Posts tonen met het label thé tjong-khing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label thé tjong-khing. Alle posts tonen

02 januari 2025

Uitgeverij Sherpa - Nieuwjaarskaart 2025


Hierbij de nieuwjaarskaart voor 2025 van de kleine maar sympathieke stripuitgever Sherpa. Bekend van haar integrale en luxe uitgaven van Blueberry, Simon van de Rivier, Comanche, Bernard Prince, Luc Oriënt, Ravian en Laureline, Jonathan Cartland en Roodbaard. Verder van internationale topauteurs zoals Andreas, Moebius, Yves Chaland en Serge Clerc. En ook van Nederlandse stripauteurs zoals Bert van der Meij, Lian Ong, Thé Tjong-Khing, Marcel Ruijters, Hein de Kort, Peter de Wit en Berend Vonk. 
Kijk hier voor een compleet overzicht van Sherpa's uitgaven, vanaf 1989 tot nu. 

In 2024 bestond Uitgeverij Sherpa 35 jaar. Tekeningen van Serge Clerc.


Thé Tjong-Khing, een van de sterauteurs van Sherpa met Arman & Ilva en Iris.

13 juni 2024

Fotoverslag Stripdagen Haarlem 2024 (deel 3)

 

Thé Tjong-Khing, Jan van Haasteren en Theo van den Boogaard met drie nieuwe Kapitein Rob covers in Studio Burgwal.

Een derde lading foto's van de Stripdagen Haarlem 2024 op 1 en 2 juni in de Koepel. Hierna volgt nog een vierde deel plus foto's van de Chris Ware expositie die doorloopt t/m 7 juli bij kunstcentrum 37PK in Haarlem.  

Erik Kriek signeert in de Koepel. (Foto: Erwin Suvaal)

Jesse van Muylwijck signeert zijn boeken van De Rechter (Foto: Erwin Suvaal)
=
Striptekenaar en illustrator Typex (Foto: Erwin Suvaal)

Zone 5300 hoofdredacteur Tonio van Vugt (Foto: Natasja van Loon)


Marcel Ruijters bij de stand van Sherpa (Foto: Natasja van Loon)

07 september 2023

Thé Tjong-Khing: 90 jaar jong tentoonstelling bij Verwey Museum Haarlem (t/m 10 sept.)


In augustus bereikte de gelauwerde Haarlemse kinderboeken illustrator Thé Tjong-Khing de memorabele leeftijd van 90 jaar. Ter gelegenheid van deze heuglijke gebeurtenis wordt hij geëerd met een unieke overzichtstentoonstelling in Verwey Museum Haarlem waarin zijn rijke oeuvre worden samengebracht: strips, kinderboeken en illustratiewerk, waaronder veel nieuw en nooit eerder geëxposeerd werk. De tentoonstelling is samengesteld door Tonio van Vugt, illustrator, redacteur, vertaler en (ex-) artistiek directeur van Stripdagen Haarlem. Thé Tjong-Khing: 90 jaar jong is nog te zien tot en met 10 september 2023. 

 (Foto: Natasja van Loon, 2023)

Thé Tjong-Khing is één van Nederlands bekendste kinderboekenillustratoren. Ook heeft hij zijn stempel op de Nederlandse stripgeschiedenis gedrukt, lees zijn biografie op de Comiclopedia. De op 4 augustus 1933 in Purworejo (Centraal-Java, voormalig Nederlands-Indië) geboren Thé studeerde aan de Seniriupa Kunstacademie in Bandoeng, waarna hij in 1956 per boot naar Nederland vertrok met het oog op werk. Na een reeks avondcursussen reclametekenen aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool (de huidige Rietveldacademie), kwam hij in dienst van de legendarische Toonder Studio’s. 

(Foto: Sean van der Meulen, 2023)

Thé heeft tientallen strips gemaakt en vele duizenden illustraties voor tijdschriften, boekomslagen en kinderboeken. Tot zijn bekendste werken behoren de strips Arman en Ilva, Student Tijloos en Iris (alle drie met scenarist Lo Hartog van Banda), het kinderboek Kleine Sofie en Lange Wapper (met schrijfster Els Pelgrom) en het prentenboek Waar is de Taart? In 1984 werd zelfs een van zijn korte stripverhalen, Zuster Lydia en het geluk, tot korte film voor televisie bewerkt. In oktober 2022 verscheen Sprookjes van Godfried Bomans in een nieuw jasje met sfeervolle tekeningen van Thé. Van Arnon Grunberg is De lezer en zijn gigolo net verschenen en er komt een nieuw kinderboek van Toon Tellegen waarvoor Thé de illustraties maakt.

 (Foto: Sean van der Meulen, 2023)


Rond 1976 stopte Thé met het tekenen van strips om zich volledig op (kinder)boekenillustraties toe te leggen, voor o.a. Guus Kuijer, Els Pelgrom, Dolf Verroen en Sylvia Vanden Heede. Voor zijn illustraties ontving hij meerdere Gouden en Zilveren Penselen, de Woutertje Pieterse Prijs, de Max Velthuis-prijs en de Duitse Jeugdliteratuurprijs. In 2020 keerde Thé even terug naar het medium waar het voor hem allemaal mee begon: met het stripproject De man die geen saxofoon mocht spelen.

De vrouw die niet meer kon zingen (2020)


Tentoonstelling

Een deel van de tentoonstelling is gewijd aan Thés jeugd, zijn komst naar Nederland en zijn jaren bij de Toonder Studio’s (1957-1975), waarvoor hij diverse strips maakte, van Ridder Leo van Zuylenburg tot Student Tijloos. Tevens zal er veel onbekend werk uit die tijd te zien zijn, alsmede zijn illustratiewerk voor tijdschriften als Pep, Donald Duck en Taptoe. 

Illustratie voor Pep nr. 45, 1968. (Foto: Sean van der Meulen, 2023)

Ook is zijn meest persoonlijke Toonder-strip te zien, de filosofisch getinte sf-reeks Arman en Ilva (1969-1975), popartstrip Iris (1968), zijn strips voor het undergroundtijdschrift De Vrije Balloen uit het midden van de jaren zeventig en zijn recente terugkeer naar het medium strip. Ook is er is aandacht voor het maakproces van de strip, en de grote invloed van de cinema op het stripwerk van de filmkenner Thé Tjong-Khing. En natuurlijk is het werk te zien waarvan de meesten Thé kennen: zijn kinderboekenillustraties. Er zullen vele originelen te bewonderen zijn, waaronder nog niet eerder geëxposeerd werk.

De brief - pagina 1, eerste publicatie in De Vrije Balloen nr. 7, 1977


Daarnaast zijn er unieke props en personages op de tentoonstelling uit de stopmotion-animatiereeks Vos en Haas, naar de populaire boekenreeks die Khing maakte met schrijfster Sylvia Vanden Heede.

Uit BOSCH, het sprookje van Khing.

Thé Tjong-Khing: 90 jaar jong – tot en met 10 september 2023 bij Verwey Museum Haarlem, Groot Heiligland 47, 2011 EP Haarlem.

Dinsdag t/m zaterdag: 11:00 - 17:00 

Zondag en maandag: 12:00 - 17:00

04 augustus 2023

Jeff Hawke de ongewaardeerde


Soms duikt er iets op uit het Nederlandse taalgebied dat je al kent als comicbook, maar nog niet heb gezien in dagelijkse of wekelijkse stroken uit kranten of weekbladen. Dat materiaal kan je zonder meer zeldzaam noemen omdat, behalve veel van de creaties van Marten Toonder bijvoorbeeld, er geen directe fans zijn die aan het knippen en lijmen slaan. 


Zo is dat het geval met de Britse sciencefictionreeks Jeff Hawke, van 1954 tot 1974 getekend door de Schot Sydney Jordan op scenario van Eric Souster en William Patterson. De pagina's die bijvoorbeeld in een Nederlandse radio en tv-gids werden afgedrukt zijn nauwelijks meer te vinden. Bij uitzondering duikt er hier en daar een op.

Een mooi voorbeeld van knippen en plakken van vijf Sidney Jordan-verhalen uit een Nederlandse TV- gids. 'Eight days a week' van The Beatles stond in de top tien, zo lezen we op een van de pagina's, dus de zelf gemaakte bundel stamt uit 1965.

Sydney Jordan is een redelijk onbekende meester aan deze kant van de Noordzee. Iemand die zijn strepen evenwel heeft verdiend in de wereld van de comics, maar aanvankelijk aan de andere kant van die zee bekendheid geniet. Zijn eerste stappen in het illustreren was in de Stratmore Studio in het Dundee van Bill McCail en Len Fullerton. Een Schotse plaats waar Jordan overigens in 1931 (elders staat 1928) werd geboren. Daar assisteerde hij vanaf 1951 Fullerton met de strip Dora, Toni and Liz. Dat werd aan de Daily Record verkocht dat zich als blad specifiek richt op de steden Edinburgh en Glasgow. Hij kon, zo stelde Jordan, prima op die strip oefenen. Niets wijst er in deze half komische avonturen op waar hij later zijn pen op zou gaan proberen en waar hij succes mee zou krijgen; Jeff Hawke.

.

Dora, Toni and Liz, c. 1951.

Tijdens een trip naar Londen ontmoette Jordan een Royal Air Force-maat; Eric Souster die samenwerkte met een zekere Bayly. Zij runden een reclamebureau waar ook strips werden getekend. Niets bijzonders in die tijd want ook in Nederland bijvoorbeeld werd Olidin, een jeugdblad met strips (o.a. van Hans Kresse, Jan Kruis en Piet Wijn) van oliemaatschappij Shell, gemaakt door zo'n bureau. Die lui konden immers tekenen en een verhaal vertellen. Omdat Jordan goed figuren op papier kon zetten werd hij door Souster binnengehaald. Hij verdiende meteen 20 pond per week wat een flink bedrag was in die tijd. Zijn  kwaliteiten hebben hierbij de doorslag gegeven en niet louter de vriendschap. Dat blijkt wel uit de gelanceerde strip Dick Hercules waar hij vanaf 1952 aan werkte. Een krachtig getekende strip vol avontuur. 




Ondertussen was Jordan bezig met sciencefiction in de figuur van Orion die de schaduwen van spacerider Jeff Hawke vooruit zou werpen. Waarom Orion het niet haalde om meer verhalen mee te vertellen en Jeff Hawke uiteindelijk wel is niet opgehelderd. Het heeft dezelfde elementen waar een aantrekkelijke man van de juiste leeftijd en onbevreesd naar de sterren reist, in de aanwezigheid van een charmante dame. De enige verklaring kan zijn dat de opvolger Jeff Hawke wellicht meer detectiveachtige trekken had. Vrij vertaald, Jeff hoefde niet per se in de ruimte te zweven om een interessant leven te leiden. De dominantie van dat soort sterren-reis-spul kwam overigens uit de Verenigde Staten dat al vanaf de jaren 30 werd geproduceerd en luistert naar namen als Lars of Mars en Kenton of the Star Patrol. De Amerikaanse stortvloed vroeg blijkbaar een antwoord van de Gallische variant van het aloude Albion, Alba. 

Orion, c. 1950.

Vermoedelijk ten tijde van het tekenen van onder andere Orion ontwikkelde Eric Souster, Sydney Jordan en Jim Gilbert onze held Jeff Hawke. Later komt William Patterson het team versterken en richt hij zich op de karakterontwikkelingen. Op 15 februari 1954 (elders werd 1955 genoemd) koopt The Daily Express de strip voor zijn stripstroken met de ondertitel Spacerider. Dat wordt een jaar later First Citizen of the Space Age

Volop avontuur...en...

...en sensualiteit.

Deze stripverhalen verschenen tot 1974. In Frankrijk zijn ze te vinden in bijvoorbeeld het maandelijkse stripblad Charlie Mensuel en het dagblad L'Humanité. En zoals al eerder gezegd, in de 'weggooibladen' (zoals radio en tv-gidsen) waar zo nu en dan een verzameling van de shredder wordt gered. 

Jeff even in de koelkast
Jordan werpt zich na die periode Hawke op een ander figuur; Lance McLane. Die op zijn beurt tot 1988 in de Daily Record verscheen. McLane zou echter niet het einde van de publicatie van Jeff Hawke zijn. In 1977 namelijk neemt een Amerikaans bureau de strip van Jordan in zijn portefeuille op en tekent de Schot nieuwe avonturen, zij het dat de stripfiguur meteen een reanimatie krijgt door deze meer het uiterlijk van zijn later ontworpen modernere figuur McLane mee te geven.  

Lance McLane - 'Sails in the Red Sunset' (Daily Record, 1985)

Uit die periode mag je de strip Jeff Hawke zeker tot de betere noemen. Opvallend is dat Thé Tjong-Khing zijn voortreffelijke en unieke Arman en Ilva strip trekken heeft gegeven van de latere verhalen van Jordan's Hawke (of visa versa?). De Lambiek Comiclopedia noemt Jordan echter niet als inspiratiebron voor Khing. Deze manier van werken met veel open ruimten was blijkbaar een tendens. 

Sydney Jordan (1970)

 
Thé Tjong-Khing's Arman en Ilva (1971)


Die latere verhalen van Jeff Hawke maakte niet alleen indruk op het Amerikaanse bureau, maar ook de Franse uitgeverij Glénat bezondigde zich aan drie delen Hawke in 1986, terwijl de Engelse uitgeverij Titan eenzelfde aantal in die periode het licht liet zien, plus herdrukken in deze eeuw. Verder werd her en der ook in andere talen een verhaal opgenomen in verzamelalbums of magazines. Last but not least verscheen in 1993 een illegale Nederlandse uitgave in beperkte oplage onder de naam Jeff Hawke, ruimtepiloot. Een compliment voor een in ons land wat obscure strip. Het is nooit breed verbreid geweest, wat jammer is vanwege de kwaliteit van Sydney Jordan en zijn spacerider.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.


Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een BommeljasUitglijer Paul PanterUitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck DannyLinks is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer)De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)Poederdons in plaats van zwaard (Akim)Uitglijer Sirius door albumuitgaveDe Uitglijer die geen Uitglijer is (Jacques Martin)Jerry en Valentin glijen uit (Jerry Spring en Kuifje)Kuifje - Uitglijers in zwart-wit editiesUitglijer Robbedoes en KwabbernootVlaams of niet VlaamsDupuis glijdt weer eens uit (Jan Kordaat), Marten en Willy glijden uitBazooka JoeUitglijer van jewelste? (75 beste Suske en Wiskes)Uitglijer over een getalGiftige Anaconda's en omgekeerde grapUitglijers in Arman en Ilva, Kuifje en Suske en WiskeJerom evolutie in Suske en WiskeStijlverandering in Suske en Wiske eind jaren 40 al een feitMunro - Uitglijer in spiegelbeeldUitglijers in Donald DuckUitglijers Kuifje en Suske en WiskeUitglijers roken in strips & JeromUitglijers 't Prinske & Tanguy en LaverdurePicten Uitglijer in Eric de Noorman en Een tekstuele uitglijer bij Seron.

31 mei 2021

Uitglijers in Arman en Ilva, Kuifje en Suske en Wiske

Arman en Ilva gaan in de fout, de vertaler van Kuifje wordt geroemd en er is er al vroeg lustig gesext bij Suske en Wiske.

In Arman en Ilva deel 1 van uitgeverij Brabantia Nostra staat het verhaal Het bevroren verleden waarin Arman Ilva kwijtraakt en al speurend terechtkomt bij een luxe ingericht huis. Daar wordt hij geholpen aan een snee in zijn vinger door blijkbaar de (pleeg)dochter des huizes. De (pleeg)vader geeft aan op bladzijde 37 dat het meisje doofstom is. 

Arman spreekt het meisje aan en krijgt geen sjoege.

Arman ruikt echter lont. Hij veronderstelt dat het meisje op aanwijzing van de vader stommetje speelt. Hij twijfelt oprecht, maar op volstrekt andere gronden dan het bewijs dat naast hem staat. Daar ZEGT de vader namelijk iets tegen het meisje en dat gehoorzaamt meteen. Dat kan dus niet als iemand doofstom is. De tekening laat niet zien dat hij met gebarentaal het meisje instrueert. Integendeel. Hij heeft de hand zowel in als tegen de boezem. Wellicht is het zo getekend dat het een mooi plaatje wordt met die wegschrijdende jongedame met een goed gemoed, maar het voelt niet kloppend.

Arman merkt niet het levende bewijs naast hem op. De vader maakt geen gebaar.

Liplezen kan ze blijkbaar ook niet want dan had de vader tegen Arman gezegd om articulerend te spreken. Jammer, foutje. Thé Tjong-Khing en Lo Hartog van Banda hebben met dit tweetal van de toekomst echter een mooie duo gecreëerd in een space odyssey-achtige setting en wisten er een klein maar indrukwekkend oeuvre mee op te wekken dat in de wereld van de verzamelaar weinig furore maakt. Onterecht. Vanwege de kwaliteit in verhaal en tekening is deze vage Uitglijer de makers dan ook van harte kwijtgescholden. Tevens is het de uitgeverij vergeven dat op de cover van dit eerste exemplaar uit de serie de naam van Khing als King is geschreven. In de herdruk werd die fout hersteld.

(Aanvulling: van 1977 tot en met 1983 werden de zestien verhalen van Hartog van Banda en Khing uitgegeven in zeven albums door Brabantia Nostra. Van 2006 t/m 2017 heeft stripuitgeverij Sherpa deze verhalen opnieuw uitgegeven, aangevuld met dossiers en onuitgegeven tekeningen, in zestien losse delen binnen de reeks Khing collectie. Een aanrader.)


Onbeperkte dorst
Van een andere orde is de uitglijer van Hergé, in het Kuifje album De krab met de gulden scharen en in dit geval de uitgave genoemd in de catalogus van Marcel Wilmet, 'Tintin zwart op wit 1930-1942' en aangeduid als CR2. In deze tweede zwart-witdruk uit 1941 zegt de kapitein vier plaatjes lang hetzelfde.

Hij zegt repeterend 'le pays de la soif' ofwel het land van de dorst. Een kwelling in het vooruitzicht van deze zuipende gezagvoerder.

Ik ga er vanuit dat het in de latere Franse kleurenversies van dit album, Le Crabe aux pinces d'or, de tekst ongewijzigd is. In de Nederlandse versie wordt het een stuk anders en... een stuk leuker. Hier varieert de vrijgezelle varensgezel zijn toekomstzang op een meer humoristische wijze. 


De variaties zijn komisch en geven de verslagenheid van de zeevarende met elke zin meer en meer weer. 

Terzijde zien we dat Bobbie plotseling zijn bot ziet slinken, maar daar hebben we het nu niet over. Het ging over de tekst. Dat  'onbeperkte dorst' is trouwens wel wat contrair, want zoiets geeft ook een soort verlangen aan dat nu eenmaal zit in zuiplappen, maar ook dit terzijde. Deze scenes zijn een aardige illustratie van humoristisch schrijven in de ballon. Dat zie je bij Kuifje vaker overigens als het detective-duo elkaar weer eens verkeerd napraat of Zonnebloem een opmerking volledig verhaspelt, omdat hij zo doof is als een kwartel. Later zal dit worden geëvenaard door de vertaler van Asterix. Daar wordt op soms sublieme wijze uit de hoek gekomen bijvoorbeeld bij de namen van de dorpsgenoten, maar ook bij het aanroepen van goden als er iets mis dreigt te gaan; de een zegt als voorbeeld 'bij Toutatis' en de ander blijkbaar verlegen om een godennaam roept 'bij stand'. Je moet er maar opkomen.


Onbeschaafd Vlaams?
Even maar weer een Suske en Wiske oude stijl. In de vroege uitgaven van Prinses Zagemeel wordt het Vlaams op zijn best gebruikt. Dat sappige Vlaams eindigt overigens in 1964 als Sidonia zegt; 'Lambik, vanaf nu spreken we beschaafd Nederlands.' Deze zin haalde ik van de Uitglijer Vlaams of niet Vlaams, dat is de kwestie van deze rubriek. Opvallend is echter de zin die ik hanteerde erna waarin ik mij afvraag of dat sappige Vlaams onbeschaafd is. Wordt het Vlaams als onbeschaafd ervaren door die Ollanders? Wellicht wel. Zie daarvoor de tekst in het volgende plaatje uit Zagemeel en met meer bepaald wat Wiske zegt.

Er wordt hier flink tekeer gegaan en wat Wiske zegt lijkt tamelijk onbeschaafd.

Ik weet niet of het Vlaams tegenwoordig nog steeds over iets kapot maken hetzelfde zegt, maar het lijkt mij een tikje onwaarschijnlijk, alhoewel, niets is onmogelijk. In het Vlaams woordenboek is het gewoon opgenomen. En kennen wij noordelingen tenslotte ook het niet al te veel meer gebruikte 'je verneukt' voelen? Toch staat het raar. In een latere uitgave van het album is het een stuk anders gesteld.


Het is nog steeds heerlijk Vlaams maar het n-woord is er uit.

Vermoedelijk is toen al rekening gehouden met de Nederlandse markt die bij kapot neuken zich iets anders voorstelt en werd de tekst aangepast. Ook in de later kleurendrukken is dat triviale woord uiteraard niet meer te vinden. Helaas is het dan van al het Vlaams gezuiverd en blijft er een beschaafd maar o zo stijvig Nederlands over. En is Schalulleke meteen ook meegenomen in de vaart der beschaving en werd lul nul. Ben je lekker mee.


Geen Vlaams meer, maar puur Hollands. Jammer.

We kunnen dan wel glimlachen over die rare Belgen met hun geneuk en lul, maar wat te denken van ons vroeger gebruik van geil. Een geile man was niet meteen iemand die de blauwe pil niet nodig heeft. Nee, het was aanvankelijk min of meer een type van twijfelachtige allure met een honger naar iets onfatsoenlijks, iets slechts. Langzaam aan is dat specifieker geworden om het maar eens zo te zeggen. Geldt ook voor een lodderoog. Wij zien dat als een oog dat half naar beneden is gezakt vanwege overmatig drankgebruik of heftig verlangen naar een bed. In de oude betekenis is het een vriendelijk dan wel een wellustig oog. 

Om aan te tonen dat het niet een slip of the pen is, tonen we Lambik in een vroege herdruk van het Suske en Wiske album De sprietatoom (1949) en daarin bezigt hij ook het N-woord. 

Klein of groot; in Holland zouden we dat toen ook anders gezegd hebben.


Bij elkaar was er weer veel naast de strips te lezen en we proberen dat voor u vol te houden met soms sterke en minder sterke Uitglijers. Daar mogen tips zeker aan bijdragen. Voor wat betreft Kuifje en Suske en Wiske in deze editie gaat mijn dank uit naar stripkornuiten Willem van Helden en Menno Barkema van stripwinkel Mevrouw Kern / De Leidse Stripshop. (HvK)


Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Zijn bijdragen: 
Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held (Kuifje)Rik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e drukJansen is de naam (Kuifje)Magda van TilburgHergé als geweten van de wereldUitglijer over een BommeljasUitglijer Paul PanterUitglijers Suske en Wiske, Jan Kordaat, Buck DannyLinks is niet rechts en andersom (Blake en Mortimer)De Vallei heeft foutjes (Blake en Mortimer)Poederdons in plaats van zwaard (Akim)Uitglijer Sirius door albumuitgaveDe Uitglijer die geen Uitglijer is (Jacques Martin)Jerry en Valentin glijen uit (Jerry Spring en Kuifje)Kuifje - Uitglijers in zwart-wit editiesUitglijer Robbedoes en KwabbernootVlaams of niet VlaamsDupuis glijdt weer eens uit (Jan Kordaat), Marten en Willy glijden uitBazooka JoeUitglijer van jewelste? (75 beste Suske en Wiskes)Uitglijer over een getal en Giftige Anaconda's en omgekeerde grap.

28 oktober 2020

Tentoonstelling En Toen... Thé Tjong-Khing verlengd t/m 8 november

Khing - De sprookjesverteller. Ook gebruikt als illustratie voor het affiche.

De succesvolle tentoonstelling En Toen... Thé Tjong-Khing bij WG Kunst te Amsterdam, is met een week verlengd en duurt t/m 8 november 2020. De tentoonstelling wordt gehouden in het kader van de Kinderboekenweek (Thema: Geschiedenis) en laat, naast de prachtige kinderboeken illustraties, ook nog oud stripwerk van Khing zien. 

Originele strips met o.a. Arman en Ilva (Foto: Rein Valk)

De tentoonstelling is vanwege de coronamaatregelen met maximaal 10 personen tegelijk te bezoeken, met inachtneming van de 1,5 meter afstand. Mondkapjes zijn verplicht.

Adres: WG Kunst, Marius van Bouwdijk Bastiaansestraat 28, 1054 SP Amsterdam.

Ga voor meer info + een gefilmd interview met Khing naar: https://www.wgkunst.nl/the-tjong-khing/

Khing (uiterst links) met publiek bij zijn tentoonstelling, september 2020.


Muurschildering van Willem Alexander XlVe - speciaal door Khing gemaakt voor de En Toen... tentoonstelling.  


18 december 2017

Magda van Tilburg – Neerlands eerste vrouwelijke ballonstriptekenaar

Een vriend van mij handelt in antiek en treft ook wel eens papieren items. Als het strips zijn vraagt hij aan mij of het gevondene de moeite waard is. Op een gegeven moment krijg ik een kaftje in de handen gedrukt met daarin wat onbeholpen tekeningen in de vorm van een stripverhaal. De tekeningen verraden echter wel een tekentalent. Waar het verhaaltje over gaat is onduidelijk. De belettering is in het Grieks en ik schatte het in als Oudgrieks. De hoofdrolspelers zien er ook zodanig uit; als oude Grieken.
 De cover van Van Tilburgs eerste strip uit begin jaren 70.
Voorin het boekje wordt Magda van Tilburg als tekenaar genoemd. Daar heb ik op gegoogeld en trof een site aan waarop blijkt dat zij al heel lang kinderboeken illustreert. Als klap op de vuurpijl blijkt zij ook in een onvoltooid verleden tijd meerdere strips te hebben gemaakt die zij aanvankelijk als serie Classica Signa noemde. Frappant, want alle stripbladen hebben haar nooit gevonden. Wel staat ze sinds langere tijd op de onvolprezen Lambiek Comiclopedia site met een biografie alsmede op Wikipedia.
Ook is meer van haar te vinden op de Passiepensioneertnooit site via deze link. Raar genoeg kwam zij tot voor kort ook in geen stripcatalogus voor. Uiteindelijk werd Magda's creaties pas in 2014 in de Catawiki catalogus opgenomen en dan nog maar met drie deeltjes. Vreemd die geringe belangstelling, omdat ik de stelling aandurf Magda de tweede vrouwelijke striptekenaar van het Nederlandse taalgebied te noemen, als we Phiny Dick als de eerste rekenen. En dan is Magda wel de eerste vrouw die een ballonstrip heeft gemaakt.
Zomaar lange tijd overgeslagen in onze stripannalen. 
De eerste striptekenvruchten van Magda Van Tilburg uit haar jeugd. 
Het zat er al vroeg in bij Van Tilburg. Als kind dat nauwelijks de luier was ontsproten tekende zij op kladblokken er lustig op los en verniste de covers met nagellak. Net echt. Op het gymnasium worstelde zij met de vertalingen van de klassieke teksten, maar wist dat ongenoegen om te buigen door boekjes te maken over de gewraakte onderwerpen. Die werden uitgevoerd in een Dick Bosachtige afmeting; 10x 16 cm. Zo begonnen de verhalen meer voor haar te leven.
Het hierboven bedoelde boekje is daar het debuut van. Aardig is dat de leraar klassieke talen haar met het produceren van dit kleinood de helpende hand bood, en zo onbewust de basis heeft gelegd voor een universitaire studie in die vakken. Ondertussen was ze onverdroten doorgegaan met het produceren van de serie Classica Signa zoals ze de serie ondertussen was gaan noemen. Deze werd uiteindelijk in dat kleine formaat en in zwart-wit door haar toenmalige partner Frans Panholzer tussen 1973 en 1975 uitgegeven.

Haar studie, die zij in 1978 afrondde, bleek haar toch niet genoeg want het talent voor tekenen bleef op de deur bonzen, Ze besloot naar de Rietveld Academie in Amsterdam te gaan waar ze vrije grafiek en illustratie als richtingen koos en daar tot haar genoegen les kreeg van Thé Tjong-Khing die we kennen van zijn strip (met scenarist Lo Hartog van Banda) Arman en Ilva en zijn bijdragen aan de Toonder Studio's. Dat sloot ook mooi aan bij haar bewondering voor Phiny Dick en Marten Toonder als stripmakers. Naast deze old masters liet zij zich inspireren door Moebius/ Giraud en Bilal wat in haar stripwerk goed te zien..

Met de nieuwe tekenverworvenheden van de academie hertekende ze de Classica Signa tussen 1980 en 1986. Deze hertekende reeks werd in het Allard Pierson Museum te koop aangeboden. Ze kregen ook een plaatsje op haar eerste website. Het verhaal ‘Dido en Aeneas’ werd uiteindelijk in 1998 getoond en geanalyseerd op de Vergilius expo ‘Vergil Visuell’ in München. Twee jaar later was dit zelfde werkje te zien op een andere expositie; 'Virgil in 2000 years' in het British Museum.
De hertekende versie uit de jaren 80 van de bestaande Classica Signa stripreeks.
Ondanks dat succes gebeurde er jaren niets op het stripgebied en werkte Magda onverdroten als illustrator aan een oeuvre binnen de kinderboeken. Totdat in 2006 de Duitse uitgever C.C. Buchner de albums ontdekte op haar site. Om een lang verhaal kort te maken; Magda hertekende uiteindelijk voor de uitgever drie deeltjes en kleurde deze digitaal in; de komedie 'Korenworm' van Plautus, 'Dido en Aeneas' van Vergilius en de ondergang van de stoute zonnezoon 'Phaeton' van Ovidius.

Twee willekeurige scenes uit het vernieuwde gekleurde werk van Van Tilburg.
Deze drie albums zijn nu ook te zien op haar eigen verhalenwebsite www.Booxalive.nl als bladerboek. Ze heeft deze titels aangevuld met het verhaal ‘Romulus en Remus’ in een  zelfgeschreven Latijnse tekst die ze toentertijd al met behulp van haar leraar klassieke talen op school maakte. Op Booxalive zijn de drie Buchner-albums in te zien en kan er een Nederlandse vertaling meegelezen worden. Bij ‘Phaethon’ staan links en rechts van de strip een Nederlandse én een Engelse vertaling. ‘Romulus et Remus’ heeft alleen een  Engelse vertaling. Handige hulpjes voor degenen bij wie de  de kennis van het Latijn is weggezakt. De strips worden hier en daar ook op scholen gebruikt bij de lessen in de klassieke talen. Van Tilburg kan zich met haar creaties in het Latijn scharen in de korte rij van illustere stripfiguren zoals Asterix en zelfs Suske en Wiske. 

Magda is dan ook trots op haar nieuwe-versie comics in kleur van Classica Signa die tegenwoordig door het leven gaat als Antiqua Signa. Dat betekent niet dat de oer-stripdeeltjes uit beeld zijn. Deze worden verkocht onder de oude verzamelnaam Signa Classica en wel bij haar ‘partner’ in klassieke crime, Casper Porton (zie www.addisco.nl/producten.htm). Hij is ook van plan het album ‘Romulus et Remus’ te gaan uitgeven. Ook zit er een remake in de pijplijn van haar eerste Griekse verhaal. Kortom, de belangstelling voor Van Tilburgs stripwerk is nog lang niet gedoofd.

Het unieke debuutdeeltje dat aanleiding is geweest voor dit stukje kan ik in elk geval opnemen in mijn stripcollectie en daarmee is dat ineens de meest zeldzame strip die ik bezit. Met dank voor de informatie aan Magda van Tilburg; Neerlands eerste vrouwelijke ballonstriptekenaar. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde heldRik overleeft de kogels (Rik Ringers)Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke) en Jansen is de naam (Kuifje)

28 februari 2017

Stripmakers centraal op de Stripdagen

Affiche gemaakt door Kees de Boer
Op 4 en 5 maart a.s. vinden weer de jaarlijkse Stripdagen plaats, voor de tweede keer in de Broodfabriek in Rijswijk.

Dit evenement wil de strip als belangrijk onderdeel van de beeldcultuur onder de aandacht brengen van een zo breed mogelijk publiek en bestrijkt het hele Nederlandse taalgebied en de volledige breedte van het medium en de kunstvorm.Het biedt alles wat de doorgewinterde stripliefhebber kan wensen, en is daarnaast ook een ideaal dagje uit voor het hele gezin. Vorig jaar is met de verhuizing naar Rijswijk een vernieuwing ingezet, die nu wordt voortgezet middels een sterk uitgebreide programmering.

Focus ligt dit jaar op het maken van strips. Deze kunstvorm kent meerdere aspecten. Naast de gebruikelijke aandacht voor het tekenwerk (middels signeersessies en exposities rond stripgrootheden als Thé Tjong-Khing en Peter van Dongen) komt dit jaar ook het tekst-aspect nadrukkelijk en op meerdere manieren aan de orde. Zo wordt de Stripschapprijs (dé prijs op het gebied van het beeldverhaal) op De Stripdagen uitgereikt aan Willem Ritstier, die behalve een getalenteerd tekenaar vooral ook een begenadigd scenarist is, in vele genres en voor uiteenlopende doelgroepen.
Willem Ritstier is de winnaar van de Stripschapprijs 2017
Naast het Grote Podium is een tentoonstelling ingericht met vier panelen waarop de stripcarrière van Willem Ritstier wordt getoond, met heel veel beeldmateriaal en bijbehorende teksten (samengesteld en geschreven door mij).

Daarnaast vinden er masterclasses stripletteren plaats, door Frits Jonker, de laatste (?) handstripletteraar van Nederland. Hij is ook de winnaar dit jaar van de P. Hans Frankfurtherprijs, voor zijn bijzondere bijdrage voor de strip in Nederland in bijna vier decennia. Nog steeds lettert hij veel strips, o.a. voor Robert van der Kroft (Claire) en Aloys Oosterwijk (Willems Wereld) en de graphic novels In the Pines van Erik Kriek en Milan Hulsing's De aanslag.
Frits Jonker ontvangt op 5 maart de P. Hans Frankfurtherprijs
Ook is er een lezing van Rob Barnhoorn over het vertalen van Toonder-strips.
Er worden diverse workshops georganiseerd rond het maken van een strip (verschillende genres, zowel voor volwassenen als voor kinderen). Tijdens het hele weekend wordt een aantal van de (vele tientallen) aanwezige stripmakers geïnterviewd, waarbij soms de rollen worden omgedraaid.

In het kader van De Stripdagen staat er in de Centrale Bibliotheek van Den Haag van 19 februari t/m 19 maart de expositie Van het een komt het ander, rond drie generaties stripmakers die ook kinderboeken illustreren. Over twee verdiepingen wordt uitgebreid aandacht geschonken aan zowel het illustratieve als het stripwerk van Thé Tjong-Khing, Kees de Boer en Jeroen Funke. Met videobeelden, een prijsvraag en 3d-objecten.
Terug naar Studio Arnhem, een bloemlezing met onbekend en ongepubliceerde strips
Er is altijd aandacht voor de betrekkelijk korte, maar bonte geschiedenis van het massamedium. Dit jaar staat op De Stripdagen een uitgebreide expositie over Studio Arnhem, in de jaren tachtig een legendarische stripstudio die stripgrootheden heeft voortgebracht als Hanco Kolk, Gerard Leever en Aloys Oosterwijk. Rond deze groep vinden allerlei activiteiten plaats, zoals een groepsinterview (met muziek) en de presentatie van een overzichtsboek over deze studio, Terug naar Studio Arnhem bij Uitgeverij Personalia.

Speciaal gemaakt voor De Stripdagen is een grote overzichtsexpositie van de Nederlandse tekenaar Peter van Dongen (1966), van Muizentheater tot Rampokan, van jeugdwerk tot boekomslagen en van Familieziek tot Blake & Mortimer.
Peter van Dongen maakt een speciale expo met zijn werk voor De Stripdagen
Als afsluiting van het jubileumjaar legt een expositie uit waarom de klassieke Tom Poesstrip na 75 jaar nog steeds midden in de belangstelling staat.

Ook de nabije toekomst staat op het programma. In het Stripjaar 2017 wordt een aantal interessante initiatieven gepresenteerd die later dit jaar vorm gaan krijgen, zoals de Agent 327-animatiefilm en de Stripmaker des Vaderlands. Ook de plannen van de stripmusea en festivals worden belicht.
De Bulletje en Boonestaak Schaal is voor Albert van Beek (1927). Hij staat terecht te boek als iemand die aan de wieg van het Nederlandse beeldverhaal heeft gestaan. Al in de oorlog werkte hij bij de illustere Toonder Studio's, onder meer aan de Tom Poes-ballonstrips.
Uiteraard worden ook op De Stripdagen de winnaars van het Album van het Jaar en het Jeugdalbum van het Jaar bekendgemaakt en uitgereikt. De uitreiking van alle prijzen, inclusief de Stripschapprijs voor Willem Ritstier vinden plaats op zondag 5 maart vanaf 13.00 uur.
Albert van Beek is de winnaar van de stripveteranenprijs De Bulletje en Boonstaak Schaal
Omdat de strip het medium bij uitstek is om de jeugd te bereiken, wordt er veel werk gemaakt van activiteiten die interessant zijn voor kinderen. Dat begint al met gratis toegang, en bestrijkt een groot scala van doe-dingen en belevenissen voor alles wat jong is, van Donald Duck-kinderen tot Tina-meiden.

Voor iedereen is er genoeg te beleven. Een greep:

- de Striplama's, hilarische theaterimprovisaties met een stripthema;
- de Stripbattle, waarin stripmakers het tegen elkaar opnemen;
- er zijn quizzen, lezingen en filmtrailers,
- en een grote stripveiling waar onder meer bijzondere originelen van beroemde stripmakers worden aangeboden (Toonder, Wijn, Kresse, Vandersteen).
De Stripdagen vinden plaats op zaterdag 4 en zondag maart 2017 (tussen 10:00 en 17:00 uur) in De Broodfabriek, Volmerlaan 12 in Rijswijk.

Alle informatie over De Stripdagen vindt u op www.destripdagen.nl en op de Facebookpagina www.facebook.com/DeStripdagen