Posts tonen met het label Tony Ovaere. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tony Ovaere. Alle posts tonen

18 april 2019

Uitglijer - Poederdons in plaats van zwaard

Niet iedereen is een begenadigd tekenaar binnen de stripwereld. En dat hoeft ook niet, want het gaat om de sfeer, het verhaal, de karakters. Sommige striptekenaars stellen zich boven anderen en dat is nu ook weer niet nodig. Neem nu de onvolprezen Hans G. Kresse. Die zei over collega tekenaar (geen strips!) Rien Poortvliet dat die er niks van kon. Hij gaf dat weer door diens voornaam te verfransen en noemde hem 'Rien' (spreek uit rie-en) Poortvliet, de voornaam betekent vertaald 'niets'. Allemaal politiek, maar je ontkomt toch niet altijd aan commentaar.
Neem nu de befaamde Lilliputreeks. Deze reeks is tevens bekend onder de verzamelnaam 'piccolo's', of, omdat een jungleheld een van de meest bekende is, ook wel 'Akims' genoemd. In deze reeks werd wat afgerotzooid met stijlen, sferen, onbehoorlijkheden in scenario's en tekeningen. Ondanks dat wisten deze Lilliputs zich met succes tot eind jaren 60 te handhaven. Dat is de periode waarin de strip als medium steeds meer serieus werd genomen en liefdevol De 9e Kunst werd genoemd. Deze vriendelijke kleine boekjes werden mede daardoor al een tikje met de nek aangekeken.
Een Italiaanse uitgave van Akim, de 'Europese Tarzan' door tekenaar Augusto Pedrazza.
Die Lilliputs werden van 1953 tot 1968 in Nederland uitgegeven. Naast de net genoemde Akim verschenen er ook boekjes met Sigürd, Nick, Falk, Robbie, Tibor enz.; een wereld van gevierde ridders, halfblote gespierde bosmannen, puberjongens op avontuur, cowboys en mensen in de verre toekomst. Wat in Nederland werd uitgegeven kwam uit het buitenland; voor zover bekend hebben er zich geen Nederlandse tekenaars en schrijvers aan gewaagd. Veel kwam uit Duitsland (de zogenaamde 'Piccolohefte') en de vertaling daarvan werd door een zekere Reichel gedaan. Daarnaast kwam er ook werk uit Italië waar tevens de wieg van Akim stond die in 1950 werd vormgegeven door tekenaar Augusto Pedrazza (1923-1994) en scenarist Roberto Renzi (1923-2018). De Amerikaanse Tarzan heeft er model voor gestaan en die verscheen eveneens in deze mini-oblongreeks.

In de lange rij minicomics voeren we de Duitse veeltekenaar Hansrudi Wäscher (1928-2016) op. Zijn hand is duidelijk te herkennen in de veelvoud van deze boekjes. Het is wat stijvig, maar dat past prima binnen de kwaliteit die deze reeks bevolkt. Hansrudi is met name bekend van Akim die hij in 1953 overnam van Pedrazza. Het Italiaans van deze collega-stripmaker zal hij wel gesproken hebben want Hansrudi heeft tot 1940 in het Italiaans sprekende deel van Zwitserland gewoond. De eigen Duitse vertaling lag dus op de loer. Hoeveel verhalen Hansrudi van de bosheld zelf maakte is onduidelijk omdat diverse bronnen verschillende dingen zeggen. Een onderzoek is een hele uitdaging en gelukkig niet geschikt voor de schrijver van de Uitglijer, maar dit terzijde. Pedrazza zou alleen al 1000 Akim-deeltjes tot leven hebben gewekt. Ga er maar aan staan. Naast Akim tekende Hansrudi in elk geval wel alle Sigürd-verhalen zelf, en dat vanaf 1953.
 Een ridder zonder vrees met een wat vreemd uiterlijk, anno 1962.
Onze focus ligt op deze zwaardheld en meer bepaald bij het verhaal 'Casper's verraad' uit 1962. En deze Uitglijer is meteen het bewijs dat ook de Nederlandse uitgever van al dit fraais toen, Van Ditmar, het geen probleem vond dat de boekjes wat zwakke, maar o zo aller charmantste kanten kennen. Niet voor niets wordt het nog volop verzameld en spreekt men zacht over bepaalde deeltjes die nagenoeg onvindbaar zijn. Op de cover van dit verhaal zien we links het steeds terugkerende standaardbeeld van de held met opgeheven zwaard. De kaak krachtig naar voren, zoals we dat ook in zo'n vorm vinden bij bijvoorbeeld Buck Danny. Rechts een inkijkje wat de lezer kan verwachten van het verhaal. Tony Ovaere kwam met deze Uitglijer (hij speurde ook van alles op over de tekenaar en scenarist Pizarro van de stripheld Steve Drake, te vinden in onderstaande lijst). Tony merkte terecht op dat het hoofd van de ridder in het rechterdeel van het boekje eerder leek te horen bij de poederdons dan bij een zwaard. In de poging om de ridder een nobel en evenwichtig uiterlijk te geven mislukt Hansrudi. En zo vervalt de o zo stoere Sigürd tot een soort jongedame, of wellicht was de nobele strijder meer geïnteresseerd in zijn mederidders dan in de freules die naar zijn hand dongen. Dat wil het uiterlijk nog wel eens beïnvloeden.
Op de zwart-wit pagina's binnenin wordt het 'vrouwelijke element' verder doorgetrokken. 
Of de meester schuldig is aan deze Uitglijer, want dat mag je dit toch wel noemen, is de vraag. Daarvoor verschilt het standaard plaatje links op de cover te veel van de illustratie van het verhaal zelf. Het is aannemelijk dat Hansrudi werkte met studiotekenaars om de reeks vol te krijgen en zo kreeg bij wijze van spreken zijn neefje van 14 ook een kans. De productie alleen al doet zoiets vermoeden want die was fors. Volgens de catalogus van Matla gaf Wäscher in het Duitse taalgebied alleen al 668 Sigürd deeltjes uit (in het Nederlands verschenen er volgens die catalogus zo'n 400 tussen 1959 en 1963). Dan had hij nog Akim maar ook Nick (80 titels), Tibor (220), Falk (50) en nog vele anderen. Volgens de Lambiek Comiclopedia scheidde de man in zijn tekenleven 1500 deeltjes af en dat kan zomaar een conservatieve schatting zijn. Even rekenen met deze gegevens; vanaf 1953 tot pak 'm beet eind jaren zestig is dat toch minstens 100 deeltjes per jaar.  Als je in ogenschouw neemt dat de reeksen Bessy en De Rode Ridder voor de Duitse markt in een team werd geproduceerd waar vaak werd gesjoemeld om de productie op peil te houden (een onderdeel van een plaatje werd rustig meerdere keren in verschillende albums gebruikt), dan kun je er vanuit gaan dat Hansrudi eveneens met een aantal mensen aan de tekentafel heeft gezeten. En soms zal er wat te snel werk afgeleverd zijn als de druk van de deadline naderde. Minder begenadigde tekenaars zouden dan aan het werk gezet kunnen zijn. Et voila; opeens zien we ‘queenie’ ridders in plaats van harde mannen. Ondanks dat noemen Wäschers-fans hem liefdevol Der Meister. Nou, dan mag er van mij zo nu en dan een lief snoetje op de cover verschijnen in plaats van een doorwinterde ridderkop die veldslag na veldslag heeft meegemaakt. Het gros van het werk is immers sfeervol, en verdient een compliment. Zeker als je bedenkt dat de zwakke Duitse stripmarkt niet erg veel tegenwicht bood tijdens de gloriejaren van de Vlaamse en Franstalige strips. Der Meister heeft dat best wel een tikje goed gemaakt. (HvK)

Uitgeverij Boumaar, die zich specialiseert in Nederlandstalige uitgaven van de klassieke Nederlandse stripverhalen zoals Piloot Storm en Archie, is in 2014 begonnen met bundelingen van Sigürd met in deel 1 de comic uit 1953 en de daaropvolgende eerste 20 lilliputuitgaven. Sindsdien is er elk jaar een nieuwe band verschenen, inmiddels zijn dat er zes. Van elke bundeling zijn maar 100 ex. gedrukt.

Dank aan Tony Ovaere, de Duitse Wikipedia, Uitgeverij Boumaar en Lambiek Comiclopedia.

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid Piemel, Hergé, Suske en Wiske: De Tartaarse helm, Tintin: Le Sceptre d'Ottokar, Schanulleke (Suske en Wiske), Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2), Suske en Wiske: De Ringelingschat, Uitglijers met dubbele betekenissen?, Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergen, Een speurtocht naar striptekenaar en scenarist Pizarro, De Uitglijers van Eddy Paape, Dan Cooper, De Tartaarse helm (Jeugd Revue), Majesteitelijke Uitglijer, Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos, Foute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje), Rik overleeft de kogels (Rik Ringers), Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke), Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e druk, Jansen is de naam (Kuifje), Magda van Tilburg, Hergé als geweten van de wereld, Uitglijer over een Bommeljas, Uitglijer Paul Panter, Uitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck Danny, Links is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer) en De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)

26 januari 2016

Een speurtocht naar striptekenaar en scenarist Pizarro

Voor mijn neus en toch niet zelf gevonden.


Verschillende malen heb ik getracht te achterhalen wie toch de mannen zijn achter de miniboekjes Steve Drake. Deze stripjes zijn in 1962 uitgegeven door Nooitgedacht en er verschenen slechts vier titels van. José Carlos tekende het met een scenario van Pizarro. So far so good, maar wie waren deze heren? Rondvragen bij stripverzamelaars en strips beschrijvers leverde niets op... waar te beginnen?
de Drake-boekjes zoals we die kennen.
Speuren op internet deed geen goed. Uiteindelijk wende ik mij tot de Dotcomhost site van Ben Kamphuis die onder andere een overzicht heeft gemaakt van de uitgaven van de uitgever van Drake, Nooitgedacht. Een uitgever die, voor zover duidelijk, is overgenomen door een zekere Van Welzenist die vermoedelijk ook de uitgeverij Euredit runde met leespulp zoals de uitgaven van Baldekijn/Mondial. Maar ook Ben kon mij niet veel verder helpen. Ook zijn speurtocht naar de uitgaven van Nooitgedacht en meer bepaald Drake stuitte op een dood spoor.

Toen mij na maanden stilte gewend tot Tony Ovaere van Comicsdatabase (database der Nederlandstalige comics plus aanverwanten) 
met eenzelfde vraag als aan Ben, maar Tony wist het ook niet. Wel triggerde het hem blijkbaar, want Tony ging voortvarend aan de slag om mij snel het leuke nieuws te brengen dat hij uiteindelijk op iets bijzonders was gestoten en wel via de Noorse uitgave Drake & Drake. Pizarro werd nadrukkelijk in deze strips genoemd.
Het eerste stukje van de puzzel.
Later kwam Tony met nog meer. Hij was onstuitbaar en wat bleek....José Carlos en Pizarro waren een-en-dezelfde! Dat maakte het zoeken een stuk makkelijker. Intikken op internet en er kwamen hits. Er is zelfs een Facebookpagina van hem die doorverwijst naar de volgende info;

José Garcia Pizarro werd geboren in Madrid in 1934 en begon zijn carrière in de jaren 1950. Hij tekende series als 'Carlos Espejo', 'Sportman' en 'La Isla de la Bruma' met scripts van M. Gonzalez Casquel in Chicos; een uitgave die mij leidde naar de eerste site met bijzonder veel informatie. Ook droeg hij bij aan strips als 'Aventuras del FBI' (Rolláán), 'Brigada Secreta' (Toray), 'Espionaje' en 'Los Gemelos' (beiden van Toray) gedurende de jaren tussen 1950 en 1960.

Een zeldzame foto van Pizarro.
In de jaren 1960 was Pizarro actief bij Ibergraf met 'Drake & Drake' (zie illustratie), tijdschriften als Chio met 'Profesor Hildegard', 'Los Hombres del Volante' en 'Sportman II'. Hij publiceerde in Gaceta Junior ('Las Andanzas de Lita y Alicia', 1970), Trinca ('La Pandilla Trinca', 1970), Gente Menuda ('Pipa y Pilonga', 1976), Piññóón ('Claxon', 1977) en El Cuca, de aanvulling van de krant Madrid Pueblo ('Slap', 'La Rosa Revoltosa', 'Johnny Sobre Ruedas', 1971).
Hij draaide zijn hand niet om voor diverse stijlen.
Bovendien werkte hij voor buitenlandse publicaties zoals de Britse tijdschrift Eagle en de bladen van Warren in de VS. Via afbeeldingen op de Comiclopedia van Lambiek kwamen ook nog 'Pipa y Pilonga' en 'Todo un Hombre' bovendrijven
Pizarro tekende vlot realistische scenes zoals in 'Todo un Hombre'.

Om de hele reeks publicaties te vinden is het handig om deze link te gebruiken waar een uitgebreide bibliografie is te vinden. Helaas werd Pizarro in de midden van zijn jaren 50 blind. En moest dus rond 1985 stoppen met werken. Of deze stripduizendpoot, die nagenoeg niemand meer kent in het Nederlandse taalgebied (maar ja, daar zijn er wel veel meer van) nog leeft, is niet duidelijk geworden...ook na een reactie op Facebook bleef het verder stil.
Ook sciencefiction kon hij sfeervol weergeven.
In ieder geval geniet ik nog steeds van zijn vier Dick Bos-achtige boekjes of moet ik zeggen dat ik nog steeds geniet van de Drake-achtige Dick Bosboekjes. Ze ontlopen elkaar qua sfeer niet, qua tempo niet en qua tekentalent niet. Jammer dat er geen belangstelling is voor José García Pizarro. Het is zeer de moeite waard. Misschien dat dit stukje er aan bijdraagt. Het werk en dan met name het realistische werk leent zich bijzonder goed voor heruitgaven.

Met uitdrukkelijke dank aan Ben voor de info over de weg die de Nooitgedacht-boekjes gingen én Tony voor het vinden van de draden die hebben geleid tot de uitkomst van dit speurwerk en voor een deel van de opsomming van publicaties van Pizarro in dit stuk. (HvK)


Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim, Hergé, Suske en Wiske: De Tartaarse helm, Tintin: Le Sceptre d'Ottokar, Schanulleke (Suske en Wiske), Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2), Suske en Wiske: De Ringelingschat, Uitglijers met dubbele betekenissen? en Uitglijer Guus Slim