In de zelf geschreven verhalen wil ik veel pratende hoofden. Ik vind het niet erg als mensen mijn strips met Peyton Place vergelijken. 
De Heij: pratende hoofden voor Pulpman 18 (nog te verschijnen)

Fred de Heij is striptekenaar (Haas, Claire DeWitt, Pulpman), illustrator en schilder. Ook schrijft hij graag over strips. Op zijn blog heeft hij jarenlang zijn bespiegelingen gepubliceerd. Dat doet hij nog steeds voor zijn blad Pulpman en Stripnieuws (een uitgave van Het Stripschap) als columnist. Voor de Incognito blog zal hij (on)regelmatig over zijn eigen strips schrijven waarbij hij pagina's toont die nog niet gepubliceerd zijn. Bovenstaand stukje is de eerste aflevering. 

07 oktober 2014

Dwaalgasten 2

Vandaag deel 2 van de serie "Dwaalgasten", over dikke neuzen in blauwe bonen strips...

In een ander Blueberry verhaal, "De Missie Der Verdoemden", getekend door Blanc-Dumont, duiken een paar snuiters op die we kennen uit De Blauwbloezen, een strip die ik, voorzichtig uitgedrukt, een beetje ontgroeid ben. In het echt blijken ze wat minder irritant maar ze laten zich er nog steeds niet van betichten dat ze het buskruit hebben uitgevonden.
 
Nog een, wat mij betreft akelig goed getekende, western. Durango. Daarin speelt een van origine rechtshandige maar na een dramatisch bedrijfsongeval linkshandige pistolero - onmiskenbaar geïnspireerd op Clint Eastwood - de hoofdrol. Het gloeiend lood vliegt je met bakken om de oren en het bloed stroomt in brede stromen. Schrijver en tekenaar Yves Swolfs laat zich niet bepaald kennen als een lachebekje, des te opvallender is dan de verschijning van een eenzame cowboy die in deze strip wel erg ver van huis is. ("Het Goud Van Duncan" - pagina 15)
 
Over Clint Eastwood gesproken, zijn legendarische, onverstoorbare, peuken kauwende, met muffe paardendeken omwikkelde creatie blijkt een inspiratie voor de meest uiteenlopende tekenaars.

Een plaatje uit "Valstrik Voor Een Killer" (pagina 28) van, inderdaad, Yves Swolfs. Voor die enkeling die nog niet door had waar deze tekenaar zijn mosterd haalt. En die vent zonder hoed op de voorgrond, is dat geen zelfportret van de auteur?
 Een tekening uit het eerste album van Jeremiah "De Nacht Van De Roofvogels" (pagina 21) van de bekende grapjas Hermann en daaronder een plaatje uit Storm "De Von Neumann Machine" (pagina 5). Nomad is voor deze gelegenheid gestoken in het pak van Yul Brynner (ze kennen elkaar, ze bezoeken dezelfde kapper) in zijn rol als pistolero in "Invitation To A Gunfighter". Onze helden maken zich op om een van de meest hilarische tekeningen van Don Lawrence binnen te wandelen; de saloon scène op pagina 7. De tekenaar trekt werkelijk alle registers open. Ook al ben je vergeten uit welke dikke neuzen strip die Thatcher, Major en Kohl ook alweer afkomstig zijn, je blijft ademloos op die paar vierkante decimeter rond dwalen en ontdekt steeds weer iets nieuws. En als je je eindelijk met veel moeite hebt losgerukt van deze plaat volgen er nog een aantal pagina's waar je humeur ongelofelijk van opknapt...  


Wordt vervolgd...


andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

18 april 2014

Visfil zet Don Lawrence een hak

Op het YT kanaal van Mr Robin is een video te zien waarop je een van de beste stripauteurs die ik ken, Don Lawrence, tekenaar van Storm - en zoals we inmiddels weten tevens de uitvinder van het StripSter logo (lees bij gelegenheid het artikel op StripSter: Waar heb ik dat eerder gezien?) - aan het werk ziet. Terwijl hij met zijn neus op een luid blatende tv zit, laat Lawrence zien hoe hij bijna achteloos een pagina uit De Wentelwereld vervaardigt. Bijzonder leerzaam en verplichte kost voor iedere (strip)tekenaar. Tegelijkertijd ook desastreus voor het ego, want wat ben ik goed beschouwd toch een prutser...

Wat mij nogal verbaasde is dat hij niet met een afgerond scenario werkt, maar via de telefoon door Martin Lodewijk - de toenmalige en wat mij betreft op afstand de beste - scenarist van Storm, per pagina wat aanwijzingen krijgt die hij vervolgens naar eigen inzicht vormgeeft. Ook dat is een bewijs van zijn talent, er zijn immers genoeg tekenaars die er met tien uitgewerkte scenario's op hun bureau nog een puinhoop van maken.

Dat deze manier van werken ook wel eens een eigenaardigheid oplevert zien we in het laatste album van Storm waar Lawrence aan gewerkt heeft en helaas niet zelf heeft kunnen voltooien: De Armageddon Reiziger. Ondanks de kwaliteiten van Lodewijk een uitermate warrig verhaal waarin de scenarist merkbaar wanhopig probeert een te groot aantal rafelende eindjes aan elkaar te knopen. Geen wonder dat Lawrence - die in dat album wat mij betreft een aantal van zijn fraaiste platen aflevert (14 t/m 17) - waarschijnlijk mede omdat er tijdens het beraad met Lodewijk weer eens iets met een bal op tv was (je bent tenslotte Engelsman of niet) - een draadje over het hoofd ziet.
 Op pagina 24 (de platen zélf hebben een andere nummering, wat de verwarring zeer ten goede komt) kruipt Visfil, het Gollumpje van Marduk, in een poging zich onzichtbaar te maken, onder een een zooitje troep. 
Op plaat 29 (27) wordt hij ontdekt, uit het water gevist en bij zijn nieuwe vrienden in een hok gegooid. 
Op pagina 26 (24) loopt hij echter vrolijk met die vrienden mee alsof er niks aan de hand is. Het is en blijft een onbetrouwbaar stukje schorem, die Visfil...

andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog)
Duk Deny en Storm door andREVANbuuren

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

20 december 2013

Peter van Leersum herinnert zich Don Lawrence

Merry Christmas, mr. Lawrence!

Peter van Leersum werkte als hoofdredacteur van Eppo en daarvoor als artdirector van Kijk, en heeft in die functies heel wat markante stripmakers leren kennen. Speciaal voor StripNieuws blikt hij terug in een serie Herinneringsartikelen. Na Nico van Dam (SN 45), Hans G. Kresse (SN 48) en Peter de Smet (SN 50) lees je in aflevering 4 over zijn persoonlijke ervaringen met Storm-tekenaar Don Lawrence (1928-2003) die op 29 december precies 10 jaar geleden overleed.

Over een gedenkwaardige kersttijd in The Old Postoffice, de levensbedreigende woning van Don Lawrence. Plus: nieuwe feiten inzake de gijzeling van de Storm-tekenaar in een Chinees restaurant te Krommenie.

Eind jaren zeventig ontmoette ik in de legendarische Little Lord – ons stamcafé in Haarlem – Patrick Kelleher. Pat was agent van Don Lawrence, een tekenaar die bij mij, als artdirector van Kijk, hoog op de verlanglijst stond. In die jaren besteedde het populair wetenschappelijk maandblad regelmatig aandacht aan historische onderwerpen en de strip Storm en natuurlijk ook zijn oorsprong, Trigië, hadden me daarom altijd enorm aangesproken.
Met Patrick Kelleher – die een uitstekend agent voor zijn tekenaar bleek te zijn – kon ik het direct prima vinden. Hij wist mijn idee voor een illustratie bij het – wel heel erg populair! – wetenschappelijk verhaal over een allesverwoestend geluidskanon, perfect aan Don over te brengen. De eerste illustratie die Don Lawrence voor Kijk maakte, was een schot in de roos. En bij mijn collega’s kon ik niet meer stuk!
Fragment uit Val van Jericho met behulp van geluidskanon (Kijk, mei 1979)
Daar stond hij dan, de astronaut die verdacht veel op Storm leek, instructies te geven aan Jozua, die voor deze gelegenheid ook nog maar eens stoer met helm en schild te paard werd opgevoerd. De val van Jericho according to mr. Lawrence. Op een volgende opdracht hoefde hij niet lang te wachten.

Bed and breakfast
Na mijn aantreden als hoofdredacteur van het stripblad Eppo in mei 1985, zou ik Don Lawrence regelmatig ontmoeten. De tekenaar was een veelgevraagde gast op signeersessies. En als vanzelfsprekend ontfermde de nieuwe hoofdredacteur zich over zijn sterauteur wanneer deze in het land was. Niet alleen reed ik hem rond – net zoals later Peter de Smet – maar mijn redactie had ook nog bedacht dat Don het wel op prijs zou stellen om bij de nieuwe hoofdredacteur thuis te bivakkeren in plaats van in zo’n onpersoonlijk hotel. Niemand kwam op het idee Don daar zelf naar te vragen. En zo hadden de heer en mevrouw van Leersum plotseling een bed and breakfast. Het viel allemaal niet mee om het onze gast naar de zin te maken. Niet dat Don ooit klaagde, maar de peperdure whisky die we speciaal voor hem hadden ingeslagen, raakte hij niet aan. De Engelsman gaf (maar natuurlijk!) de voorkeur aan gin and tonic. Ook het dichtstbijzijnde Indian restaurant kon hem niet bekoren. Het bleek Indonesian te zijn en erger nog, het voedsel was Javanese zoals Don ons fijntjes liet weten. Wij moesten een hoop leren! Maar de Brit bleef onder alle omstandigheden vriendelijk en beleefd. Zo liet het zich aanzien althans. Op zeker moment spraken we over de voors en tegens van wat Europeanen. Duitsers (Krauts), Fransozen (Frogs). Ik vroeg Don of wij Hollanders bij de Britten wellicht een streepje voor hadden. Hij liet even het masker zakken en antwoordde: “We just tolerate you”. Ach ja, the noble art of insulting. Onze Engelse vriend kon, als het erop aankwam, rechter voor z’n raap zijn dan menig Hollander. Een Eppo-redacteur die graag wilde horen dat zijn Engels niet van dat van een native speaker te onderscheiden was, kreeg van Don een ondubbelzinnig antwoord: “No way”.
Don Lawrence bij stripwinkel Storm, 1986 (foto Robin Schouten)
‘Stripmuseum’

Een van de meest gedenkwaardige uitstapjes die ik samen met Don maakte, was op een vroege zaterdagochtend naar stripwinkel Storm in Krommenie. De winkel was gevestigd in een soort schuur achter de woning van de uitbater. In de woonkamer van het arbeiderswoninkje, aan een plein in het centrum van het Noord-Hollandse dorp, had hij een ‘stripmuseum’ gecreëerd. Midden in het museum stond, uitnodigend, een oude fauteuil, eentje die men nog wel eens voor dag en dauw aan de straatkant ziet staan. Tegen de wanden stonden door de museumdirecteur eigenhandig geknutselde vitrines, gemaakt van wat we tegenwoordig ‘sloophout’ noemen en voorzien van een waterig laagje witte verf. Onder niet geheel kras- en barstvrije glasplaten lagen onder andere enkele Trigië-pagina’s, wat oude Kuifje-albums, een paar originele Sjors & Sjimmie-pagina’s van diverse tekenaars en een pagina van Jan van Haasteren.

Ter gelegenheid van zijn bezoek aan de stripwinkel had Don, op verzoek van de eigenaar, een illustratie van Karl the Viking ter beschikking gesteld om er een poster van te laten drukken. De fans konden die poster in het winkeltje kopen en laten signeren door hun idool, die inmiddels in de fauteuil plaats had genomen. Met een tevreden grijns op zijn gezicht zag de eigenaar van de stripwinkel de rij wachtenden gestaag groeien. Het liep bepaald storm die ochtend, op een pleintje in Krommenie.
Aan het eind van deze dag hard werken, was Don als beloning een maaltijd bij een Chinees restaurant in het vooruitzicht gesteld. Hij zou daar, samen met een door de eigenaar van de stripwinkel streng geselecteerd gezelschap, enige gezellige uurtjes mogen doorbrengen. De hoofdredacteur behoorde, in tegenstelling tot enkele dorpsgenoten en de ouders van de uitbater, uitdrukkelijk níet tot de genodigden. Wel mocht ik, voor het gezelschap in het restaurant bijeen zou komen, nog even samen met Don een drankje komen nuttigen in de boven de stripwinkel gelegen woning. Hier werden we geconfronteerd met een andere passie van de stripwinkelier. Hij bleek een enorm fan van The Beatles te zijn. De inrichting van de woning deed al iets in die richting vermoeden. Aan de wanden hingen foto’s en posters van The Fab Four en op de vloer stonden rijen lp’s van het viertal. Terwijl ik naast Don, op de bank gezeten, een toost uitbracht op een zeer geslaagde dag, vroeg de eigenaar onze aandacht voor enkele zeer bijzondere geluidsfragmenten. Unieke opnames van The Beatles die nimmer aan het vinyl waren toevertrouwd. Don, die diplomatiek in het midden had gelaten of hij dan wel of geen aanhanger was van het Liverpools kwartet, toonde zich aanvankelijk serieus belangstellend. Onze gastheer echter raakte nu zo in vervoering dat hij – ook uit angst in tijdnood te geraken – in steeds hoger tempo de onbekende geluidsfragmenten op zijn gasten afvuurde. Die fragmenten werden steeds korter, het begon op een muziekquiz te lijken. Don en de hoofdredacteur waren ondertussen in discussie geraakt over de diverse externe invloeden op het Beatles-repertoire. Met gevolg dat de inmiddels geheel ontketende fan het volume steeds een tandje hoger zette om de discussiërende heren te overstemmen. Het was de eerste en enige keer dat ik Don Lawrence zijn stem heb horen verheffen: “Could you please turn down that music” verzocht hij zijn gastheer op luide toon. Geschrokken en danig in zijn wiek geschoten, beëindigde deze daarop onmiddellijk het genoeglijk samenzijn en kondigde aan dat het de hoogste tijd was om te gaan Chinezen.
Na afloop van het diner in een Chinees restaurant aan de buitenkant van een treurig winkelcentrum, zou ik de gevierde artiest weer oppikken. Don liep, zoals het een Engelsman betaamt, niet met zijn emoties te koop. Op mijn vraag of hij het naar zijn zin had gehad, slaakte hij slechts een onbedaarlijk diepe zucht.
Don signeert bij stripwinkel Storm in 1986 (foto Robin Schouten)


Verbazing en woede
Tijdens de Stripdriedaagse van 1986 in Breda werd Don benaderd door Hans Matla van uitgeverij Panda. Matla wilde zich graag over het beheer en de verkoop van Don’s artwork ontfermen. Tot de niet geringe verbazing, en vooral ook woede van de man uit Krommenie, besloot Don op het voorstel van Hans Matla in te gaan. En dat terwijl de eigenaar van stripwinkel Storm er altijd vanuit was gegaan dat Don Lawrence van hém was. Hij had toch niet zomaar zijn winkel naar Don’s held vernoemd?! Maar de man uit Krommenie zat niet bij de pakken neer en wist diezelfde dag nog tekenaar Bert Bus over te halen met hem in zee te gaan. Die nacht werd er hard doorgewerkt. De volgende ochtend prijkte er op de stand, die voorheen stripwinkel Storm heette, een nieuw naambord: stripwinkel Malorix.

The Old Post Office met Don, Liz en (uiterst links) Rob van Eijck 
Bijzondere periode
De populariteit van Storm – en zijn tekenaar – werd steeds groter. Ook buiten Nederland werden de albums in prachtige oplages verkocht. Een mooie aanleiding om een interview met Don te laten maken voor het stripblad. Eind december 1986 stak ik samen met de Haarlemse leraar geschiedenis en stripkenner bij uitstek, Rob van Eijck, het Kanaal over om Don te bezoeken. Het was kersttijd – in Engeland altijd een heel bijzondere periode – en het leek mevrouw van Leersum en Van Leersum junior wel een aardig idee om de beide heren te vergezellen.
Wij waren niet de enige gasten in The Old Post Office, de woning van Don. De moeder van Elisabeth logeerde die donkere dagen rond de kerst bij haar dochter en schoonzoon. 
Het hotel
Voor ons had Don een hotel in het nabijgelegen Alfriston geregeld, The George Inn, een hotel zoals je ze alleen in Engeland vindt. Een soort doolhof van gangen, trappen, overlopen en kamers. Kamers waarin de verwarming het niet deed. Juist nu, eind december en pittig koud, had de cv-ketel het begeven. Gelukkig had de uitbater van het hotel daar iets op gevonden. Aan de voeteneinden van de bedden had men elektrische kachels geplaatst, een hele geruststelling. Jammer alleen dat er op zo’n kachel een tijdklok zat die al na een half uur ‘klik’ deed. Het werd een ijzige nacht.
Don Lawrence en Liz
In The Old Post Office werden we de volgende dag warm onthaald met heerlijke Indiase gerechten door Liz bereid. De stemming was opperbest, de drank vloeide rijkelijk en de verwarming stond voluit te loeien. 
Die avond was er in het kerkje aan de overkant, als aanloop naar de kerstnacht, een samenkomst met zang. Liz vroeg haar Hollandse gasten of zij zin hadden om haar en haar moeder te vergezellen. Deze kans wilden mevrouw van Leersum niet aan zich voorbij laten gaan. Don ging vanzelfsprekend niet, want zoals hij ons liet weten: “I am an atheist”. De leraar geschiedenis en Van Leersum junior toonden zich onmiddellijk solidair met de atheïst en zo kwam het dat ik met drie dames ter kerke toog. In de kerk was het een drukte van belang, maar er waren gelukkig nog een paar zitplaatsen vrij. Er werd gepredikt en gezongen en gepredikt en gezongen en gepredikt... Mevrouw van Leersum, die eigenlijk ook atheïst is en kerken alleen maar van de buitenkant kende, begon wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op de toch wel erg harde kerkbank. “Ik moet ontzettend nodig,” fluisterde ze in mijn oor. “Waar is hier het toilet?” Ik, als doorgewinterde kerkganger, had onmiddellijk door dat dit een onhoudbare situatie zou worden. De dienst was nog lang niet ten einde en openbare toiletten in Romaanse kerkjes, daar had ik nog nooit van gehoord. Er zat voor  mevrouw van Leersum niets anders op dan een plotseling opkomende misselijkheid voor te wenden. Mijn arme vrouw ondersteunend – ze leek zelfs lichtelijk bleek te zien – verliet ik gehaast de kerk, meewarig nagekeken door Liz en haar moeder en de gelovigen. In het pikkedonker zochten wij met enige moeite de weg terug naar The Old Post Office waar we alles vonden wat een mens op z’n tijd nodig heeft: warmte, goed gezelschap en… een toilet.

Peter van Leersum, Liz, Don, de moeder van Liz en Rob van Eijck
Geweldige kick
Terwijl Don de volgende dag een van de laatste pagina’s van de Storm-episode ‘Vandaahl de Verderver’ aan het inkleuren was, beantwoorde hij geduldig de vragen van Rob van Eijck en soms ook een enkele van de hoofdredacteur. Zo bedacht ik mij hardop wat een geweldige kick het moest geven om zo’n pagina te voltooien in die prachtige kleuren. Daar dacht de oude meester heel anders over. Deze fase van het proces vond hij saai en vervelend. Voor hem was het bedenken en het schetsen – het creëren – waaruit hij de meeste voldoening haalde. Dit was gewoon werken aan iets waar hij al lang klaar mee was. Het werd een mooi interview daar boven in het atelier in Jevington near Polegate. Helaas was er veel te veel stof om het te kunnen publiceren in het stripblad. Uiteindelijk werd de tekst afgedrukt in de hardcoverversie van Vandaahl de Verderver (1987) en de pocketversie van De diepe wereld (1988). 

Bij een van de foto’s, gemaakt door Rob van Eijck, staat een bijschrift waar ik onmiddellijk aan moest denken toen ik later samen met Martin Lodewijk bij Don te gast was ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag: Van twee prachtige Engelse huisjes heeft Don er een gemaakt: ‘The Old Post Office’. De lage balken zijn waarschijnlijk de reden dat Don enigszins gebogen door het leven gaat.

Vrijwel onmiddellijk bij binnenkomst in The Old Post Office stootte Martin zijn hoofd ongenadig tegen een van die lage balken waar, gelukkig voor hem, een soort stootkussen aan bevestigd was. Het overkwam bezoekers blijkbaar vaker. Het bleef helaas voor de arme Martin niet bij die ene keer. Steeds weer zag ik hem, met beide handen naar zijn geteisterde schedel grijpend, ineenkrimpen van pijn. Gelukkig voor Martin werd het op die zaterdag in november van 1988 prachtig weer en besloot Don zijn verjaardagsfeest op het terras van een naburige pub voort te zetten.
Uitnodigingskaart voor de 60e verjaardag van Don in 1988

Laatste reis
Het zou vijftien jaar duren voor ik weer te gast was in The Old Post Office. Dit keer was de aanleiding voor mijn bezoek een bijzonder trieste: de uitvaart van Don. In gezelschap van oud hoofdredacteur Frits van der Heide en uitgever Cees de Groot vertrok ik naar Jevington om afscheid te nemen van Donald Southam Lawrence, een geweldig tekenaar en bijzonder mens. Er was een grote afvaardiging uit Nederland naar de plechtigheid afgereisd. De atheïst had als laatste wens te kennen gegeven op het idyllische kerkhof tegenover zijn huis begraven te willen worden. Daarvoor had hij wel één concessie moeten doen: de uitvaart zou geheel volgens de regels van de St. Andrew’s Church moeten geschieden, dus mét gebed en zang. Martin Lodewijk hield een indrukwekkende speech. Er werden gedichten voorgedragen door twee nazaten van Don en na de laatste hymne zou er ‘Exciting music’ volgen, zoals in het programma stond vermeld. Onze atheïst had ondanks de concessie toch het laatste woord. Onder de klanken van Monty Python’s ‘Always look on the bright side of life’ werd de kist met de oude meester, vooraf gegaan door Reverend Wilkinson, het kerkje uitgedragen. De Reverend kon een bescheiden glimlach niet onderdrukken.


De tekst van dit artikel is eveneens gepubliceerd in StripNieuws nr. 53 (november 2013) met gebruik van ander beeldmateriaal.

Met speciale dank aan Ed Hengeveld.

03 februari 2013

Don Lawrence - Originele pagina Storm: De groene hel

Originele pagina van Don Lawrence uit Storm: De groene hel. Dit is pagina 24 uit het verhaal, op scenario van Dick Matena en verschenen in 1978 in stripblad Eppo.
(Klik erop voor een groter formaat.)