31 maart 2015

Links, rechts, of toch links?

Eigenlijk had ik me voorgenomen niet meer te zemelen over kleine oneffenheden in het werk van mijn favoriete tekenaars. Zolang het niet die ene verdwaalde paukenslag betreft die het hele concert bederft moeten we af en toe ook iets door de vingers kunnen zien. Maar het zuur kruipt weer eens waar het niet gaan kan dus bij deze nog maar eens een paar vraag- dan wel uitroeptekens die al lezende boven mijn hoofd verschenen.

Een van de boeken die ik al vele malen met plezier heb gelezen is Het gele teken van E.P. Jacobs. Een meeslepend en prachtig getekend verhaal uit Blake en Mortimer dat zoals de meeste verhalen van Jacobs ijzersterk begint maar gaandeweg, ondanks het sublieme tekenwerk, een tamelijk zwaar beroep doet op het inlevingsvermogen van de lezer.

Net als in De valstrik en SOS Meteoren krijgen we te maken met een zich onbegrepen wanende en geleidelijk overkokende geleerde die in zijn eentje op een zondagmiddag, onopgemerkt door de buitenwacht, een laboratorium bouwt waar zelfs een gespecialiseerd bedrijf vele jaren voor nodig zou hebben. Hoe al die geavanceerde, manshoge apparatuur door de geniale doch krankzinnige wetenschapper zonder dat ook maar één buurtbewoner het merkt in stilte naar die onderaardse gewelven is getransporteerd en geïnstalleerd is een van die raadsels waar E.P. ons maar al te graag mee opzadelde. 

Het gele teken speelt zich af rond 1955 in een regenachtig Londen, wat de auteur de gelegenheid biedt waar het op sfeer en geheimzinnigheid aankomt eens flink uit te pakken. Iedere tekening is een verhaal op zich. Zoals we van Jacobs gewend zijn volgen de verwikkelingen elkaar in rap tempo op. We arriveren op pagina 32 en zien Blake in zijn Austin wegrijden. 
 Op pagina 34 werpen we een blik door de voorruit van een politieauto en de auto van Blake.
 Nu kan het zijn dat de Londense kit in Amerikaanse of Europese auto's reed (het prominente logo op de motorkap is bij geraadpleegde autoliefhebbers onbekend. Het zou me teleurstellen als het een fantasie logo blijkt, want Jacobs liet ook wat het tekenen van auto's betreft weinig aan het toeval over) maar gezien het beruchte chauvinisme van die eilandbewoners lijkt me dat hoogst onwaarschijnlijk. Mogelijk is er sprake van een door het corps onopgemerkte constructiefout of een wat onhandig uitgevallen reparatie. Het stuur zit namelijk, geheel in tegenstelling tot wat die Engelsen als normaal beschouwen nogal links. Evenals plotseling het stuur van de Austin. De taxi met daarin Mortimer op een volgende pagina is weer geheel naar Engelse maatstaven van een rechtshandig stuur voorzien, evenals de door Het gele teken gestolen politieauto en zijn vele tegenliggers.

Dat de tekenaar in verwarring is geraakt door die merkwaardige Britse overtuiging dat bijna de hele wereld aan de overkant van het water aan de verkeerde kant van de weg rijdt kan ik me maar al te goed voorstellen. Ik ben ooit, heel lang geleden, een keer in Londen geweest (Een wereldstad, denken ze daar. Als je echter om twaalf uur 's middag's trek in een biertje krijgt, of wat ze daar als bier verkopen, is er geen kroeg open.) en ik weet uit ervaring dat je maar al te snel de kluts kwijtraakt waar het links en rechts betreft. Als je over wilt steken kun je nog zo goed links, rechts, links en voor de zekerheid nog een keer rechts kijken, er komt altijd wel een taxi aanscheuren van een kant waarvan je het niet verwacht. Ik kwam er met een paar blauwe tenen vanaf maar in Londen zien ze mij niet meer. 

Even vroeg ik me af of de bovenste strook misschien spiegelbeeldig was afgedrukt, het zou niet de eerste en zeker niet de laatste keer zijn dat een lithograaf boven zijn werk in slaap is gevallen. Dat bewijst deze pagina 9 uit Eloise van Grimbergen, deel twee uit het magistrale De Torens van Schemerwoude. Voorgepubliceerd in het al na een paar jaargangen, na een aanvaring met een ijsberg van desinteresse, ten onder gegane stripmagazine Titanic (tweede jaargang, nummer 10, 1985). De kleuren staan in de goede richting. 
 Nu we het toch over Hermann hebben, in zijn meesterwerk Caatinga uit 1997 trof ik deze plaat aan (uit pagina 43). De man is gruwelijk mishandeld, zijn twee rechterhanden boden hem nauwelijks voordeel in die ongelijke en fatale knokpartij... 
 Nog een boek waar ergens in een klein hoekje een onopvallend loopje met links/rechts oriëntatie van de lezer wordt genomen: De vlakte der Sioux (een vervolg op De man met de ijzeren vuist) uit Blueberry van Giraud en Charlier. Op dit plaatje rookt 'de man met de nog net zichtbare rechtervuist van ijzer' met de linkerhand van vlees en bloed een sigaar.  
 Verderop in het boek is hij zelf de sigaar en wordt door een paar indianen de drempel naar de eeuwige jachtvelden overgeholpen. Dan komen we op een volgende plaatje: 
 Een onhandigheidje of - je weet het nooit met die striptekenaars - een grap van Giraud? Ik kan er namelijk niks anders van maken dan dat het hier een linkshandige ijzeren hand betreft. Ik krijg overigens de indruk dat Zittend Stier uiterst tevreden is met zijn nieuwe sierraad, we zullen er dus verder maar niet van wakker liggen...

andREVANbuuren (kunstschilder, striptekenaar en dagelijks striplezer). Bezoek eens zijn website en blog

De stukjes van andREVANbuuren op deze blog zijn via deze link terug te vinden.

20 maart 2015

Peter Pontiac interview in Zone 5300 # 107

Peter Pontiac in januari 2014 (Foto: Gert Jan Pos)
In november 2014 spraken Tonio van Vugt en ik met de in januari overleden undergroundtekenaar Peter Pontiac. Het interview, een van zijn laatste, staat in Zone 5300 nummer 107 (winter 2015). Wie zaterdag 21 maart naar de Kunst Strip Beurs gaat in Utrecht kan daar een exemplaar kopen van dit blad met Strips, Cultuur & Curiosa. Of bestellen via deze link. 

18 maart 2015

Stripschapprijs 2015 voor Marcel Ruijters

Marcel Ruijters met de Stripschapprijs 2015 (Foto: Natasja van Loon)
Op zaterdag 7 maart heeft striptekenaar en illustrator Marcel Ruijters de Stripschapprijs 2015 in ontvangt genomen tijdens De Stripdagen in de Evenementenhal in Gorinchem. Daarmee is een tekenaar geëerd die al meer dan 25 jaar onder de radar aanwezig is en als stripmaker een brug heeft weten te slaan tussen beeldverhaal, grafiek en kunst.

In het juryrapport van Het Stripschap staat: “Bewonderenswaardig is het lef waarmee Marcel grenzen verlegt in zijn werk en daarmee een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zijn excentrieke vertelstijl, gedompeld in een undergroundsausje maakt meer los dan je denkt. Door juist paden te bewandelen die andere tekenaars laten liggen, is Marcel Ruijters uniek in het Nederlandse stripkader.”
‘Underground’ is een term die vaak gebruikt wordt bij een verwijzing naar zijn werk (Underground verwijst met name naar het doorbreken van taboes en een tekenstijl die enigszins psychedelisch van aard is). Vermoedelijk heeft deze benaming vooral te maken met het feit dat Ruijters ook al ruim twintig jaar redacteur en tekenaar is van het blad Zone 5300 (een Nederlands tijdschrift wat undergroundstrips publiceert) en zijn betrokkenheid bij het Franse Le Dernier Cri, een Franse uitgeverij van underground verhalen.
Marcel Ruijters (Tegelen, 1966 en opgegroeid in Sittard) begint al te tekenen op zijn zevende jaar. Een studie in de richting grafiek/schilderen aan de Kunstacademie van Maastricht was een volgende stap in zijn ontwikkeling. Zijn oeuvre start met de publicatie van het verhaal Slime Jerrycan in 1984 in het stripblad Coyote. Daarna volgen onder andere een serie stripverhalen in eigen beheer, Dr. Molotow (1992 - 1997), een eenmalig los album Roadkill (2010) en de driedelige serie Troglodytes. 

De laatste jaren is zijn oeuvre aangevuld met het bekroonde Inferno in 2008, Sine Qua Non in 2010 en de grafische roman Alle Heiligen, in 2013. Deze laatste verhalen zijn gebaseerd op tekeningen uit de Middeleeuwen. Een thema wat vooral voortkomt uit zijn interesse in geschiedenis, met name in de Middeleeuwen. In 2011 verscheen voor het eerst een uitgave van hem in kleur: 1348, een prentenboek, uitgegeven door Le Dernier Cri. Hiervoor ontwikkelde hij zelf de digitale inkleuring en werd het boek uiteindelijk handmatig gedrukt. 
Zijn meest recente publicatie is een set tarotkaarten die in maart 2015 op De Stripdagen is gepresenteerd bij Uitgeverij Sherpa. Momenteel werkt Marcel Ruijters aan een nieuwe grafische roman, Jheronimus Bosch rond de Middeleeuwse kunstschilder Jeroen Bosch dat gepland staat voor september 2015. 

Bekijk een video-interview met Marcel Ruijters over de Stripschapprijs en Jeroen Bosch (door Michael Minneboo). 

Marcel Ruijters site: troglo.home.xs4all.nl

01 maart 2015

Eppo 4 - Boekenkast van Wout Jut

In stripblad Eppo nummer 4 staat van mij De Boekenkast van Wout Jut. Hij is vast striprecensent van Eppo. Daarnaast schrijft hij als hobby comics en Transformers-verhalen voor diverse tekenaars. Hij koos voor vier favoriete Amerikaanse comic strips voor zijn Boekenkast. Eppo nr. 4 ligt nog tot 5 maart in de winkel en is ook te bestellen via de Eppo site. 
Wout Jut voor zijn boekenkast in Harmelen (Foto: Robin Schouten, 2015)
Wout Jut (1975) heeft al meer dan 350 stripboeken voor Eppo besproken. In 2010 werd hij door Eppo uitgever Rob van Bavel gevraagd, nadat Wout hem had geïnterviewd over Eppo. Zijn eerste stap richting het recenseren begon 10 jaar geleden toen Wout een vacature tegenkwam van stripwinkel Atomik waarin recensisten werden gevraagd voor hun website. Wout kreeg de smaak te pakken en al gauw schreef hij ook recensies voor het sciencefictionblad SF Terra dat uitgebracht wordt door de Nederlandse sciencefictionvereniging onder dezelfde naam. 
Om zijn ideeën kwijt te kunnen ging hij korte tekstverhalen schrijven die hij publiceerde in zowel SF Terra als Pure Fantasy, een Nederlands kwartaalmagazine dat tot eind 2012 heeft gelopen. Als groot fan van de comicserie Transformers raakte Wout geïnspireerd om zelf korte comicstrips te maken voor Transformers Mosiac, een onofficiële anthologie van 1-pagina comicstrips. Dat liep van 2007 tot 2012. Daarna is hij zich intensief gaan bezighouden met grotere, onofficiële Transformers verhalen die hij zelf schrijft en ook publiceert op de site http://shatteredglasscomic.deviantart.com. Ze worden getekend door diverse getalenteerde tekenaars en inkleurders over de gehele wereld en gepubliceerd onder de banner van Shattered Glass Comics, afgekort SG-Comics. (RS)

NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

25 februari 2015

Michiel de Jong - Originele promotietekening Incognito


Michiel de Jong maakte deze tekening speciaal voor een flyer van stripmagazine Incognito om het eerste nummer aan te kondigen (dat werd gepresenteerd op De Stripdagen in Breda, oktober 1993). Dit is het origineel, dat Michiel onlangs aan me heeft geschonken. De techniek die hij gebruikte is Rotring en merkstift op aquarelpapier. En gezien het non-repropotlood had hij het nog willen rasteren. De tekening verscheen in zwart-wit op de Incognito flyer. 

Michiel de Jong blog: ouwemeuk.blogspot.nl 

Portfolio: comichouse.nl/ne/illustration/2d/jong/

14 februari 2015

Uitglijer in Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)

In een Uitglijer van 29 juni vorig jaar hebben we een fietser in De Tartaarse helm van Suske en Wiske aan de kaak gesteld; een persoon die lustig een brugje oppeddelt in nota bene de middeleeuwen. In de rode reeks herdrukken van de oude blauwe reeks van Suske en Wiske is, begin jaren zeventig, de deugnieterige toevoeging er in gebracht. (Terechte opmerking trouwens van een zekere Thomas als reactie op het blog dat ook Het Spaanse spook erbij gerekend kan en mag worden, ook al is de cover niet blauw bij de eerste publicaties. Het is tenslotte ook een 'Kuifje-verhaal').
Sven Denis, fondsredacteur van Suske en Wiske bij de Standaard Uitgeverij, meldde mij toen dat er nog meer grapjes in die latere drukken zijn te vinden, maar zei er niet bij welke.
Ik schreef; 'prikkelend is wel dat Sven Denis heeft aangegeven dat er wel meer van die superkleine grapjes verwerkt werden bij de herkleuring'.
En dan meldt op 13 januari jl. Roel Smit (zelf striptekenaar en illustrator) dat er op bladzijde 16 van De Tartaarse helm, uit de herdruk van de rode reeks, iets dat niet bijster klopt. Hij ontwaarde een boogschutter met een pistool in z'n hand. In het origineel heeft de man net zijn pees gelost en blijft zijn hand op oorhoogte nog even stilhangen. Daar heeft een onverlaat een pistool ingetekent.
Plaatje uit pagina 16 van De Tartaarse helm (1953) met boogschutter
Hetzelfde plaatje uit de herdruk van de rode reeks (1971). Boogschutter heeft pistool. (Copyright Willy Vandersteen)
 Ik heb een paar fanatieke striplezers het plaatje laten zien en het valt inderdaad niet meteen op. Er werd druk gespeculeerd en zelfs de stiksels van een zeil passeerde de revue. Een van hen vond het, nadat het vuurwapen was aangewezen, meer een stuk van het haar, maar het is toch duidelijk een pistool.
Ik ben benieuwd of er nog meer van deze toevoegingen volgen. Voor wie interesse heeft in een aanvulling op mijn uitglijer, laat hier een reactie achter. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim, Hergé, Suske en Wiske: De Tartaarse helm, Tintin: Le Sceptre d'Ottokar en Schanulleke (Suske en Wiske)

02 februari 2015

Eppo 2 - Boekenkast Bob de Groot

Bob de Groot thuis in Waver, vlakbij Brussel op 9 augustus 2014 (Foto: Robin Schouten)
In stripblad Eppo nr. 2 (2015) staat van mij de Boekenkast van Bob de Groot. De scenarist van onder andere Leonardo, Robin Hoed en Clifton (tekeningen: Turk) koos voor stripboeken die hij vanaf zijn vierde begon te lezen, met Kuifje, Robbedoes en Kwabbernoot, Lucky Luke en Corto Maltese. Eppo nummer 2 ligt tot 5 februari in de winkel en is te bestellen via de Eppo site.
Bob de Groot met de schedel uit de Leonardo strip (Foto: Robin Schouten)
 NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

31 januari 2015

Kresse's eerste indianenverhalen in facsimile uitgave

Julius de Goede (1944) was ooit illustrator en publiceerde onder andere in het stripweekblad Pep. Hij was daar - bij de jeugdredactie van de Geïllustreerde Pers - geïntroduceerd door zijn jeugdidool Hans G. Kresse die hij al enkele jaren kende. Hij tekende mee aan enkele voorplaten voor de Eric de Noorman-uitgaven van Wolters-Noordhoff.
De afgelopen 10 jaar heeft De Goede, sedert 1967 ook grafisch vormgever, een aantal boeken uitgegeven met het werk van Hans Kresse. Want hij blijft een groot liefhebber van diens werk. Na Matho Tonga betreft zijn nieuwste uitgave de indianenverhalen van Kresse uit de jaren 40, tezamen met een onvoltooid verhaal van de in 1992 overleden Nederlandse grootmeester.  
De Goede over wanneer hij begon met het uitgeven van Kresse's werk: "In 2004 legde ik het plan om een boek te maken met de historische platen van Hans Kresse, verschenen in onder andere de weekbladen Panorama, Revue en Praline, voor aan Hans Matla van Uitgeverij Panda. Hij zag echter geen mogelijkheden en ik zocht vergeefs naar een andere uitgever. Twee jaar later zag hij wèl wat in mijn idee voor Kresse’s zwart-wit platen bij de Revue-series uit de jaren 50." ‘Kasteelverhalen en andere geschiedenissen’ verscheen in 2008 bij Panda. 
De Goede vervolgt: "In ontmoetingen had ik hem weleens over mijn ervaringen met Hans Kresse verteld en Matla zei: ‘Schrijf dat eens op.’ Toen ik ‘Over Hans G. Kresse, herinneringen aan een Meester’ klaar en opgemaakt had, besloot Matla het alleen maar uit te willen geven als een imprint van Uitgeverij Panda. Bij de opening van het Kresse Museum in Gouda was de presentatie van het boekje, dat ik dus zelf had geproduceerd en bekostigd.
Bij diezelfde opening - in het voorjaar 2010 - sprak ik de kinderen van Kresse over mijn oude plan met de historische platen van hun vader. Dat vonden zij een goed idee en gaven hun fiat. ‘De wereldgeschiedenis verbeeld door Hans G. Kresse’ verscheen in 2012 en is door mijn BV uitgegeven."
Deel 1 van de vierdelige Matho Tonga-reeks in facsimile (2014)
Matho Tonga
"Frits van der Linden, oprichter van het Kresse Museum, opperde een boek te maken van de Matho Tonga-knipsels uit ‘Ons Vrije Nederland’. Ik vond dat we dan alles moesten doen, en de Belgische stripverzamelaar Roger Decadt bleek op enkele na alle afleveringen te hebben. Eric Kresse, de zoon van Hans Kresse, vond het een beter plan om naar de originelen van deze indianenstrip op zoek te gaan. De Collectie Matla bleek haast 180 van de circa 250 afleveringen te bezitten, en andere verzamelaars nog een beduidend aantal. Matho Tonga verscheen begin 2014 in vier delen in facsimile, eveneens door mijzelf uitgebracht (Julius de Goede BV)."
 Drie indianenverhalen
"Het afgelopen jaar was ik, met historisch inhoudelijke adviezen van John Wigmans, en tekstuele van verzamelaar Gert Faken, bezig met het voorbereiden van een uitgave van drie oude indianenverhalen van Kresse. Voor en na de bevrijding (1945, begin 1946) werkte Kresse aan deze verhalen met telkens één plaatje (10 x 12 cm in origineel) boven een tekst. De gouden dolk werd gepubliceerd in 1946, en het werd twee jaar later in een herziene versie herdrukt. 

Het vervolg erop Het rode wild werd al in 1946 aangekondigd, maar het verscheen niet. Hans Kresse’s verhaal De Grote Otter zou in dezelfde periode verschenen zijn, maar zeker is dat niet. Het verscheen in ieder geval wel in 1953."
Deze drie verhalen - tezamen met het onvoltooide verhaal De Koningin van Mars uit dezelfde periode - zijn nu compleet in full colour facsimile verzameld in drie banden, gereproduceerd van de originele tekeningen. In omvang en uitvoering gelijk aan de Matho Tonga-reeks: liggend A4-formaat met hard kaft en 84-92 pagina's omvang.

Bestellen kan bij Julius de Goede voor 105 euro, inclusief verzendkosten. Of 35 euro per deel. Stuur uw gegevens naar info@juliusdegoede.nl en u ontvangt na verschijnen bericht. Voor het bestellen van de andere, hierboven genoemde Kresse uitgaven kunt u eveneens dit e-mailadres gebruiken.

17 januari 2015

In Memoriam: Ulli Bürer (1965-2015)

Ulli Bürer thuis in Den Haag, op 22 maart 2010, met eigen Bettie Page tekening. (Foto: Robin Schouten)
Erg triest nieuws: op dinsdag 13 januari is de Nederlandse striptekenaar Ulli Bürer overleden. Hij werd geboren op 31 januari in Heerlen en tekende vanaf eind jaren tachtig korte stripverhalen voor de bladen Fresco, Titanic en De Toestand. In stripblad Incognito dat ik uitgaf in 1993-1999 publiceerde hij het lange stripverhaal 'Six Inch Stiletto's' met een hoofdrol voor Bettie Page, de legendarische pin-up waar hij helemaal door geobsedeerd was geraakt. Ik had in die jaren veel contact met Ulli en hij was erbij toen Incognito nummer 1 in oktober 1993 werd gepresenteerd op de Stripdagen in Breda. Incognito nummer 4 was op de Stripdagen Haarlem 1994 een groot succes dankzij de Bettie Page cover van Ulli Bürer. 
Incognito nr. 4 (juni 1994) 
In Incognito was Ulli een van de populairste tekenaars en hij werd geïnterviewd door het stripinformatieblad Zozolala voor hun rubriek Acacialaan. In Zozolala 79 (1995) zei hij onder andere dat vooral de film een inspiratiebron voor hem was (wat ook te zien is in zijn strips) en dat hij wat stripmakers betreft vooral gecharmeerd was van Bourgeon. "Ik lees zijn albums graag vanwege zijn tekeningen en vooral zijn complexe verhalen. Hij kiest meestal een vrouw of meisje als hoofdpersonage en dat doe ik ook. Ik teken graag vrouwen."
Aankondiging 'Six Inch Stiletto's' deel 2 in Incognito 7 (1995)
In 1996 ontving Ulli tijdens De Stripdagen de Prijs van Breda voor Strips, als waardering voor zijn grote talent dat toen volop tot bloei kwam. De prijs werd hem toegekend op voordracht van Martin Lodewijk. In dagblad De Stem stond het stukje 'Bredase stripprijs naar Ulli Bürer' met een foto waarop Ulli de prijs in ontvangst neemt in het Chassé theater uit handen van burgemeester Rutten. 
Uit De Stem van 12 oktober 1996
Helaas lukte het hem niet om 'Six Inch Stiletto's' te voltooien in Incognito. In nummer 11 (1997) staan de laatste pagina's van dit broeierige en onheilspellende verhaal dat in totaal 56 pagina's bevat. Later vertelde Ulli me dat hij nog een vijftal pagina's in schetsvorm had liggen en dat hij zodoende dicht bij de afronding van het verhaal was. Dat zou niet meer gebeuren. 

Na 1998 verwaterde het contact en het zou tot 2006 duren voordat we elkaar weer ontmoetten. Hij had een vrouw en twee kinderen en wilde wel weer strips tekenen. Via mijn contact met de uitgever van het stripblad Myx (waarvoor Ulli een hommagetekening maakte t.g.v. 60 jaar Eric de Noorman) publiceerde hij enkele korte stripverhalen in het erotische blad Playhouse Comix (waar ik Ulli voor interviewde, gepubliceerd in Penthouse Comix 80). Voor het 10-pagina verhaal 'Nana' dat Ulli bij mij thuis heeft geschetst (zie Ulli Bürer werkt aan Nana en Ulli Bürer tekent - Zaandam 4 november 2006) had ik voor het einde van het verhaal een scenariobijdrage geleverd. 
Pagina 1 uit 'Nana' dat Ulli publiceerde in Playhouse Comix 81 (2007)
Ulli kreeg de smaak voor strips weer te pakken en hij maakte opzetten voor verschillende verhalen. In 2007 begon hij voor het stripblad Myx aan de sci-fi actiestrip 'Darius' (waarvan er 10 pagina's voltooid zijn) en de laatste paar jaar werkte hij aan zijn fantasy strip 'Champions of Crynn', waar hij veel van verwachtte, maar beide stripprojecten zijn niet van de grond gekomen. 
'Champions of Crynn' (2013)
In 2009 maakte Ulli, op scenario van Sytse S. Algera (scenarist van 'De Vries' en 'De verloren verhalen van Lemuria') proefplaten voor een oorlogsverhaal in Afghanistan en een Storm verhaal, bedoeld voor het opnieuw gelanceerde stripblad Eppo. Maar ook deze projecten zijn niet doorgegaan. Wel legde hij zich sinds 2004 steeds meer toe op modelfotografie. Hij publiceerde drie fotoboeken (zie deze link). 
De laatste jaren hadden we geen contact meer. Via een bericht op Facebook van Ulli's beste vriend Govert-Jan Mennen vernam ik dat Ulli op dinsdag 13 januari 2015 plotseling was overleden, waarschijnlijk aan een hartstilstand. Hij is 49 jaar geworden en laat twee zoons achter. 
Ulli Bürer was een bijzonder mens, een goedmoedige Limburger, talentvol, bescheiden maar ook een man met een eigenzinnig karakter die altijd zijn eigen weg ging. (RS)

Bio's van Ulli Bürer op Catawiki en de Lambiek Comiclopedia. ' Ulli Bürer overleden' op Stripspeciaalzaak. 'In memoriam: Ulli Bürer' op de blog van Galerie Dessins.

11 januari 2015

Uitglijer over Schanulleke (Suske en Wiske)

In deze Uitglijer aandacht voor het voddenpopje Schanulleke uit Suske en Wiske.

Het hartenbrekertje van Wiske heeft in de loop der tijden een aantal naammetamorfoses mogen meemaken. Het waarom ervan is onduidelijk. Die verandering geldt overigens ook voor haar tante's naam die oorspronkelijk in het Vlaams Sidonie heette (met de klemtoon op de laatste i) en (ver)werd (tot) het in Nederland gehanteerde Sidonia.
In het Vlaams kreeg het popje aanvankelijk de naam Schalulleke en bij zo'n naam gaan de bellen rinkelen; het achtervoegsels is op zijn minst wat raar en we kunnen zoiets niet plaatsen in de conservatieve tijden van net na de oorlog. Het gebruiken van de benaming van het geslacht man/vrouw, hoe verhaspeld dan ook, was toen uit den boze. Ach, en in een kinderverhaal anno nu eigenlijk ook. Nu is de uitgang 'lulleke' in noordelijke ogen een verzachting, maar blijft als achtervoegsel nog steeds raar. 
Dat is zeker zo als Jerom in het leven van Suske en Wiske komt. Hij is met zijn kort-van-stof-teksten helemaal duidelijk. Hij maakt er keihard Scha-lul van. Misschien na een tip van verontruste lezers is dit toch de reden geweest om op het achtervoegsel 'nulleke' over te gaan. 

Bij de noordelijke lezers is het overigens consequent altijd Schabolleke geweest, omdat misschien Schanulleke ook niet helemaal positief uit de verf kwam. Over geslachten gesproken; zie ook de Uitglijer van Guus Slim.
Suske en Wiske - De dolle musketiers. 1e druk, Hollandse reeks, 1954. Hier heet het popje Schabol(leke) zoals ze steeds in de Hollandse reeks heeft geheten. 
Suske en Wiske - De dolle musketiers. Herdruk uit 1955 van de Vlaamse serie met daarin de ongezouten benoeming van Schalul(leke). Aardig is te vermelden dat de teksten in de Hollandse versies grotere letters hebben. 
In 1965 besluit Wiske haar popje Schanulleke te gaan noemen (Suske en Wiske - De schone slaper). 
Nieuwsgierig geworden eens gebeld met de in Nederland wonende Belgische filmer Roger Busschots. Wat vind hij van die naamtoevoeging 'lulleke'? Roger blijft er neutraal onder en verklaart dat in de vroege periode schuttingwoorden bij een flink deel van de bevolking in België onbekend (?) waren; onderdrukt door gezaghebbende instanties zoals scholen en pastoors. Hij heeft pas kennis genomen van bepaalde woorden toen hij in Nederland ging studeren.

Na deze informatie denk je dat Willy Vandersteen eveneens niet op de hoogte was van het verscholen lid in de naam voor het voddenpopje en Schalulleke louter aardig vond klinken. Iemand deed de suggestie aan de hand dat het van lullaby zou kunnen komen; een wiegeliedje.in het Engels. Dit is dichtbij een waarheid; het voddenpopje heeft een sussende werking op Wiske en oorspronkelijk ook op Jerom (Suske en Wiske - De dolle musketiers, zie de bovenste illustraties). Een vaststaande uitkomst was lullaby echter niet. De vraag naar een verklaring bleef maar doorzeuren.

Dan treft mijn zappend tv-oog op een luie avond een quiz op een Belgische zender. Daar wordt nota bene gevraagd naar de betekenis van Schalulleke. Ik veerde vrolijk op en bad vurig dat het elektriciteitsnet het zou uithouden dan wel mijn elektronica. Na tantalische momenten kwam het verlossende woord ... nee, het was geen dekentje (de kandidaten waren nota bene Belgen) ... het was het wat platte (oud) Vlaams/Antwerps voor lente-uitje! ''Mag ik van u een bosje 'Schalullekes' " is dus gewoon als men (ooit) bij de groenteboer staat en dat bestelt. Vandersteen zag de lente in de pop, en schonk daar Wiske haar jonge jeugd mee. 
De stam van de naam van het popje van Wiske 'lente-uitjes' ofwel Schalullekes. Let op de sprieterige kopjes van de ui. Het heeft grote overeenkomsten met het kapsel van het popje.
We kunnen dus ten aanzien van Schalulleke zeggen; opgelost. De waarheid bleek achteraf overigens gewoon op internet te vinden. We weten nu van de voddenpop, maar nog niet waarom deze uitjes nu precies lulletjes wordt genoemd. Dat moet je maar in het maandblad Boer, Tuin en Land, en dan wel de Vlaamse editie, opzoeken. Incognito Comics taak zit er op. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog zal hij (on)regelmatig bijdragen leveren met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes. 

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim, Hergé, Suske en Wiske: De Tartaarse helm en Tintin: Le Sceptre d'Ottokar  

06 januari 2015

Eppo 26 - Boekenkast van Sti

Sti voor zijn boekenkast (Eppo nr. 26, 2014) 
In Eppo nr. 26 (2014) staat van mij: De Boekenkast van Sti (pseudoniem van Ronan Lefebvre), de scenarist van Het Godvrrgeten Eiland dat getekend word door Luc Cromheecke. Sti koos voor stripboeken die nogal van elkaar verschillen en allemaal iets zeggen over zijn invloeden. Eppo nummer 26 ligt nog in de winkels tot 8 januari en is te bestellen via de Eppo site. 

Lees hier een interview met Sti en Luc Cromheecke dat deels werd voorgepubliceerd in Brabant Strip Magazine 201 (aug. 2014).
Sti thuis in Armentières, Frankrijk, op 24 juli 2014. (Foto's: Robin Schouten)
NB: Foto's van Robin Schouten alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com

04 januari 2015

Nieuwjaarskaarten 2015 - Bob de Groot en Erik Wielaert

Nieuwjaarsgroet van de Belgische stripscenarist Bob de Groot en zijn vrouw Anne-Marie, met Leonardo (getekend door Turk). 

Nieuwjaarskaart van Erik Wielaert, de Groningse striptekenaar -en illustrator wiens werk ik heb uitgegeven met Incognito.

(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.)

30 december 2014

Nieuwjaarskaarten 2015 - Evert Geradts, Gerard Leever, Roel Smit en Mark Schilders

Evert Geradts (Alsjemaar Bekend Band, Henk Hond, scenarist Disney strips)

Gerard Leever (Gleevers Dagboek, Kanaal 13, Het Felix Flux Museum, Suus & Sas) 

Roel Smit (Het geheim van de ruïne, Incognito-funnies, Large Popmerchandising, Rock 'N' Roel)
Mark Schilders (stripmagazine Incognito, stripblad Iris, Dirk Jan strip)
(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.)

29 december 2014

Kerstkaarten 2014 - Belgisch Stripcentrum, Eric Heuvel, Robbert Damen en Paul Teng

Belgisch Stripcentrum met illustratie van Chris Lamquet.

Eric Heuvel met zijn stripheldin January Jones. 

Robbert Damen met kerstrecept van Guardian, zijn stripheldin in Eppo.

Paul Teng (Delgadito, Libertair Intermezzo, Igor Steiner, Shane, De Oneven Orde, Jan van Scorel, Tristan)
(Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.)