28 februari 2014

Craenhals: De Koene Ridder (Breda, 1985)



In 1985 ging ik voor het eerst naar een stripbeurs, naar de Stripdriedaagse in Breda. Toen ik op zaterdag 21 september Het Turfschip binnenliep sloeg mijn hart bijna op hol bij het aanschouwen van zoveel signerende tekenaars. De eerste was Walthèry en die tekende met een blauwe viltstift een Natasja voor me. Daarna ging ik in de rij staan bij Francois Craenhals (1926-2004), een oudgediende tekenaar uit de stal van het weekblad Kuifje waar ik altijd van heb gehouden. Ik had als 16-jarige stripfan al zijn verhalen gelezen van De Koene Ridder, en toen hij een tekening voor me maakte van Roland van Walburghe kon ik dat bijna niet geloven. Hierbij de Koene Ridder-dédicace (die nog jarenlang in mijn jongenskamer heeft gehangen) en een foto die ik van Craenhals had gemaakt. 
Craenhals signeert op De Stripdriedaagse 1985 in Breda. Foto: Robin Schouten
(met dank aan Ed Hengeveld voor de bewerking)


Eerder plaatste ik deze foto van Jean-Michel Charlier van de Stripdriedaagse 1985. 

27 februari 2014

De loopbaan van een Schoolier...

In de zomer van 1970 raakte ik verslingerd aan een erg leuk meisje dat ik, naïef als ik toen ook al was, met mijn tekeningen en strips dacht te kunnen imponeren. Mijn artistieke (én kennelijk ook mijn amoureuze) prutswerk maakte echter weinig indruk. Op een dag bracht ze een schoolkrantje van het Snellius Lyceum Amstelveen voor me mee. Als afscheidscadeau. (Maar we blijven vrienden.) Dat krantje was van kaft tot kaft volgetekend met strips van twee jongens uit een hogere klas die volgens haar wél talent hadden. Groen van jaloezie kon ik haar alleen maar gelijk geven. Ik heb dat krantje na de eerste lezing nooit meer ingekeken maar natuurlijk altijd bewaard, als herinnering aan een weelderige bos blonde krullen en een paar helblauwe ogen.
Gerrit de Jager, circa 1970
Toen ik het onlangs weer eens tegenkwam en doorbladerde ging er toch een lichte schok door me heen: De jongens uit die hoger klas bleken Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen te heten (jaren later beroemd als het stripduo Prutswerk met o.a. Pruts Pruts, Roel en zijn Beestenboel en natuurlijk De familie Doorzon) ! Die helblauwe ogen hadden het indertijd dus goed gezien. Ik heb er een paar pagina's uit gescand, de kwaliteit van het drukwerk is niet al te best, in die tijd werden zulke blaadjes nog gestencild (Ik hoop dat u weet wat dat is, stencilen) maar het is duidelijk dat de kiemen van hun latere werk én succes onmiskenbaar aanwezig zijn...

andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer. Bezoek eens zijn website en blog)

Wim Stevenhagen, circa 1970

Gerrit de Jager, circa 1970

Gerrit de Jager, circa 1970
Wim Stevenhagen, circa 1970


Gerrit de Jager, circa 1970

(klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat)

10 februari 2014

Eppo 3 - Portret Kim Duchateau

Kim Duchateau wijst naar het affiche van zijn 'Enzovoort' expositie, op 25 juni 2013 (foto: Robin Schouten)
In stripblad Eppo nr. 3 van 2014 staat van mij een Portret over Kim Duchateau met op de cover zijn stripheldin Esther Verkest als 'schoolgirl from hell'. Als basis voor het 3-pagina Portret, waarin zijn hele carrière de revue passeert, stond een vraaggesprek met Kim van 25 juni 2013 in zijn woonplaats in België. Eppo nr. 3 ligt in de tijdschriftenwinkels tot 20 februari en is te bestellen via de Eppo site. 
Kim ken ik al heel wat jaren. Hij was een van de medewerkers van mijn stripblad Incognito (vanaf 1998) met onder andere Madelfried, een strip die Kim nog altijd tekent en een pagina voor Incognito's kettingstrip Het lieve leven. De afgelopen 10 jaar oogstte Kim veel succes met Esther Verkest, actuele cartoons in dagblad De Morgen en treedt ook op in verschillende muziekbands. Begin februari is Kim met liedjesschrijver Jan de Smet op tournee gegaan in de Belgische theaters met hun tweede Stripconcert

Op 21 januari was Kim op de Belgische radio als Wintergast. Het 1 uur durende interview, gelardeerd met fijne muziek kun je hier terug beluisteren.  

(Klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat)

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

31 januari 2014

Paul Teng - Hommage Philippe Delaby (Murena)

Paul Teng maakte op het stripfestival in Angoulême deze hommage voor Philippe Delaby, striptekenaar van de historische reeks Murena en overleden op 28 januari jl. Meer info: www.cuttingedge.nl/telex/philippe-delaby-overleden 
Paul Teng is samen met een delegatie Nederlandse striptekenaars (o.a. Theo van den Boogaard, Joost Swarte, Typex, Maaike Hartjes en Aimée de Jongh) in Angoulême om daar onder de verzamelnaam Les Ateliers Néerlandais affiches te tekenen die in de stad aangeplakt worden om zo het Nederlandse beeldverhaal te promoten. De verrichtingen van deze twintig striptekenaars kun tijdens het stripfestival (t/m 2 februari) volgen op deze blog: www.labedeestdanslarue.com en op Facebook: www.facebook.com/labedeestdanslarue

Op Stripelmagazine kun je dit artikel lezen, met affiches van Floor de Goede en Hanco Kolk: www.stripelmagazine.be/angouleme2014-het-nederlandse-affiche-offensief/


28 januari 2014

Blake en Mortimer: De Septimus-Golf. Oud nieuw of nieuw nieuw ?

Hoe oude helden nu gelezen moeten worden

Na het lezen van het nieuwste Blake en Mortimer album De Septimus-Golf (2013) bekruipt je het gevoel dat het niet de goede kant opgaat met de serie. Daar waar je een ontwikkeling verwacht van het getekende duo dat zich steeds in allerlei wereldgevaarlijke perikelen begeeft, valt het stil in herhalingen. Gebrek aan inspiratie of gewoon geldjacht met gebruik van bekende helden?


Suske en Wiske, Lefranc en Blake en Mortimer, om er maar eens een paar te noemen, zijn allen onderhevig aan de wens hen te laten voorleven, maar dan moeten we wel aanvaarden dat het andere figuren zijn dan die we gewend zijn, met andere plots, scenario's, bijfiguren, tekst, kleuren en zelfs gestreken papier dat menigeen doet rillen.

In de eerste plaats is het moeilijk om een vergelijk aan te gaan met de oude albums en de recent verschenen verhalen van de hoofdpersoon. Willy Vandersteen plaatste niet alleen zijn eerste Suske en Wiske avonturen meteen na de oorlog, maar werd ook gelezen door mensen uit die tijd. Het is dan ook van dié tijd. Je ziet naarmate de jaren vijftig en zestig vorderen dat Vandersteen steeds probeert de tijdgeest mee te laten spelen in de verhalen. Dat is in feite een knappe evolutie van het kindertweetal naar de wat oudere puber in een veranderende tijd. De enige verbinding die zij in die werelden nog hebben is hun creator Vandersteen. Die lijkt overigens in de 60-iger jaren niet meer zo bevlogen en laat veel over aan zijn medewerkers.

Op een gegeven moment haakt hij helemaal af en gaf zijn geesteskind in 1972 over aan Paul Geerts. Er ontstond nu echt een heel ander universum rond de club getekende avonturiers. De personen evalueerden in ‘Geertsjes’ in plaats in ‘Vandersteentjes’ en er komt over het algemeen een heel ander publiek op af. De echte fans haakten nu helemaal af voor zover ze dat al niet gedaan hadden. Tot zover Suske en Wiske.
Lefranc: De vlammenzee (1961)
Lefranc dan. Het meesterwerk van Jacques Martin die een incarnatie lijkt op zijn twee millennia daarvoor acterende Alex, compleet met bij-boy in respectievelijk de figuren Jean-Jean en Enak. Martin heeft van deze journalist minder werk gemaakt dan van de Gallische Romein en er is slechts een paar albums van zijn hand over deze figuur verschenen. Hij maakt na drie verhalen nog een Lefranc samen met Bob de Moor die zoals Martin ook uit de stal van Kuifje weekblad kwam én Studio Hergé. Dan neemt Gilles Chaillet het stokje over. Zijn getekende middeleeuwse alter ego Vasco is ontegenzeggelijk het doorgeefluik van het genetisch materiaal van Alex naar Lefranc. In die zin is hij de geknipte figuur om de serie voort te zetten tot ook hij er de brui aan geeft en in 2001 Christophe Simon zich op de journalist stort. Geen streng oog van de meester meer, geen genetisch tekenmateriaal. De koppen worden nog vierkanter en nog incestueuzer, op het onpersoonlijke af, dan wat Martin, De Moor en Chaillet samen ooit bij elkaar hadden gepend. De echte Lefranc-fans haakten vervolgens af. De persoon evalueerde in een Simonnetje. Klaar voor een ander publiek. Tot zover Lefranc.
Dan Blake en Mortimer van Edgar P. Jacobs. Vermoedelijk na Vandersteen, Hergé en Franquin een van de bekendste uit de oude stal van Belgische striptekenaars. Het echte eerste album van de meester zijn hand is Het geheim van de Zwaardvis dat dateert van 1950 en is een typisch jaren 40-verhaal met gevaarlijke naties en V2-achtige uitvinden waarvan het later gepubliceerde, hertekende, en in 1943/44 gemaakte De U-straal, wel een summum is. Zijn laatste verhaal, De 3 formules van professor Sato verscheen als deel 1 in 1977. Kort gezegd was hij voor deel 2 te ziek geworden en moest feitelijk zijn geesteskind overdragen aan Bob de Moor, de rechterhand van Hergé, en leek mede daardoor de aangewezen persoon om Blake en Mortimer voort te zetten. 
Uit Blake Mortimer: De Septimus-Golf (2013) 
Toen deel 2 Mortimer contra Mortimer in 1990 uitkwam (drie jaar na het overlijden van Jacobs) was er toch wel teleurstelling bij de vaste ploeg aanhangers, omdat in dit album vieze harde kleuren domineren. Dit overschaduwde de kwaliteit van het verhaal. Zoiets was feitelijk ook al gebeurd bij Het halssnoer van de koningin uit 1967 maar het werkelijk ijzersterke, wat afwijkende Jacobs-scenario maakte alle rauwe bonen zoet. Dit terwijl juist de grote aandacht van de inkleuring onlosmakend werd geacht van de totale, ondertussen beroemde, kwaliteit. De echte Jacobs-fans haakten dus af.

De Septimus-Golf is de laatste in de rij die gemaakt werd door andere artiesten met andere gedachten dan de meester. Jean Dufaux is als nieuwbakken scenarist voor B&M geen onbekende in de wereld van de strip en laat het verhaal aardig beginnen.
Olrik in Blake en Mortimer: De Septimus-Golf (2013)
De aartsschurk Olrik wordt echter te snel opgevoerd en daarmee is een deel van de suspense weg. De kenner weet al waar het heen gaat.....het over en weer gevangen nemen van elkaar en hier en daar een ontploffing en aan het eind de opluchting dat de aartsschurk is verdwenen. Daarnaast wordt een mysterieus viertal opgevoerd, maar dat krijgt geen echte rol in het verhaal. Redelijk mooi tekenwerk van Antoine Aubin en Étienne Schréder en redelijk gekleurd. Geen Jacobs, en we moeten het gewoon doen met een ‘Dufauxje’.

Met de nieuwe Lefranc, Blake en Mortimer en Suske en Wiske hebben we dus voortdurend te maken met andere scenaristen en tekenaars; moderne mensen die in deze tijd staan en ook met een schuin oog kijken naar de jongere lezers van nu. Er hadden ook andere personen gecreëerd kunnen worden door deze nieuwlichters. Dan was de discussie er nooit geweest of de albums wel net zo goed zijn als hun bron. Zoiets als de nieuwe Suske en Wiske-serie Amoras. Die insteek was voor andere navolgers een uitkomst geweest.
Amoras deel 1 (2013) door Marc Legendre en Charel Cambré
Suske en Wiske worden feitelijk helemaal losgelaten en zijn heel slim afwijkend als jongvolwassenen opgevoerd. We vroegen ons altijd al af hoe ze er 'later' zouden uitzien. Voila. Feitelijk zijn het hele andere figuren geworden, terwijl toch.... Het bleek een veilig weg, want de strip is in de hemel in geprezen. Overigens kon deze gedaanteverwisseling ook al in de Blauwe Reeks door  de beugel waar nota bene Wiske haar fameuze haardracht drastisch zag veranderen. Die serie was zo afwijkend, ook al doordat het in kleur werd uitgevoerd, dat er nooit een discussie over is geweest. Het kan dus wel.

Blake en Mortimer anno 2013 
Zo hadden Lefranc en Blake en Mortimer ook moeten evalueren. Een aardige aanzet zou de jeugd van Mortimer geweest kunnen zijn zoals in De Sarcofagen van het 6e continent deel 1 (2003). Gewoon de jongeman steeds als de hoofdpersoon opvoeren en avonturen laten beleven. Niks geen mannen van middelbare leeftijd met een sherry voor het eten. Dan zou elke vergelijking met de oude figuren meteen mank gaan. En sterker nog; de nieuwe lezer kijkt dan misschien zelfs wel met enig dedain naar de oude albums als iets dat passé is en nostalgisch. Verbazing alom bij de oudere stripschare natuurlijk. 'Het is de omgekeerde wereld', zal men mompelen, maar........the times they are changing en zo ook S&W, B&M en Lefranc; moderne stripfiguren in een moderne tijd, of je het nu mooi vindt of niet. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijder (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 


13 januari 2014

Eppo 1 - Boekenkast Gerrit de Jager

In stripblad Eppo nr. 1 (2014) staat van mij: De Boekenkast van Gerrit de Jager. Lees welke vier favoriete strips de tekenaar van De Familie Doorzon, Zusje en zijn autobiografische beeldroman Door zonder familie heeft gekozen. Eppo nr. 1 ligt in de winkels tot 23 januari en is te bestellen via de Eppo site.
Gerrit de Jager in Amsterdam, 26 juni 2012. (Foto's: Robin Schouten)
NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

11 januari 2014

De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) - Kamerlid Piemel

In de vele decennia waarin strips uitgeven werden, komen we regelmatig uitglijers tegen. De eerste in de rij  is de naam van het kamerlid Piemel. We lezen dit in de Nederlandstalige Dupuis-uitgave van Guus Slim deel 11: Warm en Koud door Maurice Tillieux uit 1969. De rare naam staat op bladzijde 30 rechtsboven in het verhaal De Windmaker.
Voor de vertalingen naar het Nederlands van de ballonteksten, bediende de Franstalige uitgever Dupuis zich al snel van een Nederlander. Dit om tot bij het land passende teksten te komen. De vertalers moesten wel tweetalig zijn om de eventuele knipogen te herkennen om een grap of grol aansluitend te maken bij het Nederlandstalige publiek. Is dat dan de achtergrond van de bizarre naam die het kamerlid (!) Piemel krijgt van Tillieux? Of heeft het zelfs een meer vileine bedoeling ?

Om daar achter te komen is er een belletje gegaan naar Dupuis in Brussel en vervolgens kwam Erwin Cavens aan de lijn die vertaler is bij deze uitgever. Hij is nota bene de zoon van Karel Cavens, de oorspronkelijke vertaler van het Guus Slim-verhaal, maar helaas wist hij niet te vertellen hoe zijn vader aan Piemel kwam. Cavens senior is overleden dus werd het de aloude kwis 'raden maar'. Erwin kon wel vertellen dat Lemoine, zoals Piemel in het land van de wijn en alpinopet heet, een typisch Franse naam is die ook liefkozend gebruikt kan worden voor baby's of jongetjes. Het zou met veel fantasie zoiets zijn als 'die kleine piemel'. Anderzijds betekent het ook monnik. Heeft Tillieux de politici willen afschilderen als leuke grappige ventjes of als van de maatschappij afgekeerde mensen ? We weten het niet. Frappant is overigens dat de naam in de Nederlandse herdrukken gehandhaafd is gebleven. En daarmee zou de veronderstelde afkeer van de politiek door Tillieux door vertaler Karel Cavens bedacht, tot in de lengte van dagen door blijven klinken in dit Guus-verhaal, en waarbij het vermoedelijk aan waarde nauwelijks of niets is ingeboet. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

09 januari 2014

René Follet - Nieuwjaarswens met Steven Severijn en Stevenson

René Follet stuurde mij een nieuwjaarswens toe, met tekeningen van Steven Severijn (waarvan alle 9 delen integraal zijn uitgebracht bij de Waalse stripuitgeverij BD Must) en Stevenson, le pirate intérieur, het nieuwste stripboek van Follet (september 2013) dat hij rechtstreeks in kleur heeft getekend en vooralsnog alleen een Franse uitgave heeft gekregen bij Dupuis. Bekijk ook deze video met beelden uit de strip.


07 januari 2014

Mark Schilders - Nieuwjaarskaart 2014



Nieuwjaarskaart van Mark Schilders, een van de tekenaars die in de beginperiode van mijn stripmagazine Incognito heeft gepubliceerd en ook aan de Dirk Jan strip heeft meegewerkt van Mark Retera.


05 januari 2014

Lode Devroe - Happy new route!

Nieuwjaarswens van de Vlaamse striptekenaar -en illustrator Lode Devroe (Hangar 84, Painted desert 1: Vesica Piscis). Van deze atoomstijltekenaar gaf ik in 1998-1999 een aantal strips uit in stripmagazine Incognito en in 2000 het album Dr. Dia, deel 3 in de Incognito Reeks en te bestellen via www.incognito-comics.nl

04 januari 2014

Erik Wielaert - Gelukkig nieuwjaar!

Nieuwjaarskaart van de Groningse striptekenaar -en illustrator Erik Wielaert (De zwarte ijscoman, Nacht en ontij, Het laatste station). Wielaert's drie albums in de Incognito Reeks zijn nog steeds te bestellen via www.incognito-comics.nl

01 januari 2014

Peter Pontiac - Christmas collage 2013

Rock 'n' roll (strip)tekenaar Peter Pontiac stuurde deze Christmas collage voor 2013. (klik erop en sla het vervolgens op via de rechtermuisknop voor een groter formaat)

30 december 2013

Jan Kruis Glossy t/m 31 dec. in de winkels

De Jan Kruis Glossy met mijn artikel 'De Tachtigjarige Kruistocht' (pag. 12-22) is nog t/m 31 december verkrijgbaar in alle tijdschriftenwinkels in Nederland ! Een prachtig verjaardagscadeau voor de 80-jarige striptekenaar Jan Kruis dat ook te bestellen is in verschillende edities.

29 december 2013

Kerstkaarten - Kim Duchateau, Evert Geradts, Jan van Haasteren en Ed Hengeveld

Kerstkaarten 2013 van verschillende stripauteurs (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Kim Duchateau (Esther Verkest)

Evert Geradts (Jan Zeiloor, De Alsjemaar Bekend Band, Henk Hond)

Jan van Haasteren kaart gemaakt door zijn grootste fans, Anja Huizing en Rita de Jong. Bezoek ook hun
Jan van Haasteren fansite

Ed Hengeveld liet zich inspireren door een cover van Sjors van de Rebellenclub (door Ed zelf gerestaureerd)

28 december 2013

Kerstkaarten - Hans van Oudenaarden, Hansha, IJsbrand Oost en Freezer

Een paar kerstkaarten die ik kreeg toegestuurd van striptekenaars en cartoonisten. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Hans van Oudenaarden (Help me, Rhonda, Bob Evers-strip)

Cartoonist Hansha

IJsbrand Oost (Max Miller)

Freezer (alias Tom de Vries)  

20 december 2013

Peter van Leersum herinnert zich Don Lawrence

Merry Christmas, mr. Lawrence!

Peter van Leersum werkte als hoofdredacteur van Eppo en daarvoor als artdirector van Kijk, en heeft in die functies heel wat markante stripmakers leren kennen. Speciaal voor StripNieuws blikt hij terug in een serie Herinneringsartikelen. Na Nico van Dam (SN 45), Hans G. Kresse (SN 48) en Peter de Smet (SN 50) lees je in aflevering 4 over zijn persoonlijke ervaringen met Storm-tekenaar Don Lawrence (1928-2003) die op 29 december precies 10 jaar geleden overleed.

Over een gedenkwaardige kersttijd in The Old Postoffice, de levensbedreigende woning van Don Lawrence. Plus: nieuwe feiten inzake de gijzeling van de Storm-tekenaar in een Chinees restaurant te Krommenie.

Eind jaren zeventig ontmoette ik in de legendarische Little Lord – ons stamcafé in Haarlem – Patrick Kelleher. Pat was agent van Don Lawrence, een tekenaar die bij mij, als artdirector van Kijk, hoog op de verlanglijst stond. In die jaren besteedde het populair wetenschappelijk maandblad regelmatig aandacht aan historische onderwerpen en de strip Storm en natuurlijk ook zijn oorsprong, Trigië, hadden me daarom altijd enorm aangesproken.
Met Patrick Kelleher – die een uitstekend agent voor zijn tekenaar bleek te zijn – kon ik het direct prima vinden. Hij wist mijn idee voor een illustratie bij het – wel heel erg populair! – wetenschappelijk verhaal over een allesverwoestend geluidskanon, perfect aan Don over te brengen. De eerste illustratie die Don Lawrence voor Kijk maakte, was een schot in de roos. En bij mijn collega’s kon ik niet meer stuk!
Fragment uit Val van Jericho met behulp van geluidskanon (Kijk, mei 1979)
Daar stond hij dan, de astronaut die verdacht veel op Storm leek, instructies te geven aan Jozua, die voor deze gelegenheid ook nog maar eens stoer met helm en schild te paard werd opgevoerd. De val van Jericho according to mr. Lawrence. Op een volgende opdracht hoefde hij niet lang te wachten.

Bed and breakfast
Na mijn aantreden als hoofdredacteur van het stripblad Eppo in mei 1985, zou ik Don Lawrence regelmatig ontmoeten. De tekenaar was een veelgevraagde gast op signeersessies. En als vanzelfsprekend ontfermde de nieuwe hoofdredacteur zich over zijn sterauteur wanneer deze in het land was. Niet alleen reed ik hem rond – net zoals later Peter de Smet – maar mijn redactie had ook nog bedacht dat Don het wel op prijs zou stellen om bij de nieuwe hoofdredacteur thuis te bivakkeren in plaats van in zo’n onpersoonlijk hotel. Niemand kwam op het idee Don daar zelf naar te vragen. En zo hadden de heer en mevrouw van Leersum plotseling een bed and breakfast. Het viel allemaal niet mee om het onze gast naar de zin te maken. Niet dat Don ooit klaagde, maar de peperdure whisky die we speciaal voor hem hadden ingeslagen, raakte hij niet aan. De Engelsman gaf (maar natuurlijk!) de voorkeur aan gin and tonic. Ook het dichtstbijzijnde Indian restaurant kon hem niet bekoren. Het bleek Indonesian te zijn en erger nog, het voedsel was Javanese zoals Don ons fijntjes liet weten. Wij moesten een hoop leren! Maar de Brit bleef onder alle omstandigheden vriendelijk en beleefd. Zo liet het zich aanzien althans. Op zeker moment spraken we over de voors en tegens van wat Europeanen. Duitsers (Krauts), Fransozen (Frogs). Ik vroeg Don of wij Hollanders bij de Britten wellicht een streepje voor hadden. Hij liet even het masker zakken en antwoordde: “We just tolerate you”. Ach ja, the noble art of insulting. Onze Engelse vriend kon, als het erop aankwam, rechter voor z’n raap zijn dan menig Hollander. Een Eppo-redacteur die graag wilde horen dat zijn Engels niet van dat van een native speaker te onderscheiden was, kreeg van Don een ondubbelzinnig antwoord: “No way”.
Don Lawrence bij stripwinkel Storm, 1986 (foto Robin Schouten)
‘Stripmuseum’

Een van de meest gedenkwaardige uitstapjes die ik samen met Don maakte, was op een vroege zaterdagochtend naar stripwinkel Storm in Krommenie. De winkel was gevestigd in een soort schuur achter de woning van de uitbater. In de woonkamer van het arbeiderswoninkje, aan een plein in het centrum van het Noord-Hollandse dorp, had hij een ‘stripmuseum’ gecreëerd. Midden in het museum stond, uitnodigend, een oude fauteuil, eentje die men nog wel eens voor dag en dauw aan de straatkant ziet staan. Tegen de wanden stonden door de museumdirecteur eigenhandig geknutselde vitrines, gemaakt van wat we tegenwoordig ‘sloophout’ noemen en voorzien van een waterig laagje witte verf. Onder niet geheel kras- en barstvrije glasplaten lagen onder andere enkele Trigië-pagina’s, wat oude Kuifje-albums, een paar originele Sjors & Sjimmie-pagina’s van diverse tekenaars en een pagina van Jan van Haasteren.

Ter gelegenheid van zijn bezoek aan de stripwinkel had Don, op verzoek van de eigenaar, een illustratie van Karl the Viking ter beschikking gesteld om er een poster van te laten drukken. De fans konden die poster in het winkeltje kopen en laten signeren door hun idool, die inmiddels in de fauteuil plaats had genomen. Met een tevreden grijns op zijn gezicht zag de eigenaar van de stripwinkel de rij wachtenden gestaag groeien. Het liep bepaald storm die ochtend, op een pleintje in Krommenie.
Aan het eind van deze dag hard werken, was Don als beloning een maaltijd bij een Chinees restaurant in het vooruitzicht gesteld. Hij zou daar, samen met een door de eigenaar van de stripwinkel streng geselecteerd gezelschap, enige gezellige uurtjes mogen doorbrengen. De hoofdredacteur behoorde, in tegenstelling tot enkele dorpsgenoten en de ouders van de uitbater, uitdrukkelijk níet tot de genodigden. Wel mocht ik, voor het gezelschap in het restaurant bijeen zou komen, nog even samen met Don een drankje komen nuttigen in de boven de stripwinkel gelegen woning. Hier werden we geconfronteerd met een andere passie van de stripwinkelier. Hij bleek een enorm fan van The Beatles te zijn. De inrichting van de woning deed al iets in die richting vermoeden. Aan de wanden hingen foto’s en posters van The Fab Four en op de vloer stonden rijen lp’s van het viertal. Terwijl ik naast Don, op de bank gezeten, een toost uitbracht op een zeer geslaagde dag, vroeg de eigenaar onze aandacht voor enkele zeer bijzondere geluidsfragmenten. Unieke opnames van The Beatles die nimmer aan het vinyl waren toevertrouwd. Don, die diplomatiek in het midden had gelaten of hij dan wel of geen aanhanger was van het Liverpools kwartet, toonde zich aanvankelijk serieus belangstellend. Onze gastheer echter raakte nu zo in vervoering dat hij – ook uit angst in tijdnood te geraken – in steeds hoger tempo de onbekende geluidsfragmenten op zijn gasten afvuurde. Die fragmenten werden steeds korter, het begon op een muziekquiz te lijken. Don en de hoofdredacteur waren ondertussen in discussie geraakt over de diverse externe invloeden op het Beatles-repertoire. Met gevolg dat de inmiddels geheel ontketende fan het volume steeds een tandje hoger zette om de discussiërende heren te overstemmen. Het was de eerste en enige keer dat ik Don Lawrence zijn stem heb horen verheffen: “Could you please turn down that music” verzocht hij zijn gastheer op luide toon. Geschrokken en danig in zijn wiek geschoten, beëindigde deze daarop onmiddellijk het genoeglijk samenzijn en kondigde aan dat het de hoogste tijd was om te gaan Chinezen.
Na afloop van het diner in een Chinees restaurant aan de buitenkant van een treurig winkelcentrum, zou ik de gevierde artiest weer oppikken. Don liep, zoals het een Engelsman betaamt, niet met zijn emoties te koop. Op mijn vraag of hij het naar zijn zin had gehad, slaakte hij slechts een onbedaarlijk diepe zucht.
Don signeert bij stripwinkel Storm in 1986 (foto Robin Schouten)


Verbazing en woede
Tijdens de Stripdriedaagse van 1986 in Breda werd Don benaderd door Hans Matla van uitgeverij Panda. Matla wilde zich graag over het beheer en de verkoop van Don’s artwork ontfermen. Tot de niet geringe verbazing, en vooral ook woede van de man uit Krommenie, besloot Don op het voorstel van Hans Matla in te gaan. En dat terwijl de eigenaar van stripwinkel Storm er altijd vanuit was gegaan dat Don Lawrence van hém was. Hij had toch niet zomaar zijn winkel naar Don’s held vernoemd?! Maar de man uit Krommenie zat niet bij de pakken neer en wist diezelfde dag nog tekenaar Bert Bus over te halen met hem in zee te gaan. Die nacht werd er hard doorgewerkt. De volgende ochtend prijkte er op de stand, die voorheen stripwinkel Storm heette, een nieuw naambord: stripwinkel Malorix.

The Old Post Office met Don, Liz en (uiterst links) Rob van Eijck 
Bijzondere periode
De populariteit van Storm – en zijn tekenaar – werd steeds groter. Ook buiten Nederland werden de albums in prachtige oplages verkocht. Een mooie aanleiding om een interview met Don te laten maken voor het stripblad. Eind december 1986 stak ik samen met de Haarlemse leraar geschiedenis en stripkenner bij uitstek, Rob van Eijck, het Kanaal over om Don te bezoeken. Het was kersttijd – in Engeland altijd een heel bijzondere periode – en het leek mevrouw van Leersum en Van Leersum junior wel een aardig idee om de beide heren te vergezellen.
Wij waren niet de enige gasten in The Old Post Office, de woning van Don. De moeder van Elisabeth logeerde die donkere dagen rond de kerst bij haar dochter en schoonzoon. 
Het hotel
Voor ons had Don een hotel in het nabijgelegen Alfriston geregeld, The George Inn, een hotel zoals je ze alleen in Engeland vindt. Een soort doolhof van gangen, trappen, overlopen en kamers. Kamers waarin de verwarming het niet deed. Juist nu, eind december en pittig koud, had de cv-ketel het begeven. Gelukkig had de uitbater van het hotel daar iets op gevonden. Aan de voeteneinden van de bedden had men elektrische kachels geplaatst, een hele geruststelling. Jammer alleen dat er op zo’n kachel een tijdklok zat die al na een half uur ‘klik’ deed. Het werd een ijzige nacht.
Don Lawrence en Liz
In The Old Post Office werden we de volgende dag warm onthaald met heerlijke Indiase gerechten door Liz bereid. De stemming was opperbest, de drank vloeide rijkelijk en de verwarming stond voluit te loeien. 
Die avond was er in het kerkje aan de overkant, als aanloop naar de kerstnacht, een samenkomst met zang. Liz vroeg haar Hollandse gasten of zij zin hadden om haar en haar moeder te vergezellen. Deze kans wilden mevrouw van Leersum niet aan zich voorbij laten gaan. Don ging vanzelfsprekend niet, want zoals hij ons liet weten: “I am an atheist”. De leraar geschiedenis en Van Leersum junior toonden zich onmiddellijk solidair met de atheïst en zo kwam het dat ik met drie dames ter kerke toog. In de kerk was het een drukte van belang, maar er waren gelukkig nog een paar zitplaatsen vrij. Er werd gepredikt en gezongen en gepredikt en gezongen en gepredikt... Mevrouw van Leersum, die eigenlijk ook atheïst is en kerken alleen maar van de buitenkant kende, begon wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op de toch wel erg harde kerkbank. “Ik moet ontzettend nodig,” fluisterde ze in mijn oor. “Waar is hier het toilet?” Ik, als doorgewinterde kerkganger, had onmiddellijk door dat dit een onhoudbare situatie zou worden. De dienst was nog lang niet ten einde en openbare toiletten in Romaanse kerkjes, daar had ik nog nooit van gehoord. Er zat voor  mevrouw van Leersum niets anders op dan een plotseling opkomende misselijkheid voor te wenden. Mijn arme vrouw ondersteunend – ze leek zelfs lichtelijk bleek te zien – verliet ik gehaast de kerk, meewarig nagekeken door Liz en haar moeder en de gelovigen. In het pikkedonker zochten wij met enige moeite de weg terug naar The Old Post Office waar we alles vonden wat een mens op z’n tijd nodig heeft: warmte, goed gezelschap en… een toilet.

Peter van Leersum, Liz, Don, de moeder van Liz en Rob van Eijck
Geweldige kick
Terwijl Don de volgende dag een van de laatste pagina’s van de Storm-episode ‘Vandaahl de Verderver’ aan het inkleuren was, beantwoorde hij geduldig de vragen van Rob van Eijck en soms ook een enkele van de hoofdredacteur. Zo bedacht ik mij hardop wat een geweldige kick het moest geven om zo’n pagina te voltooien in die prachtige kleuren. Daar dacht de oude meester heel anders over. Deze fase van het proces vond hij saai en vervelend. Voor hem was het bedenken en het schetsen – het creëren – waaruit hij de meeste voldoening haalde. Dit was gewoon werken aan iets waar hij al lang klaar mee was. Het werd een mooi interview daar boven in het atelier in Jevington near Polegate. Helaas was er veel te veel stof om het te kunnen publiceren in het stripblad. Uiteindelijk werd de tekst afgedrukt in de hardcoverversie van Vandaahl de Verderver (1987) en de pocketversie van De diepe wereld (1988)

Bij een van de foto’s, gemaakt door Rob van Eijck, staat een bijschrift waar ik onmiddellijk aan moest denken toen ik later samen met Martin Lodewijk bij Don te gast was ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag: Van twee prachtige Engelse huisjes heeft Don er een gemaakt: ‘The Old Post Office’. De lage balken zijn waarschijnlijk de reden dat Don enigszins gebogen door het leven gaat.

Vrijwel onmiddellijk bij binnenkomst in The Old Post Office stootte Martin zijn hoofd ongenadig tegen een van die lage balken waar, gelukkig voor hem, een soort stootkussen aan bevestigd was. Het overkwam bezoekers blijkbaar vaker. Het bleef helaas voor de arme Martin niet bij die ene keer. Steeds weer zag ik hem, met beide handen naar zijn geteisterde schedel grijpend, ineenkrimpen van pijn. Gelukkig voor Martin werd het op die zaterdag in november van 1988 prachtig weer en besloot Don zijn verjaardagsfeest op het terras van een naburige pub voort te zetten.
Uitnodigingskaart voor de 60e verjaardag van Don in 1988

Laatste reis
Het zou vijftien jaar duren voor ik weer te gast was in The Old Post Office. Dit keer was de aanleiding voor mijn bezoek een bijzonder trieste: de uitvaart van Don. In gezelschap van oud hoofdredacteur Frits van der Heide en uitgever Cees de Groot vertrok ik naar Jevington om afscheid te nemen van Donald Southam Lawrence, een geweldig tekenaar en bijzonder mens. Er was een grote afvaardiging uit Nederland naar de plechtigheid afgereisd. De atheïst had als laatste wens te kennen gegeven op het idyllische kerkhof tegenover zijn huis begraven te willen worden. Daarvoor had hij wel één concessie moeten doen: de uitvaart zou geheel volgens de regels van de St. Andrew’s Church moeten geschieden, dus mét gebed en zang. Martin Lodewijk hield een indrukwekkende speech. Er werden gedichten voorgedragen door twee nazaten van Don en na de laatste hymne zou er ‘Exciting music’ volgen, zoals in het programma stond vermeld. Onze atheïst had ondanks de concessie toch het laatste woord. Onder de klanken van Monty Python’s ‘Always look on the bright side of life’ werd de kist met de oude meester, vooraf gegaan door Reverend Wilkinson, het kerkje uitgedragen. De Reverend kon een bescheiden glimlach niet onderdrukken.


De tekst van dit artikel is eveneens gepubliceerd in StripNieuws nr. 53 (november 2013) met gebruik van ander beeldmateriaal.

Met speciale dank aan Ed Hengeveld.