29 november 2015

Johan en Pirrewiet - De integrale 1 en 2 (recensie)

De laatste jaren worden klassieke stripreeksen opnieuw uitgebracht in integrale boeken, met drie verhalen per deel die opgefrist zijn met een nieuwe lettering en inkleuring. Voorbeelden daarvan zijn Baard en Kale, De Beverpatroelje en Roodbaard. Daar zit ook telkens een achtergronddossier bij met zeldzame tekeningen en documenten. Noem het oude wijn in nieuwe zakken met een extra, maar de stripliefhebbers en verzamelaars zijn er dol op. 

Deze behandeling heeft nu ook Johan en Pirrewiet gekregen, de humoristische avonturenstrip die Peyo (pseudoniem van Pierre Culliford, 1928-1992) in 1946 begon te maken voor de kranten, toen nog met alleen Johan in de hoofdrol. In 1952 begon de serie aan een zegetocht in het weekblad Robbedoes. Toen Peyo in de jaren zeventig wereldwijd succes kreeg met de Smurfen, stokte de productie van nieuwe Johan en Pirrewiet verhalen. Desalniettemin hebben de eerste 13 albums veel indruk achtergelaten op generaties striplezers. Ook zou het een cultserie worden voor veel professionele stripmakers. Dankzij de uitstekend gedocumenteerde dossiers komen we nauwkeurig te weten hoe deze middeleeuwse strip, met Johan als page van de koning en zijn vriend de nar Pirrewiet, ontstaan is.
In integrale 1 zijn de eerste drie verhalen gebundeld: De nederlaag van Basenau, De heer van Rodensteyn en De dwerg in het rotsbos. We zien hier dat Peyo, nog maar aan het begin van zijn carrière, op zoek is naar een stijl maar al zeer vlot een ontwikkeling doormaakt en steeds beter wordt in het vertellen van spannende, energieke avonturenverhalen. Ook het tekenwerk ontwikkelt zich per verhaal zienderogen. De personages krijgen rondere vormen en de stijl een heldere lijnvoering, wat veel bijdraagt aan de levendigheid en leesbaarheid van de strip.

In het derde verhaal maakt Johan kennis met Pirrewiet, inderdaad de dwerg in het rotsbos. Bij de lezers van Robbedoes/Spirou viel het kleine blonde mannetje met zijn opvliegende karakter en slechte humeur, maar ook met een hart van goud, zodanig in de smaak dat Peyo besloot om hem in de volgende verhalen te laten meespelen. Daar kwam bij dat hij een perfecte sidekick vormde voor Johan, de vrome en dappere held die geen zwaardgevecht uit de weg ging, en waar weinig tot niets aan mankeert. In series zoals Kuifje en Suske en Wiske zijn het juist de antihelden Haddock en Lambik die smaak geven aan de verhalen. En dat is ook het geval bij Johan in combinatie met Pirrewiet. Als extra wapen is er nog Pirrewiets geit (en rijdier) Sikje, die menig bandiet ondersteboven kegelt en op die manier onze twee helden uit benarde situaties weet te redden.
Vanaf het vierde verhaal vormen ze een onafscheidelijk duo en zou de reeks verder gaan als Johan en Pirrewiet. Peyo werkt dan drie jaar aan zijn middeleeuwse strip en beheerst zijn vak tot in de puntjes. Integrale 2 bevat Het raadsel van de maansteen (met een tragisch einde voor de slechterik Bossuyt), De eed der Vikingen en De bron der goden, verhalen die perfect in balans zijn door een mix van avontuur, humor en fantasie. In het dossier (aangevuld met enkele korte verhaaltjes voor Sprint en Robbedoes) lezen we dat Franquin zó geïnspireerd was geraakt door de verhaalstructuur die Peyo in Johan en Pirrewiet bracht, dat hij het als voorbeeld nam voor het schrijven van meer uitgebalanceerde Robbedoes en Kwabbernoot verhalen (waar hij nog wel eens mee vastliep).

Met zijn verhalen voor jong en oud begon Peyo ook school te maken als een van de meest invloedrijke Belgische stripmakers van zijn generatie. Tekenaars als Walthéry, Dany en in zijn beginperiode Derib zijn schatplichtig aan Peyo. En dankzij de integrale uitgaven kan een nieuwe generatie lezers kennis maken met deze klassieke avonturenstrip van Peyo, die toch een beetje in de schaduw is geraakt door het succes van de Smurfen
Overigens, de kleine blauwe mannetjes zijn ontstaan in een Johan en Pirrewiet verhaal: De fluit met zes smurfen. En dát verhaal kun je lezen in integrale 3 van Johan en Pirrewiet. (RS)

Johan en Pirrewiet - De integrale 1 en 2
Peyo (tekst en tekeningen)
€ 29,95 per deel
200 pagina´s
Dupuis, 2015

Deze recensie is ook gepubliceerd op Meerkat Magazine.

26 november 2015

Lezing over Bommelverhaal Tom Koater en de pieplaaider

Op vrijdag 27 november is er een speciale lezing over het Bommelverhaal Tom Koater en de pieplaaider (de Groningse titel van Tom Poes en de pijpleider van Marten Toonder uit 1971, een nieuwe tweetalige uitgave met cover van Dick Matena). De lezing wordt verzorgd door Bommelvertaler Marten van Dijken en Toonderauteur Klaas Driebergen, bekend van onder andere Bommel en Bijbel, en is van 19.30 – 21.30 uur bij Boekhandel Riemer in Groningen.

De entree is gratis, maar er is een beperkt aantal plaatsen, dus meld u tijdig aan door een e-mail te sturen naar Uitgeverij Personalia: info@uitgeverijpersonalia.nl of te bellen naar telefoonnummer 050-3134041.

Kijk voor meer informatie over lezingen van De pieplaaider/De pijpleider en hoe te bestellen op http://bommelglossy.nl/lezingen-tom-koater-en-de-pieplaaider/

23 november 2015

Hanco Kolk signeert in Sigmunds Pop-up store

Van Sigmund, de strippsychiater van Peter de Wit is het 25e deel verschenen, oftewel De 25e sessie. Om dit heugelijke feit te vieren is er in de bekende Amsterdamse winkelbuurt De Negen Straatjes een heuse Sigmund Pop-up store ingericht. 
Deze werd op 11 november geopend op het adres Berenstraat 24. Daar kun je t/m 29 november terecht voor allerlei Sigmund-artikelen zoals t-shirts, ansichtkaarten, verjaardagskalenders, koelkastmagneten, koffiemokken, originele Sigmund strips die eerder in de Volkskrant zijn verschenen en art prints. En natuurlijk boeken, heel veel Sigmund boeken! Peter de Wit is zelf regelmatig in de winkel aanwezig. 


Er zijn ook signeersessies in de Sigmund Pop-up store van collega striptekenaars. Op 22 november maakte Dirkjan-tekenaar Mark Retera heel wat van zijn fans blij. 

En op woensdag 25 november signeert de laatste tekenaar in de winkel: Hanco Kolk, bekend van S1ingle (de strip die hij samen met De Wit voor het A/D maakt), Meccano en Gilles de Geus. Wees daarbij ! 
Hanco Kolk en Peter de Wit tijdens de opening van de Sigmund Pop-up store.
Sigmund Pop-up Store, Berenstraat 24, Amsterdam (t/m 29 november 2015) 
Openingstijden: 
Dagelijks van 10.00 -19.00 uur
Zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur
Zondag van 12.00 tot 18.00 uur
Peter de Wit is elke dag vanaf 14.00 uur in de winkel aanwezig.
Kijk op Facebook voor foto's, tekeningen en updates. 

22 november 2015

Te koop t/m 26 nov: Originele stroken + boek van Gerrit Stapel

Ik heb te koop op de Originelen veiling van Catawiki: 4 Originele stripstroken van Gerrit Stapel + bijbehorend luxe boek van Ocke Ockinga deel 4.

Meebieden kan t/m donderdagavond 26 november via deze link.

Gerrit Stapel (1921-2013) was een van de beste realistische striptekenaars uit Nederland en kreeg vooral bekendheid met historische strips zoals JonneHuon de Neveling en Floris. Zijn strip Ocke Ockinga verscheen in de jaren tachtig in de Leeuwarder Courant.

Hieronder de 4 originele stripstroken van Ocke Ockinga (uit verhaal 7: Anne) die ik nu te koop heb op Catawiki (klik erop voor een vergroting).



(de scans zijn gemaakt door Hans Heltzel)

13 november 2015

Te koop van Gerrit Stapel: Originele stroken + boek Ocke Ockinga (t/m 19 november)

Ik heb opnieuw 4 originele stroken van Gerrit Stapel te koop uit de strip Ocke Ockinga (met een luxe uitgave van deel 4) op de Originele Striptekeningen veiling van Catawiki. Wil je meebieden, ga dan naar deze link.

Deze veiling loopt af op donderdagavond 19 november.

Gerrit Stapel (1921-2013) was een van de beste realistische striptekenaars uit Nederland en kreeg vooral bekendheid met historische strips zoals JonneHuon de Neveling en Floris. Zijn strip Ocke Ockinga verscheen in de jaren tachtig in de Leeuwarder Courant.

Hieronder de 4 originele stroken die ik nu te koop heb op Catawiki (klik erop voor een vergroting).



(de scans zijn gemaakt door Hans Heltzel)

07 november 2015

Te koop: Originele stroken van Gerrit Stapel + boek (Ocke Ockinga)

Ik heb (t/m donderdag 12 november) te koop op een Catawiki veiling: 4 Originele stripstroken van Gerrit Stapel met luxe boek (deel 1) van Ocke Ockinga. Wil je meebieden, ga dan naar deze link.

Gerrit Stapel (1921-2013) was een van de beste realistische striptekenaars uit Nederland en kreeg vooral bekendheid met historische strips zoals Jonne, Huon de Neveling en Floris. Zijn strip Ocke Ockinga verscheen in de jaren tachtig in de Leeuwarder Courant.

Hieronder de 4 originele stroken die ik te koop heb op Catawiki (klik erop voor een vergroting).



(de scans zijn gemaakt door Hans Heltzel)

22 oktober 2015

Eppo Enquête 2015 - Stem op de Boekenkast rubriek

De jaarlijkse enquête van het stripblad Eppo is weer van start gegaan. Stem ook op mijn rubriek De Boekenkast van... waarvoor ik stripauteurs interview over hun favoriete boeken: http://www.eppostripblad.nl/enquete/enquete.php

In Eppo nr. 21 staat meer info (klik op de afbeelding):
Dit jaar zijn er - tot nu toe - Boekenkast afleveringen verschenen van o.a. Bob de Groot (Eppo nr. 2), Willem Vleeschouwer (Eppo nr. 7), Yves Huppen (Eppo nr. 9), Alex van Koten (Eppo nr. 16), Dany (Eppo nr. 18) en Wilfred Ottenheijm (Eppo nr. 20). Voor Eppo nr. 10 heb ik Ben Westervoorde geïnterviewd over de strip Arme Rijk.

Stemmen kan nog tot 1 november. Er zijn ook strippakketten te winnen ter waarde van 25 euro!

19 oktober 2015

Johan de Moor - Imago cover (1993)

(klik op de afbeelding voor een vergroting)
Johan de Moor tekende deze cover voor nummer 15 (januari 1993) van Imago, het kwartaalblad van het Belgisch Stripcentrum (voorheen Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal) dat een aantal jaren is verschenen. Als hommage tekende hij zijn overleden vader Bob de Moor met zijn stripfiguren Cori, Barelli en Meester Mus. De Moor bekleedde tot aan zijn dood in augustus 1992 de functie van directeur van het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal. 

Dat Johan de Moor in zijn vaders stijl kon werken laat deze covertekening goed zien. Het tekenwerk voor het laatste Cori verhaal 'Dali Capitan' (verschenen in 1993) is dan ook door Johan afgemaakt. 

De scan is gemaakt door Hans Heltzel in mei 2015.

14 oktober 2015

Daan Jippes 70 jaar - Interview voor Eppo

Vandaag, op 14 oktober 2015, viert Daan Jippes (Bernard Voorzichtig, Havank, Disney strips) zijn zeventigste verjaardag. Het stripblad Eppo eert de tekenaar met deze mijlpaal in nummer 21, vanaf deze week verkrijgbaar, met felicitaties van collega tekenaars (waaronder Martin Lodewijk, Jan Kruis en Gerben Valkema) op één pagina.

Toen ik voor Eppo begon te schrijven was Jippes een van de eerste stripmakers die ik voor het blad ging interviewen. Op 24 januari 2009 reisde ik naar Studio Lijnlust in Bussum (waar Jippes, na vele omzwervingen door Amerika en Europa voor zijn tekenfilmwerk -en Disney strips, uiteindelijk was belandt) voor een gesprek voor zowel de Boekenkast rubriek als een los interview. Dat ging onder andere over zijn strip Havank - De Schaduw op de tast dat in Eppo werd voorgepubliceerd. Hieronder staat de lange, nog niet eerder gepubliceerde versie van dat interview. Een korte versie staat in Eppo nr. 8, 2009.
Daan Jippes als Danier op Studio Lijnlust. Bussum, 24 januari 2009. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com

Daan Jippes (Danier): ‘Met Havank heb ik als tekenaar de grote stad gezien’


Lange tijd werd Daan Jippes (1945) geroemd om de klassieker Bernard Voorzichtig – Twee voor thee, een strip die hij begin jaren zeventig tekende voor het stripblad Pep. Jippes ging daarna voor Donald Duck tekenen en maakte daarmee zo'n indruk dat hij werd gevraagd om in Amerika voor Disney te komen werken. Als storyboard artist werkte hij mee aan een groot aantal tekenfilms waaronder Aladdin en The lion king. Terug in Nederland begon Jippes (als Danier) aan een stripadaptatie van Havanks De Schaduw. Een interview met een veelzijdige striptekenaar, die zich voor Havank laat leiden door nostalgie.


Je eerste lange stripverhaal was Bernard Voorzichtig – Twee voor thee, op scenario van Martin Lodewijk. Dat was een tamelijk moeizame productie?
Toen ik ermee begon was ik net verhuisd en mijn appartement in Rotterdam beviel me niet zo erg. Dat heeft me in mijn tekenwerk voor Bernard dwarsgezeten. De trap en overloop bij mij boven heb ik nog in de eerste pagina’s van Bernard getekend. Ik weet nog dat ik aan het laatste plaatje van pagina 12 ontzèttend heb zitten klooien. Tot pagina 20 ging het wel aardig, maar daarna begon het al te wringen, moeilijker te worden. De break was bij pagina 22, want daarna ben ik er even mee opgehouden. Ik moest vakantie nemen van Bernard.
Ongepubliceerde versie van pagina 22 uit Bernard Voorzichtig (inkleuring: Stef de Reuver, 2014)
Wat heb je toen gedaan?
Ik wilde simpel werk doen en ging voor het eerst naar de Donald Duck. Ik vroeg: ‘Hebben jullie nog iets doms voor me, gewoon pagina’s produceren zonder creatieve investering?’ Toen heb ik een twintigpaginaverhaaltje van Dombo nagetekend uit een pocket en er met een andere lay-out een achtpaginaverhaaltje van gemaakt. Ik tekende toen ook wel andere dingen, zoals covers voor de Flintstones.

Waren er bepaalde tekenaars die je inspireerde voor Bernard Voorzichtig?
In het begin zat ik veel naar Morris te kijken, ik vind dat de eerste pagina’s ook daar iets van hebben. Na de break van Bernard keek ik naar Milton Caniff’s Terry and the Pirates, en ietsje later ook naar Uderzo. Ik had er lol in. Pagina 32 van Bernard (met de storm op zee) heb ik nog aan de eettafel bij mijn ouders getekend. Aan het eind van het verhaal lag mijn vader op sterven. Dat was eind 1972, ik was toen bij pagina 42. De eerste albumuitgave van Bernard was in 1973, daarna is het nog twee keer herdrukt. Tot 1980 heb ik bij Donald Duck gewerkt als art-director, en ook veel Disney-strips en albumcovers getekend voor onder andere Donald en Dagobert.
Jippes - originele covertekening Mickey en Pluto
In 1980 ging je naar de VS om voor de Disney-studio’s te werken als storyboarder?
Ja, dat was in de buurt van Los Angeles, San Fernando Valley. Later heb ik ook in Parijs en Londen gewerkt aan de tekenfilm Balto. Toch ben ik nooit helemaal weggeweest uit Nederland, ik kwam geregeld terug. Na 1984 kwam ik bijna elk jaar wel terug voor twee weken. Dat kon ik ook mooi combineren met De Stripdagen (toen nog de Strip-3-Daagse), daar was ik vaak bij om te signeren. Vanaf 2000 heb ik een periode op Studio Jan Kruis gewerkt als art-director, en daar later nog even als freelancer.

In 1981 tekende Jippes enkele Asterix pagina's waaronder deze.
Je kunt je veel stijlen eigen maken: Barks, Franquin, Uderzo. Maar wat is je eigen stijl?
Dat vind ik totaal niet interessant. De impact van de tekening is voor mij veel belangrijker dan het lijntje. Ik heb mijn eigen stijl als ik iets snel op papier moet zetten. Bijvoorbeeld toen ik voor de studio’s werkte in Amerika: storyboards maken gaat vrij snel. Je hebt ideeën en die zet je op papier op zo duidelijk mogelijke wijze. Dàn kom ik tot mijn eigen stijl, want dan denk ik er niet meer over na hoe het afgewerkt moet worden.

Wanneer ben je begonnen aan Havank?
In 2004, in een periode dat ik mij stierlijk verveelde bij DreamWorks, waar ik voor een jaar onder contract was. Er waren periodes dat er wekenlang geen werk voor me was, maar je moest daar wèl elke dag zijn, en dan zat ik maar wat dingen voor mezelf te doen. Op de campus van DreamWorks heb ik nog Donald Duck-verhaaltjes zitten tekenen voor de Denen. Op een gegeven moment zat ik daar in een oud Guus Slim-album te bladeren en dacht: ‘Als je nou eens een detective zou verstrippen?’ Toen dacht ik aan De Schaduw van de schrijver Havank (pseudoniem van Hans van der Kallen - red.), die zijn ook humoristisch, en heb de hele serie weer opnieuw gelezen. Maar de plots vond ik eigenlijk slecht, visueel valt er niet veel te genieten aan die boekjes. Daarom besloot ik om het voor de strip te herschrijven, dan kan ik doen wat ik wil. Maar wèl met behoud van de humor en het taalgebruik, want dat maakt Havank zo herkenbaar. Ook al is het ouderwets.

Maak je Havank in eerste instantie voor jezelf?
Dat klopt. Ik maak het ook niet voor een groot publiek, maar voor mensen van mijn generatie. Ik heb geen moment gedacht: wat wil het publiek van vandaag de dag zien? Dat interesseert me geen bal. Ik wil een aantal beelden op papier zetten die samen een scène, een sequentie en een avontuur vormen, waardoor een spanning opgewekt wordt. Precies wat strip moet zijn in mijn opinie. En in een opvatting die niet meer van deze tijd is, maar wèl mijn jeugd bepaalt. Ik wil terug naar wat mij vroeger enthousiasmeerde, en amusante gebeurtenissen laten zien.

De tekenstijl van Havank heeft ook veel weg van Robbedoes uit de jaren vijftig.
De stilistische vormgeving lijkt ontzettend op Franquin. En niet toevallig natuurlijk, omdat ik hem beschouw als een held. Ook van mijn jeugd, ik was vroeger gek van zijn werk. Naar gelang je ouder bent en ik het nu ook bestudeer, besef je pas hoe fantastisch hij al tekende op jonge leeftijd. Heel precies, en zo toegewijd.
Originele pagina 8 B uit Havank - Hoofden op hol (2006)
Het pseudoniem Danier heb je speciaal voor Havank aangenomen?
Ja! Ik wilde mij voor dit werk, wat ik de nostalgie-pastiche noem, afscheiden van wat ik normaal doe. Ik teken wel vaker in een bepaalde stijl, zoals Carl Barks, maar daar geef ik toch mijn eigen naam aan. Voor Havank vond ik het leuk om er een bepaalde mystiek omheen te weven. Ik ging er ook vanuit dat het in Frankrijk zou worden uitgegeven, en met Danier is dat wat makkelijker dan een rare buitenlandse naam.

Waarom heb je de naam van de schrijver Havank gebruikt voor het hoofdpersonage van de strip?
Om je held De Schaduw te noemen, vond ik niet zo origineel. Die naam is al zo vaak gebruikt. De echte naam van De Schaduw is Charles C.M. Carlier en dat vond ik ook niet zo verstandig. Maar de naam Havank is zo exotisch en apart, en zo uniek, dat ik dacht: dat is ’m. En daarbij: het is gerechtvaardigd om die naam te gebruiken, want zijn spraakgebruik is ook de schrijftaal van Havank de auteur. Als hij iets beschrijft is het op dezelfde gespeelde gezwollen, studentikoze wijze als De Schaduw zich uit tegenover anderen. De Schaduw is eigenlijk het alter ego van Van der Kallen, hij liep zelf ook altijd met een alpinopet.
Jippes op Studio Lijnlust in Bussum, 24 januari 2009. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com
Hoe lang ben je bezig met een Havank-verhaal?
Ik ben ongeveer acht maanden bezig met het schrijven en tekenen van een verhaal. Toen ik na het eerste Havank-verhaal terug ging naar het produceren van nieuwe Donald Duck-verhalen viel me dat tegen. Het voelde alsof ik tweedehands kleren moest dragen. Ik kon me niet goed concentreren op Duck, het interesseerde me ook niet zoveel. Met Havank had ik de grote stad gezien en nu moest ik terug naar het kleine dorpje waar ik eigenlijk in woonde. Het gevoel van: het is zoveel minder. Ja, ik maak veel liever Havank dan het werk voor Disney, maar met de Donald Duck-verhalen verdien ik mijn brood.

Voor Havank bewerk je bestaande verhalen van Van der Kallen?
Dat was met het eerste verhaal, Hoofden op hol, mijn ambitie. Voor het schrijven van de strip las ik het boek nog een keer, en alleen het basisidee vond ik interessant. In feite gebeurt er in het boek bijzonder weinig, dus heb ik voor de strip een heel nieuw plot geschreven, en de verwikkelingen geherstructureerd. En zo heb ik een heel nieuw verhaal geschreven op het basisidee: de documenten waar iedereen op aast. Ik ben geïnspireerd en heb de motor aangejaagd via het verhaal van meneer Havank.

Wat was de respons op het eerste Havank-verhaal?
Collega-striptekenaars vonden dat ik niet kon schrijven, met verschrikkelijke balloonteksten. Maar ze kenden Havank helemaal niet, en hadden ook niet in de gaten dat ik een pastiche maakte van Havanks taalgebruik. Ik heb wel overwogen om het taalgebruik enigszins om te buigen, maar niet ten koste van het karakter van De Schaduw. Want zo is hij nu eenmaal. Door middel van zijn frivole en gezwollen taalgebruik drukt hij ook uit dat hij buiten de wereld staat. Hij is zijn eigen man en heeft een zekere kijk op de wereld, die hij niet hoog acht. Dat is zijn persoonlijkheid, dus dat mag niet weg.
Wat heb je veranderd in het nieuwe Havank-verhaal De schaduw op de tast?
Ik heb nu zijn taalgebruik een andere wending gegeven, hij maakt wat meer vergelijkingen die een beetje potsierlijk zijn. Het gezwollen taalgebruik is ietsjes teruggebracht ten opzichte van het eerste verhaal. Want de letterlijke pastichering van Havanks taalgebruik is een gedateerd iets, kan ik me indenken. Ik vind trouwens niet dat er veel gefocust moet worden op de dialogen, want dat is meer de slagroom op de cake. De cake bakken is het schrijven van scènes. Het schrijven van strip, ook voor Donald Duck, vind ik eigenlijk het leukste.

De pagina-indeling van De schaduw op de tast heb je ook aangepast?
Ja, ik vind het leuk om die ouderwetse wafelijzerpagina’s (pagina`s van vier stroken, ieder van drie vierkante plaatjes) voor dit tweede verhaal te gebruiken. Het is ook een hommage aan de oude Dupuis-strips, die zagen er vaak ook zo uit. En zo moet je een strip ook lezen, vind ik, en niet steeds van formaat veranderen. Het vertelritme is nu ook wat anders dan bij verhaal 1. En een ander groot verschil is: bij het eerste verhaal snijden we nooit weg bij Havank, we volgen hem bij elk plaatje. En bij verhaal 2 gebeuren er bijvoorbeeld drie verschillende gebeurtenissen simultaan. Dat is een heel andere benadering, maar dat kan ook.

Komt er nog een derde Havank-verhaal?
Dat is een vraag waar ik ook mee zit. Het zou moeten. Ik wil eigenlijk afwachten wat verhaal 2 doet, en dan ben ik voornamelijk benieuwd hoe het in het Franse taalgebied gaat doen.

(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

10 oktober 2015

Eppo 20 - Boekenkast van Wilfred Ottenheijm

Wilfred Ottenheijm thuis in Nijmegen, 18-6-2015. Foto's: Robin Schouten. Voor een groter bestand: incognito@comic.com
In stripblad Eppo nr. 20 staat van mij De Boekenkast van... Wilfred Ottenheijm. Samen met Remco Polman maakt Wilfred voor Eppo de hilarische ridderstrip Floris van Dondermonde. Zijn favoriete strips bevatten zowel graphic novels, een boek dat de Amerikaanse superheldenstrip volwassen maakte als een legendarische komische avonturenstrip. Welke? Dat lees je in Eppo nr. 20, in de winkel tot 15 oktober en ook te bestellen via de Eppo site.
Deze foto is niet door Eppo gebruikt.

(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

29 september 2015

In Memoriam: Hans Heltzel (1958-2015)

Hans Heltzel op de Auclair Dag op 20 juli 2014 (en een Hello Bédé met Simon op de cover)

Vanmorgen ontving ik een mail van de oudste broer van mijn goede vriend Hans Heltzel uit Hoensbroek (Z-L). Hans is afgelopen vrijdag plotseling overleden door hartfalen. Hij werd slechts 57 jaar. Het ging de laatste tijd niet zo goed met zijn gezondheid en ik dacht, ik moet hem even bellen. Steeds uitgesteld. En nu is het te laat. Verdomme. 

De afgelopen 8 of 9 jaar deelden we regelmatig onze liefde voor strips en met name onze gezamenlijke interesse voor het werk van de Franse stripauteur Claude Auclair waar Hans met al zijn ziel en zaligheid een zeer complete fansite voor had gebouwd, en waardoor ik met hem in contact raakte.
 
Een originele Grizzly pagina van Auclair die bij Hans aan de muur hing.

Samen met C. De N. (hij wenst anoniem te blijven) vormden we het Auclair Genootschap. Een paar keer hebben we een bijeenkomst georganiseerd bij Hans thuis in Hoensbroek, waar hij altijd erg van genoot. Hans vond het heel bijzonder dat ik de lange reis uit Zaandam ondernam, en C. uit België. Dit najaar zouden we weer met z'n drieën bij elkaar komen, ook ter gelegenheid van het verschijnen van deel 1 van de integrale van Simon van de Rivier. 

Nog een originele Grizzly pagina van Hans.

Helaas.... geen middag meer waarop we met veel enthousiasme onze Auclair spulletjes met elkaar delen, over praten en Hans vol overgave en uiterst secuur originelen en tekeningen scande. Want dat deed hij graag, het scannen en archiveren van strips en tekeningen. Als een echte verzamelaar.

Hieronder staat de originele indianentekening van Claude Auclair die ik in 2006 via Ebay had gekocht en naar de Auclair site van Hans stuurde, waarmee onze vriendschap is begonnen. Rust zacht, Hans. Ik zal ons contact erg gaan missen.


Originele tekening Saga du Grizzly (1983). Tevens de herinneringsprent van de 1ste Bijeenkomst van het Auclair Genootschap in 2014.


Update: 9 februari 2016

Henkus Schumacher heeft de Auclair site van Hans overgenomen op zijn domein. Kijk op www.claude_auclair.hjschumacher.nl/

C. De N. schreef ook een In Memoriam voor Hans Heltzel dat is gepubliceerd op de Auclair site.

28 september 2015

Wilfred Ottenheijm met Floris van Dondermonde

Wilfred Ottenheijm werkt samen met collega en goede vriend Remco Polman aan de erg leuke ridderstrip Floris van Dondermonde voor het stripblad Eppo. Ik en de redactie vroegen ons al een tijdje af welke boeken de favoriet zouden zijn van deze bevlogen tekenaar/animator/grappenmaker die je kan omschrijven als stille maar onmisbare kracht. En zodoende reisde ik naar Nijmegen af om hem interviewen voor de Boekenkast rubriek. Vanaf deze week te lezen in Eppo nr. 20 !
Foto: Robin Schouten (2015). Voor een groter bestand: incognito@comic.com
Deze gelegenheid liet Wilfred niet aan zich voorbij gaan om nog maar eens schaamteloos reclame te maken voor het eerste Floris van Dondermonde album ‘Heer Floris Steekt de Draak’. Of zou het trots zijn? Want afgelopen maart werd het boek op de Stripdagen in Gorinchem bekroond met een Stripschappenning, voor Album van het jaar in de categorie Avontuur en Vermaak! Nou, logisch dus.

21 september 2015

Fred de Heij - Pratende hoofden

In 2009 heb voor de serie ‘De Boekenkast van...’ in stripblad Eppo (verschenen in nr. 16 - red.) een aantal strips beschreven die mij geïnspireerd hebben. Ik noemde een Blueberry van Giraud, Torpedo van Bernet, een strip van Boucq, en om niet alleen met strips van jaren geleden aan te komen zetten, Criminal van Phillips. Keuzes waar ik nog steeds helemaal achter sta, maar ik had ook andere strips kunnen noemen. Bijvoorbeeld Rip Kirby van Alex Raymond.
Rip Kirby door Raymond
Ik bemachtigde op een beurs een boek van Kirby. Iemand gaf zijn commentaar: “Net Peyton Place.” Die serie heb ik nooit gevolgd, in die tijd keek ik liever naar Swiebertje en Pipo de Clown. “Wat is er mis met Kirby?”, vroeg ik. “Veel te veel pratende hoofden.”
Pratende hoofden zijn ‘uit’, heb ik gemerkt. Rob van Bavel heeft zich al een paar keer verontschuldigd bij scenario pagina’s van Haas: “Ik kan er dit keer niet onderuit, een pagina met pratende hoofden.”  Ik reageer dan met de standaardzin: “Ik houd van pratende hoofden,” maar kennelijk ben ik een van de weinigen. In de Eppo slingert Rhonda (van Hans van Oudenaarden - red.) zich van het ene gebouw naar de andere. Als Storm en zijn vriendjes een hoek omgaan staat er een monster klaar. In Ward (van Willem Ritstier en Marissa Delbressine - red.) is een berg een vulkaan die gloeiende lava uitbraakt.


De Heij en Ritstier: doldrieste actie in Claire DeWitt (uit deel 2, nog te verschijnen)
Dat schrijver Willem Ritstier van actie houdt, merk ik ook aan Claire DeWitt, waar op bijna elke pagina een nieuwe nachtmerrie begint. Ik houd van dit soort strips, maar ik mis het Kirby effect soms wel. Twee mensen die met elkaar zitten te praten, liefst met leuke houdingen, uitdrukkingen en leuke teksten. Ik heb gelukkig de mogelijkheid om de strips die anderen niet willen schrijven zelf te maken. In de zelf geschreven verhalen wil ik veel pratende hoofden. Ik vind het niet erg als mensen mijn strips met Peyton Place vergelijken. 
De Heij: pratende hoofden voor Pulpman 18 (nog te verschijnen)

Fred de Heij is striptekenaar (Haas, Claire DeWitt, Pulpman), illustrator en schilder. Ook schrijft hij graag over strips. Op zijn blog heeft hij jarenlang zijn bespiegelingen gepubliceerd. Dat doet hij nog steeds voor zijn blad Pulpman en Stripnieuws (een uitgave van Het Stripschap) als columnist. Voor de Incognito blog zal hij (on)regelmatig over zijn eigen strips schrijven waarbij hij pagina's toont die nog niet gepubliceerd zijn. Bovenstaand stukje is de eerste aflevering. 

15 september 2015

Uur U: Leve de keizer! (recensie)

Uur U is een stripserie met het volgende basisgegeven: stel dat de geschiedenis een andere wending had genomen? En dat je historische figuren afwijkende rollen geeft en gebeurtenissen in een andere context plaatst? Met dit wat-als-gegeven kun je alle kanten op. En dat gebeurt ook in Leve de keizer! Het is het eerste deel van Uur U dat als softcovereditie is uitgebracht door de Nederlandse stripuitgeverij Silvester. Het heeft geen nummering omdat het als losstaand verhaal kan worden gelezen.

Sinds 125 jaar is er vrede in Europa en maken twee landen de dienst uit als wereldmacht: het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Het continent is voor het Franse keizerrijk, de open zee behoort de Engelse vloot toe. Het album opent spectaculair met gevechtscènes aan de Frans-Chinese grens in 1925. Kapitein Nerval wordt tijdens een routinepatrouille met zijn detachement overvallen door twee divisies van het Chinese leger. Met elektronische wapens en een zeppelin weet hij zich ternauwernood te redden. Na onenigheid met een hogere officier, kolonel Pétain, belandt hij in de gevangenis en wordt hij uiteindelijk het keizerlijke leger uitgeschopt. Dan komt de jongere broer van een omgekomen kameraad in beeld, zijn petekind Arturo Fermi. Als briljant fysicus heeft hij kristallen energiebollen uitgevonden die veel krachtiger zijn dan de elektriciteit van de beroemde uitvinder Nikola Tesla.
Pagina 4 uit Uur U: Leve de keizer!
De energiebollenuitvinding is niet onopgemerkt gebleven bij geheime genootschappen die het als hét middel zien om de nieuwe keizer Napoleon de Vijfde tijdens zijn inwijding een kopje kleiner te maken. In Parijs zijn we getuige van een bijeenkomst van zo’n genootschap. Achter een masker en snorretje herkennen we Adolf Hitler in een intrigantenrol én als leider van het Duitse veemgericht, die als specialiteit hun slachtoffers vastspijkeren aan bomen. Hierna volgen de intriges en vreemde gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. De exotische danseres en beroemde spionne Mata Hari werkt voor de Chinezen en zit in het moordcomplot op de keizer. Daarbij maakt ze handig gebruik van haar contact met Arturo Fermi, die verliefd op haar is, om inlichtingen door te spelen. Hij doet een noodoproep aan zijn peetvader, de ex-kolonel Nerval, om hem te helpen bij het terugvinden van zijn uitvinding en daarmee de aanslag op de keizer te verijdelen.

Tussendoor zorgt de extravagante Tesla met zijn dwangmatige tic om te tellen voor de lichtvoetige noot. We krijgen ook beelden van barbaarse afgoderij voorgeschoteld en rituelen met stierenbloed. Nerval en Fermi moeten hun uiterste best doen om alle valstrikken te ontlopen en trachten de energiebol terug te veroveren. De uiteindelijke heldenrol is voor Fermi weggelegd, die het ultieme offer brengt. Dat gebeurt met veel spectaculair ogende actiescènes. Daarna moet er nog met Adolf Hitler afgerekend worden. Die dreigt de nieuwe keizer dood te schieten. Het een en ander kan niet voorkomen dat er een nieuw conflict losbarst tussen Engeland en Frankrijk. Geen happy end dus.

Het verhaal is tamelijk vergezocht, maar het leest als een trein, geholpen door het verzorgde tekenwerk van Gess. De overtuigende personages en vlotte dialogen komen van het vaste scenaristenduo Duval en Pécau. Een serie die met recht vertaald is uit het Frans (inmiddels zijn daar 20 delen verschenen) en je laat uitkijken naar het volgende deel in deze softcoveruitvoering, zoals aangekondigd op de achterkant van dit boek. Als extraatje ben je met deze strip geneigd je historische kennis te toetsen en dat is mooi meegenomen. (RS)

Uur U: Leve de keizer! (softcover)
Fred Duval en Jean-Pierre Pécau (tekst), Stéphane Gess (tekeningen). 56 pagina's. Silvester, 2015

Deze recensie van Robin Schouten verscheen eerder op Meerkat Magazine.

09 september 2015

Eppo 18 - De Boekenkast van Dany


In stripblad Eppo nr. 18 staat van mij De Boekenkast van... Dany. Deze Belgische striptekenaar (geboren in 1943 als Daniel Henrotin) is onder andere bekend van Roze Bottel, Avontuur zonder helden en Rooie Oortjes. Hij koos strips van vier tekenaars die hij in zijn jeugd las in het stripweekblad Robbedoes en die hem inspireerden om zelf ook striptekenaar te worden. "Het belangrijkste voor mij bij een film, een boek of een strip is dat het emotie bij me losmaakt", zegt hij.

Eppo nr. 18 ligt in de winkel tot 17 september en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Dany thuis in Liernu (B) op 6 september 2014. Foto's: Robin Schouten
(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

31 augustus 2015

Brabants Stripspektakel viert 30ste editie in Veldhoven

In het weekend van 5 en 6 september kunnen stripliefhebbers weer op zoek naar hun favoriete strips op het Brabants Stripspektakel. Na 29 edities in Valkenswaard gaat dit grote stripevenement voortaan verder in Veldhoven. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Het logo met tekening van Uco Egmond.
Wat ooit in een klein zaaltje begon en de vele jaren erna een flink sportcomplex in beslag nam, is nu nóg een stap verder gegroeid: voortaan vindt het Brabants Stripspektakel plaats in het NH Koningshof in Veldhoven. Een nieuwe locatie met meer ruimte, dus nóg meer te beleven! Mede-organisator Patrick van Gelder: “Het evenement breidde jaarlijks uit, vooral in de breedte. Hierdoor werd de oude locatie in Valkenswaard te klein. Niet alleen de hal zelf, maar ook faciliteiten als horeca en parkeerplaatsen. In het Koningshof hebben we met ruim 5000m2 zaaloppervlak plek voor meer standhouders en activiteiten, maar dus ook voor meer bezoekers”, aldus mede-organisator Patrick van Gelder.

Het Brabants Stripspektakel mag eigenlijk allang niet meer een Brabants evenement genoemd worden. Van Gelder: “Natuurlijk is er die Brabantse gemoedelijkheid, maar het is inmiddels uitgegroeid tot een groot spektakel voor het hele gezin, waar mensen uit heel Nederland en België op af komen. Behalve honderden meters aan kramen vol stripboeken, Amerikaanse comics, superhelden merchandise, originele striptekeningen etc. is er nog veel meer te beleven. Voor jong en oud, maar ook voor zowel de fanatieke stripverzamelaar als de sporadische striplezer”.
 Walthéry maakte een speciale Natasja tekening voor de flyer.
Meer dan honderd striptekenaars
Deze dertigste editie belooft heel wat. Voor het eerst is de mijlpaal van honderd aanwezige striptekenaars overschreden. Nooit eerder kwamen er zoveel stripmakers naar het Brabants Stripspektakel, zowel uit binnen- als buitenland. Zo kan er een tekening worden gescoord van o.a. Luc Morjaeu (Suske en Wiske), François Walthéry (Natasja), Romano Molenaar (Storm) en Martin Lodewijk (Agent 327). Voor de jonge striplezers is er een uitgebreid kinderprogramma. Ze kunnen op de foto met Geronimo Stilton en Dolfje Weerwolfje, lekker uitleven op de flipperkasten of striptekenles krijgen van echte striptekenaars.
geronimostilton © 2015 Atlantyca SpA. All rights reserved
Ook wordt de Brabant Strip Sympathie Prijs uitgereikt. Deze prijs is voor een sympathieke stripmaker die zich positief inzet voor de stripwereld en daarbuiten. Verder zijn er veilingen, exposities en diverse speciale stripalbums die speciaal voor het Brabants Stripspektakel zijn gemaakt, zoals een Suske en Wiske uitgave met de stripjes die vroeger op de zuivelverpakkingen van Albert Heijn stonden. Als opwarmertje is er in de bieb van Valkenswaard een tentoonstelling van het meidenblad Tina. Het volledige programma is te vinden op www.brabantsstripspektakel.com.
In de bieb van Valkenswaard is een Tina-tentoonstelling.
Het 30ste Brabants Stripspektakel - zaterdag 5 en zondag 6 september 2015
NH Conference Centre Koningshof
Locht 117, Veldhoven

Van 10 tot 17 uur
Entree: € 5,00 (kinderen onder 1.50m € 1,00) Parkeren is gratis. Gratis striptas voor iedere bezoeker en voor kinderen een Geronimo Stilton verrassing!

24 augustus 2015

Peter Pontiac - Stripdagen Haarlem 2014


(Foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie mail naar incognito@comic.com)

Peter Pontiac(1951-2015) bemenst op deze foto met vrouw Ipie een stand op de Stripdagen Haarlem 2014, op zaterdag 31 mei. Het was goed om de legendarische undergroundstriptekenaar en illustrator in een toch al vergevorderd stadium van zijn ziekte (hij overleed ruim een half jaar later aan de gevolgen van de leverziekte hepatitis C) nog in zo'n high spirit mee te maken, ook bereidwillig poserend met allerlei mensen, bekenden, vrienden en fans! Hij had het duidelijk naar zijn zin en genoot. De volgende dag was Pontiac er ook en zag ik hem bij zijn stand praten met vakbroeder Theo van den Boogaard.
(klik op de foto's voor een vergroting)
Poserend met Belgische stripfan Catherine Dejonghe