07 oktober 2014

Dwaalgasten 2

Vandaag deel 2 van de serie "Dwaalgasten", over dikke neuzen in blauwe bonen strips...

In een ander Blueberry verhaal, "De Missie Der Verdoemden", getekend door Blanc-Dumont, duiken een paar snuiters op die we kennen uit De Blauwbloezen, een strip die ik, voorzichtig uitgedrukt, een beetje ontgroeid ben. In het echt blijken ze wat minder irritant maar ze laten zich er nog steeds niet van betichten dat ze het buskruit hebben uitgevonden.
 
Nog een, wat mij betreft akelig goed getekende, western. Durango. Daarin speelt een van origine rechtshandige maar na een dramatisch bedrijfsongeval linkshandige pistolero - onmiskenbaar geïnspireerd op Clint Eastwood - de hoofdrol. Het gloeiend lood vliegt je met bakken om de oren en het bloed stroomt in brede stromen. Schrijver en tekenaar Yves Swolfs laat zich niet bepaald kennen als een lachebekje, des te opvallender is dan de verschijning van een eenzame cowboy die in deze strip wel erg ver van huis is. ("Het Goud Van Duncan" - pagina 15)
 
Over Clint Eastwood gesproken, zijn legendarische, onverstoorbare, peuken kauwende, met muffe paardendeken omwikkelde creatie blijkt een inspiratie voor de meest uiteenlopende tekenaars.

Een plaatje uit "Valstrik Voor Een Killer" (pagina 28) van, inderdaad, Yves Swolfs. Voor die enkeling die nog niet door had waar deze tekenaar zijn mosterd haalt. En die vent zonder hoed op de voorgrond, is dat geen zelfportret van de auteur?
 Een tekening uit het eerste album van Jeremiah "De Nacht Van De Roofvogels" (pagina 21) van de bekende grapjas Hermann en daaronder een plaatje uit Storm "De Von Neumann Machine" (pagina 5). Nomad is voor deze gelegenheid gestoken in het pak van Yul Brynner (ze kennen elkaar, ze bezoeken dezelfde kapper) in zijn rol als pistolero in "Invitation To A Gunfighter". Onze helden maken zich op om een van de meest hilarische tekeningen van Don Lawrence binnen te wandelen; de saloon scène op pagina 7. De tekenaar trekt werkelijk alle registers open. Ook al ben je vergeten uit welke dikke neuzen strip die Thatcher, Major en Kohl ook alweer afkomstig zijn, je blijft ademloos op die paar vierkante decimeter rond dwalen en ontdekt steeds weer iets nieuws. En als je je eindelijk met veel moeite hebt losgerukt van deze plaat volgen er nog een aantal pagina's waar je humeur ongelofelijk van opknapt...  


Wordt vervolgd...


andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

30 september 2014

Dwaalgasten 1

In mijn diepgravende bijdragen aan deze blog gaat het over aardige en soms merkwaardige details die me tijdens het (her)lezen van strips uit mijn eigen bescheiden collectie zijn opgevallen. Ik hou niet alles bij wat er over strips wordt geschreven, wat mij opvalt is voor u waarschijnlijk ouwe koek, alleen nog geschikt om de hond of de visite voor te zetten...

Deze keer geen uitglijers - al is het natuurlijk voor het ego het fijnst als je een (liefst beroemde) tekenaar op een onvolkomenheid of zelfs fout kan wijzen -  maar een stuk of wat opvallende tekeningen uit een paar van mijn favoriete strips. Tekeningen waarin onverwacht vogels opduiken die van nature in een andere boom zitten te fluiten.

Zoals dit plaatje uit "De Rode Lijn" (pagina 8) van Jeremiah. We herkennen natuurlijk allemaal Barney Jordan in deze bebaarde rivierbonk. Geen parodie of satire - of een pesterig anachronistisch telefoontoestel in het Comanche verhaal "Het Lijk Van Algeron Brown" - gewoon een leuke grap voor de liefhebbers van het werk van Hermann.  
 Serieuze stripfiguren die geparodieerd worden in dikke neuzen strips, daar kijkt niemand meer van op. Grappiger wordt het als een dikke neus in een realistische strip opduikt. De tweede afbeelding komt uit de Mr. Blueberry cyclus van Giraud, wat mij betreft zijn meesterwerk. Een bijzonder geraffineerd en bij vlagen humoristisch verhaal in vijf albums, door Giraud zelf geschreven en waarin opvallend veel wordt geouwehoerd zonder dat mij dat in ieder geval één seconde verveelt. De dialogen zijn scherp en niet zelden bijzonder hilarisch.

En die strip is natuurlijk weer magistraal getekend. Giraud heeft een voorkeur voor realistische, grimmige en harde koppen, des te opvallender is dan dit plaatje (pagina 6) uit "Schaduw over Tumbstone". Ligt het aan mijn op hol slaande verbeelding of vertoont die kop van het enge ventje Billy Clanton hier werkelijk een meer dan een toevallige gelijkenis met Hoempa Pa - de hoofdfiguur uit een archaïsche strip van Uderzo? 
Of neemt Giraud, ik verbaas me nergens meer over, doodleuk een van zijn zelf gecreëerde woestelingen uit het eerste Blueberry album "Fort Navajo" (pagina 20) in de maling?  
Een andere tekening die me zeer bevalt is de beschaduwde kop van Geronimo in het cachot. ("Geronimo De Apache" - pagina 47)
Kennelijk maakte dat plaatje niet alleen op ondergetekende veel indruk. In een op StripSter gepubliceerde strip van een niet voor niets onbekend 'talent' met de titel "Vliegtuig Naar De Maan" treffen we van deze tekening een pastiche aan. We gaan er maar vanuit dat dit plaatje is ontstaan uit bewondering en niet uit creatieve armoede.
  
Wordt vervolgd...

 andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

24 september 2014

Eppo 19 - De boekenkast van Rob van Eijck

Rob van Eijck thuis in Haarlem, 17 april 2014 (Foto: Robin Schouten)

In Eppo nr. 19 (2014) staat van mij De Boekenkast van Rob van Eijck. Van Eijck schrijft sinds 1970 over strips en interviewde (voor Stripschrift) alle groten van het Europese beeldverhaal zoals Willy Vandersteen, Hergé, E.P. Jacobs, Franquin, Hans G. Kresse en alle belangrijke Nederlandse stripauteurs. Op het Stripgala ontving hij dit jaar de Rob van Eijckprijs voor zijn grote verdienste voor de Nederlandse strip. Voor de Boekenkast koos hij hij vier stripboeken die hij als kind fascinerend vond en van hem een stripliefhebber hebben gemaakt. Eppo nummer 19 ligt tot 2 oktober in de winkels en is ook te bestellen via de Eppo site.

NB: Foto van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

20 september 2014

De Jaren Pep

Bij Pep denken veel striplezers uit de jaren zestig en zeventig terug aan het dynamische en pittige stripweekblad dat iedere vrijdag door de bladenman werd bezorgd en garant stond voor oneindig veel leesplezier met avontuurlijke, spannende en grappige strips. Vanaf 1962 werd de wat oudere jeugd in Nederland bediend met een aantal van de beste buitenlandse strips. Voor het eerst kon worden kennisgemaakt met series als Asterix, Roodbaard, Tanguy en Laverdure en Blueberry, nog altijd behorend tot de Europese stripklassiekers. De Pep redactie schakelde ook (ex-)medewerkers in van de Toonder Studio's om covers te tekenen (Jan van Haasteren en Jan Wesseling), tekstverhalen te illustreren (Thé Tjong-Khing) en strips te laten maken (Gerrit Stapel). Deze eigen stripproductie kwam langzaam maar zeker op gang, met als belangrijkste tekenaar de realistische grootmeester Hans G. Kresse. In eerste  instantie wist hij met Zorro en Vidocq de Pep lezers aan zich te binden, en later ook met Erwin (de zoon van Eric de Noorman) en indianenstrips. 

Pep begon ook een nieuwe generatie Nederlandse striptekenaars te publiceren die grote invloed zou uitoefenen op toekomstige stripmakers. Martin Lodewijk (tevens scenarist van Johnny Goodbye en Bernard Voorzichtig) tekende in 1966 zijn eerste Agent 327 verhalen en Dick Matena, vers van de Toonder Studio's, begon in 1968 aan een stormachtige ontwikkeling met De Argonautjes, Ridder Roodhart (beiden op tekst van Lo Hartog van Banda) en Grote Pyr. Ook schreef hij de populaire voetbalstrip De Macaroni's voor Dino Attanasio. Fred Julsing (Wellington Wish, De broertjes Samovarof), Daan Jippes (Bernard Voorzichtig) en Peter de Smet (De Generaal en Joris PK) completeren de Grote Vijf, zoals Ger Apeldoorn hen noemt in zijn boek De Jaren Pep. In een aantal hoofdstukken beschrijft hij de opkomst (1962-1964), de gouden jaren (ingezet door hoofdredacteur Peter Middeldorp in 1965-1968) en de langzame maar onvermijdelijke ondergang (1973-1975) van een legendarisch stripblad dat zijn gelijke niet heeft gekend in Nederland. Pep bediende naast de jeugd ook de oudere striplezer, zoals met de satirische Pep Spotters, en experimenteerde in de laatste jaren erop los met de vormgeving van de covers en het publiceren van buitenlandse strips als Corto Maltese (Hugo Pratt), Philémon (Fred) en Waanzin Waanzuit (Gotlib). Daarmee werd ook bijgedragen aan de populariteit van volwassen strips in Nederland. In de nadagen van Pep debuteerden nog Uco Egmond, Robert van der Kroft, Wilbert Plijnaar en Henk Kuijpers en werd een basis gelegd voor Pep's opvolger: het stripblad Eppo. Een belangrijke erfenis.

Ger Apeldoorn (1959), in het dagelijkse leven schrijver voor de televisie en tevens eindredacteur van het herboren stripblad Eppo, groeide zelf op met de Pep. Dat is bij het lezen van zijn boek ook wel te merken, vanwege het enthousiasme en de volledigheid waarmee hij de geschiedenis van Pep vertelt en waarvoor hij een aantal stripmakers en redactieleden heeft gesproken. Dat leverde heel wat interessante weetjes en anekdoten op, goed geschreven biografieën van de meest toonaangevende stripauteurs en illustratoren uit Pep, en heel veel mooi beeldmateriaal. 
Op pagina 60 refereert Apeldoorn aan een glasheldere herinnering van zijn bezoek aan de Pep redactie als veertienjarige stripfan: de weken erna droomde hij van vrijwel niets anders meer dan de pagina's van Peter de Smet's Joris PK die onder zijn neus werden ingekleurd. Hier is een ware stripliefhebber aan het woord die het blijkbaar nodig vond om een boek te schrijven over de historie van zijn favoriete stripblad ('Por Dios, wat een blad!' was een bekende lijfspreuk van Pep) en de lezers van weleer te trakteren op een goed gedocumenteerd naslagwerk. Een wijs besluit. 
Voor de lezers van nu is De Jaren Pep een uitstekende aansporing om op stripbeurzen, rommelmarkten en Marktplaats te gaan zoeken naar jaargangen Pep, om die samen met het boek van Apeldoorn te consumeren. 

Overigens, de cover van De Jaren Pep is speciaal getekend door Martin Lodewijk, waarmee een mooie brug van het roemruchte Pep verleden naar het heden is gemaakt.

(Robin Schouten)

De Jaren Pep van Ger Apeldoorn is verkrijgbaar in de betere boekhandels en stripwinkels.
104 pagina’s in woord en beeld
Full Colour - Luxe gebonden 
Uitgave: Don Lawrence Collection, 2014
Prijs: € 24,95

NB: Op 4 oktober verschijnt van De Jaren Pep een tweede druk (tekstueel licht herzien) in slappe kaft voor € 19,95

27 augustus 2014

Hans G. Kresse Dag 2014

Ook in 2014 zal er een Kresse Dag georganiseerd worden, voor liefhebbers en verzamelaars van het werk van striptekenaar Hans G. Kresse, alweer de negende op rij inmiddels. Deze vind plaats op 1 november in Kasteel Doorwerth, vlakbij het adres in Doorwerth waar Kresse zijn laatste levensjaren doorbracht.
Vidocq op de cover van Pep (Copyright Erven Hans G. Kresse)
Een belangrijk onderdeel die middag zal gewijd zijn aan alle adressen waar de tekenaar van o.a. Eric de Noorman, de Indianenreeks, Vidocq (zie afbeelding) en Erwin in zijn leven gewoond en gewerkt heeft.
Natuurlijk zullen ook weer de nodige nieuwtjes en uitgaven uitgewisseld worden en is er gelegenheid tot het ruilen van boeken, strips en illustraties.
Speciaal voor deelnemers aan deze middag wordt een bijzondere uitgave voorbereid in een zeer beperkte oplage. Heb je belangstelling om zaterdag 1 november erbij te zijn, stuur dan een mail naar Bert Meppelink voor meer informatie.

Hans G. Kresse in het TV programma Wordt Vervolgd (1985). Het interview is hier te bekijken. 

23 augustus 2014

Pep tentoonstelling in Museum Meermanno

Dick Maas (uiterst links) reikte aan Martin Lodewijk en Dick Matena de eerste exemplaren uit van het boek De Jaren Pep. (Foto: Rob van Eijck)
De Pep tentoonstelling (over het roemruchte stripblad uit 1962-1975) is nog t/m zondag 24 augustus te zien in Museum Meermanno in Den Haag. 

Op de foto hierboven staan filmregisseur Dick Maas (die een enthousiaste Pep lezer was) en twee striptekenaars uit Pep: Martin Lodewijk (Agent 327) en Dick Matena (De Argonautjes, Ridder Roodhart en Grote Pyr) tijdens de opening op 23 april. Tegelijkertijd werd het boek De Jaren Pep gepresenteerd, geschreven door Ger Apeldoorn. Binnenkort een recensie op deze blog. 
Rob van Eijck, samensteller van de Pep tentoonstelling (Foto: Ed Hengeveld)
Opening van de Pep tentoonstelling op 23 april.
Pep covers (klik op de afbeeldingen voor een groter formaat) 

19 augustus 2014

Eppo 16 - Boekenkast van Noël Ummels

Noël Ummels in Eppo nummer 16 met De Boekenkast van... (Foto: Robin Schouten)
In stripblad Eppo nr. 16 (2014) staat van mij De Boekenkast van Noël Ummels, de scenarist van de autostrip Carbeau met tekeningen van Eric Heuvel. Momenteel wordt in Eppo het tweede Carbeau-verhaal gepubliceerd, 'Shelby Cobra Dragonsnake'.

Noël Ummels is schrijver, journalist en werkt als eindredacteur voor de bladen Quote, Autoweek en Formule 1. In de toekomst wil hij graag meer strips schrijven. Voor de Boekenkast koos hij vier boeken speciaal voor de verhalen, van Thorgal, Kuifje, Asterix en de graphic novel Habibi

Eppo nr. 16 ligt tot 21 augustus in de tijdschriftenwinkels en is ook te bestellen via de Eppo website.
Noël Ummels met zijn gekozen boeken en twee albums van Carbeau  (Foto: Robin Schouten)
NB: Foto's alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

04 augustus 2014

Hoe gaat het met... Pieter M. Dorrenboom

Dit interview is gepubliceerd in Zone 5300 # 105 (zomer 2014), kwartaalblad voor Strips, Cultuur en Curiosa. Hierbij de lange versie. 

Pieter M. Dorrenboom, Rotterdam, 15 april 2014. Foto: Robin Schouten
Illustrator/grafisch ontwerper Pieter M. Dorrenboom behoorde vanaf 1995 tot de vaste Zone 5300-tekenaars. Zo maakte hij samen met collega-platenverzamelaar Frits Jonker de paginastrip Singlemania, waarin de heren op hilarische wijze verslag deden van hun verzamelmanie. De laatste jaren verloren we zijn uitbundig gestileerde tekeningen echter wat uit het oog.

Tekst: Robin Schouten

De Rotterdammer (1965) vroeg even bedenktijd toen hij gevraagd werd voor dit interview. ‘Ik heb allerlei plannen, alleen moeten die nog allemaal van de grond komen. Op dit moment is er nog geen garantie voor succes! Het is ook een moeilijke periode voor illustratoren omdat de vraag sterk afgenomen is. Zo maakte ik vroeger wekelijks een illustratie voor het Algemeen Dagbladvoor de Voor en Tegen rubriek. Nu zijn het alleen nog sporadische opdrachten zoals een omslag voor de VPRO Gids.’ 
Cover VPRO Gids (2013)
Dorrenboom vervolgt: ‘Een leuke opdracht was het illustreren van drie kinderboekjes in de serie De Gestreepte Boekjes. Dat ging me ook vrij makkelijk af. Ik zou heel graag nog meer kinderboeken willen illustreren, maar de concurrentie is groot. De afgelopen twee jaar heb ik wel gewerkt aan de vormgeving van een taal-app, inclusief honderdveertig tekeningetjes, die voor kinderen bedoeld is. Die is nu verkrijgbaar.’
Logo openingsscherm taal-app (2014)
En waar ben je momenteel mee bezig?
‘Ik zit in een overgangsperiode van een jaar waarin ik mijn zaakjes weer op orde moet krijgen. Illustreren als basisinkomen zit er even niet meer in, dus moet ik andere manieren verzinnen om geld binnen te krijgen. Sinds kort ben ik een online winkel begonnen op Etsy. Dat is een site waarop mensen hun producten aanbieden op het creatieve vlak. Ik maak er vrij werk voor, waar ik prints van ga maken en verkopen. Het voordeel is dat Etsy een internationale markt is en dat je werk door veel meer mensen bekeken kan worden. Nederland is toch een kleine markt.’

Op je weblog staat al iets van dat vrije werk: een prent van tropische vissen in collagevorm. Wil je in die stijl doorgaan?
'Klopt, ik wil meer van dat soort decoratieve dingen gaan maken. Al is het een hele overstap van werken in opdracht naar vrij werk. Maar die tropische vissen neem ik als basis. Ik had dat een tijdje geleden gemaakt met geknipt papier. Ik ben nu aan het zoeken naar een vorm dat zich leent voor het onderwerp. Iets waarvan het publiek hebberig wordt. Mijn vriendin kent een meubelontwerper en die heeft mij gevraagd om ontwerpen te maken voor inlegwerk in fineer voor meubels. Dat lijkt me ook erg leuk. Voor die ontwerpen wil ik de vormgeving die ik gebruikt heb voor de tropische vissen als basis gaan gebruiken voor dat inlegwerk.'

Zou je weer een strip voor Zone 5300 willen maken?
‘Dat heeft niet mijn eerste prioriteit, maar ik sluit ook niets uit. Ik kan niet zelf een scenario schrijven of een gag verzinnen, daarvoor ben ik afhankelijk van anderen. Het hoeft niet per se over muziek gaan. Ik vind veel dingen leuk. Als het maar een beetje luchtig is.’
Pieter M. Dorrenboom met een obscure single. Foto: Robin Schouten
En ben je nog altijd fulltime singlemaniac?
‘Het is een hobby die alleen maar erger is geworden. Elke tweede donderdag van de maand draai ik mijn singles in de Hawaiiaanse surfbar Tiki’s in Rotterdam. Voor de meeste bezoekers zijn die platen vrij obscuur. Het is muziek voornamelijk uit de jaren vijftig en zestig, met een paar uitschieters naar de jaren veertig en zeventig. Van rockabilly, oude rhythm and blues, originele ska tot jaren zestig beat en garage, surf en een vleugje jaren zeventig punkrock. Wat dat betreft sluit het heel erg aan op Singlemania.’

Maakten Frits Jonker en jij die reeks speciaal voor Zone 5300?
‘Ja, bij elkaar 27 afleveringen. Het zit nog altijd in mijn achterhoofd om van Singlemania een mooie uitgave van te maken, met een bijlage over het ontstaan van de strip en welke singles nou echt bestaan en welke verzonnen zijn. Misschien doe ik dat in eigen beheer of via crowdfunding.’
Singlemania op scenario van Frits Jonker.
Was er nog een bepaalde reden om te stoppen met Singlemania?
'Eigenlijk simpelweg: Frits zijn inspiratie was op. Hij schreef altijd de scenario's en ik had weinig met de tekst te maken. Die wisselwerking moest je blijven houden om de strip te maken. Frits voelde me goed aan en wist wat ik leuk vond. Ik heb één keer een Singlemania aflevering zelf verzonnen en die staat in het speciale Elvis nummer van Zone (#11, 1996). Ik heb nog steeds contact met Frits. We schrijven brieven naar elkaar, bij voorkeur via de ouderwetse post. Af en toe gaat het over obscure singletjes en nu vooral over oud drukwerk dat we leuk vinden om te verzamelen. Dat kan van alles zijn zoals suikerzakjes, brochures en plakplaatjes die vroeger bij sigarettenpakjes zaten.'


(klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat)

22 juli 2014

Eppo 14 - Boekenkast Frits van der Heide

In stripblad Eppo nummer 14 (2014) staat van mij De Boekenkast van Frits van der Heide. In 1975-1981 was hij de hoofdredacteur van Eppo. Hij is de vaste vertaler van Asterix, Leonardo in Eppo en vele andere strips. 

Van der Heide koos voor vier stripboeken die hij heeft gelezen in zijn jeugd, studententijd en heeft leren kennen door zijn vertaalwerk. Eppo nummer 14 ligt tot 24 juli in de tijdschriftenwinkels en is te bestellen via de Eppo site. 
Van der Heide bij herinneringen uit zijn tijd als hoofdredacteur van Eppo (1975-1981)  Foto's: Robin Schouten
Afgelopen maart ontving Frits van der Heide op De Stripdagen in Gorinchem De Bulletje en Boonestaak Schaal 2014 wegens zijn grote verdiensten voor de Nederlandse strip.

NB: Foto's alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst stuur ik een hogere resolutie. Contact via incognito@comic.com

18 juli 2014

Eppo 14 - De Partners zwaaien af


In stripblad Eppo nr. 14 staat van mij een artikel over De Partners, de harde actiestrip die na 18 verhalen samen met tekenaar Carry Brugman met pensioen gaat. 
Carry Brugman, de tekenaar van De Partners van 1976-2014.
(Foto: Robin Schouten)
Dick Richards (Matena) schreef van 1976-1984 De Partners en vanaf 2009 nog eens drie verhalen.
(Foto: Robin Schouten)
Samen met scenaristen Dick Richards (pseudoniem van Dick Matena) en Jacques Post kijkt hij terug op de historie van de strip die in 1976 in Eppo begon en waar in 2014 het laatste verhaal is gepubliceerd, Albino. Of komt er toch een vervolg, met een andere tekenaar...? We zullen zien. 

Eppo nummer 14 ligt tot 24 juli in de tijdschriftenwinkels en is te bestellen via de Eppo website.
Jacques Post, die zeven delen van De Partners schreef (1985-1993)
(Foto: Robin Schouten)
In deze Eppo staat ook van mij De Boekenkast van Frits van der Heide (ex-hoofdredacteur van Eppo en stripvertaler van o.a. Asterix en Leonardo).

De Partners in 1979.
NB: Foto's alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst stuur ik een hogere resolutie. Contact via incognito@comic.com

29 juni 2014

De Uitglijer...maar van wie ?

Menno Barkema van de Leidse stripwinkel Mevrouw Kern attendeerde ondergetekende op de volgende Uitglijer, waar ooit wel eens aandacht aan is besteed in een nummer van het stripinformatieblad Stripschrift. Deze Uitglijer was en is dus niet geheel onbekend maar wel weggezakt in het collectieve stripgeheugen. Ook werd het hoe en waarom van deze Uitglijer niet onderzocht.
De Tartaarse helm (1953) - klik op alle afbeeldingen voor een vergroting

Het gaat om een scene uit De Tartaarse Helm (1953) van Suske en Wiske. Het is een titel uit de zogenaamde buitenreeks van zeven verhalen die in het weekblad Kuifje verschenen, en waarvan er zes de weg naar de winkel vonden in boekvorm met een afwijkende blauw gekleurde kaft. Ook waren de verhalen, in tegenstelling tot de roodkafters, geheel in kleur. Het laatste en zevende verhaal vond pas veel later, in 1967, een uitgave in boekvorm; Het Gouden Paard. Maar daar gaat het nu niet om. (Vandersteen heeft zelfs een aanzet gemaakt voor een achtste verhaal in de serie; De Sonometer, maar dat bleef steken in een paar schetsen).
Scene op bladzijde 24 uit De Tartaarse helm (1953)
De Uitglijder zit hem in het feit dat op bladzijde 24 van de oorspronkelijke 'blauwe' helemaal links boven een gemenerik een speer werpt naar een man te water. We zien een prachtig stukje Venetië met op de achtergrond zo'n fameus brugje waar de waterstad er tientallen van kent. Niks aan het handje en nog geen Uitglijer. Tot besloten wordt de blauwe reeks ook in de rode serie uit te gaan geven, in 1971. De kleuren waren echter vaal geworden van het te drukken materiaal en dat moest opnieuw worden ingekleurd. En....meer.
Dezelfde scene in de heruitgave van De Tartaarse helm (1971).
Na die inkleuring is in dezelfde scene ineens een fietser te zien die aanzet om de brug te nemen ! Wat hamer!! In de middeleeuwen? Is men het spoor bijster ? 

Hier dringt zich de vraag op of Willy Vandersteen er weet van heeft gehad, of dat een gramstorige medewerker zijn baas heeft gewraakt voor het een of ander. De telefoon gepakt en Sven Denis, fondsredacteur van Suske en Wiske bij de Standaard Uitgeverij gevraagd of hij er weet van heeft. Hij geeft weer dat het best wel zo kan zijn dat Willy Vandersteen hiermee een knipoog heeft gegeven naar de strengheid van Hergé in wiens weekblad Kuifje deze buitenreeks als eerste verscheen, en die toen toch een beetje tegenover Willy dé grote meester uithing. 
Cover voor De Tartaarse helm in Kuifje weekblad nr. 19, 1951
Sven raadde ondanks deze veronderstelling mij aan om dan ook eens contact op te nemen met Vandersteens kleinzoon Tom Wilequet. Deze antwoordt prompt op de mail met: ”In '71 werkte mijn grootvader al dertien jaar niet meer voor het weekblad Kuifje dus dat is onmogelijk. Moeilijk te achterhalen wat er dan wel gebeurd is”. De suggestie is nu gewekt dat als Vandersteen al wraaklustig was geweest, dat na 13 jaar dusdanig gedempt was dat zoiets feitelijk niet had kunnen passeren. En daar heeft Wilquet gelijk in. Vandersteen was immers een aardige vent en geen wraakzuchtig type.

Wat betreft de fietser; het is zelfs zo dat de uitgever de daad van de onverlaat heeft laten staan, ook in de geprezen kwaliteit facsimile (met blauwe, maar helaas met een niet historische harde kaft) van deze titel uit 1983. Zelfs de speciale uitgaven als die van Uitgeverij De Baeke of de zeldzame recente illegale herdrukken hebben deze grap gehandhaafd.
Pagina 24 uit De Tartaarse helm met linksboven de fietser
Misschien dat de boosdoener naar aanleiding hiervan op wil staan en ondergetekende vertellen waarom hij of zij een fietser de middeleeuwen in heeft gesmokkeld. Ook al is het vooralsnog niet te onthullen, prikkelend is wel dat Sven Denis heeft aangegeven dat er wel meer van die superkleine grapjes verwerkt werden bij de herkleuring. Dat smaakt naar meer...dat daagt uit, en voor wie zich daar eens op wil storten staat Incognito Comics open om nog meer eventualiteiten te publiceren.

Succes,
Hans van Klinken     


Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim en Hergé

20 juni 2014

Eppo 12 - Boekenkast van Jesse van Muylwijck

Jesse van Muylwijck thuis in Canada, september 2013 (foto: Marleen van Muylwijck)
In stripblad Eppo nr. 12 staat van mij De Boekenkast van Jesse van Muylwijck, de tekenaar en schrijver van De Rechter. Deze strip staat sinds 1993 in de krant en heeft een dagelijks bereik van maar liefst 4 miljoen lezers. Sinds 2005 woont Jesse in Canada waar hij het nieuws op de voet blijft volgen voor De Rechter. De winnaar van de Stripschapprijs 2010 koos voor humorstrips uit zijn jeugd van stripmakers die hij altijd heeft bewonderd.

Een van de vier favoriete boeken die Jesse koos is Tom Poes en de woelwater. "Marten Toonder schreef letterlijk dat ik een van de weinige tekenaars was die de strip zijn waarde liet behouden in een tijd waarin het niveau van de strip ernstig gezakt was. Toen we verhuisd waren naar Canada lag er een kaart van Toonder bij de post waarin hij ons veel geluk wenste."

Eppo nummer 12 ligt nog in de winkels tot 26 juni en is ook te bestellen via de Eppo site.  
Jesse van Muylwijck op De Stripdagen in Gorinchem, 8 maart 2014 (foto: Robin Schouten)

NB: Foto's alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

13 juni 2014

Ulli Bürer - Incognito nr. 0 (1993)

Alweer 21 jaar geleden dat ik 'officieus' begon met stripmagazine Incognito (ontmaskering van verborgen striptalent) met de presentatie van het nulnummer op het Stripfestijn in Dordrecht, juni 1993. De totale oplage was 228 exemplaren.

Hierbij de cover getekend door Ulli Bürer met jaren '50 pin-up Bettie Page. In de jaren '90 kreeg zij een cultstatus.
Bettie Page fungeerde als hoofdpersonage in Bürers strip 'Six Inch Stilleto's'. In Incognito nr. 0 werden de eerste 4 pagina's van deze broeierige vervolgstrip gepubliceerd, in grijstonen.
Pagina 3 uit 'Six Inch Stiletto's' van Ulli Bürer - Incognito nr. 0 (juni 1993)
Een aantal nummers van stripmagazine Incognito, evenals de Incognito Reeks zijn nog steeds te bestellen. Ga naar: www.incognito-comics.nl

07 juni 2014

Eppo 11 - Boekenkast van Maarten Gerritsen

In stripblad Eppo nr. 11 staat van mij De Boekenkast van Maarten Gerritsen. Hij is een van de tekenaars van de misdaadstrip Amorfati, die ook in Eppo wordt gepubliceerd, en maakt deel uit van het Nijmeegse stripcollectief Studio Noodweer. Maarten koos voor vier stripboeken die hem beïnvloed hebben om striptekenaar te worden.

Eppo nummer 11 ligt in de winkels tot 12 juni en is te bestellen via de Eppo site.
Maarten Gerritsen 'verknipt' een van zijn originele Amorfati  pagina's. (Foto's: Robin Schouten)
 NB: Foto's alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

28 mei 2014

Een koningszoon op barbarenjacht

Van jongs af aan ben ik een bevlogen striplezer/kijker die vooral de plaatjes van zijn grote en minder grote voorbeelden uitentreuren bestudeert. Soms zie je dan iets waar je wat langer over na moet denken voor je het begrijpt. Of tot de conclusie komt dat er misschien iets niet helemaal klopt. Dat is voor ondergetekende doorgaans een aardige aanleiding daar een paar woorden aan vuil te maken. Voor wat het waard is.

In een vorig bericht op deze blog heb ik iets over Don Lawrence geschreven, iets wat me was opgevallen en wat ik niet helemaal begreep. Door sommigen werd dat opgevat als een jaloers en lafhartig mes in de rug van een weerloze, want nogal dode, kunstenaar. Onzin. Mijn bewondering voor Don Lawrence is op zijn minst net zo groot als die van bijvoorbeeld Dick Matena voor Marten Toonder of Hans Kresse. Ik ben alleen niet zo getalenteerd dat ik net als Matena van de ene grootmeester een strip kan overnemen en over de ander een prachtig boek schrijven (Mijmeringen bij een mythe)
Van Hans Kresse las ik onlangs weer voor de zoveelste keer de fantastisch getekende strip "De Banneling" en het vervolg "De Duivel Uit Het Ven". De onverschrokken Erwin, een Koene Ridder in berenvel, gaat in zijn eentje een bende Picten (een soort voetbalhooligans avant la lettre, maar dan met een paar hersencellen die het nog doen) te lijf alsof het niks kost. Op pagina 88 heeft hij er inmiddels zoveel per pijl om zeep geholpen dat hij mis grijpt als het laatste restje vijand als een tienbenige schietschijf op hem komt afgestormd. Die vijand heeft het nog eerder door dan onze held zelf: Zijn pijlenkoker is leeg...
Na een fraai getekende schermutseling en wat aanverwant geharrewar ontsnapt hij dankzij de hulp van - zoals dat in het echte leven ook altijd gaat - net op tijd gearriveerde hulptroepen. Op pagina 90 zie je dat Erwin ontdekt dat ze nog steeds omringd worden door Picten en vraagt zijn trawanten dwingend om een bosje pijlen. Hij weet immers niet beter of hij heeft al zijn kruit verschoten. Het is hem onbekend, zo'n ding hangt tenslotte op je rug, dat door een miraculeuze ingreep van de tekenaar op het voorafgaande plaatje zijn pijlenkoker weer tot de rand toe gevuld is. 
(klik op alle afbeeldingen voor een groter formaat)
Voordat er weer iemand anoniem gaat reageren, Kresse is wat mij betreft een van de beste striptekenaars die we in dit land ooit hadden. Zo'n 'slip of the pen' is 'm van harte vergeven en zou ik elke dag wel willen maken als ik zó kon tekenen.  

andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer. Bezoek eens zijn website en blog)

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

21 mei 2014

Favoriete dédicace van Eric Heuvel

Voor het stripinformatie magazine StripNieuws (een uitgave van Het Stripschap) heb ik in 2012 en 2013 de rubriek De Favoriete Dédicace van... gemaakt. In zeven afleveringen vroeg ik aan verzamelaars om iets te vertellen over een favoriete opdrachttekening van een striptekenaar. De spits werd afgebeten in StripNieuws 47 (juni 2012) door striptekenaar Gerard Leever die zelf ook originelen verzamelt.
Vanaf dit jaar vervolg ik de Favoriete Dédicace rubriek in het stripinformatieblad Brabant Strip Magazine. In nummer 199 (maart 2014) vertelt striptekenaar Eric Heuvel (January Jones, Carbeau, educatieve strips) over zijn ontmoeting met André Franquin in 1991. Zie de afbeelding (klik erop voor een vergroting). 

Brabant Strip Magazine (kortweg BSM) 199 is te verkrijgen door een jaarabonnement 2014 te nemen voor vijf nummers. Ga naar http://www.brabantstrip.be/

Binnenkort in BSM 200 de Favoriete Dédicace van Jesse van Muylwijck (auteur van de krantenstrip De Rechter).

13 mei 2014

Paul Teng interview in BSM 199

In Brabant Strip Magazine 199 (maart 2014) staat van mij een interview met  Paul Teng waarin hij uitgebreid ingaat op het 'Jan van Scorel' stripboek dat hij tekende op scenario van Jan Paul Schutten en vorig jaar is verschenen (lees ook Paul Teng verstript Jan van Scorel op deze blog).

Het 6-pagina artikel is gelardeerd met bijzonder beeldmateriaal zoals foto's van Paul Teng bij de Jan van Scorel-tentoonstelling in het Centraal Museum, advertentietekeningen en een niet eerder gepubliceerde proefpagina voor Jan van Scorel. Ook is het Delgadito stripje afgebeeld dat Teng in 2013 tekende voor de Catawiki stripenvelop. Tot slot kun je een biografie over Paul Teng lezen met vermelding van zijn belangrijkste strips. 

Brabant Strip Magazine (kortweg BSM) 199 is te verkrijgen door een jaarabonnement 2014 te nemen voor in totaal vijf nummers. Ga naar http://www.brabantstrip.be/

08 mei 2014

De Uitglijer van Hergé

In het kader van De Uitglijer gaan we naar de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Het betreft hier een icoon van jewelste alhoewel men zich er bij aanvang niet van bewust was dat dit album en de rest van de reeks een miljoenenbusiness zou worden. Hergé mocht zich verheugen in een leuke klus en die was het aankleden met een strip van de wekelijkse jeugdbijlage van het Franstalige Belgische dagblad Le Vingtième Siècle: Le Petit Vingtième. Een vingeroefening werd snel ter zijde geschoven en Hergé richtte zich op het succes van de padvinder Totor die hij eerder tekende voor Le Boy Scout Belge als serie. 
Dat succes was de reden waarom hij die Totor een pofbroek, een hondje en een beroep gaf dat hem in staat stelde te reizen. De reporter Kuifje was geboren en na zijn weergaloze succes in de Sovjet Unie volgen als snel Tintin au Congo (1931) en Tintin en Amérique (1932). 

Nu zijn deze boeken niet van smetten vrij. Hier wordt niet gedoeld op het weergeven van stereotypen of zelfs zwaar discriminerende situaties. Ook het dierenleed dat per pagina is te bewonderen in de Congo is niet het doel. Nee, het is de soms rare verschuiving van de stroken die kunnen leiden tot fronsend lezen. 
(klik erop voor een vergroting)
Neem nu bladzijde 93 van een heruitgave van En Amérique uit 1939, in zwart-wit en vier kleurenplaten. 
Bobbie is door gangsters ontvoerd en Kuifje meent het huilende dier te horen. In de foute strook-schikking zien we onze held de trap op rennen richting het lawaai, bij de dame met kind binnenvallen en pas in de laatste strook opschrikken. Dat moet allemaal andersom. De onderste moet naar boven, dan de trapscène en dan de dame met kind.  Dit is wel het bewijs dat er steeds clichés gemaakt moesten worden van de originele tekeningen. Zo konden inversies ontstaan. Die inversies zijn er zelfs binnen de stroken. 
(klik erop voor een vergroting)
Neem de onderste strook van Les cigares du pharaon (1934) op bladzijde 80. 
Kuifje brengt twee zot geworden heren naar het krankzinnigeninstituut. In de eerste versie wordt Kuifje schijnbaar meteen op zijn woord geloofd en worden twee bewakers geroepen om het Kuifje-bevel uit te voeren de mannen in verzekerde bewaring te nemen. In de andere versie is de brief de aanleiding tot dit handelen. Dat dit de goede versie is bewijst het feit dat de softcovers dezelfde volgorde aanhouden. Schokkend is de inversie van De zwarte rotsen waar twee hele pagina's zijn verwisseld. Het maakt het verhaal niet duidelijker. Overigens zijn er verzamelaars van dit soort misdrukken, maar veel financiële furore maakt zoiets niet. Alhoewel de zeldzaamheid van En Amérique met de fout volgens het boek Tintin zwart op wit van Marcel Witmet hoog is, en die van De zwarte rotsen echter gelijk aan de andere uitgaven. In elk geval leuk om zo'n inversie in handen te hebben, ook al zou Hergé zich de haren uit het hoofd hebben getrokken bij deze Uitglijders. (HvK)

OPROEP: Mocht je een Uitglijer weten, laat het ons weten. Wij zoeken de achtergronden er wel van uit.

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim.