19 oktober 2015

Johan de Moor - Imago cover (1993)

(klik op de afbeelding voor een vergroting)
Johan de Moor tekende deze cover voor nummer 15 (januari 1993) van Imago, het kwartaalblad van het Belgisch Stripcentrum (voorheen Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal) dat een aantal jaren is verschenen. Als hommage tekende hij zijn overleden vader Bob de Moor met zijn stripfiguren Cori, Barelli en Meester Mus. De Moor bekleedde tot aan zijn dood in augustus 1992 de functie van directeur van het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal. 

Dat Johan de Moor in zijn vaders stijl kon werken laat deze covertekening goed zien. Het tekenwerk voor het laatste Cori verhaal 'Dali Capitan' (verschenen in 1993) is dan ook door Johan afgemaakt. 

De scan is gemaakt door Hans Heltzel in mei 2015.

14 oktober 2015

Daan Jippes 70 jaar - Interview voor Eppo

Vandaag, op 14 oktober 2015, viert Daan Jippes (Bernard Voorzichtig, Havank, Disney strips) zijn zeventigste verjaardag. Het stripblad Eppo eert de tekenaar met deze mijlpaal in nummer 21, vanaf deze week verkrijgbaar, met felicitaties van collega tekenaars (waaronder Martin Lodewijk, Jan Kruis en Gerben Valkema) op één pagina.

Toen ik voor Eppo begon te schrijven was Jippes een van de eerste stripmakers die ik voor het blad ging interviewen. Op 24 januari 2009 reisde ik naar Studio Lijnlust in Bussum (waar Jippes, na vele omzwervingen door Amerika en Europa voor zijn tekenfilmwerk -en Disney strips, uiteindelijk was belandt) voor een gesprek voor zowel de Boekenkast rubriek als een los interview. Dat ging onder andere over zijn strip Havank - De Schaduw op de tast dat in Eppo werd voorgepubliceerd. Hieronder staat de lange, nog niet eerder gepubliceerde versie van dat interview. Een korte versie staat in Eppo nr. 8, 2009.
Daan Jippes als Danier op Studio Lijnlust. Bussum, 24 januari 2009. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com

Daan Jippes (Danier): ‘Met Havank heb ik als tekenaar de grote stad gezien’


Lange tijd werd Daan Jippes (1945) geroemd om de klassieker Bernard Voorzichtig – Twee voor thee, een strip die hij begin jaren zeventig tekende voor het stripblad Pep. Jippes ging daarna voor Donald Duck tekenen en maakte daarmee zo'n indruk dat hij werd gevraagd om in Amerika voor Disney te komen werken. Als storyboard artist werkte hij mee aan een groot aantal tekenfilms waaronder Aladdin en The lion king. Terug in Nederland begon Jippes (als Danier) aan een stripadaptatie van Havanks De Schaduw. Een interview met een veelzijdige striptekenaar, die zich voor Havank laat leiden door nostalgie.


Je eerste lange stripverhaal was Bernard Voorzichtig – Twee voor thee, op scenario van Martin Lodewijk. Dat was een tamelijk moeizame productie?
Toen ik ermee begon was ik net verhuisd en mijn appartement in Rotterdam beviel me niet zo erg. Dat heeft me in mijn tekenwerk voor Bernard dwarsgezeten. De trap en overloop bij mij boven heb ik nog in de eerste pagina’s van Bernard getekend. Ik weet nog dat ik aan het laatste plaatje van pagina 12 ontzèttend heb zitten klooien. Tot pagina 20 ging het wel aardig, maar daarna begon het al te wringen, moeilijker te worden. De break was bij pagina 22, want daarna ben ik er even mee opgehouden. Ik moest vakantie nemen van Bernard.
Ongepubliceerde versie van pagina 22 uit Bernard Voorzichtig (inkleuring: Stef de Reuver, 2014)
Wat heb je toen gedaan?
Ik wilde simpel werk doen en ging voor het eerst naar de Donald Duck. Ik vroeg: ‘Hebben jullie nog iets doms voor me, gewoon pagina’s produceren zonder creatieve investering?’ Toen heb ik een twintigpaginaverhaaltje van Dombo nagetekend uit een pocket en er met een andere lay-out een achtpaginaverhaaltje van gemaakt. Ik tekende toen ook wel andere dingen, zoals covers voor de Flintstones.

Waren er bepaalde tekenaars die je inspireerde voor Bernard Voorzichtig?
In het begin zat ik veel naar Morris te kijken, ik vind dat de eerste pagina’s ook daar iets van hebben. Na de break van Bernard keek ik naar Milton Caniff’s Terry and the Pirates, en ietsje later ook naar Uderzo. Ik had er lol in. Pagina 32 van Bernard (met de storm op zee) heb ik nog aan de eettafel bij mijn ouders getekend. Aan het eind van het verhaal lag mijn vader op sterven. Dat was eind 1972, ik was toen bij pagina 42. De eerste albumuitgave van Bernard was in 1973, daarna is het nog twee keer herdrukt. Tot 1980 heb ik bij Donald Duck gewerkt als art-director, en ook veel Disney-strips en albumcovers getekend voor onder andere Donald en Dagobert.
Jippes - originele covertekening Mickey en Pluto
In 1980 ging je naar de VS om voor de Disney-studio’s te werken als storyboarder?
Ja, dat was in de buurt van Los Angeles, San Fernando Valley. Later heb ik ook in Parijs en Londen gewerkt aan de tekenfilm Balto. Toch ben ik nooit helemaal weggeweest uit Nederland, ik kwam geregeld terug. Na 1984 kwam ik bijna elk jaar wel terug voor twee weken. Dat kon ik ook mooi combineren met De Stripdagen (toen nog de Strip-3-Daagse), daar was ik vaak bij om te signeren. Vanaf 2000 heb ik een periode op Studio Jan Kruis gewerkt als art-director, en daar later nog even als freelancer.

In 1981 tekende Jippes enkele Asterix pagina's waaronder deze.
Je kunt je veel stijlen eigen maken: Barks, Franquin, Uderzo. Maar wat is je eigen stijl?
Dat vind ik totaal niet interessant. De impact van de tekening is voor mij veel belangrijker dan het lijntje. Ik heb mijn eigen stijl als ik iets snel op papier moet zetten. Bijvoorbeeld toen ik voor de studio’s werkte in Amerika: storyboards maken gaat vrij snel. Je hebt ideeën en die zet je op papier op zo duidelijk mogelijke wijze. Dàn kom ik tot mijn eigen stijl, want dan denk ik er niet meer over na hoe het afgewerkt moet worden.

Wanneer ben je begonnen aan Havank?
In 2004, in een periode dat ik mij stierlijk verveelde bij DreamWorks, waar ik voor een jaar onder contract was. Er waren periodes dat er wekenlang geen werk voor me was, maar je moest daar wèl elke dag zijn, en dan zat ik maar wat dingen voor mezelf te doen. Op de campus van DreamWorks heb ik nog Donald Duck-verhaaltjes zitten tekenen voor de Denen. Op een gegeven moment zat ik daar in een oud Guus Slim-album te bladeren en dacht: ‘Als je nou eens een detective zou verstrippen?’ Toen dacht ik aan De Schaduw van de schrijver Havank (pseudoniem van Hans van der Kallen - red.), die zijn ook humoristisch, en heb de hele serie weer opnieuw gelezen. Maar de plots vond ik eigenlijk slecht, visueel valt er niet veel te genieten aan die boekjes. Daarom besloot ik om het voor de strip te herschrijven, dan kan ik doen wat ik wil. Maar wèl met behoud van de humor en het taalgebruik, want dat maakt Havank zo herkenbaar. Ook al is het ouderwets.

Maak je Havank in eerste instantie voor jezelf?
Dat klopt. Ik maak het ook niet voor een groot publiek, maar voor mensen van mijn generatie. Ik heb geen moment gedacht: wat wil het publiek van vandaag de dag zien? Dat interesseert me geen bal. Ik wil een aantal beelden op papier zetten die samen een scène, een sequentie en een avontuur vormen, waardoor een spanning opgewekt wordt. Precies wat strip moet zijn in mijn opinie. En in een opvatting die niet meer van deze tijd is, maar wèl mijn jeugd bepaalt. Ik wil terug naar wat mij vroeger enthousiasmeerde, en amusante gebeurtenissen laten zien.

De tekenstijl van Havank heeft ook veel weg van Robbedoes uit de jaren vijftig.
De stilistische vormgeving lijkt ontzettend op Franquin. En niet toevallig natuurlijk, omdat ik hem beschouw als een held. Ook van mijn jeugd, ik was vroeger gek van zijn werk. Naar gelang je ouder bent en ik het nu ook bestudeer, besef je pas hoe fantastisch hij al tekende op jonge leeftijd. Heel precies, en zo toegewijd.
Originele pagina 8 B uit Havank - Hoofden op hol (2006)
Het pseudoniem Danier heb je speciaal voor Havank aangenomen?
Ja! Ik wilde mij voor dit werk, wat ik de nostalgie-pastiche noem, afscheiden van wat ik normaal doe. Ik teken wel vaker in een bepaalde stijl, zoals Carl Barks, maar daar geef ik toch mijn eigen naam aan. Voor Havank vond ik het leuk om er een bepaalde mystiek omheen te weven. Ik ging er ook vanuit dat het in Frankrijk zou worden uitgegeven, en met Danier is dat wat makkelijker dan een rare buitenlandse naam.

Waarom heb je de naam van de schrijver Havank gebruikt voor het hoofdpersonage van de strip?
Om je held De Schaduw te noemen, vond ik niet zo origineel. Die naam is al zo vaak gebruikt. De echte naam van De Schaduw is Charles C.M. Carlier en dat vond ik ook niet zo verstandig. Maar de naam Havank is zo exotisch en apart, en zo uniek, dat ik dacht: dat is ’m. En daarbij: het is gerechtvaardigd om die naam te gebruiken, want zijn spraakgebruik is ook de schrijftaal van Havank de auteur. Als hij iets beschrijft is het op dezelfde gespeelde gezwollen, studentikoze wijze als De Schaduw zich uit tegenover anderen. De Schaduw is eigenlijk het alter ego van Van der Kallen, hij liep zelf ook altijd met een alpinopet.
Jippes op Studio Lijnlust in Bussum, 24 januari 2009. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com
Hoe lang ben je bezig met een Havank-verhaal?
Ik ben ongeveer acht maanden bezig met het schrijven en tekenen van een verhaal. Toen ik na het eerste Havank-verhaal terug ging naar het produceren van nieuwe Donald Duck-verhalen viel me dat tegen. Het voelde alsof ik tweedehands kleren moest dragen. Ik kon me niet goed concentreren op Duck, het interesseerde me ook niet zoveel. Met Havank had ik de grote stad gezien en nu moest ik terug naar het kleine dorpje waar ik eigenlijk in woonde. Het gevoel van: het is zoveel minder. Ja, ik maak veel liever Havank dan het werk voor Disney, maar met de Donald Duck-verhalen verdien ik mijn brood.

Voor Havank bewerk je bestaande verhalen van Van der Kallen?
Dat was met het eerste verhaal, Hoofden op hol, mijn ambitie. Voor het schrijven van de strip las ik het boek nog een keer, en alleen het basisidee vond ik interessant. In feite gebeurt er in het boek bijzonder weinig, dus heb ik voor de strip een heel nieuw plot geschreven, en de verwikkelingen geherstructureerd. En zo heb ik een heel nieuw verhaal geschreven op het basisidee: de documenten waar iedereen op aast. Ik ben geïnspireerd en heb de motor aangejaagd via het verhaal van meneer Havank.

Wat was de respons op het eerste Havank-verhaal?
Collega-striptekenaars vonden dat ik niet kon schrijven, met verschrikkelijke balloonteksten. Maar ze kenden Havank helemaal niet, en hadden ook niet in de gaten dat ik een pastiche maakte van Havanks taalgebruik. Ik heb wel overwogen om het taalgebruik enigszins om te buigen, maar niet ten koste van het karakter van De Schaduw. Want zo is hij nu eenmaal. Door middel van zijn frivole en gezwollen taalgebruik drukt hij ook uit dat hij buiten de wereld staat. Hij is zijn eigen man en heeft een zekere kijk op de wereld, die hij niet hoog acht. Dat is zijn persoonlijkheid, dus dat mag niet weg.
Wat heb je veranderd in het nieuwe Havank-verhaal De schaduw op de tast?
Ik heb nu zijn taalgebruik een andere wending gegeven, hij maakt wat meer vergelijkingen die een beetje potsierlijk zijn. Het gezwollen taalgebruik is ietsjes teruggebracht ten opzichte van het eerste verhaal. Want de letterlijke pastichering van Havanks taalgebruik is een gedateerd iets, kan ik me indenken. Ik vind trouwens niet dat er veel gefocust moet worden op de dialogen, want dat is meer de slagroom op de cake. De cake bakken is het schrijven van scènes. Het schrijven van strip, ook voor Donald Duck, vind ik eigenlijk het leukste.

De pagina-indeling van De schaduw op de tast heb je ook aangepast?
Ja, ik vind het leuk om die ouderwetse wafelijzerpagina’s (pagina`s van vier stroken, ieder van drie vierkante plaatjes) voor dit tweede verhaal te gebruiken. Het is ook een hommage aan de oude Dupuis-strips, die zagen er vaak ook zo uit. En zo moet je een strip ook lezen, vind ik, en niet steeds van formaat veranderen. Het vertelritme is nu ook wat anders dan bij verhaal 1. En een ander groot verschil is: bij het eerste verhaal snijden we nooit weg bij Havank, we volgen hem bij elk plaatje. En bij verhaal 2 gebeuren er bijvoorbeeld drie verschillende gebeurtenissen simultaan. Dat is een heel andere benadering, maar dat kan ook.

Komt er nog een derde Havank-verhaal?
Dat is een vraag waar ik ook mee zit. Het zou moeten. Ik wil eigenlijk afwachten wat verhaal 2 doet, en dan ben ik voornamelijk benieuwd hoe het in het Franse taalgebied gaat doen.

(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

10 oktober 2015

Eppo 20 - Boekenkast van Wilfred Ottenheijm

Wilfred Ottenheijm thuis in Nijmegen, 18-6-2015. Foto's: Robin Schouten. Voor een groter bestand: incognito@comic.com
In stripblad Eppo nr. 20 staat van mij De Boekenkast van... Wilfred Ottenheijm. Samen met Remco Polman maakt Wilfred voor Eppo de hilarische ridderstrip Floris van Dondermonde. Zijn favoriete strips bevatten zowel graphic novels, een boek dat de Amerikaanse superheldenstrip volwassen maakte als een legendarische komische avonturenstrip. Welke? Dat lees je in Eppo nr. 20, in de winkel tot 15 oktober en ook te bestellen via de Eppo site.
Deze foto is niet door Eppo gebruikt.

(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

29 september 2015

In Memoriam: Hans Heltzel (1958-2015)

Hans Heltzel op de Auclair Dag op 20 juli 2014 (en een Hello Bédé met Simon op de cover)

Vanmorgen ontving ik een mail van de oudste broer van mijn goede vriend Hans Heltzel uit Hoensbroek (Z-L). Hans is afgelopen vrijdag plotseling overleden door hartfalen. Hij werd slechts 57 jaar. Het ging de laatste tijd niet zo goed met zijn gezondheid en ik dacht, ik moet hem even bellen. Steeds uitgesteld. En nu is het te laat. Verdomme. 

De afgelopen 8 of 9 jaar deelden we regelmatig onze liefde voor strips en met name onze gezamenlijke interesse voor het werk van de Franse stripauteur Claude Auclair waar Hans met al zijn ziel en zaligheid een zeer complete fansite voor had gebouwd, en waardoor ik met hem in contact raakte.
 
Een originele Grizzly pagina van Auclair die bij Hans aan de muur hing.

Samen met C. De N. (hij wenst anoniem te blijven) vormden we het Auclair Genootschap. Een paar keer hebben we een bijeenkomst georganiseerd bij Hans thuis in Hoensbroek, waar hij altijd erg van genoot. Hans vond het heel bijzonder dat ik de lange reis uit Zaandam ondernam, en C. uit België. Dit najaar zouden we weer met z'n drieën bij elkaar komen, ook ter gelegenheid van het verschijnen van deel 1 van de integrale van Simon van de Rivier. 

Nog een originele Grizzly pagina van Hans.

Helaas.... geen middag meer waarop we met veel enthousiasme onze Auclair spulletjes met elkaar delen, over praten en Hans vol overgave en uiterst secuur originelen en tekeningen scande. Want dat deed hij graag, het scannen en archiveren van strips en tekeningen. Als een echte verzamelaar.

Hieronder staat de originele indianentekening van Claude Auclair die ik in 2006 via Ebay had gekocht en naar de Auclair site van Hans stuurde, waarmee onze vriendschap is begonnen. Rust zacht, Hans. Ik zal ons contact erg gaan missen.


Originele tekening Saga du Grizzly (1983). Tevens de herinneringsprent van de 1ste Bijeenkomst van het Auclair Genootschap in 2014.


Update: 9 februari 2016

Henkus Schumacher heeft de Auclair site van Hans overgenomen op zijn domein. Kijk op www.claude_auclair.hjschumacher.nl/

C. De N. schreef ook een In Memoriam voor Hans Heltzel dat is gepubliceerd op de Auclair site.

28 september 2015

Wilfred Ottenheijm met Floris van Dondermonde

Wilfred Ottenheijm werkt samen met collega en goede vriend Remco Polman aan de erg leuke ridderstrip Floris van Dondermonde voor het stripblad Eppo. Ik en de redactie vroegen ons al een tijdje af welke boeken de favoriet zouden zijn van deze bevlogen tekenaar/animator/grappenmaker die je kan omschrijven als stille maar onmisbare kracht. En zodoende reisde ik naar Nijmegen af om hem interviewen voor de Boekenkast rubriek. Vanaf deze week te lezen in Eppo nr. 20 !
Foto: Robin Schouten (2015). Voor een groter bestand: incognito@comic.com
Deze gelegenheid liet Wilfred niet aan zich voorbij gaan om nog maar eens schaamteloos reclame te maken voor het eerste Floris van Dondermonde album ‘Heer Floris Steekt de Draak’. Of zou het trots zijn? Want afgelopen maart werd het boek op de Stripdagen in Gorinchem bekroond met een Stripschappenning, voor Album van het jaar in de categorie Avontuur en Vermaak! Nou, logisch dus.

21 september 2015

Fred de Heij - Pratende hoofden

In 2009 heb voor de serie ‘De Boekenkast van...’ in stripblad Eppo (verschenen in nr. 16 - red.) een aantal strips beschreven die mij geïnspireerd hebben. Ik noemde een Blueberry van Giraud, Torpedo van Bernet, een strip van Boucq, en om niet alleen met strips van jaren geleden aan te komen zetten, Criminal van Phillips. Keuzes waar ik nog steeds helemaal achter sta, maar ik had ook andere strips kunnen noemen. Bijvoorbeeld Rip Kirby van Alex Raymond.
Rip Kirby door Raymond
Ik bemachtigde op een beurs een boek van Kirby. Iemand gaf zijn commentaar: “Net Peyton Place.” Die serie heb ik nooit gevolgd, in die tijd keek ik liever naar Swiebertje en Pipo de Clown. “Wat is er mis met Kirby?”, vroeg ik. “Veel te veel pratende hoofden.”
Pratende hoofden zijn ‘uit’, heb ik gemerkt. Rob van Bavel heeft zich al een paar keer verontschuldigd bij scenario pagina’s van Haas: “Ik kan er dit keer niet onderuit, een pagina met pratende hoofden.”  Ik reageer dan met de standaardzin: “Ik houd van pratende hoofden,” maar kennelijk ben ik een van de weinigen. In de Eppo slingert Rhonda (van Hans van Oudenaarden - red.) zich van het ene gebouw naar de andere. Als Storm en zijn vriendjes een hoek omgaan staat er een monster klaar. In Ward (van Willem Ritstier en Marissa Delbressine - red.) is een berg een vulkaan die gloeiende lava uitbraakt.


De Heij en Ritstier: doldrieste actie in Claire DeWitt (uit deel 2, nog te verschijnen)
Dat schrijver Willem Ritstier van actie houdt, merk ik ook aan Claire DeWitt, waar op bijna elke pagina een nieuwe nachtmerrie begint. Ik houd van dit soort strips, maar ik mis het Kirby effect soms wel. Twee mensen die met elkaar zitten te praten, liefst met leuke houdingen, uitdrukkingen en leuke teksten. Ik heb gelukkig de mogelijkheid om de strips die anderen niet willen schrijven zelf te maken. In de zelf geschreven verhalen wil ik veel pratende hoofden. Ik vind het niet erg als mensen mijn strips met Peyton Place vergelijken. 
De Heij: pratende hoofden voor Pulpman 18 (nog te verschijnen)

Fred de Heij is striptekenaar (Haas, Claire DeWitt, Pulpman), illustrator en schilder. Ook schrijft hij graag over strips. Op zijn blog heeft hij jarenlang zijn bespiegelingen gepubliceerd. Dat doet hij nog steeds voor zijn blad Pulpman en Stripnieuws (een uitgave van Het Stripschap) als columnist. Voor de Incognito blog zal hij (on)regelmatig over zijn eigen strips schrijven waarbij hij pagina's toont die nog niet gepubliceerd zijn. Bovenstaand stukje is de eerste aflevering. 

15 september 2015

Uur U: Leve de keizer! (recensie)

Uur U is een stripserie met het volgende basisgegeven: stel dat de geschiedenis een andere wending had genomen? En dat je historische figuren afwijkende rollen geeft en gebeurtenissen in een andere context plaatst? Met dit wat-als-gegeven kun je alle kanten op. En dat gebeurt ook in Leve de keizer! Het is het eerste deel van Uur U dat als softcovereditie is uitgebracht door de Nederlandse stripuitgeverij Silvester. Het heeft geen nummering omdat het als losstaand verhaal kan worden gelezen.

Sinds 125 jaar is er vrede in Europa en maken twee landen de dienst uit als wereldmacht: het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Het continent is voor het Franse keizerrijk, de open zee behoort de Engelse vloot toe. Het album opent spectaculair met gevechtscènes aan de Frans-Chinese grens in 1925. Kapitein Nerval wordt tijdens een routinepatrouille met zijn detachement overvallen door twee divisies van het Chinese leger. Met elektronische wapens en een zeppelin weet hij zich ternauwernood te redden. Na onenigheid met een hogere officier, kolonel Pétain, belandt hij in de gevangenis en wordt hij uiteindelijk het keizerlijke leger uitgeschopt. Dan komt de jongere broer van een omgekomen kameraad in beeld, zijn petekind Arturo Fermi. Als briljant fysicus heeft hij kristallen energiebollen uitgevonden die veel krachtiger zijn dan de elektriciteit van de beroemde uitvinder Nikola Tesla.
Pagina 4 uit Uur U: Leve de keizer!
De energiebollenuitvinding is niet onopgemerkt gebleven bij geheime genootschappen die het als hét middel zien om de nieuwe keizer Napoleon de Vijfde tijdens zijn inwijding een kopje kleiner te maken. In Parijs zijn we getuige van een bijeenkomst van zo’n genootschap. Achter een masker en snorretje herkennen we Adolf Hitler in een intrigantenrol én als leider van het Duitse veemgericht, die als specialiteit hun slachtoffers vastspijkeren aan bomen. Hierna volgen de intriges en vreemde gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. De exotische danseres en beroemde spionne Mata Hari werkt voor de Chinezen en zit in het moordcomplot op de keizer. Daarbij maakt ze handig gebruik van haar contact met Arturo Fermi, die verliefd op haar is, om inlichtingen door te spelen. Hij doet een noodoproep aan zijn peetvader, de ex-kolonel Nerval, om hem te helpen bij het terugvinden van zijn uitvinding en daarmee de aanslag op de keizer te verijdelen.

Tussendoor zorgt de extravagante Tesla met zijn dwangmatige tic om te tellen voor de lichtvoetige noot. We krijgen ook beelden van barbaarse afgoderij voorgeschoteld en rituelen met stierenbloed. Nerval en Fermi moeten hun uiterste best doen om alle valstrikken te ontlopen en trachten de energiebol terug te veroveren. De uiteindelijke heldenrol is voor Fermi weggelegd, die het ultieme offer brengt. Dat gebeurt met veel spectaculair ogende actiescènes. Daarna moet er nog met Adolf Hitler afgerekend worden. Die dreigt de nieuwe keizer dood te schieten. Het een en ander kan niet voorkomen dat er een nieuw conflict losbarst tussen Engeland en Frankrijk. Geen happy end dus.

Het verhaal is tamelijk vergezocht, maar het leest als een trein, geholpen door het verzorgde tekenwerk van Gess. De overtuigende personages en vlotte dialogen komen van het vaste scenaristenduo Duval en Pécau. Een serie die met recht vertaald is uit het Frans (inmiddels zijn daar 20 delen verschenen) en je laat uitkijken naar het volgende deel in deze softcoveruitvoering, zoals aangekondigd op de achterkant van dit boek. Als extraatje ben je met deze strip geneigd je historische kennis te toetsen en dat is mooi meegenomen. (RS)

Uur U: Leve de keizer! (softcover)
Fred Duval en Jean-Pierre Pécau (tekst), Stéphane Gess (tekeningen). 56 pagina's. Silvester, 2015

Deze recensie van Robin Schouten verscheen eerder op Meerkat Magazine.

09 september 2015

Eppo 18 - De Boekenkast van Dany


In stripblad Eppo nr. 18 staat van mij De Boekenkast van... Dany. Deze Belgische striptekenaar (geboren in 1943 als Daniel Henrotin) is onder andere bekend van Roze Bottel, Avontuur zonder helden en Rooie Oortjes. Hij koos strips van vier tekenaars die hij in zijn jeugd las in het stripweekblad Robbedoes en die hem inspireerden om zelf ook striptekenaar te worden. "Het belangrijkste voor mij bij een film, een boek of een strip is dat het emotie bij me losmaakt", zegt hij.

Eppo nr. 18 ligt in de winkel tot 17 september en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Dany thuis in Liernu (B) op 6 september 2014. Foto's: Robin Schouten
(NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com)

31 augustus 2015

Brabants Stripspektakel viert 30ste editie in Veldhoven

In het weekend van 5 en 6 september kunnen stripliefhebbers weer op zoek naar hun favoriete strips op het Brabants Stripspektakel. Na 29 edities in Valkenswaard gaat dit grote stripevenement voortaan verder in Veldhoven. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Het logo met tekening van Uco Egmond.
Wat ooit in een klein zaaltje begon en de vele jaren erna een flink sportcomplex in beslag nam, is nu nóg een stap verder gegroeid: voortaan vindt het Brabants Stripspektakel plaats in het NH Koningshof in Veldhoven. Een nieuwe locatie met meer ruimte, dus nóg meer te beleven! Mede-organisator Patrick van Gelder: “Het evenement breidde jaarlijks uit, vooral in de breedte. Hierdoor werd de oude locatie in Valkenswaard te klein. Niet alleen de hal zelf, maar ook faciliteiten als horeca en parkeerplaatsen. In het Koningshof hebben we met ruim 5000m2 zaaloppervlak plek voor meer standhouders en activiteiten, maar dus ook voor meer bezoekers”, aldus mede-organisator Patrick van Gelder.

Het Brabants Stripspektakel mag eigenlijk allang niet meer een Brabants evenement genoemd worden. Van Gelder: “Natuurlijk is er die Brabantse gemoedelijkheid, maar het is inmiddels uitgegroeid tot een groot spektakel voor het hele gezin, waar mensen uit heel Nederland en België op af komen. Behalve honderden meters aan kramen vol stripboeken, Amerikaanse comics, superhelden merchandise, originele striptekeningen etc. is er nog veel meer te beleven. Voor jong en oud, maar ook voor zowel de fanatieke stripverzamelaar als de sporadische striplezer”.
 Walthéry maakte een speciale Natasja tekening voor de flyer.
Meer dan honderd striptekenaars
Deze dertigste editie belooft heel wat. Voor het eerst is de mijlpaal van honderd aanwezige striptekenaars overschreden. Nooit eerder kwamen er zoveel stripmakers naar het Brabants Stripspektakel, zowel uit binnen- als buitenland. Zo kan er een tekening worden gescoord van o.a. Luc Morjaeu (Suske en Wiske), François Walthéry (Natasja), Romano Molenaar (Storm) en Martin Lodewijk (Agent 327). Voor de jonge striplezers is er een uitgebreid kinderprogramma. Ze kunnen op de foto met Geronimo Stilton en Dolfje Weerwolfje, lekker uitleven op de flipperkasten of striptekenles krijgen van echte striptekenaars.
geronimostilton © 2015 Atlantyca SpA. All rights reserved
Ook wordt de Brabant Strip Sympathie Prijs uitgereikt. Deze prijs is voor een sympathieke stripmaker die zich positief inzet voor de stripwereld en daarbuiten. Verder zijn er veilingen, exposities en diverse speciale stripalbums die speciaal voor het Brabants Stripspektakel zijn gemaakt, zoals een Suske en Wiske uitgave met de stripjes die vroeger op de zuivelverpakkingen van Albert Heijn stonden. Als opwarmertje is er in de bieb van Valkenswaard een tentoonstelling van het meidenblad Tina. Het volledige programma is te vinden op www.brabantsstripspektakel.com.
In de bieb van Valkenswaard is een Tina-tentoonstelling.
Het 30ste Brabants Stripspektakel - zaterdag 5 en zondag 6 september 2015
NH Conference Centre Koningshof
Locht 117, Veldhoven

Van 10 tot 17 uur
Entree: € 5,00 (kinderen onder 1.50m € 1,00) Parkeren is gratis. Gratis striptas voor iedere bezoeker en voor kinderen een Geronimo Stilton verrassing!

24 augustus 2015

Peter Pontiac - Stripdagen Haarlem 2014


(Foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie mail naar incognito@comic.com)

Peter Pontiac(1951-2015) bemenst op deze foto met vrouw Ipie een stand op de Stripdagen Haarlem 2014, op zaterdag 31 mei. Het was goed om de legendarische undergroundstriptekenaar en illustrator in een toch al vergevorderd stadium van zijn ziekte (hij overleed ruim een half jaar later aan de gevolgen van de leverziekte hepatitis C) nog in zo'n high spirit mee te maken, ook bereidwillig poserend met allerlei mensen, bekenden, vrienden en fans! Hij had het duidelijk naar zijn zin en genoot. De volgende dag was Pontiac er ook en zag ik hem bij zijn stand praten met vakbroeder Theo van den Boogaard.
(klik op de foto's voor een vergroting)
Poserend met Belgische stripfan Catherine Dejonghe

18 augustus 2015

Eppo 16 - Boekenkast Alex van Koten

Alex van Koten bij zijn boekenkast in zijn Haarlemse atelier, 9 maart 2015. (Foto: Robin Schouten)
In Eppo stripblad nr. 16 staat van mij De Boekenkast van... Alex van Koten. Hij is de scenarist van de Eppo strip getekend door René Uilenbroek en tekent zelf al 25 jaar strips en cartoons. Alex onthult voor zijn Boekenkast een handvol van zijn guilty pleasures waaronder een obees studentje en ook enkele stripklassiekers, één met tekeningen van Thé Tjong-Khing. Nieuwsgierig geworden? Eppo nr. 16 ligt tot 20 augustus in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Wil je meer weten over de guilty pleasures van Alex van Koten, ga dan naar zijn blog destripenik.blogspot.nl waar hij schrijft over zijn favoriete strips. Erg leuk én informatief. Een aanrader!  

Alex is behalve striptekenaar -en scenarist ook zelf nog altijd stripgek.
NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd: incognito@comic.com

11 augustus 2015

Milan Hulsing – De aanslag

Maar weinig Nederlandse stripauteurs komen in aanmerking om een stripbewerking te maken van De aanslag, de bekende en ontroerende oorlogsroman van Harry Mulisch uit 1982. De striptekenaar, scenarist en illustrator Milan Hulsing (1973) behoort juist wèl tot dat selecte gezelschap. Zijn sporen verdiende hij met de buitengewone graphic novel Stad van klei (dat ook een bewerking is van een literair boek) verschenen in 2011, de stripbundel Wat Fred niet wist en andere verhalen en het Pincetreeks-boekje De grote man dat geïnspireerd is op een ander boek van Harry Mulisch, 'Het zwarte licht'. Daarmee liet Hulsing al vroeg in zijn carrière blijken dat hij wel iets heeft met het werk van deze grote schrijver. Bovendien beschikt hij over het talent om voor ieder verhaal van stijl te kunnen wisselen, zowel in kleur als in zwart-wit.

Voor De aanslag koos hij voor een losse, bijna frivole tekenstijl. Bij de bewerking van het boek van Mulisch, dat gaat over Anton Steenwijk die in de oorlog zijn ouders en broer verliest door represailles van de Duitse bezetter en in latere jaren probeert te achterhalen wat er precies gebeurt is, heeft hij scenes aangepast, ingekort, verlengd of juist weggelaten. Ook heeft hij dialogen herschreven. In dat opzicht is zijn graphic novel een echte bewerking geworden van Mulisch' oorlogsroman, wat ook altijd het uitgangspunt was.
Een handelsmerk van het werk van Hulsing, zowel in zijn strips als illustraties, is dat hij er altijd wel een duistere, bijna dreigende en onheilspellende sfeer in weet te brengen. En dat heeft hij ook gedaan met De aanslag. Het kleurgebruik speelt daar een belangrijke rol bij. Donkere kleuren worden afgewisseld met heldere, met erg veel oranje, groen en geel. Een terugkerend element zijn de wolken die boven het hoofd van Anton of in zijn buurt getekend zijn, een schaduw dat het accent legt op de trauma's uit de oorlog waar hij het hele verhaal mee te maken heeft en dat hem steeds laat teruggaan in de tijd.

In zijn graphic novel heeft Hulsing het verhaal opgedeeld in een proloog en acht hoofdstukken, zowel korte als langere. Opmerkelijk is dat hij de oorlog er bijna helemaal heeft uitgeschreven, behalve in de flashbacks. Naarmate het boek vordert en Anton ouder wordt komen we steeds meer te weten over wat er gebeurt is, toen Cor Takes de aanslag pleegde op de NSB'er Fake Ploeg vlakbij het huis waar hij als 12-jarige met zijn ouders en broer woonde. Al laat Hulsing ook veel dingen uit de roman van Mulisch weg, iets wat hij wel vaker doet in zijn strips en waarmee hij een enigma teweeg brengt. Als rustpunten heeft hij hier en daar paginavullende illustraties, of zelfs verdeeld over twee pagina's, ingevoegd.
Franquin auto in De aanslag
In het hoofdstukje Athene verwerkt hij een oude stripliefde door op de eerste pagina de Tarbot auto te tekenen uit de Robbedoes en Kwabbernoot verhalen van Franquin. Het werkt allemaal wonderwel en maakt van deze graphic novel een heel aparte en rijke leeservaring die behoorlijk verschilt van het boek van Mulisch, maar uiteraard nog steeds herkenbaar is als zijn verhaal. In het allerlaatste plaatje loopt Anton symbolisch uit de schaduw naar de zon toe, wat een ontroerend en bevredigend einde geeft aan deze graphic novel, en dat ook op een fraaie grafische wijze. Kortom, een geslaagde verstripping van een literaire klassieker en opnieuw een mooi boek van Milan Hulsing. (RS)

Harry Mulisch en Milan Hulsing - De aanslag
Oog & Blik/De Bezige Bij, 2015
175 pagina's. € 24,90

Meer info over Milan Hulsing op de Lambiek Comiclopedia site en Wikipedia.

08 augustus 2015

Uitglijers met dubbele betekenissen?

Dit keer een korte Uitglijer. Het gaat hier nu niet direct om een fout van uitgever, drukker of tekenaar. Min of meer per ongeluk komen seks-zaken voor die het daglicht in kinderboekjes eigenlijk niet verdragen. Niet dat we er te zwaar aan moeten tillen. Zo vertelde een oudere striplezer dat de naam Piemel (Guus Slim) in de eerste Uitglijer hem ook vroeger nooit was opgevallen. Of de volgende u opvallen weet ik niet, maar ik zag het meteen.

Nu de ogen gescherpt zijn komen we op het volgende plaatje. Het is van Jidéhem en komt uit het verhaal 'Starter tegen de brokkenmakers' wat oorspronkelijk is gepubliceerd in 1961 in het stripblad Robbedoes en later ook opgenomen in de serie Jeugdzonden. 
Hier staat niet wat u leest...
Degene die de tekst verzorgde (de meester zelf?) lijkt het nu toch echt te bont te maken. Hoe kun je nu je stripfiguur zoiets laten zeggen? En dat in 1961 toen het voor het eerst werd gepubliceerd....het is een uiterst moderne uitdrukking, want het vrouwelijke geslachtsdeel werd in die tijd maar weinig gebezigd. Meer kwam de man zijn 'gebeuren' voor als er uitdrukking moest worden gegeven aan een lastig persoon of nare situatie.

Ook Marc Sleen heeft schijnbaar iets met een knipoog gedaan, zie deze cover voor 't Kapo(en)tje album 19 (1954-1955). 
...en bij deze ook niet.
Trap er echter niet in. Het voorbehoedsmiddel werd weliswaar ook in België op zijn bargoens benoemd, maar ik zie Sleen toch niet aan voor dergelijk vulgair gebruik. Het woord is overigens een vrij nette verbastering en komt vermoedelijk uit het Franse capote Anglaise ofwel Engelse jas, omdat het condoom in grote hoeveelheden in Engeland werd geproduceerd.

En toch...lezen we uiteindelijk bij Jidéhem 'klit', wat er ook daadwerkelijk staat, is het niet alleen een stekelig onderdeel van een boom (overigens ook voor de voortplanting en wel voor de Grote Arctium lappa), maar ook een ander platte benaming voor het vrouwelijk geslacht… ik zou zeggen dames en heren tekenaars, let toch op uw saeck (Valerius' Gedenck-clanck (1626))… en dan ga ik niet flauw doen over zaken als 'zaakje' want dan blijven we bezig. Ik heb nog veel meer Uitglijers te doen tenslotte. (HvK)

(Met dank aan Menno Barkema voor 'klit' en Rob van Eijck voor de scan uit 't Kapoentje)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2) en Suske en Wiske: De Ringelingschat

31 juli 2015

Mars Gremmen - Robin karikatuur

In stripblad Eppo nr. 14 stond voor het eerst de karikatuur die Mars Gremmen van mij heeft getekend, bij De Boekenkast van Jos van Waterschoot. Ik vind de tekening erg leuk en treffend (of zou dat ook liggen aan de foto's die ik had gestuurd ;-). Deze karikatuur is nu ook in Eppo nr. 15 gepubliceerd op pagina 2, samen met de kopjes van de andere stukjesschrijvers van Eppo. 
Op 13 juli werd mijn karikatuur ook op de Facebookpagina van Eppo geplaatst, samen met deze door mij geschreven tekst. 
EPPO-REDACTIE VOORGESTELD: ROBIN SCHOUTEN
“Ik ben Robin Schouten, 46 jaar en schrijf voor Eppo sinds 2009 de Boekenkastrubriek waarvoor ik stripmakers interview over drie of vier van hun favoriete stripboeken. Dat doe ik nog steeds met erg veel plezier. Een leuke bijkomstigheid is dat ik door deze interviews ook zelf veel boeken heb leren kennen. Daarnaast heb ik voor Eppo ook interviews gemaakt, boeken gerecenseerd en tot 2014 een aantal afleveringen van het Eppo Portret geschreven waarvoor ik de carrières samenvatte van diverse binnenlandse- en buitenlandse auteurs.
De Boekenkastrubriek maakt af en toe ook een uitstapje over de grens. Zodoende heb ik onder andere Luc Cromheecke, Hermann, zijn zoon Yves H., Turk en De Groot kunnen interviewen. Incidenteel komen ook mensen aan bod die op een andere manier met het beeldverhaal verbonden zijn zoals een stripverzamelaar (Hans Matla), stripjournalist (Rob van Eijck) redacteur (Meerten Welleman) of recensent (Wout Jut, Jos van Waterschoot). Kortom, veel variatie van namen die verschillende (en ook vaak verrassende) favoriete boeken kiezen waardoor het voor mij en, hopelijk ook voor de lezer, spannend blijft!”

16 juli 2015

Eppo 14 - Boekenkast van Jos van Waterschoot

In Eppo stripblad nr. 14 staat van mij De Boekenkast van... Jos van Waterschoot. Hij is striprecensent van Eppo en hoofdredacteur van Stripnieuws, het kwartaalblad van Het Stripschap (waar ik tot 2014 voor heb geschreven). In het dagelijkse leven beheert hij de stripcollectie van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Kortom, Jos zit tot aan zijn nek in de strips! Lees in Eppo welke vier favoriete boeken hij heeft gekozen en wat hij erover vertelt. Eppo nr. 14 is los te koop tot 23 juli, en ook te bestellen via de Eppo site. 
Jos van Waterschoot thuis voor één van zijn boekenkasten. (Foto's: Robin Schouten, 2015)

NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Op aanvraag wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact via incognito@comic.com
 Mars Gremmen tekende deze karikatuur van Jos van Waterschoot voor de recensierubriek in Eppo, te zien vanaf nummer 14. 

14 juli 2015

Blueberry – Ballade voor een doodskist (luxe editie)

In 2011 begon Uitgeverij Sherpa met het uitgeven van de eerste luxe editie van Blueberry verhalen door een van de beste striptandems van de Europese strip, Jean Giraud en Jean-Michel Charlier. Na De mijn van Prosit en Het spook van de goudmijn (het tweeluik dat door velen wordt gezien als het finest hour van Girauds tekenwerk) in het eerste deel, verschenen in 2013 de verhalen Chihuahua Pearl en De man die 500.000 dollar waard was uit deze westernstrip eveneens op groot formaat en in zwart-wit (lees ook deze recensie). Dit was het begin van de Blueberry cyclus waarin een goudschat van de Confederatie centraal staat en die Blueberry in opdracht van de Amerikaanse regering moet gaan terughalen in Mexico. Met dit verhaal werd ook het imago van Blueberry, een zogenaamd uit het Amerikaanse leger ontslagen luitenant, als antiheld geboren. Opgejaagd door premiejagers en commandant Vigo komt hij, na zijn kennismaking met saloonzangeres Chihuahua Pearl, terecht in de gevangenis van gouverneur Lopez. Daar leert Blueberry Trevor kennen, een ex-kolonel van het zuidelijke leger en als enige op de hoogte van de verblijfplaats van de zoekgeraakte goudschat. Aan het eind van het vorige deel werden Blueberry, zijn kornuiten Jimmy McClure en Red Neck samen met Trevors vrouw Chihuahua Pearl door de outlaws Finlay en Kimball achtergelaten in een grot zonder wapens en paarden.
(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat)
Dramatische gebeurtenissen in Ballade voor een doodskist
In Ballade voor een doodskist dat oorspronkelijk werd voorgepubliceerd vanaf 1972 in het Franse stripblad Pilote volgen de dramatische gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. Blueberry en zijn handlangers weten uit de grot te komen ondanks het verraad van Finlay en Kimball, die met Trevor op weg zijn naar een verlaten spookstad om de goudschat op te graven. De zaken lopen heel anders en uiteindelijk weten Blueberry en zijn vrienden, met behulp van het elixer van een kwakzalver dat als springstof wordt gebruikt, uit handen te blijven van Finlay en Kimball en het legertje van Lopez. 
Blueberry slaat Chihuahua Pearl.

De climax is zoals het hoort bij een meeslepend verhaal, erg verrassend. De goudschat is opgemaakt en bestaat dus niet meer, en Blueberry wordt in de steek gelaten door zijn vrienden zodat hij er alleen voor staat om het verhaal van de verdwenen goudschat te verklaren. Met als gevolg dat Blueberry, nog altijd luitenant, ontslagen wordt uit het Amerikaanse leger en veroordeeld wegens hoogverraad naar de gevangenis moet voor een straf van dertig jaar.
Geniet in dit deel opnieuw van het magistrale tekenwerk van Giraud en ga daar vooral goed voor zitten. Want af en toe kan het gedetailleerde penseelwerk wat overdadig overkomen in zwart-wit. Tegelijkertijd besef je eens temeer hoe getalenteerd en invloedrijk de Fransman was, die in latere jaren ook de stijl van zijn alter ego Moebius liet doorsijpelen in het tekenwerk voor Blueberry. 
Zoals in de vorige delen is ook in deze luxe editie een, zeer interessant, achtergronddossier opgenomen. Giraud was niet helemaal tevreden over sommige pagina's uit dit verhaal en hertekende delen ervan. Het geheel is door Giraud zelf van commentaar voorzien. Er is ook een covergalerij met tekeningen voor dit verhaal. De kers op de taart bestaat uit een uitgebreide biografie over Blueberry dat Charlier schreef voor de Franstalige uitgave van Ballade voor een doodskist in 1974 en dat nog niet eerder vertaald was. We komen nu veel meer te weten over de jeugd van Blueberry, de historische figuren uit het wilde westen die hij gekend heeft, en wanneer hij is overleden. Het geheel is rijkelijk geïllustreerd door historische foto's en afbeeldingen om de mythe van Blueberry als bestaand figuur te creëren. En waarom ook niet. Door deze luxe uitgaven wordt de legendarische Blueberry strip opnieuw onder de aandacht gebracht op een manier die het verdiend. (RS)

Blueberry – Ballade voor een doodskist (luxe editie)
Jean Giraud (tekeningen) en Jean-Michel Charlier (tekst)
96 pagina's (zwart-wit/kleur) in hardcover
Uitgeverij Sherpa (2015). 49,95

Te koop in de stripspeciaalzaken of bestellen via: www.catawiki.nl/shops/sherpa 
Uitgeverij Sherpa op Facebook 

07 juli 2015

Aloys Oosterwijk - Expositie in Amsterdam

De hele maand juli heeft striptekenaar -en rechtbanktekenaar Aloys Oosterwijk (Willems Wereld, Cor Morelli) een verkoopexpositie van geselecteerd werk in Café Eijlders, Korte Leidsedwarsstraat 47 in Amsterdam (vlakbij het Leidseplein). De opening was op zaterdag 4 juli. In de video is ook stripmaker Dick Matena te zien.