Posts tonen met het label martin lodewijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label martin lodewijk. Alle posts tonen

05 februari 2026

Martin Lodewijk - Afscheidstekening voor Dino Attanasio in Eppo 3

 


Op 17 januari 2026 overleed de Italiaans-Belgische striptekenaar Dino Attanasio in Jette, België op 100-jarige leeftijd. Martin Lodewijk schreef vanaf 1969 de gangsterstrip Johnny Goodbye voor hem, en maakte voor Eppo nummer 3 van 2026 deze afscheidstekening voor zijn 'oude' vriend: 

'Dino Attanasio... De meest onderschatte striptekenaar van de laatste 100 jaar! Hij vertelde mijn verhalen beter dan ik ze kon schrijven!'



Dino Attanasio, op zaterdag 10 mei 2025 in Jette (B) op zijn 100ste verjaardagfeest, poserend met het portret dat ik over hem schreef voor Eppo nummer 10 van 2025, 'Honderd Jaar Dino'. Zie ook dit bericht op deze blog.


Dino Attanasio en zijn stripfiguren (1997)


04 januari 2026

Het Stripschap - Nieuwjaarskaart 2026 (Martin Lodewijk)

 


Hierbij de Kerst en Nieuwjaarskaart van Het Stripschap, ook de uitgever van het blad StripNieuws waar ik af en toe weer artikelen voor schrijf. De Agent 327 tekening is van Martin Lodewijk en verscheen eerder als cover van weekblad Pep nummer 53 van 1966.


08 mei 2025

Eppo 10 - Honderd jaar Dino Attanasio

 

Dino Attanasio en Spaghetti (Foto copyright: Le Lombard)

In stripblad Eppo nr. 10, 2025 staat nu van mij een portret over Dino Attanasio, die vandaag op 8 mei zijn 100ste verjaardag viert. Hij is de laatste nog levende grote auteur van de gouden Franco-Belgische strip en tekende voor alle grote Belgische en Nederlandse stripbladen zoals Kuifje, Robbedoes, Pep en Eppo. Dino bewaart goede herinneringen aan zijn Nederlandse periode, zo liet hij mij weten tijdens een interview voor De boekenkast van... (verschenen in Eppo nr. 9 van 2017, zie dit bericht). 

Spaghetti en Bob Morane, twee bekende strips van Attanasio.

Eppo nummer 10 met het portret 'Honderd jaar Dino' is los te bestellen via de site van Eppo Stripblad en Uitgeverij L. De cover van dit nummer is van Fred de Heij. 

Johnny Goodbye begint in Pep nr. 12 van 1969

In Nederland werd Attanasio vooral bekend als de tekenaar van de gangsterstrip Johnny Goodbye, een creatie van Martin Lodewijk, Bandoneón (vier verhalen op scenario van Yvan Delporte) en de voetbalstrip De Macaroni’s (8 verhalen geschreven door Dick Matena). 

De Macaroni's poster uit Pep nr. 23 van 1974

Al deze strips verschenen in Pep, en Johnny Goodbye ging ook mee naar Eppo. In België is de geboren Italiaan beroemd als tekenaar van Spaghetti, Bob Morane en Ton en Tinneke, de gagstrip die hij in 1959 overnam van Franquin en vervolgens tien jaar tekende. 

Originele Ton en Tinneke cover voor Pep nr. 13 van 1966

Vorig jaar verscheen ter gelegenheid van Attanasio’s 99e verjaardag de door Wilfried Salomé geschreven biografie ‘Le Phileas fogg des comics’ die Dino signeerde op het Comic Strip Festival in Brussel. 

Attanasio met zijn biografie in Brussel, 8 september 2024.


18 februari 2025

In Memoriam: Rob van Eijck (1948-2025)

 

Van Eijck met zijn eerste Eric de Noorman, 1 aug. 2024 (Foto: Robin Schouten)

Op 8 februari is de bekende Nederlandse stripjournalist Rob van Eijck op 76- jarige leeftijd overleden. Hij was drie weken daarvoor gevallen in zijn huis in Haarlem (waar ik een paar keer ben geweest voor interviews met Rob) en zeer lelijk terecht gekomen. Daarna had hij twee weken op het IC gelegen in het ziekenhuis in Haarlem. Rob was erg zwak maar vroeg aan zijn goede vriend Willem van Helden, die ook veel over strips heeft geschreven, om andere mensen in de stripwereld te informeren. En zo werd ik en andere stripvrienden van Rob vanaf 2 februari op de hoogte gesteld over zijn situatie. Zijn toestand leek twee dagen voor het einde nog wat te zijn verbeterd, maar daarna was er sterke verslechtering opgetreden die niet meer kon worden gekeerd. 

Een icoon in de stripwereld is heengegaan die ook zijn enorme kennis bijdroeg aan de Uitglijers op deze blog van Hans van Klinken, zijn stripvriend uit Leiden sinds begin jaren 70. Hans: “Hij was een aimabel mens en een wandelende vraagbaak. Hoe vaak heb ik hem niet gevraagd om mijn Uitglijers eens aan te vullen dan wel te corrigeren. Ik was wel erg trots toen hij op een gegeven moment zei dat hij dát niet wist, en dat ging over Jansen en Jansens (zie de Uitglijer Jansen is de naam uit 2017). Ha! Ik kon Rob iets leren… hij vond het komisch.”

Rob van Eijck werd geboren op 26 oktober 1948 in Den Haag, en wordt gezien als een van de grondleggers van de Nederlandse stripjournalistiek. In 1970 toen hij nog geschiedenis studeerde aan de universiteit in Leiden raakte hij verbonden aan het stripinformatieblad Stripschrift, ook als redactielid, en ging hij als een van de eersten in Nederland over strips te schrijven. Dit is hij altijd blijven doen.

Rob van Eijcks eerste interview met Kresse in Stripschrift 25-26 (jan-feb 1971)

Hij interviewde vrijwel alle grote Europese stripmakers zoals Willy Vandersteen (dat eind 1969 zijn eerste interview was voor Stripschrift, gepubliceerd in nr. 13, 1970), Hergé, Hans G. Kresse, Jijé, Jacques Martin, Edgar P. Jacobs, André Franquin en Don Lawrence. En ook alle belangrijke Nederlandse stripauteurs zoals Martin Lodewijk, Jan Kruis. Bert Bus, Gerrit Stapel, Dick Matena, Peter de Smet en Daan Jippes. "Dat je met bepaalde tekenaars die je bewondert ook bevriend raakt, zoals met Dick Matena, is natuurlijk heel bijzonder" vertelde hij mij in 2014 voor Eppo. In het overzichtsboek ‘100 Pagina's Dick’, dat in 2014 verscheen, kun je Rob's persoonlijke herinneringen lezen over Matena. 

Rob van Eijck, Dick Matena en Martin Lodewijk

Daarna had Van Eijck de omvangrijke Dick Matena tentoonstelling ‘Getekend leven’ (2015) samengesteld in Museum Meermanno (zie dit bericht) en ook een bijbehorende catalogus waarvoor Rob veel research had gedaan. Matena vertelt hierin zijn eigen kleurrijke en bewogen verhaal middels interviews die van hem waren afgenomen tijdens zijn lange carrière, door Rob zelf en andere stripjournalisten. Ook van mij had Rob interview fragmenten met Matena in de tekst verwerkt (onder andere over Marten Toonder) die ik oorspronkelijk had geschreven voor de bladen StripNieuws en Brabant Strip Magazine, en ik was best trots dat hij deze artikelen had gebruikt. Het rijk geïllustreerde boek van 160 pagina's is een must voor iedere fan van Dick Matena’s werk én stripliefhebber.

De 160 pagina's tellende catalogus Dick Matena - Getekend leven. 

Van Eijck werkte verder mee aan tientallen stripuitgaven zoals de Stripjaarboeken van Arboris en Sherpa, schreef dossiers over onder andere De Generaal en Arman en Ilva, en schreef ook mee aan Stripschrift-specials over Asterix (1980), Suske en Wiske (1981), Giraud/Moebius (1982), Franquin (1982), Vrouwen van papier - Erotiek in strips (1984) en Donald Duck-tekenaar Carl Barks (1985). 

'
'De F van Flater' (1982) met een bijdrage van Rob van Eijck.


Kenner van Hans G. Kresse

In latere jaren raakte hij bekend als dossierschrijver voor de integrale boekuitgaven van Eric de Noorman, De Generaal, Agent 327, en de Indianenreeks van Hans G. Kresse, een tekenaar die Rob al vanaf zijn zevende las sinds hij het Eric de Noorman-boekje 'Het teken der Joms' bij de kapper ontdekte. 

Indianenreeks integraal uitgebracht in 2018-2022 bij Arboris, met dossiers van Van Eijck.


Als kenner van het werk van Hans G. Kresse schreef hij de inleidingen voor de 24 delen van Eric de Noorman (de tweede serie) van Uitgeverij Panda en werkte hij mee aan zo ongeveer alle boekpublicaties over Kresse. Zo had Rob de achtergronddossiers geschreven voor de Kresse strips Wetamo, Mangas Coloradas en Vidocq die in de jaren negentig opnieuw in boekvorm verschenen bij uitgeverij Boumaar. Ook had hij artikelen geschreven over Kresse voor het tijdschrift Viking (1990-1996), een uitgave van De Kressekring. 

Van Eijck was van 1970 tot 1985 lid van de redactie van Stripschrift (die hij verliet wegens ‘metaalmoeheid’ zoals hij dat aan mij omschreef) en schreef daarna nog sporadisch een artikel voor het blad waarmee hij bekend raakte. In 2010 mocht hij voor nummer 406 zelfs een heel Stripschrift nummer volschrijven, over stripbladen in de jaren 1950. 

Na bijna veertig jaar als geschiedenisleraar gewerkt te hebben had hij weer alle tijd om zich met strips bezig te houden, en na zijn pensioen in 2012 ging hij ook weer wat vaker voor Stripschrift schrijven. Daarnaast heeft Rob vele artikelen geschreven voor het Belgische stripinformatieblad Brabant Strip Magazine dat vanaf de jaren negentig verscheen. 

In 2020 bracht Sherpa het Blueberry boek ‘De lange mars & De ongrijpbare Navajo's’ uit met een dossiertekst van Rob over de historische betrouwbaarheid van de Blueberry-verhalen, en dat een bewerking is van zijn gelijknamige artikel uit de Stripschrift-special 'De kleurrijke helden van Giraud/Moebius' uit 1982. 

De veelzijdige Van Eijck was ook, vanaf de jaren tachtig tot in de jaren negentig, vertaler van diverse Amerikaanse comics (Watchmen, Batman, Black Orchid, Conan, Tarzan) en in de jaren 70 verzorgde hij als letteraar de teksten in albums als Cuvelier’s erotische stripverhaal Epoxy (tevens het eerste scenario van Jean Van Hamme), Tardi’s Isabelle Avondrood (vanaf deel 1 in 1976) en Cheret’s Rahan.

Coverillustratie 'De opstand der Bataven' (1982)

Zelf was hij ook nog even striptekenaar. In een realistische Kresse-stijl tekende hij een paar korte verhalen voor o.a. het blad De Vrije Balloen, en ook het historische stripalbum 'De opstand der Bataven' dat hij in de jaren zeventig tekende, maar pas in 1982 bij Arboris uitkwam.

 Baanbrekend boek over strips


Ik leerde Rob's werk begin jaren tachtig kennen als auteur van het uitstekende en intrigerende interviewboek ‘Beeldspraak’ (Brabantia Nostra, 1978) waarvoor hij Hans G. Kresse, Martin Lodewijk, Dick Matena, Daan Jippes, Peter de Smet, Thé Tjong-Khing, Dik Bruynesteyn en Evert Geradts in 1975 uitvoerig had gesproken, en zo voor vele stripliefhebbers deze tekenaars dichterbij heeft gebracht. Dit baanbrekende boek over strips had ik als jongen van 12 of 13 jaar ontdekt in de bibliotheek in Zaandam, en daarna nog een aantal keren geleend omdat ik er maar geen genoeg van kreeg. Het is samen met Rob's Stripschrift artikelen, zoals het geweldige Kresse interview dat hij samen met Martin Wassington deed voor nr. 100, en zijn bijdragen aan de Stripschrift-specials over Giraud en Franquin, van grote invloed op me geweest om later ook over strips te schrijven. 

Stripschrift 100 (mei-juni 1977) - Interview Kresse

Op mijn zestiende schreef ik mijn eerste stripartikel, voor het stripamateurblad Novum, en ik denk niet dat dat was gebeurd zonder de ontdekking van ‘Beeldspraak’, Stripschrift (waarvan ik gebonden jaargangen leende in de bieb in Zaandam) en andere uitgaven over strips waarvoor Van Eijck had bijgedragen, zoals het stripoverzichtsboek ‘Strips’ (met de bekende blauwe cover) dat een jaar na ‘Beeldspraak’ verscheen bij Oberon. Om aan te geven hoe groot de invloed van Van Eijck destijds was in de Nederlandse stripjournalistiek en waarin hij duidelijk had voorop gelopen. 

In 1979 verscheen een ander standaardwerk over de historie van strips waarvoor Rob een bijdrage leverde, Kees Kousemaker’s ‘Wordt vervolgd - Stripleksikon der Lage Landen’. En de eerste uitgave over strips waaraan Rob meewerkte was ‘Strips - Werk van Nederlandse striptekenaars’ uit 1974 van de Nederlandse Kunstichting, dat 170 Nederlandse striptekenaars beschreef.

Toen ik vanaf juni 1993 zelf in de stripwereld belandde door de uitgave van mijn stripblad Incognito, leerde ik Van Eijck ook persoonlijk kennen. Ik vond hem meteen heel aardig en het viel me op dat hij een beetje verlegen was, en ook wel bescheiden. Tot mijn verbazing, want dit was wel een van de pioniers van het Nederlandse stripverhaal, besefte ik toen al. Maar Rob had absoluut geen last van kapsones of een groot ego, integendeel. Hij was het type dat het liefst een beetje op de achtergrond bleef. Een karaktertrek die ik altijd wel van hem kon waarderen. Het maakte hem in mijn ogen nóg groter dan hij al was. 

In 1997 verscheen weer een belangrijk boek over strips in Nederland, waarin uiteraard een bijdrage van Van Eijck niet mocht ontbreken, ‘Dertig jaar Stripschap, dertig jaar strips in Nederland’ met een speciale covertekening van Henk Kuijpers en een voorwoord van Marten Toonder. 


In 2013 publiceerde hij samen met Willem van Helden, Jos van Waterschoot, Hans Matla en Joost Pollmann het 208 pagina’s tellende boek ‘Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal’, een standaardwerk over de geschiedenis van het Nederlandse beeldverhaal waarvoor Rob het hoofdstuk had geschreven over de periode 1945-1975. Naar aanleiding van deze uitgave was er ook een tentoonstelling georganiseerd in Museum Meermanno (tegenwoordig Huis van het Boek genaamd). In de laatste fase daarvan had Rob, ook al was hij officieel niet een van de samenstellers, toch nog wat invloed kunnen uitoefenen over werken waarvan hij vond dat die getoond moesten worden, zo liet hij mij weten tijdens het gesprek voor de Boekenkast-rubriek. 

Rob van Eijckprijs


Van Eijck bij zijn Pep-tentoonstelling in Meermanno, 23 april 2014. (Foto: Ed Hengeveld)

In 2014 organiseerde hij een grote tentoonstelling over het stripweekblad Pep in Museum Meermanno in zijn geboorteplaats Den Haag. En eerder dat jaar, op 25 januari ontving hij bij Meermanno tijdens het Stripgala de eerste (en nog steeds enige) naar hem vernoemde Rob van Eijckprijs voor zijn grote verdiensten in de Nederlandse stripjournalistiek. Dat was voor hem een hele verrassing. In zijn dankwoord zei Rob dat hij ‘altijd voor de lol met stripjes bezig was geweest en nooit het idee had dat hij daar ooit een prijs voor zou krijgen'. 

De oorkonde van de Rob van Eijckprijs hing, heel bescheiden, in zijn hal. (Foto: Robin Schouten, 2014)

Toen ik Rob in april 2014 sprak voor de rubriek De boekenkast van... (gepubliceerd in Eppo nr. 19 van 2014, zie dit bericht) was hij daar iets genuanceerder over, maar nog steeds bescheiden: “Dat is mijn mazzel geweest, dat toen er in Nederland voor het eerst over strips werd geschreven, ik er bijna vanaf het begin bij zat. En dat ik toch heel veel heb geschreven en heb kunnen publiceren in diverse tijdschriften. Dan kan het ook niet anders dan dat je een beetje bekend bent in de stripwereld.”

Hans Kresse Dagen


Kresses tweede vrouw An Zandstra ontvangt van Rob van Eijck het eerste exemplaar van 'De adressen van Hans Kresse' (waarvoor ze het voorwoord had geschreven, 'Brief aan Hans') op de Kressedag 2014 in Doorwerth.


Buiten mijn ontmoetingen met Rob op de Stripdagen en diverse stripfestivals, kwam ik hem vanaf 2008 ook altijd tegen op de jaarlijkse Kressedagen (dat een aantal Kressedag-reeks boekjes opleverde waar Rob aan meewerkte). In de zomermaanden van 2014 was ik, als een van de organisatoren van de Kressedag van dat jaar, samen met Rob en Kresse-liefhebber Martijn Savonije op toernee geweest langs de huizen waar Hans Kresse vanaf zijn jeugd tot aan zijn einde had gewoond. En dat bracht ons in Amsterdam (waar we in mei begonnen met panden van de Toonder Studio's te fotograferen waar Kresse had gewerkt), Haarlem, Doorn, Maarn, Halsteren en Doorwerth. 

Het resulteerde in het boekje ‘De adressen van Hans Kresse’ dat op de Kressedag 2014 op 1 november in Kasteel Doorwerth werd gepresenteerd, en waarover Rob toen ook een lezing gaf, met een diavoorstelling (die in het begin wat haperde maar met technische hulp van An Zandstra, Kresses tweede vrouw, weer vlot kon doorgaan). Ik maakte een audio opname van Rob's lezing want hij kon altijd heel leuk en enthousiast vertellen. Zeker als het over Kresse ging, of welke striptekenaar dan ook die hij graag las zoals Vandersteen, Hergé, Barks, Matena, Lodewijk of De Smet.


De catalogus 'Martin Lodewijk - Stripmaker en reclametekenaar' telt 192 pagina's

In september 2016 opende in Rotterdam het stripmuseum Strips! Museum voor het beeldverhaal dat helaas binnen een jaar zou sluiten, maar Rob van Eijck raakte er wel betrokken als samensteller van de eerste tentoonstelling daar, 'Martin Lodewijk - Stripmaker en reclametekenaar' waar ook een gelijknamige catalogus in hardcover van verscheen met tekst van Van Eijck. De vormgeving werd gedaan door Rob van der Nol, waarmee Rob altijd goed kon samenwerken. Alweer een boek over strips waarbij Van Eijck betrokken was, en het is ook een van zijn mooiste geworden, met veel zeldzaam werk van Agent 327-tekenaar Martin Lodewijk, een echte Rotterdammer. Ook dit boek is een absolute must. 

In 2017 mocht Rob weer een volledig boek toevoegen aan zijn palmares met de door hem geschreven biografie 'Jan van Haasteren: Van striptekenaar tot puzzelfenomeen' dat bij Arboris, de stripuitgeverij van zijn goede vriend Hans van den Boom, werd uitgebracht. 

Een jaar later werd Van Eijck, samen met collega stripjournalisten Willem van Helden en Joost Pollmann, de P. Hans Frankfurtherprijs 2018 toegekend, en uitgereikt op de Stripdagen in de Jaarbeurs Utrecht. De commissie voor de Stripschapprijzen gaf daarmee aan ’hoe belangrijk de bijdrage van de journalistiek aan de wetenschap kan zijn en hoe begeesterde liefhebbers van het beeldverhaal kunnen uitgroeien tot geschiedschrijvers’. In datzelfde jaar maakte Van Eijck samen met Rob van der Nol in de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem de tentoonstelling ‘Bommel in de Bavo’. Deze expositie, ter gelegenheid van de Stripdagen Haarlem 2018, was gebaseerd op het boek 'Bommel en Bijbel' van Klaas Driebergen. 

Hans G. Kresse 100 jaar (Storyworld, 2021) - tekst Rob van Eijck

Hans Kresse heeft altijd een grote rol gespeeld in het leven van Rob van Eijck. Hij werkte ook mee aan de tentoonstelling ‘Hans G. Kresse 100 jaar’ in Storyworld (in het Groninger Forum) en het GRID in 2021/22. Het was de opmaat naar zijn ultieme eerbetoon aan de Eric de Noorman-tekenaar. 


Hans G. Kresse-biografie: Van Eijcks meesterwerk




Op 1 augustus vorig jaar ging ik op bezoek bij Rob in Haarlem om hem te interviewen over de langverwachte Hans G. Kresse-biografie ‘De kunst van Kresse’ die hij samen met Rutger Zwart had geschreven. Het was zoals vanouds een heel leuk en interessant gesprek met Rob, al klonk hij wel wat zwakjes vanwege long covid, waardoor ik me wat zorgen maakte om zijn gezondheid. Het interview met Rob, dat hij van tevoren had gelezen en beeldmateriaal voor had gestuurd, verscheen in Stripschrift nr. 494 (november 2024). 

Kresse-tentoonstelling met originelen Eric de Noorman (sept. 2024) - Foto Rob van Eijck

De Kresse-biografie werd op vrijdag 13 september officieel gepresenteerd in Kasteel Doorwerth, en tegelijkertijd werd ook de prachtige Kresse-tentoonstelling 'Kunst van Kresse' geopend in Museum Veluwezoom (dat hoort bij Kasteel Doorwerth) en die nog loopt tot 27 april 2025. Ook aan deze tentoonstelling heeft Rob meegewerkt. Een dag later, op 14 september signeerde Rob het lijvige boek in Kasteel Doorwerth, samen met Rutger Zwart op de Kressedag, waar ik uiteraard een exemplaar kocht en door Rob en Rutger liet signeren. 

Rob en Rutger signeren de Kresse-biografie bij Kasteel Doorwerth, 14 sept. 2024 (Foto: Ron Beunder)

Het boek over zijn favoriete striptekenaar is het Magnum opus geworden van Rob van Eijck, en gelukkig heeft hij de verschijning ervan nog kunnen meemaken. Rutger Zwart gaf deze reactie vlak na het overlijden van zijn schrijfcompaan: “Rob ken ik al 50 jaar van naam als lezer van Stripschrift. De laatste zes jaar heb ik intensief met hem mogen samenwerken aan de Kresse-biografie. Ik ben dus veel bij hem in Haarlem op bezoek geweest en dat was steeds een groot genoegen. Zijn gezondheid was al langer broos, maar hij zat nog vol plannen. Hoe tragisch dat hij in zijn huis zo ongelukkig is gevallen.” 

Ik had Rob voor het laatst gezien, en heel kort even gesproken bij zijn binnenkomst, op 29 november vorig jaar in Noordwijk in het Museum of Comic Art bij de opening van de ‘50 jaar Stripschapprijs’ tentoonstelling die hij mede had samengesteld. Rob's laatste werkstuk is een 80 pagina’s tellend dossier voor de integrale uitgave van Professor Palmboom van Dick Briel, dat deze maand verschijnt bij Uitgeverij L. 

Rob van Eijck op 29 november 2024

Met het heengaan van Rob van Eijck moeten we afscheid nemen van een wandelende stripencyclopedie, en bovendien een zeer beminnelijk mens. Iemand die altijd bereidt was om zijn kennis te delen met collega’s in de stripwereld en om beeldmateriaal te sturen, ook naar mij. Hij laat een enorme erfenis achter waar volgende generaties nog van kunnen genieten en kunnen leren als het gaat om de geschiedenis van het beeldverhaal. Hij heeft zijn rol als striphistoricus buitengewoon goed uitgevoerd, en dat 55 jaar lang. Rob, bedankt voor al je inspanningen om het stripverhaal in Nederland te promoten en op de kaart te zetten. We zullen je missen, ook op de Kressedagen. 

Rob van Eijck e.a. - Eric de Noorman en de anderen (1998)


Een overzicht van Rob van Eijcks stripbijdragen vind u op LastDodo via deze link.

En hier vind u een overzicht van de vele boeken, inclusief tentoonstellingscatalogi en Kressedag-uitgaven waaraan Van Eijck heeft bijgedragen, want de hierboven genoemde werken is slechts een selectie daarvan.

30 mei 2023

Dino Attanasio en Martin Lodewijk - Stripdagen Haarlem 2018


Foto's: Robin Schouten (2018)

Dino Attanasio en Martin Lodewijk herenigd bij Studio Burgwal op de Stripdagen Haarlem, 26 mei 2018. Op de achtergrond enkele tekeningen uit hun detective- en gangsterreeks Johnny Goodbye die van 1969 tot 1992 werd voorgepubliceerd in de stripbladen Pep en Eppo (zie deze link). 

Dino is inmiddels 98 en Martin is 84 jaar jong. 

Deze foto's zijn nog niet eerder gepubliceerd.


18 juni 2022

Expo 'Storm in de geest' in Haarlem (t/m 19 juni '22)

Striptekenaar Remco Polman bezocht de Storm-expo in Haarlem (Foto: Merel Barends, 2022)
 

Als onderdeel van de Stripdagen Haarlem is in Museum van de Geest t/m zondag 19 juni een Storm-expo te zien. In de tentoonstelling ‘Storm in de geest’ wordt het multiversum van Don Lawrence en Martin Lodewijk in beeld gebracht met veel aandacht voor de schitterende werelden van Pandarve. Ook zijn er enkele originele tekeningen te zien. De expo sluit aan op het thema van deze editie van de Stripdagen Haarlem, Wereldbouwers. 

Don Lawrence en Martin Lodewijk - Storm


De uitzinnige Storm verhalen die zich afspelen in het multiversum Pandarve zijn bijzonder te noemen: in elk album worden nieuwe werelden geïntroduceerd met prachtige, rijk geïllustreerde omgevingen. Dankzij de verhaallijnen met open einde stopt de fantasiewereld niet op de laatste pagina, maar gaat deze verder in de wereld van de lezers. Het museum is op zondag geopend van 11-17 uur. 

Museum van de Geest | Dolhuys
Schotersingel 2
2021 GE Haarlem

Don Lawrence en Martin Lodewijk - Storm

19 november 2020

Martin Lodewijk - Rouwkaart Arco van Os met Agent 327

Martin Lodewijk maakte deze Agent 327 tekening voor de rouwkaart van de Rotterdamse stripliefhebber Arco van Os. Hij overleed op 16 november jl. aan een hartstilstand. Van Os was onder andere de uitgever en hoofdredacteur van Stripschrift en organiseerde diverse malen de Stripdagen. Hij werd slechts 59 jaar. 

Arco van Os tijdens de Stripdagen 2010 in Houten (Foto: Erwin Suvaal)



20 april 2020

Eppo 8 - Uderzo hommages met Martin Lodewijk, Gerard Leever en Ken Broeders

Martin Lodewijk eert Albert Uderzo op de cover van Eppo 8, 2020

In Eppo Stripblad nr. 8 wordt Asterix-tekenaar Albert Uderzo op vier pagina's herdacht met hommages van stripmakers zoals Eric Heuvel, Gerben Valkema, Danker Jan Oreel, Peter de Wit, Fred de Heij, Kim Duchateau en Pieter Hogenbirk. Martin Lodewijk tekende de cover met zijn figuren Agent 327 en Olga Lawina. Eppo nummer 8 ligt tot 30 april in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Ook Gerard Leever (Gleevers Dagboek) en Ken Broeders (Driftwereld) tekenden een Uderzo hommage. Hier zijn ze.

Gerard Leever


Ken Broeders

12 april 2020

Eppo 7 - In Memoriam René Follet

René Follet thuis in Linkebeek, België in 2016 (Foto: Robin Schouten)

Op 14 maart overleed op 88-jarige leeftijd de Belgische grootmeester René Follet, in Nederland vooral bekend van de vroegere Eppo-reeks Steven Severijn. Speciaal voor Eppo nummer 7 schreef ik een In Memoriam voor Follet, die ik twee keer heb mogen ontmoeten voor een interview. Eppo 7 met het Follet artikel ligt tot 16 april in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Speciaal voor het artikel belde ik een half uur met Martin Lodewijk over Follet, waar hij diverse keren mee heeft samengewerkt, en nam ik contact op met Fred de Heij en Danker Jan Oreel, beiden grote fans van Follets werk. Hier is de uitgebreide versie van het IM artikel.

Steven Steverijn - Rozen voor Mata Hari (Silhouet, 2000)

René Follet (10 april 1931) tekende voor Eppo negen verhalen van Steven Severijn. Het zou de langstlopende serie uit zijn loopbaan worden die al in 1945 begon. “Ik heb altijd met veel plezier deze strip getekend vanwege de historie. En ook omdat er veel humor in de verhalen zat zoals die met de Russische kolonel (De dochter van de grootvorst en Rozen voor Mata Hari, RS) ”, zei Follet tijdens het interview voor De boekenkast-rubriek in Eppo 11, 2016 (zie deze link).
Het oeuvre van Follet bestaat vooral uit korte series of one-shots zoals Terreur en Shelena. Daarnaast heeft Follet altijd heel veel geïllustreerd. In de jaren zestig begon hij te werken voor de Nederlandse markt en maakte hij schitterende illustraties bij tekstverhalen voor de Pep en Donald Duck.

Illustratie voor De graaf van Monte Cristo (Donald Duck, 1981)

“Follet was in mijn jeugd overal”, herinnert Fred de Heij zich, “Ivan Zoerin, De Zingari, Steven Severijn, in alle bladen die ik las was Follet aanwezig. In de Donald Duck stond een geïllustreerd vervolgverhaal, De graaf van Monte Cristo. Zo verschrikkelijk mooi dat ik zelfs het verhaal gelezen heb om te zien welke passages hij illustreerde. En langzamerhand werd ik een steeds grotere fan.


In het Edmund Bell verhaal De zwarte schaduw (geschreven door Martin Lodewijk, RS) komt een pagina voor met de ideale afwisseling: leuk acterende poppetjes, en een overzicht van een haven waar een watervliegtuig landt. Ik vond dat de mooiste pagina die ik ooit gezien had. Zijn kracht was zijn handschrift, zijn virtuositeit, en daar kun je alleen maar naar kijken. In bewondering.”

Zijn meesterwerk
“Ik zag Follet voor het eerst in Robbedoes in 1949”, vertelt groot bewonderaar Martin Lodewijk. “Het was een tekening van een indiaan die een tomahawk gooide naar een paal en dat maakte als tienjarig jochie een ongelofelijke indruk op me. Het leefde en het bewoog, en dat was geweldig. Op stripgebied was ik diep onder de indruk van zijn verhaal met Maurice Tillieux, S.O.S. Jan van Gent dat volgens mij zijn meesterwerk is. Daarna wilde ik ook met Follet samenwerken. Wat jaren later ben ik naar Robbedoes gegaan en heb ik geprobeerd om Follet zover te krijgen om Jan Kordaat weer op te nemen. En dan wilde ik het schrijven. Follet las mijn synopsis maar hij zag het niet zitten. Het ging over vervalste schilderijen. Dertig jaar later heb ik bijna alles ervan gebruikt voor Agent 327: Het oor van Van Gogh", onthult Lodewijk.

René Follet in gesprek met Martin Lodewijk over Steven Severijn in Brussel, 1977 (Foto: Hans van den Boom)

Steven Severijn
In 1975 wilde Martin Follet naar Eppo halen. Het liefst wilde hij Steven Severijn zelf voor hem schrijven maar hij had geen tijd en daarom schreef Yvan Delporte het eerste verhaal: Het vertrek. Het basisconcept van Martin was dat het over een jongen ging die nooit in Amerika komt en steeds verder van zijn moeder en zuster raakt. Maar Delporte veranderde dat al snel in een jongen die overal ter wereld een avontuur beleefd. Na dit ene verhaal stopte Delporte ermee en vroeg Follet aan Jacques Stoquart, waar hij Ivan Zoerin mee had gemaakt, om de serie over te nemen. Onder Stoquart verschoven de verhalen zich naar het verre oosten wat Gerard Soeteman (bekend van zijn filmscenario’s voor Paul Verhoeven) in dank opgepakt heeft.


Tot en met 1982 werden er nog vier verhalen in Eppo gepubliceerd. De serie werd besloten met Cowboys en maffia. Op de laatste pagina’s vindt Steven zijn moeder weer terug en wordt hij herenigd met zijn Russische reisvriendin Paulina. Beiden zijn volwassen geworden en samen lopen ze uit beeld hun toekomst tegemoet. Een abrupt einde van deze serie, vindt ook Hel-tekenaar Danker Jan Oreel.  “Hij had er bij wijze van spreken 25 delen van gemaakt kunnen hebben. Ik was ooit thuis bij Peter de Smet en daar hing een originele Eppo-cover van Follet aan de muur. Het was voor een van de latere Steven Severijn verhalen en volledig in kleur uitgewerkt. Sindsdien ben ik hem blijven volgen en verzamelen. Al is daar geen beginnen aan vanwege zijn enorme productie. En dat 75 (!) jaar lang.

Steven Severijn (Collectie Danker Jan Oreel)

Het bijzondere aan zijn werk? Hij laat het er zo makkelijk uit zien, alsof het zo op het papier gesmeten is. En dat zijn de beste. Als ik even in een dipje zit dan pak ik bijvoorbeeld het overzichtsboek René Follet, un rêveur sédentaire en dan weet je weer hoe het moet.“

“René was niet altijd even gelukkig in zijn keuzes voor de scenario’s", vertelt Lodewijk tot slot. Bovendien was hij nogal een karakter, zeg maar eigenwijs. Dat merkte ik nog eens toen ik Edmund Bell voor hem schreef (in 1989 en 1990, RS). Maar de man was werkelijk een fabuleuze schilder en tekenaar. Hij heeft tot het laatst gewerkt, ongelofelijk.” (RS)

Zelfportret van Follet die zijn stripheldin Shelena schildert (2016)